Ook sinds de licentiecommissie steeds nadrukkelijker zijn werk doet, blijft het dansen op het slappe koord in het Belgische voetbal. Financiële problemen leidden vorig seizoen tot een bloedbad bij Lommel en KV Mechelen en ook straks dreigt een aantal clubs het water tot aan de lippen te zien stijgen. Dat zorgde aanvankelijk voor een stille zomer. Pas toen Wesley Sonck van RC Genk naar Ajax verhuisde en er geld circuleerde kwam er wat beweging. Maar de Europese licentievoorwaarden die medio 2004 hun intrede doen, en waardoor clubs een sluitende begroting moeten kunnen voorleggen, zorgt voor voorzichtigheid.
...

Ook sinds de licentiecommissie steeds nadrukkelijker zijn werk doet, blijft het dansen op het slappe koord in het Belgische voetbal. Financiële problemen leidden vorig seizoen tot een bloedbad bij Lommel en KV Mechelen en ook straks dreigt een aantal clubs het water tot aan de lippen te zien stijgen. Dat zorgde aanvankelijk voor een stille zomer. Pas toen Wesley Sonck van RC Genk naar Ajax verhuisde en er geld circuleerde kwam er wat beweging. Maar de Europese licentievoorwaarden die medio 2004 hun intrede doen, en waardoor clubs een sluitende begroting moeten kunnen voorleggen, zorgt voor voorzichtigheid. Hein Vanhaezebrouck bekijkt die ontwikkeling met gemengde gevoelens. Ooit was Vanhaezebrouck een intelligente centrale verdediger die voor Harelbeke uitkwam, tot hij in een interview het beleid van zijn vereniging hekelde en mocht opkrassen. Later ontfermde hij zich als trainer over de jeugd van Lokeren, om in de loop van vorig seizoen hoofdtrainer te worden van tweedeklasser Sporting West, een club ontsproten uit een samensmelting tussen Harelbeke en Ingelmunster. Daarnaast is Vanhaezebrouck ook nog co-commentator bij Canal + waar hij vaak met scherpe analyses uitpakt en gevat de vinger op de zere plek legt. Ook na een andere manier van denken, met meer zakelijkheid en mindere emotionele oprispingen, verwacht Vanhaezebrouck geen verschuivingen in de hiërarchie van het Belgische voetbal. Meer dan ooit gaan Club Brugge en Anderlecht volgens hem een duel der giganten uitvechten. Maar hij huivert bij de gedachte dat er een vaudeville zou ontstaan zoals vorig seizoen, toen de vraag of Lommel al dan niet zijn punten zou behouden lang de competitie heef gegijzeld. De voetbalbond had toen het geluk dat de beslissing daarover uiteindelijk werd genomen toen alle prijzen al waren verdeeld. HEIN VANHAEZEBROUCK: Als ik zie dat Sporting Charleroi nu al in twijfel wordt getrokken, dan hou ik mijn hart vast, dan hoop ik dat het voor de Belgische voetbalbond niet weer op een fiasco uitdraait. En dat ze geen licentie toestaan aan Charleroi, om vervolgens na een maand te moeten vaststellen dat die niet haalbaar is. Dat kunnen we echt wel missen: dat er weer een club moet verdwijnen terwijl de competitie al gestart is. Volgend seizoen word je dan geconfronteerd met die Europese licentie, waarvoor je moet kunnen bewijzen dat je een jaar kunt doorkomen zonder problemen. Ik moet nog zien of dat allemaal zo hard zal worden gespeeld, want dan dreigen er Europese topploegen te verdwijnen. Maar het uitgangspunt is dus wel anders: je moet een sluitende begroting voorleggen, terwijl er nu dus achteraf nagegaan wordt of alles betaald is geweest. Daarom zou het jammer zijn indien men nu zou kijken of Charleroi zijn afbetalingsplan nakomt, wetende dat die club dat binnen drie of vier maanden niet meer kan en zo in de problemen komt. Ik hoop dat dit niet gebeurt, dat we een pure competitie krijgen en dat die kronkels van vorig seizoen