Zandwijk roept u op om niet voor Europa maar voor de eigen stad theater te maken. Heeft ze daar geen punt?

JOHAN SIMONS: De oprichting van een groot Europees theater betekent toch niet dat ik enkel theater in immense zalen voor massa's toeschouwers zal maken?
...

JOHAN SIMONS: De oprichting van een groot Europees theater betekent toch niet dat ik enkel theater in immense zalen voor massa's toeschouwers zal maken? SIMONS: Ik wil meer vuur brengen in het Nederlandse en Vlaamse theater. In België is het nog niet zó erg, maar in Nederland is het cultuurleven een dooie boel geworden, deels door het terugschroeven van de subsidies. Daar wil ik verandering in brengen. In Duitsland (Simons is nog tot 2015 artistiek leider van de Münchner Kammerspiele, nvdr.) leerde ik dat je vanuit een machtspositie invloed kunt uitoefenen op de politiek. Wel, ik wil mijn macht gebruiken om het theater op te waarderen. Niet omdat ik een machtswellusteling ben, maar omdat ik de leeftijd (67) heb bereikt om de weg te banen voor een jonge generatie die nu onder de voet gelopen wordt. Mijn Europese netwerk stel ik hun ter beschikking. Op dit moment bereid ik mijn artistiek leiderschap bij NTGent (vanaf 2015) voor en mijn werk als intendant van de Ruhrtriennale (van 2015 tot 2017). Daardoor heb ik een haarfijn overzicht van waar de kwaliteit zit. In Vlaanderen, ja! Nederland heeft amper iets te bieden. Alleen Toneelgroep Amsterdam houdt stand, en dat wordt dan ook nog eens geleid door de Vlaming Ivo Van Hove. Een deel van het probleem ligt ook, deels, bij de opleidingen. Daarom wil ik de meest getalenteerde afgestudeerden onderbrengen in dat grote Europese theater. SIMONS: We gaan de boel ook niet administratief samengooien. Dat zou pas dom zijn. We - dat zijn in eerste instantie NTGent, de Rotterdamse Schouwburg (die mogelijk fuseert met het Ro Theater, nvdr.) en het Thalia Theater van Hamburg waar Luk Perceval huisregisseur is - willen een intense samenwerking en uitwisseling aangaan. Binnen die structuur wil ik jonge mensen drie jaar in dienst nemen en hen de mogelijkheid geven om veel en in andere talen te spelen. Ik geloof écht dat dit de toekomst is: spelen in de verschillende, mooie Europese talen zodat je grotere tournees kunt maken, meer aanzien krijgt én daardoor meer subsidies kunt afdwingen. SIMONS: Helemaal niet! In Nederland zijn ze echt bang, terwijl er niets te vrezen valt. In 2015 open ik de Ruhrtriennale alvast met Accatone, naar de eerste zwart-witfilm van Pier Paolo Pasolini uit 1961, met muziek van Bach. Het wordt een samenwerking met NTGent en Collegium Vocale. Na de Ruhrtriennale spelen we in de haven van Gent en hopelijk een jaar later in die van Rotterdam. Qua lokale inbedding kan dat tellen. Dat is het begin. Zowel in Rotterdam, Hamburg als in Gent zal het theater het kloppende hart van de stad zijn waar altijd wat te beleven valt. Els Van Steenberghe