Het was in het jaar 1979. Februari had de islamitische revolutie gezien en de aankomst van ayatollah Ruhollah Khomeiny uit zijn Parijse ballingschap in Teheran. De Iraanse revolutie verloor zelfs voor haar sympathisanten haar goedlachse karakter en dook nieuwe, bloedige, stroomversnellingen in. Een van de signalen was de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran door zogenaamde "islamitische studenten", die over 1979-1980 een volle 444 dagen zou duren, en waarbij 52 Amerikanen vastgehouden werden, zogenaamd omdat ze "spionnen" waren. Een mislukte raid met helikopters in de woestijn, gelanceerd door VS-president Jimmy Carter die er bekaaid afkwam, hielp de zaak niet oplossen, en ook diplomatieke initiatieven van alle kanten konden niet baten: het bleek onmogelijk de gegijzelde Amerikanen vrij te krijgen voor de presidentsverkiezingen. Zodat Carter zijn tweede ambtstermijn misliep, en Ronald Reagan president werd.
...

Het was in het jaar 1979. Februari had de islamitische revolutie gezien en de aankomst van ayatollah Ruhollah Khomeiny uit zijn Parijse ballingschap in Teheran. De Iraanse revolutie verloor zelfs voor haar sympathisanten haar goedlachse karakter en dook nieuwe, bloedige, stroomversnellingen in. Een van de signalen was de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran door zogenaamde "islamitische studenten", die over 1979-1980 een volle 444 dagen zou duren, en waarbij 52 Amerikanen vastgehouden werden, zogenaamd omdat ze "spionnen" waren. Een mislukte raid met helikopters in de woestijn, gelanceerd door VS-president Jimmy Carter die er bekaaid afkwam, hielp de zaak niet oplossen, en ook diplomatieke initiatieven van alle kanten konden niet baten: het bleek onmogelijk de gegijzelde Amerikanen vrij te krijgen voor de presidentsverkiezingen. Zodat Carter zijn tweede ambtstermijn misliep, en Ronald Reagan president werd. Sindsdien is er, op het officiële vlak dan toch, niets mogelijk geweest tussen Washington en het Teheran van deayatollahs - officieus, is een andere zaak. Het land werd, met Libië en later Irak, in de hoek van de internationale paria's geduwd, afgesneden, afgezonderd, gemeden door heel de "weldenkende" wereld. Europa lag niet helemaal op dezelfde lijn als de Verenigde Staten in deze - onder meer de Britten moesten in het Iraanse oliewezen aanwezig kunnen blijven -, maar het hield toch ook een strakke lijn aan van een voorzichtige kritische dialoog en nauwelijks meer dan dat. De affaire Salman Rushdie, de schrijver die ter dood veroordeeld was voor zijn roman "The Satanic Verses" door een fatwa van Khomeiny die zogenaamd niet herroepen kan worden, hielp de betrekkingen niet vooruit. Ondertussen zijn de jaren voorbijgegaan. Twee zeer bloedige Golfoorlogen werden uitgevochten. Mensen die aanvankelijk dachten dat het revolutionaire islamitische regime in Iran na een tijdje in elkaar zou stuiken, zijn ondertussen oud geworden en het regime staat er nog steeds. En 55 procent van de hedendaagse Iraniërs zijn minder dan twintig jaar. Voor hen is de sjah een figuur uit een sprookje, en het islamitische regime het enige dat zij ooit gekend hebben. REFORMISTEN AAN ZETDat neemt niet weg dat het rijk van de mollahs ook voor de jonge Iraniërs, evengoed als voor de ouderen, de vrouwen, de intellectuelen, de modernen in het algemeen, een verstikkend regime is dat aan elkaar hangt van de corruptie en de kleingeestige verbodsbepalingen waartegen al lang onderhuids afkeer en verzet groeiende was. Nog steeds worden vrouwen verplicht de grote zwarte tsjador te dragen, wat niet verward moet worden met de essentie van het regime, maar er toch een veeg teken voor is. Vanwege de ondoorzichtigheid van de huishouding in Teheran is het altijd moeilijk gebleven de manoeuvres van de elkaar bestrijdende, rivaliserende kampen te interpreteren. Er waren "progressieve" en "conservatieve" mollahs, "reformisten" en "reactionairen", en wat niet al. Maar de bezetting van de verschillende kampen wou wel eens wisselen, en hoe progressief zo'n "reformist" dan wel was, moest elke keer nog blijken - en meestal viel dat tegen. Zodat de verkiezing, op 23 mei 1997, van de "reformist" Mohammed Khatami tot president van de republiek, voor de buitenwereld bijna als een volledige verrassing kwam - en alom als een zeer hoopvol teken geïnterpreteerd werd. Alleen heeft een president in Iran niet bijzonder veel te zeggen. Het echte gezag wordt er uitgeoefend door de opvolger van ayatollah Khomeiny, altijd een rabiate conservatief, een post die al jaren bezet wordt door ayatollah Ali Khamenei. Onmiddellijk na de verkiezing van Khatami vorig jaar brak dan ook op alle fronten de strijd los, die slechts af en toe voor