Toen de Nigeriaanse Sémira Adamu in maart zonder geldige papieren op Zaventem aankwam en asiel vroeg, was zij officieel een "inadmissible passenger", afgekort een "inad". Zij werd aan de grens tegengehouden en later overgebracht naar het gesloten centrum van Steenokkerzeel, waar zij de laatste maanden van haar leven zou doorbrengen. Strikt gezien, had zij nooit een voet op Belgisch grondgebied gezet - een op zich merkwaardige fictie. De repatriëring van "inads" moet volgens de Conventie van Chicago gebeuren door de luchtvaartmaatschappij die hen heeft meegebracht, in dit geval Sabena. In die zin verschillen zij va...

Toen de Nigeriaanse Sémira Adamu in maart zonder geldige papieren op Zaventem aankwam en asiel vroeg, was zij officieel een "inadmissible passenger", afgekort een "inad". Zij werd aan de grens tegengehouden en later overgebracht naar het gesloten centrum van Steenokkerzeel, waar zij de laatste maanden van haar leven zou doorbrengen. Strikt gezien, had zij nooit een voet op Belgisch grondgebied gezet - een op zich merkwaardige fictie. De repatriëring van "inads" moet volgens de Conventie van Chicago gebeuren door de luchtvaartmaatschappij die hen heeft meegebracht, in dit geval Sabena. In die zin verschillen zij van de "deportees" (afgekort "depo") die, nà een illegaal verblijf in het land, door de politiediensten moeten worden uitgezet. Het probleem van de repatriëringen door Sabena zorgde al in 1994 voor zware aanvaringen met binnenlandminister Louis Tobback, die toen zelfs een vertrekkensklaar vliegtuig door de rijkswacht liet klemrijden en dreigde om andere vliegtuigen aan de ketting te leggen als Sabena niet méér repatriëringen op zich nam. Zijn opvolger Johan Vande Lanotte dreef de spanning verder op door de luchtvaartmaatschappijen een boete van 150.000 frank op te leggen voor elke passagier zonder de vereiste papieren. Na onderhandelingen met Sabena werd een protocol gesloten, waardoor Sabena van de boetes werd vrijgesteld in ruil voor stringente paspoortcontroles. Toen minister Tobback een half jaar geleden weer Vande Lanotte opvolgde, kwam het opnieuw tot spanningen. Sabena werd geconfronteerd met een verdubbeling van het aantal "inads" en met een stijging van het aantal gewelddadige repatriëringen. Een ploeg van twaalf mensen van Sabena Security moet de weerspannige "inads" escorteren (dit jaar al ruim honderd), waarbij zij plastic handboeien mogen gebruiken - op zich al merkwaardig voor een privé-dienst. Omdat dergelijke escortes in andere landen door politiediensten gebeuren, werd onderhandeld over een globale overeenkomst waardoor in de toekomst de rijkswacht ook voor "inads" kon worden ingezet. Die onderhandelingen werden nooit afgerond. In juli ontving Sabena een brief van minister Tobback met de opdracht om een groep van negen Afrikanen, die als gewelddadig beschouwd werden, uit te wijzen in samenwerking met het Speciaal Interventie-Eskadron van de rijkswacht (de vroegere Diane-brigade). Er werd hierover een summier akkoord gesloten met Sabena, en de uitwijzingen werden door de SIE-manschappen uitgevoerd zonder grote incidenten. Op 16 september dreef Tobback de druk op Sabena ten top: hij schreef hen een brief met het niet mis te verstane bevel om nu een groep van achttien Afrikanen het land uit te zetten in samenwerking met de rijkswachtbrigade van Zaventem. Sabena werd bedreigd met het opblazen van het protocol met Vande Lanotte en het opnieuw invorderen van de boetes van 150.000 frank per illegale passagier. De zaak was aan het escaleren. Veel tijd om te onderhandelen kreeg Sabena ook niet, want de achttien mensen moesten al vorige week verwijderd worden. Opnieuw werd een minimaal akkoord met de rijkswacht gesloten. Maar met de repatriëring van Sémira - de zesde poging al - liep het meteen fataal mis. Dezelfde dag stuurde Sabena een brief naar Binnenlandse Zaken om alle repatriëringen eenzijdig op te schorten - in feite een weigering om de wet nog uit te voeren - zolang hierover geen definitieve globale overeenkomst is getekend.C.D.S.