John Hume, Nobelprijswinnaar voor de Vrede, is geschift. Een stelling die wordt verdedigd door vele Noord-Ieren. Door de radicale katholieken bijvoorbeeld, en de radicale protestanten. Plus de gematigde protestanten. Kortom: alle Noord-Ieren behalve de gematigde katholieken. Nu goed, zij allen zijn betrokken partij, hou nooit rekening met de mening van betrokken partijen. Hoewel men op het eerste gezicht zou kunnen denken dat die het best van de feiten op de hoogte zijn. Niet waar.
...

John Hume, Nobelprijswinnaar voor de Vrede, is geschift. Een stelling die wordt verdedigd door vele Noord-Ieren. Door de radicale katholieken bijvoorbeeld, en de radicale protestanten. Plus de gematigde protestanten. Kortom: alle Noord-Ieren behalve de gematigde katholieken. Nu goed, zij allen zijn betrokken partij, hou nooit rekening met de mening van betrokken partijen. Hoewel men op het eerste gezicht zou kunnen denken dat die het best van de feiten op de hoogte zijn. Niet waar. Dat John Hume ze niet op een rijtje heeft, maken wij op uit een betere bron. Namelijk het hilarische vraaggesprek dat hem eind oktober werd afgenomen door onze chef-Europa Paul Goossens. Kent u iemand die boos van een interview wegloopt na de vraag: "Hoe bent u tot dat inzicht gekomen?" Hume! En dat noemt zich een "gematigde" katholiek. Kan je nagaan wat dat zootje rond Gerry Adams moet zijn. Die blazen meteen het hele lokaal de lucht in. Zelf hebben wij vaak mensen van een interview weten weglopen. Dit na suggestieve opmerkingen als: "Gij liegt." Of: "Hebt gij dat geld achterover gedrukt?" Maar nooit na: "Hoe bent u tot dat inzicht gekomen?" Onze chef-Wetstraat heeft het één keer meegemaakt, toen hij een populaire liberaal met één hand over de tafel had getrokken en hem, met de andere vuist dreigend onder de neus zwaaiend, toesnauwde: "Hoe zijt gij tot dat inzicht gekomen?" Ook die liep weg, zij het meer uit schrik dan uit boosheid. Wat ging er vooraf aan de vraag van Goossens? Wij citeren, aan het woord is Hume: "Ik ben tegen geweld. Wie opkomt voor mensenrechten, kan geen methodes gebruiken die er een negatie van zijn. Geweld voedt alleen wraakgevoelens en diept de breuk in een bevolking steeds verder uit." Toen kwam Goossens: "Hoe bent u tot dat inzicht gekomen?" Waarna Hume vertoornd rechtveerde, uitriep dat hij deze vraag niet accepteerde, en een einde maakte aan het gesprek. Tot hij zich een tel later bedacht, terug ging zitten en antwoordde: "Het is toch de evidentie zelf dat geweld problemen alleen maar groter maakt." Haha, en dat is de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. Waren wij van Goossens, wij hadden doorgeboord: "Hoezo, de evidentie zelf? Wie beweert dat? Hoe komt u tot dat inzicht?" Was gegarandeerd weer weggelopen, Hume. Maar Goossens, die pas tekst had voor drie kolommen en er in totaal twaalf moest vullen, begon platte broodjes te bakken. Dat het zo erg was dat protestanten van rede noch vrede willen weten. En dat ook België kampt met extremisten. "Ge moest eens weten, mijnheer Hume, wat voor janhagel er in de jaren zestig onze jeugd heeft opgeruid." De rest van de ondervraging werd gereduceerd tot: "Heeft het verenigd Europa u geholpen in uw opdracht?" En : "Is het vredesproces nu onomkeerbaar?" Op het einde van het artikel vertelt Goossens hoe Hume hem na het gesprek achterna gerend kwam, om zijn excuses aan te bieden voor het incident. Hij was wat overspannen de jongste tijd. Compleet kierewiet, ziedaar het inzicht waartoe wij zijn gekomen.Wat zou die Hume wel niet gedacht hebben, mocht hij geen tolerant persoon als Goossens, maar iemand van de harde lijn als onze chef-justitie tegenover zich hebben gehad? Die stelt andere vragen, nietwaar. Van het hele Octopusakkoord begrijpen wij geen lor, van de wet Franchimont nog minder, en van de organisatie van openbaar ministerie en parket helemààl niets. Dat belet ons niet te genieten van de interviews, waarin onze chef-justitie in de clinch gaat met de meest deskundige experts van het gerecht. We praten dan uiteraard niet over Renaat Landuyt of professor De Ruyver, maar over de voorzitter van het Hof van Cassatie en de minister van Justitie. Niet de vorige, maar de huidige: Van Parys. Een beetje aanmatigende naam voor iemand van Gent, maar kom, Tony Van Gent zou dan weer te veel aan onze gevleugelde vriend Jan doen denken. Als deze specialisten Frank De Moor op visite krijgen, wil die niet weten hoe ze tot wat voor inzicht ook zijn gekomen, maar wel, bijvoorbeeld: "De magistraat die van het parket-generaal naar het parket bij de rechtbank van eerste aanleg verhuist en er teamleider wordt, zal daar moeten werken onder de leiding van een procureur des Konings. Die tot op heden misschien zelf onder het gezag van die magistraat werkt. Als dat niet voor wrijvingen en afrekeningen zorgt..."Eerlijk waar, daar hadden wij nooit bij stilgestaan. En Van Parys duidelijk ook niet, getuige zijn repliek: "Wij hadden wellicht beter andere titels en graden ingevoerd?" Let wel, dit is niet langer een antwoord, maar een vraag. Nee, een kreet om hulp. De Moor blijft er doof voor en haalt opnieuw uit: "Door de ontmanteling van de parketten-generaal verdwijnt de tweede lezing van de dossiers, die door rechtbanken van eerste aanleg naar de hoven van beroep worden doorgestuurd. Is het niet gevaarlijk die garantie op te doeken?"Van Parys, op de rand van de knock-out: "Zouden we dat niet kunnen opvangen door de poolvorming van de parketten van eerste aanleg?" De Moor, stilaan boos om zoveel onkunde: "Maar nee, boerke. Ge vergeet dat de parketten-generaal geen toezicht op de parketten kunnen uitoefenen als ze zich niet mogen bezighouden met de individuele opvolging van de dossiers." Men moet dit alles zelf niet begrijpen, om te beseffen dat Van Parys als een schooljongen om de oren wordt geslagen. Het enige dat wij deze dilettant kunnen aanraden is dit: benoem onze chef-justitie in de nieuwe Hoge Raad voor de Justitie. De minister zegt zelf: "Ik zou in de Hoge Raad graag mensen zien die niet alleen juridische, maar ook groot-menselijke talenten bezitten. Zowel de Hoge Raad als de magistratuur hebben behoefte aan sterke persoonlijkheden." Wel dan. De Moor zetelt in die Hoge Raad, dat is bij deze beslist. En ondergetekende zal meekomen. Dan zijn meteen de twee uitersten van het groot-menselijke spectrum vertegenwoordigd. Eerste punt op de agenda: de zaak van de staat tegen graaf Lippens. Koen Meulenaere