buitenstaanders zichtbaar wordt, als hij ergens tot aan de oppervlakte opborrelt. In grote lijnen gaat het om de moderne tijd. De reformisten willen meer oog voor vrijheid en sociale noden van de bevolking, willen de dictatuur en de willekeur aan banden leggen van de "revolutionaire wachters", die de bevolking nog steeds tiranniseren, en willen het land weer openen voor de wereld - en dan meer speciaal voor het Westen en de VS. De conservatieven wilden tot voor kort van dit alles niet weten, en bleven de VS als "de grote Satan" betitelen. Afgesloten van de westerse invloed, moest Iran in hun ogen de leiding hebben van een in en op zichzelf evoluerend islamitisch blok. President Khatami begon voorzichtig. Nadat Iran een klinkende diplomatieke overwinning op zak had gestoken door op een topvergadering van de Organisatie van Islamitische Staten in Teheran al wat telt te mogen begroeten, met inbegrip van een vertegenwoordiger van Saudi-Arabië, was hij eerder dit jaar al zo ver dat hij publiek verklaarde dat zijn land klaar was voor vrede en vriendschap met het Amerikaanse volk. Toen de regering-Clinton daar voorzichtig maar toch positief op reageerde, kon men zeggen dat de weg vrij lag voor een mogelijke grote dooi van het Iraans islamitische pakijs. Hoewel de strijd tussen reformisten en conservatieven in Iran zelf verre van beslecht was. Momenteel is het zelfs niet duidelijk wie er hoeveel punten op de andere voor staat. Toen op 21 juni de majlis, het door conservatieve mollahs beheerste parlement, de reformistische minister van Binnenlandse Zaken Abdullah Nuri, een vertrouweling van Kathami, wegstemde wegens "verstoring van de openbare orde" (met 137 stemmen tegen 117 en elf onthoudingen), leek de regering in een eerste fase zeer verzwakt, aangezien Nuri de rechterhand van de president was. Maar Khatami sloeg snel terug. Hij verklaarde: "de aanwezigheid en de inzichten van de heer Nuri zijn zeer belangrijk voor ons, en zijn afwezigheid in het kabinet zou schadelijk zijn voor het land en voor de regering". Khatami maakte van Nuri eigenhandig een vice-president, via een benoeming die niet langs het parlement moet passeren. VOETBAL IS PROGRESSIEFWie wint er in deze schermutseling? Nuri niet, zeggen waarnemers, wantvice-presidenten zijn er al te veel, en ze hebben niet veel te zeggen. Khatami waarschijnlijk ook niet, want door het vertrek van Nuri uit zijn regering, is die verzwakt. Wellicht kan het tempo van de politieke hervormingen hierdoor vertraagd worden, en halen de conservatieven zo toch een slag thuis. Anderzijds is er het voetbal. Voetbal is een populaire sport in Iran, dat was al zo sinds de Tweede Wereldoorlog of nog vroeger. Bovendien is voetbal een moderne, een progressieve sport. Een stadssport, die door elegante jongelui gespeeld wordt met Nike-schoenen aan, op groen gras in stadions. De andere, meer traditionele Iraanse sport, het worstelen, is meer iets van het dorp, het platteland, en staat voor conservatisme en al wat ouderwets is. Toen Iran zich op 29 november kwalificeerde voor de wereldbeker kwamen er in Teheran meer dan twee miljoen mensen op straat. Vrouwen dansten, zonder tsjador, op de daken van auto's. Drie dagen later forceerden vijfduizend vrouwen in tsjador de poorten van het stadion - waar ze niet binnenmochten - om mee de terugkeer van de nationale ploeg te gaan vieren. Toen dus op zondag 21 juni in Lyon de wereldbekermatch tussen Iran en de Verenigde Staten gespeeld werd, ging het al lang niet meer alleen om voetbal. Bill Clinton bemoeide er zich mee, na buitenlandminister Madeleine Albright, met de herhaalde boodschap dat de tijd daar was voor een ander soort relatie tussen Iran en de VS. Mohammed Khatami bleef niet achter, en wenste vriendschap en goede relaties met de Amerikanen. De Iraanse (vogelvrije) oppositie van de Moedjahedin Khalq was daar, met spandoeken voor hun leider Radjavi. En toen de Iraanse ploeg de wedstrijd wist te winnen (met 2-1), tegen de wel baarlijke Satan, was dat misschien het eerste echte moment van verzoening tussen de islamitische republiek en het zo verafschuwde Westen. De euforie ging zover dat men kon zien hoe Iraniërs uit Iran in Lyon verbroederden met Iraniërs uit Frankrijk; de gehate ongelovigen en opposanten samen met het islamitische volkje, waarschijnlijk zelfs wijn drinkend, en dansend zonder tsjador. Nu ja, aangezien dansen met tsjador ook wel verboden zal zijn... Een week of wat later liet een woordvoerder van het conservatieve kamp in Teheran de wereld weten dat ook de behoudende fractie van de mollahs nu voor een toenadering met de Verenigde Staten gewonnen is. De oorlog is nog niet voorbij, het komt er nu op aan hem goed te voeren.Sus van Elzen