Die drie groepen zijn samen misschien niet zo heel groot, maar daarbij komen nog heel 'normale' jongeren met allerlei aanpassingsproblemen. Zo zijn er prille tieners voor wie alleen al de overgang van de lagere naar de middelbare school een enorme stap is. Hellinckx: 'Ze komen in een ander milieu terecht, verliezen een aantal vrienden en kunnen niet langer op één vertrouwde leerkracht terugvallen. Sommigen kunnen dat niet aan.' En er zijn nog meer stressfactoren in het leven van jonge mensen, zoals constant kibbelende ouders of een liefje dat het uitmaakt. Sommige dingen lijken heel banaal, maar zijn ontzettend belangrijk voor een adolescent. De één komt dat te boven, de ander niet. Alles hangt natuurlijk van de weerbaarheid van de jongere af.
...

Die drie groepen zijn samen misschien niet zo heel groot, maar daarbij komen nog heel 'normale' jongeren met allerlei aanpassingsproblemen. Zo zijn er prille tieners voor wie alleen al de overgang van de lagere naar de middelbare school een enorme stap is. Hellinckx: 'Ze komen in een ander milieu terecht, verliezen een aantal vrienden en kunnen niet langer op één vertrouwde leerkracht terugvallen. Sommigen kunnen dat niet aan.' En er zijn nog meer stressfactoren in het leven van jonge mensen, zoals constant kibbelende ouders of een liefje dat het uitmaakt. Sommige dingen lijken heel banaal, maar zijn ontzettend belangrijk voor een adolescent. De één komt dat te boven, de ander niet. Alles hangt natuurlijk van de weerbaarheid van de jongere af.'Er is dus een groep die het cognitief moeilijk heeft, een groep met emotionele problemen, een groep met gedragsstoornissen en dan nog de hele rist stressfactoren', zegt Hellinckx. 'Daarnaast zijn er nog jongeren die zonder specifieke aanleiding gedemotiveerd raken en afhaken. Als we dat allemaal optellen, moeten we haast besluiten dat het aantal uitvallers nog meevalt.'Bovendien vinden veel jongeren een goed rapport gewoon niet cool. De slimste van de klas is nog steeds niet de populairste. 'Dat valt bijvoorbeeld op in het TV1-programma Herexamen', aldus Hellinckx. 'Daarin zitten week na week bekende mensen _ identificatiemodellen _ en de meesten beweren dat ze vroeger niet graag naar school gingen of ze hebben hun studie niet afgemaakt. Velen vinden uitgaan en plezier maken een stuk interessanter dan de school.' KLAAR VOOR DE RATRACEDrop-outs of uitvallers hebben meestal al een hele lijdensweg achter de rug voor ze uiteindelijk het onderwijs de rug toekeren. Uit een onderzoek onder leiding van professor Jan Van Damme (KUL) bij 6400 leerlingen uit het middelbaar onderwijs is gebleken dat een derde van de jongeren één of verschillende keren een jaar moet overdoen. 34 procent verandert minstens één keer van onderwijsvorm, meestal omdat ze een B- of C-attest hebben gekregen. Velen komen in het zogenaamde watervalsysteem terecht: ze beginnen in het eerste jaar van het algemeen secundair onderwijs (ASO), komen na wat gesukkel in technisch onderwijs (TSO) terecht en eindigen ten slotte vaak met een heel negatief zelfbeeld in een beroepsopleiding (BSO). 'Het ASO staat bij ouders om prestigeredenen nog steeds bovenaan het verlanglijstje', zegt Wilfried Van Keymeulen, directeur van het Gentse Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Maar lang niet iedereen kan een ASO-richting aan. 'We zijn allemaal gelijkwaardig, maar we zijn niet allemaal intellectueel gelijk', zegt Hellinckx. 'We mogen niet altijd alles willen remediëren of gelijk maken. Het schoolse proces is voor een aantal jongeren gewoon te zwaar.' Als een scholier zijn ouders of zelfs zijn leerkracht vertelt dat hij de leerstof niet aankan, wordt die uitleg vaak niet aanvaard. 