rond Lommel ons bespaard blijven. VANHAEZEBROUCK: Achteraf bekeken was het goed dat de beslissingen steeds weer zijn uitgesteld. Omdat alles al beslist was. Maar stel dat dit niet was gebeurd, dan maak je je natuurlijk hopeloos belachelijk. In België, maar ook in het buitenland. Ik vind het heel goed dat er een paar jaar geleden licentievoorwaarden zijn ingevoerd. Alleen werden die niet altijd op een strenge manier gehanteerd en is er bij momenten met twee maten gemeten. Bij clubs met een bepaalde traditie en met politieke ruggensteun gaat men iets gemakkelijker te werk dan bij bijvoorbeeld Lommel of destijds Harelbeke. Je merkt dat men het bij een club als Charleroi, die binnen Wallonië heel belangrijk is, aan het rekken is en dat men daar dingen gaat toestaan die men beter zou afwijzen. En dat is jammer. Je constateert dat een club als KV Mechelen, die ook vanwege zijn verleden veel krediet kreeg, uiteindelijk van de mat is geveegd. Of beter: mag herbeginnen in derde klasse. Ook daar heb ik problemen mee. Je kunt een schuldenberg opbouwen die onoverkomelijk is en toch binnen twee jaar opnieuw in eerste klasse spelen. In de plaats van clubs die een verstandig beleid voeren en zakken. Ik vind dat clubs die willen herbeginnen dat in vierde provinciaal moeten doen. VANHAEZEBROUCK: Het zou in dat verband een heel goeie zaak zijn indien er zou worden gestreefd naar een open boekhouding. Maar die moet dan door een onafhankelijke instelling worden gecontroleerd. Het heeft weinig zin indien de bond dat doet. Want de bond, dat zijn in feite de clubs. Los daarvan: ik vind dat clubs vooral in het verleden slecht geleid zijn. In mijn periode bij Harelbeke heb ik destijds gezegd dat je niet boven je stand mag leven, dat je moet weten wat kan en niet kan. Als je met je mogelijkheden op een zevende of achtste plaats staat, dan mag je je niet laten verleiden tot extra investeringen om te proberen twee plaatsen hoger te komen. Ik heb de indruk dat iedereen nu voorzichtiger is geworden, zeker na de instorting van de transfermarkt. Want ondanks het Bosman-arrest rekenden clubs er nog op spelers van de hand te doen. Ze gaven een contract van vier of vijf jaar, in de hoop dat er na twee of drie jaar interesse zou komen. Maar nu kun je ook die spelers niet meer met winst verkopen. VANHAEZEBROUCK: De clubs zijn vooral niet goed genoeg gestructureerd. Er wordt vaak met organogrammen gezwaaid, maar uiteindelijk functioneert dat niet. Doorgaans bepaalt één iemand wat er gebeurt. Vaak zitten de juiste personen ook niet op de juiste plaats. Neem nu bijvoorbeeld Lokeren, een club die ik zeer goed ken. Daar zit Patrick Orlans op de commerciële stoel, dat werkt kennelijk vrij goed, er is controle van de voorzitter, maar hij heeft een bepaalde vrijheid om zijn ideeën verder uit te bouwen. Maar Orlans is ook directeur van de jeugd. En dan zie je dat die jeugd nu in mekaar aan het stuiken is. Hij gaat de jeugd bij het commerciële betrekken, terwijl het accent toch op het sportieve moet liggen. Dan denk ik: hou bij de samenstelling van een organogram toch rekening met de specifieke competentie van de mensen. Het verbaast me hoe weinig aandacht er nog steeds aan die jeugd gegeven wordt. Terwijl dat toch je goedkoopste spelers zijn. Bij Anderlecht ontdekte men vorig seizoen toevallig de kwaliteit van de jeugd. Nu blijkt er nog meer weelde te zijn, uit het niets is nu de zeventienjarige Vincent Kompany naar het eerste elftal gehaald. Mij verbaast dat niet: in elke jeugdreeks zitten er bij Anderlecht drie, vier jongens die er met kop en schouders