In de nacht van 19 op 20 oktober 2011 lagen Peter Bouckaert en zijn collega's van Human Rights Watch opeengepakt als sardienen in een scheepscontainer in het Libische Sirte. Ze luisterden naar de raketten die over de containers floten. 'Om halfzes 's ochtends werden we wakker en vertelden de rebellen ons dat ze door de laatste linies aan het breken waren. Toen we het front naderden, begon iedereen in de lucht te schieten. Ze verwelkomen ons konvooi, dacht ik eerst. Tot ik me realiseerde dat de oorlog voorbij was.' Mensen huilden en vielen biddend op de grond. Bouckaert trok naar het veldhospitaal. 'Daar kwam plots een rebel aangelopen met in zijn hand de met goud belegde FN-revolver van Muammar Khaddafi. Terwijl hij ermee voor mijn neus zwaaide, riep hij: "We got him." Ik geloofde hem niet - we wisten zelfs niet dat Khaddafi zich in Sirte verscholen hield. Maar toen brachten ze een van zijn adjudanten binnen, het hoofd van de volkscomités. Die vertelde dat Khaddafi bij hem was geweest, en dat hij gedood was. Het lichaam van de Libische leider reisde die dag mee in het konvooi dat ons tot in Misrata bracht. Het was absolute chaos.'
...

In de nacht van 19 op 20 oktober 2011 lagen Peter Bouckaert en zijn collega's van Human Rights Watch opeengepakt als sardienen in een scheepscontainer in het Libische Sirte. Ze luisterden naar de raketten die over de containers floten. 'Om halfzes 's ochtends werden we wakker en vertelden de rebellen ons dat ze door de laatste linies aan het breken waren. Toen we het front naderden, begon iedereen in de lucht te schieten. Ze verwelkomen ons konvooi, dacht ik eerst. Tot ik me realiseerde dat de oorlog voorbij was.' Mensen huilden en vielen biddend op de grond. Bouckaert trok naar het veldhospitaal. 'Daar kwam plots een rebel aangelopen met in zijn hand de met goud belegde FN-revolver van Muammar Khaddafi. Terwijl hij ermee voor mijn neus zwaaide, riep hij: "We got him." Ik geloofde hem niet - we wisten zelfs niet dat Khaddafi zich in Sirte verscholen hield. Maar toen brachten ze een van zijn adjudanten binnen, het hoofd van de volkscomités. Die vertelde dat Khaddafi bij hem was geweest, en dat hij gedood was. Het lichaam van de Libische leider reisde die dag mee in het konvooi dat ons tot in Misrata bracht. Het was absolute chaos.' Bouckaert vertelt zijn verhaal in Amerikaans-Engels met herkenbaar Vlaams-Brabants accent. Nederlands spreekt hij nauwelijks nog, sinds hij op zijn vijftiende van Pellenberg nabij Leuven verhuisde naar Californië, waar zijn vader een biotechnologisch bedrijf ging leiden. Bij de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) is de huidige directeur noodsituaties een veteraan van vele oorlogen. In de jaren negentig was de Balkan zijn belangrijkste werkterrein, later rapporteerde hij onder meer vanuit Libanon, Tsjetsjenië, Afghanistan en Irak over vaak gruwelijke mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden. Achteraf getuigde hij voor het Internationaal Strafhof in Den Haag, de Amerikaanse senaat of de Raad van Europa. Die dag in Misrata kreeg Bouckaert het toegetakelde lichaam van Khaddafi niet meer te zien. 'Een collega van mij wel. Ik ben uit Misrata meteen teruggereden naar Sirte, omdat we berichten hadden opgevangen over een massagraf. In een hotel vonden we 53 opeengestapelde lichamen van Khaddafi's medestanders, allemaal burgers.' Bouckaerts stem hapert even. 'Het was een zware periode. Ook vóór de Arabische Lente rapporteerde ik al over Libië. Ik had de moed en de volharding gezien waarmee mensen de revolutie waren begonnen. Om dan diezelfde revolutionairen helemaal op het einde ongewapende landgenoten te zien executeren, dat was een grote teleurstelling.' 