'De volgende man bracht de jazz van de kroeg naar de concertzaal', fluisterde aspirant-presentatrice Lies Steppe in de microfoon op het veel te grote podium van Jazz Middelheim. 'Tiens, John Lewis van het Modern Jazz Quartet is toch allang dood?' dacht ik. En dan in een flits: 'Wat is Willy Schuyten in godsnaam van plan?' Steppe bedoelde blijkbaar trompettist Wynton Marsalis.
...

'De volgende man bracht de jazz van de kroeg naar de concertzaal', fluisterde aspirant-presentatrice Lies Steppe in de microfoon op het veel te grote podium van Jazz Middelheim. 'Tiens, John Lewis van het Modern Jazz Quartet is toch allang dood?' dacht ik. En dan in een flits: 'Wat is Willy Schuyten in godsnaam van plan?' Steppe bedoelde blijkbaar trompettist Wynton Marsalis. En toch is dát precies wat Schuyten in 1993 wou voor de tricolore jazz. Vernieuwende muzikanten van eigen bodem een volwaardig podium bieden in plaats van een omgekeerde bierkrat achter een doorrookt gordijn van geroezemoes. Hij wou dat er een aparte concertreeks kwam voor al dat Belgische talent, vertegenwoordigd in een netwerk van zalen, met behoorlijk geluid en een landelijke promotiecampagne. JazzLab Series was geboren, met de Lab van laboratorium, waar traditie en avant-garde in kolven worden opgestookt tot een onvoorspelbaar mengsel. We zijn vijftien jaar later, en JazzLab Series organiseert jaarlijks ongeveer honderd jazzconcerten, verspreid over heel Vlaanderen en Brussel. Dat wordt gevierd met een feest in de Roma, een tournee en een lustrumboek. Je zou je twijfels kunnen hebben bij de keuze van sommige bands tijdens die vijftien jaar. Je zou je ongemakkelijk kunnen voelen bij de gedachte dat het publiek betaalt om naar Belgische muzikanten te gaan luisteren die tijdens een gesubsidieerde tournee hun gesubsidieerde plaat van het WERF-label komen voorstellen in een gesubsidieerd cultureel centrum. De pamper spant nogal. Je zou kunnen zeggen dat sommige culturele centra het wat makkelijk opnemen: ze krijgen Vlaams geld als ze jazz op het programma zetten, tekenen in op JazzLab Series en hoeven er voor de rest van het jaar niet van wakker te liggen: de verplichtingen zijn vervuld, en enig initiatief om zelf interessante jazzbands aan te trekken - laat staan de knowhow daarvoor - is overbodig. Alleen, stel dat het label van De Werf in Brugge er niet zou zijn - zowat het enige Belgische platenhuis dat in deze tijden investeert in jong en/of tegendraads jazztalent. Moeten die waardevolle muzikanten dan maar zitten hopen op een doorbraak dankzij MySpace? En stel dat JazzLab Series er niet zou zijn. CC's en concertzalen trekken dan in het beste geval nog één seizoen zelf aan de kar. Scheuren hun broek. Boeken dan maar de zonnige hoempapa van Gabriel Rios om nog eens een volle zaal te hebben. Exit Belgische jazz. Zelfs na de professionalisering van de jazz tijdens de voorbije vijftien jaar (betere zalen, erkenning aan de conservatoria, een klimmende markt) is zowel de sector als het publiek er niet klaar voor om niet meer bij het handje te worden genomen. Dat klinkt aanmatigend, maar het pleit tegelijk voor de visie van Schuyten en zijn ploeg: hun plan wérkt. Daar mag Vlaanderen al eens een paar centen voor overhebben. Het is goed dat JazzLab Series bestaat. Het is jammer dat JazzLab Series moet bestaan. 6 SEPTEMBER, ROMA, BORGERHOUT: JAZZLAB ALL STARS MET BART DEFOORT (TENORSAX), FRANK VAGANéE (ALTSAX), NATHALIE LORIER (PIANO), PETER HERTMANS (GITAAR), NICOLAS THYS (BAS) EN FéLIX SIMTAINE (DRUMS). door Bart Cornand