bovenuitsteken. Alleen kregen ze geen kans, omdat men steeds weer andere spelers ging halen. Tot men vorig jaar wel móést teruggrijpen naar jongeren. Gelukkig waren ze er klaar voor. Terwijl het niet zo evident is om als jonge kerel onder druk te gaan presteren. Ze hebben bij manier van spreken het vel van de trainer gered. Ik denk dat Hugo Broos zich daar nu heel goed van bewust is. Hij blijft de jeugd kansen geven. En als Anderlecht het voorbeeld stelt op het gebied van de jeugd, dan gaan de anderen volgen. VANHAEZEBROUCK:Dat is helaas zo. Het budget moet naar beneden en wat doen ze? Ze zetten het mes in de jeugd. Lorenzo Staelens is nu bij Moeskroen als jeugdtrainer ontslagen, ik zie hem niet vervangen worden. Wat blijft er dan nog over van de zo geroemde jeugdwerking, van dat met zoveel bombarie boven de doopvont gehouden jeugdcomplex? Germinal Beerschot heeft met Henk Mariman zijn beste man op straat gezet, plots boden ze hem maar een klein contractje meer. Terwijl er in België weinig mensen zijn met zo'n goeie visie op jeugd als Mariman. Het is nu gedaan met de opleiding bij Germinal Beerschot. Als ik zie dat Paul Put bij Lokeren twee spelers bij vraagt terwijl ze vorig jaar al zoveel hebben uittrokken voor de IJslander Baldvinsson, dat zijn toch supplementaire kosten op je budget. Dus gaat men dan oordelen: we gaan elders snoeien. En dat is dan in je organisatie en in dat geval in je opleiding. Dat is volgens mij slecht beleid, dat is een club besturen met kromme lijnen en posten afvoeren omdat er een extra-investering moet worden gedaan. VANHAEZEBROUCK:Dat is natuurlijk belachelijk. Veel beter stel je je de vraag of er goed genoeg met hen gewerkt wordt. Heel belangrijk is dat je jongeren in de eerste plaats opleidt binnen het systeem van de club, dat je ze bijvoorbeeld geregeld laat meetrainen met de A-kern om in een ander ritme te kunnen werken, dat je producten aflevert die klaar zijn. In feite is dat de taak van een technisch directeur: dat hij waakt over de aflossing, dat hij zegt welke spelers er eventueel mogen of zelfs moeten vertrekken omdat er anderen klaarstaan. Alleen: de meeste clubs hebben hier geen technisch directeur. En de trainer is te veel gefocust op resultaten. Maar je moet breder zijn van denken en vooruitkijken. Alleen zijn trainers ook te veel met zichzelf bezig. Want ze willen nog naar Anderlecht of Club Brugge. Dit is een vorm van egoïsme. VANHAEZEBROUCK: Het punt is: clubs zouden ook eens tevreden moeten kunnen zijn met een minder jaar. Als ik hoor dat ze in Lokeren roepen dat ze beter zouden moeten kunnen doen dan vorig jaar, als ze in Moeskroen rondbazuinen dat ze misschien gaan meedoen voor een prijs als ze nu eerst die twee moeilijke jaren doorkomen, dat zijn verhalen die je vijf, zes jaar geleden ook al kon horen. Als de trainer van Germinal Beerschot, Marc Brijs, nu zegt dat zijn club binnen een jaar of drie voor de titel moet kunnen spelen, dan vraag ik me af waar in het Belgische voetbal het realisme zit. Waar zijn we mee bezig, is het een circus aan het worden? Je moet toch de situatie kunnen inschatten. Op wat is zo'n uitspraak als die van de trainer van Germinal Beerschot gestoeld? Tenzij hij de titel in tweede klasse bedoelt. Ik denk in ieder geval niet dat je met zo'n kreet supporters wint, mensen gaan daar toch niet meer in trappen. VANHAEZEBROUCK:Ik denk dat de kloof tussen hen en de andere ploegen nog groter gaat worden. Club Brugge heeft het centrum van zijn verdediging versterkt, met David Rozehnal die normaal met Marek Spilar het hart van de defensie moest