'Het beeld dat wij van onze welvaartsstaat hebben, beantwoordt al lang niet meer aan de realiteit. Tot in de jaren negentig konden we ons beroepen op het feit dat België weinig armoede kende en dat we een egalitaire inkomensverdeling hadden. Het weer was wel altijd slecht, het land zag er niet uit, en in het voetbal brachten we er niet veel van terecht, maar we hadden tenminste een sociale zekerheid om trots op te zijn. Dat gaat niet meer op, maar het bleef een vrijgeleide om geen structurele veranderingen te hoeven doorvoeren.
...

'Het beeld dat wij van onze welvaartsstaat hebben, beantwoordt al lang niet meer aan de realiteit. Tot in de jaren negentig konden we ons beroepen op het feit dat België weinig armoede kende en dat we een egalitaire inkomensverdeling hadden. Het weer was wel altijd slecht, het land zag er niet uit, en in het voetbal brachten we er niet veel van terecht, maar we hadden tenminste een sociale zekerheid om trots op te zijn. Dat gaat niet meer op, maar het bleef een vrijgeleide om geen structurele veranderingen te hoeven doorvoeren. 'Niet dat alles bij het oude is gebleven: in België zijn we er heel goed in om keer op keer ogenschijnlijk kleine, technische correcties door te voeren die op den duur een hele verandering betekenen. Dat is in de loop der jaren met onze werkloosheidsverzekering gebeurd. Aanvankelijk waren de werkloosheidsuitkeringen meer aan het arbeidsverleden en het eerdere loon van de betrokkene gekoppeld, maar gaandeweg ging de gezinssamenstelling een belangrijkere rol spelen. Een tijdlang werden de minima ook stelselmatig opgetrokken terwijl de maxima relatief gelijk bleven. Zo is het verzekeringsidee sterk afgezwakt en zijn verschillende principes elkaar gaan doorkruisen. Er zijn ook altijd nieuwe groepen bijgekomen: eerst kregen voltijds uitkeringsgerechtigde werklozen een uitkering, dan ook ouderen, deeltijds werklozen, bruggepensioneerden en mensen die voor tijdskrediet kiezen. In totaal keert de RVA vandaag geld uit aan ongeveer 1,3 miljoen Belgen. Daardoor is de spoeling dun geworden en zijn de uitkeringen nogal laag. Met andere woorden: degenen die er het meest nood aan hebben, krijgen niet genoeg. 'Geen wonder dat het Belgische armoedepercentage onder mensen die volledig van een uitkering moeten leven bij de hoogste in Europa is. We zouden ons kunnen afvragen: is het niet beter om minder mensen meer middelen te geven en bijvoorbeeld te snoeien in systemen als tijdskrediet? Vandaag is er geen enkele partij die op dat vlak structurele maatregelen voorstelt. Begrijpelijk: niemand durft het aan om de grote groep kiezers uit de middenklasse, die vaak voor tijdskrediet kiezen, iets af te nemen. 'Een ander domein waarin ingrijpende veranderingen mogelijk zijn, is de kinderbijslag. Nu dat een regionale bevoegdheid wordt, zou men ervoor kunnen kiezen om die middelen wat doelgerichter in te zetten. Vandaag krijgt elk kind een basisbedrag, dat toeneemt met de leeftijd en de rangorde binnen het gezin. Het idee daarachter is dat iedereen die aan het systeem bijdraagt daar ook een zeker belang bij moet hebben, en daar valt veel voor te zeggen. Maar dat sluit niet uit dat er heel wat diversificatie mogelijk is. Zo zou men kunnen beslissen om het eerste kind in een gezin meer geld te geven dan de volgende. Er zou ook een hoger bedrag kunnen worden toegekend aan alleenstaande ouders of aan mensen die van een uitkering leven. Al zou dat kunnen betekenen dat het basisbedrag moet worden verlaagd, en ook dat zal de middenklasse waarschijnlijk niet bevallen. 'Ook op het vlak van de arbeidsmarkt zouden er beter een paar knopen worden doorgehakt. Om te beginnen zijn er in België heel grote verschillen qua werkgelegenheid. Er zijn weinig jongeren en 55-plussers aan het werk, terwijl de tewerkstellingsgraad van de groep daartussen erg hoog is. Ook geografisch is de arbeid heel onevenwichtig verdeeld: in sommige streken is er heel veel werk, in andere bijna geen. En natuurlijk is er ook nog altijd een grote kloof tussen autochtonen en allochtonen. 'Tegelijkertijd raken sommige jobs niet ingevuld - die knelpuntberoepen zijn in Vlaanderen een structureel probleem geworden. Aan de ene kant gaat het om jobs waar heel specifieke vaardigheden voor nodig zijn, zoals ingenieurs, verpleegkundigen en technische installateurs. Maar ook vacatures in de schoonmaaksector en de horeca raken niet ingevuld omdat ze gewoonweg niet aantrekkelijk zijn. Vaak komt dat door onregelmatige uren, weekend- en avondwerk of afroepcontracten. 'Op dat vlak moeten er echt politieke keuzes worden gemaakt: wie willen we naar die jobs leiden? Vinden we bijvoorbeeld dat een alleenstaande moeder met jonge kinderen verplicht moet worden om 's avonds te werken? Of vinden we het een goed idee om werknemers uit het buitenland voor zulke jobs aan te trekken? Sinds de jaren zeventig is er een arbeidsmigratiestop: een niet-Europeaan mag hier alleen komen werken als er in de hele Europese Unie niemand anders kan worden gevonden die voor die job geschikt is. Maar ondertussen zijn er tal van uitzonderingsmaatregelen doorgevoerd, waardoor vooral hooggekwalificeerde arbeidskrachten ons land vrij vlot kunnen binnenkomen. In de praktijk is er niet veel over van de achterliggende beleidsvisie, maar ik zie geen ingrijpende voorstellen om daar iets aan te doen. Zo zou men kunnen overwegen om het ook voor mensen die specifieke vaardigheden hebben maar niet hoogopgeleid zijn gemakkelijker te maken om ons land binnen te komen. Ook daar zou het politieke debat over moeten gaan.'