Bij Oud-Heverlee vragen ze zich nog altijd af wat hen overkomen is. Wij hadden nochtans gewaarschuwd: opgepast voor Louis Tobback en zijn stroman Donato Lallo. Negenentwintig wedstrijden aan de leiding, twaalf punten voorsprong gehad op de tweede, en op de allerlaatste speeldag toch de titel verloren aan Dendermonde, de ploeg van den Bats. Die door Tobback was afgedreigd: kampioen worden, of niet op de lijst met de kiezing. Stade Leuven is niet alleen komen winnen aan de Korbeekdamstraat, het pakte bovendien de derde periodetitel. Zodat het plotseling mogelijk werd dat Stade zou promoveren, en Oud-Heverlee niet. Mocht het zo ver komen, zullen wij het moeten toegeven: mijnheer Louis is de grootste.
...

Bij Oud-Heverlee vragen ze zich nog altijd af wat hen overkomen is. Wij hadden nochtans gewaarschuwd: opgepast voor Louis Tobback en zijn stroman Donato Lallo. Negenentwintig wedstrijden aan de leiding, twaalf punten voorsprong gehad op de tweede, en op de allerlaatste speeldag toch de titel verloren aan Dendermonde, de ploeg van den Bats. Die door Tobback was afgedreigd: kampioen worden, of niet op de lijst met de kiezing. Stade Leuven is niet alleen komen winnen aan de Korbeekdamstraat, het pakte bovendien de derde periodetitel. Zodat het plotseling mogelijk werd dat Stade zou promoveren, en Oud-Heverlee niet. Mocht het zo ver komen, zullen wij het moeten toegeven: mijnheer Louis is de grootste. Nu willen we eerlijk blijven: het peil waarop Oud-Heverlee de jongste maanden acteerde, was abominabel. Wij hebben slechts één team aan het werk gezien dat nog slechter was dan de Zwarte Duivels: de Rode Duivels. Wat een onwaarschijnlijke treurnis, twee weken geleden in Boekarest. Vijfde keer op rij 1-0 verloren, één goal gemaakt in zeven matchen. Dan kan een mens de boeken beter sluiten. De ellende was zo groot, dat zelfs Ter Zake er een item aan wijdde. Erger: de deskundige die werd opgetrommeld om duiding te verstrekken, was Ivan Sonck! Wie dat in zijn hoofd heeft gehaald, mag Joost weten. Sonck haat voetbal. Sonck haat ook wielrennen, tennis, volleybal, badminton, auto- en motorsport, basketbal, jumping, gymnastiek, boksen, judo, karate, curling, biljarten, ijshockey, waterpolo, synchroon zwemmen, cyclobal, schoonspringen van de vijf-meterplank, schoonspringen van de tien-meterplank, schoonspringen van wat-voor-plank-ook, boogschieten, skiën, biatlon, schaken, roeien, kano, handbal, worstelen en gewichtheffen. Laten we het korter samenvatten: Sonck haat elke sport behalve atletiek. In geen vijftien jaar meer in een voetbalstadion geweest. En toen hij dat wel deed, was het omdat het moest, op bevel van Wim De Gruyter en nadien van Daniel Mortier, en om naar de vrouwen op de tribune te lonken. Sonck weet niet beter dan dat de Limburgse derby tussen Waterschei en Winterslag gaat, en dat de terugspeelbal nog is toegelaten. Spits van KV Mechelen: Bert De Cleyn. De geknipte man dus om met kennis van zaken de huidige malaise in het Belgische voetbal te verklaren. Zet u schrap, en bedenk dat Ivan zo kort voor zijn pensioen niemand nodeloos tegen de schenen wil trappen: gebrek aan beleid, geen visie op korte termijn, geen visie op lange termijn, juridische onkunde, tekort aan managementtechnieken, financieel geknoei en gesjoemel, voorbijgestreefde conditieopbouw, onvoldoende wetenschappelijke