vormen. Alleen is Spilar weer geblesseerd. Ik vond Club vorig seizoen achteraan te kwetsbaar. Ik stel bijvoorbeeld vast dat Aimé Anthuenis voor de nationale ploeg Philippe Clement altijd als middenvelder opstelt, terwijl Trond Sollied hem achteraan houdt. Ik heb Clement altijd op zijn best gevonden in het middenveld, zijn gebrek aan snelheid en wendbaarheid valt daar minder op, zijn loop- en recuperatievermogen worden in het middenveld meer in de verf gezet, hij komt vanuit die positie ook gemakkelijker voor de goal. Los daarvan kan Club natuurlijk terugvallen op zijn systeem, op de fysieke kracht en het loopvermogen op het middenveld. Ik heb bovendien het gevoel dat Sollied ieder jaar wel een transfer doet in de eigen ploeg. Vorig seizoen slaagde hij er alsnog in Nastja Ceh in te passen en brak Sandy Martens helemaal door, misschien gebeurt nu wel hetzelfde met Bengt Saeternes. Jammer dat Club nu in de Champions League tegen Borussia Dortmund valt. Dat zal zeer moeilijk worden. Want het Duitse voetbal is ook loopvoetbal en een groot fysiek engagement. Daarmee zal Club Brugge het verschil niet kunnen maken. VANHAEZEBROUCK: Heel belangrijk voor Anderlecht is dat het zijn beide spitsen kon behouden. Want zij zijn vorig seizoen beslissend geweest in de tweede ronde. De toonaangevende factor daarbij was het verplaatsen van Aruna Dindane van de flanken naar het centrum van de aanval. Ik had dat al veel eerder gesignaleerd: Aruna moest veel te ver terugvallen op zijn flank en altijd acties maken van vijftig, zestig meter. Eenmaal hij in de zestien meter kwam, miste hij frisheid om daar nog doelgericht te zijn. Sinds hij in de spits loopt, is zijn actieradius enorm vergroot. Hij mag de flanken opzoeken en komt veel dichter bij de zestien meter in balbezit, waardoor hij in de rug van de verdedigers wordt aangespeeld en met zijn snelheid veel succesvoller is. Als je zo gaat spelen, moet je natuurlijk beschikken over een middenveld dat sterk is, dat loopvermogen heeft. Dat is op een perfecte manier gebeurd. In zoverre dat ook Walter Baseggio zich aanvallend kon uitleven. Je moet alleen afwachten hoe zo'n middenveld op Europees niveau overeind blijft, als er van de spitsen wordt verwacht dat ze mee terugplooien. VANHAEZEBROUCK: Ik stel me daar vragen bij. Ik vind het in ieder geval goed dat Hugo Broos het systeem niet aanpast aan een speler, ik had gevreesd dat Broos ging zoeken naar een manier om Zetterberg in te passen. Hij is na vorig seizoen als trainer duidelijk sterker geworden. Ik hoop alleen maar dat hij ook in een mindere periode aan zijn jeugd vasthoudt. Want gegarandeerd dat de roep om Zetterberg op te stellen dan van bovenaf komt. Zetterberg zelf lijkt die beslissing nu wel te aanvaarden, maar je weet: dat duurt maar zijn tijd. Net zo lang tot het minder draait. VANHAEZEBROUCK:Ik denk dat het voor hen geen gemakkelijk seizoen wordt. Zeker als ze met die 4-4-2 blijven spelen. Met Skoko verliezen ze iemand die over een enorme actieradius beschikt, het is onvoorstelbaar welke afstanden die aflegde, los van de ideeën die van hem kwamen. Nu verlangt men dat Skoko zou worden vervangen door Wamfor of Seyfo, maar dat zijn heel andere types, dat zijn mensen die ballen recupereren. Met Bernd Thijs heb je al zo'n type. Genk heeft op dit moment te veel stofzuigers en te weinig spelbepalers. En vooraan zit je natuurlijk ook met heel andere spitsen. Wesley Sonck was iemand die regelmatig terugviel op het middenveld, die daar een deel van het werk overnam, dat zie ik Kpaka en Roussel niet doen, dat werd van hen in hun club ook niet