'Doe maar beter je best!', luidt het dan. En dat blijkt niet altijd goede raad te zijn. Kinderen ervaren vanaf de lagere school al heel wat druk om goed te presteren, en dat kan een omgekeerd effect hebben. Veel ouders hebben een ideaalbeeld van hoe hun kind moet zijn, en daarmee bezorgen sommigen hun kroost een hoop ellende. Maar eigenlijk willen de meesten gewoon het allerbeste voor hun eigen kind. Hellinckx: 'Ouders zijn vaak bang dat hun kind later niet mee zal kunnen in de ratrace. De vraag is echter: help je een kind wel door het zo op te voeden dat het zich in de zich ontwikkelende maatschappij zal kunnen handhaven? Moeten we al vroeg druk op een kind uitoefenen of vormen we beter rustige, gewapende mensen?' Druk is er sowieso, want ondanks alles wordt een scholier vandaag nog te vaak tot punten herleid. Hellinckx: 'Dat is goed bedoeld, want iedereen wil dat zijn zoon of dochter het zo ver mogelijk schopt. Ik heb veel ouders over de vloer gehad die vonden dat hun zoon of dochter niet genoeg leerde. Wij raden hen dan aan om de talenten van die kinderen te zoeken en dáár belang aan te hechten. Je moet de eigenheid van je kind respecteren vanaf het moment dat het een kleuter is.'Toch duurt het vaak jaren voor ouders inzien dat hun tiener in een andere studierichting beter op zijn plaats zou zijn. 'Niet ouders zijn in de eerste plaats de oorzaak van het watervalsysteem, maar wel de maatschappelijke en economische druk die steeds meer verkondigt dat hoe hoger en hoe meer diploma's een student behaalt, hoe meer kans op werk en slagen in het leven hij heeft', zegt Trees Gilles, secretaris-generaal van de Vlaamse Confederatie van Ouders en Ouderverenigingen (VCOV). 'Sensibilisering en vorming van ouders over mogelijkheden in TSO en BSO kan hen bevrijden van de stigmatisering van die onderwijsvormen, die meestal gebaseerd is op persoonlijke beeldvorming in hun jeugdjaren.' Veel ellende kan dus voorkomen worden door een twaalfjarige in de juiste studierichting te laten starten. 'Het is dan ook hoog tijd dat er werk wordt gemaakt van de herwaardering van TSO door het clausulesysteem te herzien', aldus Van Keymeulen. 'Uit het TSO zouden op zijn minst de zogenaamde harde richtingen, zoals informatica en industriële wetenschappen, gelicht moeten worden om in een nevenvorm in het ASO te worden opgenomen.' Het BSO is volgens Van Keymeulen al een goede weg ingeslagen met de uitbouw van een modulair systeem. Daarbij kiest elke jongere voor één of meer modules. Na elke module die hij met vrucht beëindigt, krijgt hij een certificaat. Die certificaten kunnen na de opleiding voor een getuigschrift of diploma worden ingeruild.KENNEN EN KUNNENNa jaren van prestatiedruk, het uitproberen van verschillende studierichtingen en een opeenstapeling van mislukkingen, rest er vaak niet veel meer van de motivatie en het zelfbeeld van een scholier. Dus wordt hij schoolmoe. Tegen het laatste jaar van de middelbare school hebben velen afgeleerd om te leren. Dat betekent dus dat het onderwijs de interesse van een ruime groep scholieren niet meer weet op te wekken. 'Onze onderwijscultuur is meestal nog steeds geen goed voorbeeld van een motiverend, uitnodigend, leergierig en kindvriendelijk leefklimaat', aldus Gilles.Leerkrachten weten vaak ook niet hoe ze met het thuisfront en de achtergrond van hun leerlingen moeten omgaan. En dát moet in de lerarenopleiding dringend aangepakt worden. Daar ligt de nadruk immers nog steeds op de vakkennis van de leraar en minder op het opbouwen van een relatie met de leerlingen. Dat is meteen een van de redenen waarom veel leraars uitgeblust raken: terwijl zij ouder worden en steeds meer weten, blijven hun leerlingen steeds op hetzelfde niveau hangen. De relatie met die leerlingen ontglipt hen en ze voelen zich voor de klas steeds machtelozer. Doordat ze tijdens hun opleiding zelf altijd op hun kennen en kunnen zijn beoordeeld, zullen ze als leraar ook op de kennis van de leerstof focussen. Scholen kijken dan ook te veel naar wat kinderen en jongeren (nog) niet kennen of kunnen, en niet naar wat ze juist wél goed doen. Uit onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat klassenraden veel tijd besteden aan het opsommen van negatieve dingen en erg weinig aandacht hebben voor wat een kind wél goed doet.En ook dat werkt schoolmoeheid in de hand: jongeren die de leerstof zo al moeilijk kunnen verwerken, krijgen amper schouderklopjes en raken ontmoedigd. 'Ik ben dan ook een hevig voorstander van onderwijs op maat van elk kind', zegt de Gentse schepen van Onderwijs Freya Van den Bossche (SP.A.). 