Plain vanilla's worden ze wel eens genoemd, maar ze zijn beter bekend onder de naam gewone warrants, of meer bepaald gedekte warrants. Ze vormen een van de meest populaire beleggingsproducten van het moment en behoren tot het gamma van de derivaten: hun waarde wordt afgeleid uit een ander product. Alle derivaten hebben het hefboomprincipe gemeen, wat hen zeer geliefd maakt: een minimum aan inzet kan volstaan om grote winsten op te halen.
...

Plain vanilla's worden ze wel eens genoemd, maar ze zijn beter bekend onder de naam gewone warrants, of meer bepaald gedekte warrants. Ze vormen een van de meest populaire beleggingsproducten van het moment en behoren tot het gamma van de derivaten: hun waarde wordt afgeleid uit een ander product. Alle derivaten hebben het hefboomprincipe gemeen, wat hen zeer geliefd maakt: een minimum aan inzet kan volstaan om grote winsten op te halen. In 1998 was het hoogtij voor de warrant, en ook in 1999 slokten de warrants in ons land 1,1 miljard euro op. Hun populariteit danken ze aan hun grote variëteit - er zijn warrants op aandelen, op beursindexen, op sectorgebonden aandelenmandjes... Maar ook hun psychologisch effect trekt heel wat beleggers aan. Met een beperkt bedrag wagen ze een gok op de beurs die de deur openzet voor grote winsten. Anders dan bij sommige andere derivaten is het maximale verlies dat ze kunnen lijden, de aankoopprijs van de warrants. Maar wie te veel inzet bij de start en volledig onderuitgaat, ziet uiteraard een even groot bedrag in rook opgaan. Warrants zijn handig in elkaar geknutseld. Wie belegt in warrants, koopt immers niet de aandelen zelf, maar het recht om een aandelenpakket of andere financiële activa te kopen of te verkopen. Van tevoren wordt een prijs - de 'uitoefenprijs'- en een looptijd vastgelegd. En naargelang de belegger een positieve dan wel een negatieve beursevolutie verwacht, koopt hij call of put warrants. Ter verduidelijking: stel dat een belegger voor een bepaald aandeel een koersstijging verwacht. Maar hij twijfelt. Hij zou het kunnen kopen, maar wanneer zijn visie niet klopt, lijdt hij een groot verlies. Koopt hij in plaats van het aandeel een call warrant - het recht het aandeel gedurende een bepaalde periode tegen de uitoefenprijs te kopen - dan heeft hij om te beginnen minder geïnvesteerd. Tegelijk stijgt bij een koersstijging ook de waarde van zijn warrant en kan hij toch rekenen op een winst (vereenvoudigd gesteld bedraagt de winst het verschil tussen de huidige waarde en de lagere uitoefenprijs die vooraf werd vastgelegd). Bij een koersdaling valt de schade al bij al nogal mee: hij schiet er maximaal de aankoopprijs van de warrant bij in. Voor de put warrant geldt de omgekeerde redenering. Een belegger zou een effect kunnen verkopen wanneer hij vreest voor een koersdaling. Wanneer hij dat niet doet, maar hij koopt een put warrant - het recht om het aandeel tegen een vastgestelde uitoefenprijs gedurende een bepaalde looptijd te verkopen - dan kan hij winst opstrijken als de koers zakt. Hij beschikt over een warrant met een hogere uitoefenprijs dan de huidige waarde. De warrant beschermt hem op die manier tegen een dalende markt. Warrants hebben een waarde die varieert in de tijd en die zelfs gelijk wordt aan nul wanneer de warrant vervallen is. Wie warrants bezit, moet er dan ook iets mee aanvangen en daar komt de aap uit de mouw. Je kan er twee dingen mee doen: je kan ze uitoefenen of verkopen. Uitoefenen is: het recht hanteren dat je bezit. Een call warrant uitoefenen bijvoorbeeld betekent dat je de onderliggende activa (bijvoorbeeld aandelen) koopt tegen de uitoefenprijs die vooraf was vastgesteld. Als de koers van de waarde hoger is dan de uitoefenprijs, maak je winst en de warrant is in the money, zoals dat heet in beursjargon. Maar warrants zijn er niet om uitgeoefend te worden. Meestal doen beleggers ze voor de vervaldag van de hand. Een warrant is trouwens zelf een verhandelbaar effect en heeft zoals gezegd een bepaalde waarde. Hij heeft een reële of intrinsieke waarde: de winst die hij oplevert bij een onmiddellijke uitoefening. Maar hij heeft ook een tijdswaarde, een speculatieve waarde - de waarde die de warrant aantrekkelijk én gevaarlijk maakt. En die hangt van verschillende elementen af. Ze stijgt naarmate de volatiliteit - de schommelingen - van de onderliggende activa toeneemt. Ook de levensduur van de warrant is van belang voor zijn tijdswaarde. Zijn tijdswaarde neemt af naarmate de vervaldag nadert. Voor de gewone belegger die voor het eerst investeert in warrants, wordt het een hele klus. Hij heeft een ruime keuze: de Brusselse beurs wordt meer en meer een warrantbeurs. Hij kan dan ook de warrants van de verschillende uitgevers op dezelfde onderliggende waarde met elkaar vergelijken. Maar daar is hij misschien niet meteen aan toe. Wat hij moet uitmaken, is over welke aandelen, indexen... hij warrants zou willen kopen. Anders gezegd: voor welke aandelen verwacht hij een koersstijging, of voor welke index ziet hij het positief in? Hij kan zijn portefeuille maar beter in toom houden en belegt slechts een strategisch gedeelte ervan in warrants. Ook de looptijd van de warrant mag hij niet uit het oog verliezen: als die te kort is, heeft hij te weinig tijd om er iets mee te doen. Bovendien is het niet evident om het koersverloop bij te houden. De grote emittenten - Citibank (www.warrants.citibank.com), Société Générale (www.warrants.socgen.com)... - hebben nog een pak meer adviezen in voorraad. De kleine belegger die het hefboomprincipe wil uitproberen, kan maar beter zoveel mogelijk informatie inwinnen.Ingrid Van Daele