verlangd. Ik stel me serieuze vragen bij het functioneren van het 4-4-2-systeem van deze ploeg. Ook al omdat ik me afvraag: is Roussel de spits die zo balvast is dat die aansluiting vanuit het middenveld kan gebeuren? VANHAEZEBROUCK: Daar vrees ik voor. Standard verliest met Lukunku een van de beste spitsen die de laatste jaren in België speelde. Ondanks zijn stunteligheid woog hij verschrikkelijk op een verdediging. Ik vraag me af of Kaklamanos en Bangoura complementair zijn, ze opereren graag in het centrum, terwijl ze uiteindelijk toch ook gaan moeten zorgen voor voldoende beweging. Ik denk dat er veel met lange ballen zal worden gewerkt, dat er moet geïnfiltreerd worden en dan hebben ze met Moreira de ideale man om daarin te duiken. Maar Standard heeft vooral te weinig evenwicht. Er is na het vertrek van Soderstrom geen verdedigende middenvelder meer. Als je Okpara daar opstelt, zoals ze kennelijk van plan zijn, zorg je daar al meteen voor onzekerheid. Ook op links is er een probleem. Dat zal naar mijn idee voor onregelmatige prestaties zorgen. Standard is in staat te stunten en met 5-0 van Anderlecht te winnen, maar ze kunnen de week daarop met 3-0 de boot ingaan op Sporting Charleroi. Dan kan je niet meedoen voor de titel. Anderzijds verwacht ik dat Lierse zijn goede prestaties van vorig seizoen gaat bevestigen, de kracht van Emilio Ferrera is dat hij zijn ploeg tactisch heel goed instelt op de tegenstander, dat blijft werken. Lokeren moet ook bij de subtop blijven horen, maar de derde plaats van vorig seizoen zal niet meer haalbaar zijn. VANHAEZEBROUCK: Daar ziet het inderdaad naar uit. Terwijl we best over een behoorlijke ploeg beschikken. Alleen: als je spelers moet inpassen, dan moet je meer matchen plannen. Het zal best zo zijn dat het schema vrij vol zit, maar ik kan me niet voorstellen dat er in Nederland een nieuwe ploeg in mekaar getimmerd wordt zonder dat ze daar in het competitieschema ruimte maken voor vijf, zes oefenwedstrijden. Maar dat heeft te maken met sportcultuur. Als je ziet hoe wij ons op die match in Kroatië hebben voorbereid; ze gaan in Algerije voetballen, een tegenstander die niets voorstelt, ze spelen maar met de zogenaamde gouden driehoek, iedereen is achteraf vol lof. Terwijl ik denk: als je vriendschappelijk tegen Italië uitkomt, dan weet je meteen dat het met de gouden driehoek niet lukt, omdat je meer defensieve kracht nodig hebt. Als je dan ook ziet welke fouten er in Kroatië zijn gemaakt tegen de regels van de zoneverdediging, dat is op dat niveau eigenlijk onbegrijpelijk. Plus dat we nog met een ander probleem worstelen: we hebben in dit land te weinig goeie keepers. Op Ronny Gaspercic na dan. Die is met de voeten misschien wel minder dan Geert De Vlieger, maar de centers, die pakt hij wel. En dat heb ik nog altijd liever dan een doelman die in staat is een goeie pass te geven. Maar Gaspercic wordt niet opgeroepen, ze gaan liever met Franky Vandendriessche naar Kroatië. Omdat we in België nog altijd de optiek hebben dat iemand die in zijn club niet speelt, niet thuis hoort in de nationale ploeg. Terwijl er voor de veldspelers dan weer andere regels gelden. Dat kan ik niet goed volgen. Wat merk je bijvoorbeeld ook bij de doelmannen? Jacky Munaron traint de keepers van Anderlecht en de nationale ploeg en heeft goeie contacten met de voormalige Anderlechtkeepers, Frederik Herpoel en De Vlieger. Dat speelt allemaal een rol. Terwijl ik denk: het moet toch gaan om pure kwaliteit. Jacques Sys'De jongeren van Anderlecht hebben bij manier van spreken het vel van de trainer gered.'