'Lespakketten worden daarbij samengesteld op basis van de sterktes en zwaktes van de leerlingen. En de deliberaties moeten daarmee in overeenstemming zijn. Lessen op maat stimuleren het leerplezier en verkleinen de kans op schoolmoeheid.'Minder schoolmoeheid betekent ook een grotere kans op een diploma. En dát is nog steeds het doel van de meeste scholieren, of ze nu graag naar school gaan of niet. 'Haast alle jongeren zien het nut van een diploma in bij de start van hun secundaire loopbaan', zegt Van Keymeulen. Het belang daarvan is hen dan ook met de paplepel ingegeven. Een A2-diploma is zeer belangrijk en gegeerd in deze samenleving: het is de sleutel tot vervolgstudies en sociale promotie.EEN TWEEDE KANSAls jongeren dan 'eindelijk' van de school af zijn, rest hen vaak maar één alternatief: een opleiding volgen. Sommigen proberen via een andere weg toch nog een diploma te behalen, anderen laten zich op de werkvloer of door de VDAB opleiden. Veel uitvallers zien de noodzaak van vorming pas in nadat ze een tijdje hebben gewerkt en beseffen dat ze zonder diploma niet bepaald de leukste jobs krijgen. Een maandje bandwerk in een autofabriek blijkt vaak motiverender dan veel Vlaamse leerkrachten. Het aandeel van jongeren neemt dan ook toe in het tweedekansonderwijs. Steeds vaker komen ze rechtstreeks van de schoolbanken op advies of onder druk van de school, hun ouders of een CLB. Hun belangrijkste motivatie is zo snel mogelijk een A2-diploma behalen. Vaak is de opleidingsvorm bijkomstig. De meerderheid heeft geen specifieke job of opleiding voor ogen. Hebben ze dat wel, dan is er vaak een groot verschil tussen wat ze willen en wat ze kunnen.Organisatoren van tweedekansonderwijs moeten er wel rekening mee houden dat hun 'leerlingen' helemaal niet graag op de schoolbanken zitten, ondanks hun gedrevenheid om een diploma in de wacht te slepen. 'Een eerste voorwaarde om er iets aan te doen, is dat ze graag naar de les komen', zegt Vera Lapeere van het Tweedekansonderwijs Mechelen. 'Sommigen hebben immers een spijbelverleden, en in het volwassenenonderwijs zijn ze vrijer dan in het gewone onderwijs. We merken ook dat de eerste indruk voor hen heel belangrijk is: een leerkracht maakt best een goede entree.' En ze willen vooral ernstig genomen worden.Dat merken ook de medewerkers van het Centrum tot Voorbereiding van de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap (Cevex), een vzw die mensen gratis steunt en begeleidt als ze hun middelbareschooldiploma voor de examencommissie willen behalen. Kandidaten betalen alleen het inschrijvingsgeld voor de examens, de kosten van de gefotokopieerde cursussen en hun vervoerskosten naar de examens in Brussel. En dat maakt Cevex uniek. Er bestaan in Vlaanderen wel andere initiatieven en ook privéscholen die mensen snel aan een diploma willen helpen, maar die zijn er door de hoge kostprijs meestal alleen voor de happy few of bieden de zo noodzakelijke persoonlijke begeleiding niet. 'Cevex houdt de drempel zo laag mogelijk, ook financieel. Wij doen eigenlijk alles wat niet studeren is, dat moeten de kandidaten zelf doen. Zo willen we iedereen die buiten de boot valt een kans geven', zegt Ruben Degryse (21) van Cevex. 'Ik hang zelf veel aan de telefoon om kandidaten gerust te stellen en hen te coachen.' Cevex staat voor iedereen open. De enige vereiste is dat de kandidaat minstens achttien jaar oud is. 'We willen de scholen immers niet beconcurreren. Alleen als een school of CLB ons officieel vraagt om een minderjarige leerling te begeleiden, gaan we daarop in. Meestal in het geval dat een school alle mogelijkheden heeft uitgeput om een leerling op te leiden', aldus Degryse. Willens nillens is Cevex echter toch een concurrent van de middelbare scholen. Jongeren die al jaren schoolmoe zijn of een jaar moeten overdoen, vinden het immers veel aantrekkelijker om in heel korte tijd een diploma te behalen zonder nog een klaslokaal aan de binnenkant te moeten zien. Degryse: 'Jonge mensen van 18 of 19 jaar zijn over het algemeen het minst gemotiveerd. Dat is ook logisch. Iemand die al jaren heeft gewerkt en de inspanning wil leveren om een diploma te behalen, heeft daar meestal een heel goede reden voor. Maar jongeren _ ik noem ze speeljongetjes _ denken vaak: waarom zou ik het niet eens proberen? Maar ze willen zich er niet te veel voor inspannen. Ze zien het als een makkelijke kans. Op het moment dat ze merken dat het echt wel zwaar is, haken velen af.' Volgens Degryse is boosheid vaak een belangrijke drijfveer voor jonge kandidaten: velen zijn kwaad omdat ze uit de onderwijsboot zijn gevallen. Anderen worden door ma en pa nog maar eens richting diploma geduwd. 