vorming bij de trainers, luiheid in alle gelederen, te veel melkzuur in de spieren, onbekwame arbitrage, inadequaat gebruik van de farmacologie, slecht schoeisel, verkeerde irrigatie van de terreinen, onaangepaste voeding. Wij vertellen het na uit het blote hoofd, in werkelijkheid was het lijstje langer. Oh ja, de bobo's in de voetbalbond zitten daar alleen voor hun eigen glorie, en om zoveel mogelijk snoepreisjes in de wacht te slepen. Aldus Sonck, die zelf een laatste keer in het bondsgebouw is geweest toen dat nog in de Guimardstraat lag.Wij hebben Ivan onlangs gezien bij Luk Alloo. Luk, die niet op een inspanning kijkt, had een knalrode Ferrari gehuurd. Of misschien wel gekocht. Tevens een blonde stoot, met een rokje dat zich beperkte tot enkele vezels katoen. De moeite niet om ze in elkaar te knopen. Zo ging hij aanbellen bij Sonck, die in het deurgat verscheen in een tot op de draad versleten en door de was verkleurd Adidas-truitje. Klaar om een eindje te gaan lopen. Nu ja, een eindje... Van Asse naar Halle, zevenentwintig kilometer. Alloo bood een alternatief: een ritje met de vamp in de Ferrari. De voorzetsels in dit voorstel waren verwisselbaar. Sonck, die vroeger de vraag niet eens had afgewacht, gunde pitspoes noch auto een blik, trok zijn veters dicht en zichzelf op gang. Jongens, wat was dat. Dit overtrof de Rode Duivels in Boekarest. Wij zaten te kijken met twee orthopedisten, en die waren het roerend eens: "Hij haalt de hoek van zijn eigen straat niet." Sonck mankte, struikelde, zakte door zijn knieën, hing vervaarlijk scheef, draaide op onnatuurlijke en akelige wijze om zijn eigen enkels, en verschoof al op zijn oprit twee ruggenwervels. Bij elke stap kantelde zijn heup honderd graden, zijn hals lag horizontaal op zijn romp, en zijn schouders hingen onder zijn broek. Die lange trainingsbroek moet hij onderweg ergens verloren zijn, want bij de eerste controlepost hinkte Sonck voorbij in een te kort lopersbroekje, waarvan de pijpen waren omgeplooid. Wat een onbeschaamd zicht gaf op zijn benen, twee asperges. Dat kon niet gezegd worden van de dijen van de blondine, die van lieverlee met kilometerbordjes langs de weg ging staan. Zoals ringpoezen in het boksen. Ivan knoefte en knafferde, bonkte en klonkte, ieperde en wieperde, krochte en krachte, kraakte en kreukte, en dreigde elke meter voorover op zijn gezicht te vallen. Maar in weerwil van de wet van de zwaartekracht gebeurde dat niet, en hield Sonck zich met een ontroerende hardnekkigheid overeind. Op de duur bereikte hij zowaar Halle, waar Alloo het hele marktplein had opgetrommeld om deze moedige strompelaar met gejuich en gezang te verwelkomen. Sonck veegde het kwijl van zijn lippen, nam een ruiker bloemen in ontvangst, en hield een toespraak over Kosovo en de gevaren van het nationalisme. Daarna liep hij terug naar huis. In Georges Leekens heeft hij geen vertrouwen. Tot slot dit: deze week de hel in gewenst door een woedende Renaat Landuyt: "Ik de domste van de SP? Wat dacht ge misschien van Tuur Van Wallendael? Als ge spreekt van een lichtgewicht, dan hebt ge daar een zwaar geval. En als den Tuur iets voorleest, ligt iedereen in slaap." Goed, wij geven ons over: Tuur Van Wallendael is de grootste dommerik bij de SP. De voorlopige tussenstand: één Tuur, twee Renaat, drie Marcel. Koen Meulenaere