De farmaciereus SmithKline Beecham zet geld op een biotechnologische toekomst.
...

De farmaciereus SmithKline Beecham zet geld op een biotechnologische toekomst.Biotechnologie zou dé industrie van de jaren negentig worden, maar vroege investeerders zullen zich hun hoogmoed beklaagd hebben. Tussen 1991 en 1994 tuimelden de aandelen van biotechnologiebedrijven tot gemiddeld een derde van hun topwaarde. Paradepaardjes uit de sector, zoals Centocor en Synergen, zagen hun aandelen verschrompelen tot een fractie van wat ze waard waren op het hoogtepunt van de hype. Maar het tij is aan het keren. Sinds 1995 kruipen de aandelen van biotechnologiebedrijven uit het dal. Ze zijn ondertussen gemiddeld verdubbeld in waarde. Farmaciereuzen kopen zich aan versneld tempo in de sector in. De kaarten van de toekomst worden geschud. Voor doctor Jean-Pierre Garnier, voorzitter van de afdeling Farmaceutica van de reus SmithKline Beecham (SB), die als eerste traditioneel farmaceutisch bedrijf zwaar in biotechnologie begon te investeren, moet de toepassing van genetisch onderzoek niet alleen tot een moderne vorm van genezing leiden, maar ook tot het leefbaar blijven van de industrie : ?Onze markt in het Westen groeit niet meer. De prijzen van onze producten vallen onder druk van de concurrentie. Het verlies van patentbescherming doet ons inkomen met tweederde dalen. De kosten voor onderzoek en ontwikkeling zijn per product opgelopen tot 400 miljoen dollar. Om de leemte op te vullen, moet een bedrijf per jaar twee nieuwe middelen op de markt brengen. Dat wordt niet gehaald.? Het roer moet dus drastisch worden omgegooid. Twee nieuwe tendensen dienen zich aan. Steeds grotere fusies tussen bedrijven om de risico's te spreiden. En zware investeringen in nieuwe technologieën die de afgeroomde markt van de klassieke middelen moeten vervangen. ?Biotechnologie heeft verschillende voordelen,? zegt Garnier. ?We kunnen veel sneller geschikte doelwitten voor een behandeling opsporen en evalueren. We bepalen de sequentie van de genetische code en zoeken naar de functie van de eiwitten die we zo ontdekken. Door middel van bio-informatica slaan we de brug tussen structuur en functie. Zo hopen we onder meer de tijd tussen de ontdekking en de commercialisering van een middel met vier jaar te drukken.? ACHTER DE COMPUTERHet bedrijf huurt de beste wetenschappers in om het moderne onderzoek te stroomlijnen. Zo bijvoorbeeld doctor Peter Goodfellow, die wetenschappelijke vermaardheid verwierf door een gen te identificeren en te klonen dat van een vrouwtjesmuis een mannetje kon maken. Goodfellow ruilde vorig jaar zijn academische plunje voor een industriejasje. ?We denken dat de code van het menselijk genetisch materiaal tegen het jaar 2000 volledig in kaart zal zijn gebracht,? vertelt hij. ?Tegen het jaar 2030 zal iedereen zijn persoonlijke genetische code kennen. Dat zal een revolutie in de geneeskunde betekenen. De mensen zullen van tevoren weten waarvoor ze moeten opletten, wat een enorme impuls aan de preventieve geneeskunde zal geven en een beduidende besparing in de kosten van de gezondheidszorg zal opleveren. Verder zal er een echte klantgerichte geneeskunde ontstaan, met een brede waaier van beschikbare middelen. Meer ziekten zullen met geneesmiddelen behandeld kunnen worden : een nieuwe besparing op de budgetten van de gezondheidszorg, omdat er veel minder operaties en hospitalisaties nodig zullen zijn.? Goodfellow voorspelt het einde van het tijdperk van de bioloog. De geneesmiddelenfabrikant van morgen zal achter een computer zitten, waar hij het effect zal simuleren van nieuwe middelen op eiwitten die de genetische informatie beschikbaar stelt. SmithKline Beecham vermoedt dat de eerste ziekte die ze op deze manier zal kunnen aanpakken, osteoporose is : het verlies van beenmassa door vooral oudere vrouwen. Het bedrijf startte een programma om de ontdekking van het enzym cathepsin K, dat een rol speelt bij het botverlies, in een geneesmiddel te gieten. Het is niet bekend wanneer er resultaat zal zijn.