'Het komt inderdaad voor dat iemand hier met zijn ouders komt aankloppen. Maar die hebben het meestal heel moeilijk om het studeren vol te houden, omdat ze niet echt gemotiveerd zijn.' AAN DE SLAGCevex biedt geen tweedekansonderwijs, ze helpen hun kandidaten alleen om door de examens te raken. 'Als je echt kennis wil opdoen en een degelijke onderbouw wil hebben, raden wij toch dagonderwijs aan. Dat duurt natuurlijk veel langer en is veel arbeidsintensiever, maar voor sommigen is het een betere optie', zegt Degryse. Daarom wil hij bij een intake-gesprek altijd weten waaróm iemand naar de examencommissie stapt. 'Als ze het alleen maar zien als een toegangspasje om verder te studeren, helpen we hen gewoon om zo snel mogelijk te slagen en doet de gekozen richting er niet zo toe. Maar wie met dat diploma meteen aan de slag wil, moet natuurlijk ook in staat zijn om op de werkvloer te functioneren.' Met een diploma staan de deuren van de arbeidsmarkt nog altijd veel wijder open. 'De VDAB-studie Werkzoekende Schoolverlaters in Vlaanderen toont dat duidelijk aan', zegt Vlaams minister van Werkgelegenheid Renaat Landuyt (SP.A). 'Hoe hoger het studieniveau, hoe meer kansen op de arbeidsmarkt. De laagst geschoolden raakten de jongste jaren wel wat makkelijker aan de slag. Maar dat was natuurlijk wel een periode van arbeidsmarktkrapte. Die tendens kan snel omslaan.' Aan motivatie ontbreekt het laaggeschoolden meestal niet, ze willen écht wel een job vinden. 'Het is niet zo dat jongeren die afhaken in hun studie, ook niet aan de slag willen. Integendeel', aldus Landuyt. 'Een deel van die afhakers wil net van school af om te gaan werken.' En daar hebben heel wat bedrijven de afgelopen jaren graag op ingespeeld. Om het tekort aan werkkrachten op te vangen, haalden ze ongeschoolde jongeren binnen om op de werkvloer op te leiden. Dat heeft heel wat scholieren ertoe aangezet de schoolbanken achter zich te laten om zelf geld te verdienen. Maandelijks 45.000 frank netto op je bankrekening is natuurlijk ook veel aantrekkelijker dan wekelijks je handje ophouden bij ma en pa. Maar eens de economie een minder gunstige wending neemt, kiezen die bedrijven natuurlijk weer voor opgeleide werkzoekers en is het uit met de pret.Wat uitvallers er ook voor over hebben om geld te kunnen verdienen, ze hebben meestal geen zin om weer braafjes in de les te gaan zitten. Daarom richten VDAB-cursussen zich op de concrete noden van werkzoekenden. 'Schoolmoeheid wordt mee in de hand gewerkt door het feit dat jonge mensen geen verband meer zien tussen wat hen op school wordt geleerd en wat in de praktijk toegepast wordt', aldus Landuyt. 'Daarom zijn de VDAB-opleidingen erg praktijkgericht en bevatten ze een minimum aan theoretische scholing.' Ook jongeren die in trajectbegeleiding terechtkomen, worden zo concreet mogelijk begeleid. Landuyt: 'Jongeren die op school vaak met negatieve kritiek geconfronteerd werden, kunnen buiten de schoolmuren succes hebben door de vaardigheden die ze wél hebben. Ook dingen zoals motivatie, communicatievaardigheden, flexibiliteit, polyvalentie en creativiteit helpen om een job te vinden. Bij de begeleiding door de VDAB zorgen we ervoor dat jongeren die eigenschappen leren ontdekken en zo meer zelfvertrouwen krijgen.' Een nobel doel, maar het komt wel laat. Een jarenlange demotiverende aanpak, kan niet zomaar uitgewist worden.Ann PeutemanMisjoe VerleyenVolgende week: Hoogbegaafde kinderen op de schoolbanken.Veel ellende kan voorkomen worden door een twaalfjarige in de juiste studierichting te laten starten.Als jongeren dan 'eindelijk' van de school af zijn, rest hen vaak maar één alternatief: een opleiding volgen.