'De volgende dag wilde ik de rebelleneenheden ontmoeten die de massamoord hadden uitgevoerd. Toen ik bij hen binnenkwam, zaten ze naar de Al-Jazeerareportage te kijken waarin ik hen van de massamoord beschuldigde. Ik vertelde hen dat ze als idealisten waren begonnen aan een revolutie, en dat we de verantwoordelijken voor de misdaad aansprakelijk zouden stellen.' PeterBouckaert: De onderzoeksreizen zijn maar een klein deel van het werk. In de meeste conflictzones zijn we al tientallen jaren aanwezig. Zodra er iets gebeurt, krijgen we via ons netwerk van lokale antennes de informatie doorgespeeld. Zij vertrouwen ons, omdat ze weten dat onze organisatie dingen in beweging kan zetten op de internationale politieke scène. We hoeven ook niet altijd zelf aanwezig te zijn om ooggetuigen te interviewen. Dat kan bijvoorbeeld ook via Skype. Bouckaert: We hadden dagenlang geen toegang tot die wijk omdat hij omsingeld was door het Syrische regeringsleger. Dan moet je andere technieken gebruiken, maar wel met dezelfde controlestandaarden. Binnen Human Rights Watch heb ik dit jaar een groot deel van mijn tijd geïnvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe technologieën, zodat we de sociale media kunnen gebruiken voor onze onderzoeken. Er is enorm veel informatie beschikbaar, maar we moeten ze wel kunnen verifiëren. Bouckaert: Veel journalisten beweren dat het om oncontroleerbare infor- matie gaat. Maar die video's worden opgenomen en online gezet door ménsen. Je kunt contact met hen opnemen, je kunt hen vragen naar de informatie die er echt toe doet. In Ghouta hebben ze op ons verzoek de hogeresolutiebeelden doorgestuurd van hun filmpjes en van de wapens die daar waren ingezet, zodat we ze konden traceren. Zij hebben ons ook in contact gebracht met de artsen van het ziekenhuis waar honderden slachtoffers lagen, zodat we hun symptomen konden onderzoeken. Na ons rapport gaven de Amerikaanse en de Europese inlichtingendiensten toe dat onze informatie veel gedetailleerder was dan wat ze zelf hadden kunnen verzamelen. Allemaal dankzij de sociale media. Bouckaert: (lacht) Misschien om ons hier af te luisteren, maar in elk geval niet daar in Ghouta. Daarom hebben de westerse mogendheden zo veel fouten gemaakt bij hun analyse van wat er in Ghouta precies gebeurd is. Zowel het Franse als het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft mij dit jaar uitgenodigd om uitleg te geven over onze aanpak. Bouckaert: Zo gaat dat in een informatieoorlog. De enige doelstelling van het Syrische regime, daarin gesteund door de Russen, is om genoeg twijfel te zaaien bij de publieke opinie zodat Assad zich niet hoeft te verantwoorden voor zijn daden. Maar in Ghouta hebben wij die leugen doorgeprikt. Het type wapens dat werd gebruikt kon alleen afkomstig zijn van het regeringsleger. Oorlogsmisdadigers zullen altijd proberen om hun verantwoordelijkheid te ontkennen, maar dat betekent niet dat er geen feitelijke basis is om ze te beschuldigen. Assad kan er in het openbaar over liegen, maar hij weet dat hij er gloeiend bij is. Vandaar dat Syrië achteraf plots wilde toetreden tot het Verdrag Chemische Wapens en zijn chemische wapens nu laat vernietigen. Bouckaert: De belangrijkste doelstelling is al bereikt, namelijk dat de Syrische bevolking in de toekomst niet meer het slachtoffer zal worden van gifgasaanvallen. Want de kans dat Assad die nog eens zal inzetten, is zeer klein. Hij weet dat een onmiddellijke buitenlandse militaire interventie dan onvermijdelijk is. Tegelijk is het ook een magere troost, want in de maand na de belofte om de chemische wapens in te leveren heeft het Syrische regime 5000 mensen, onder wie kinderen op de speelplaats van hun school, om het leven gebracht met brand- en clusterbommen. Bouckaert: Het Westen moet stoppen met zijn simpele oplossingen voor het Syrische conflict. Wapens leveren of een paar gebouwen bombarderen, dat levert niets op. We moeten naar een diplomatieke uitweg. Net zoals de Balkanoorlog kan ook de Syrische oorlog alleen eindigen aan de onderhandelingstafel. Ik heb veel ervaring opgedaan in ex-Joegoslavië. Daar zijn diplomaten gestorven om vrede te kunnen brengen. Over Syrië zie ik momenteel niet dezelfde toewijding. Bouckaert: Nee. Je kunt de oorlog ook beëindigen door elke dag opnieuw iedereen rond de tafel proberen te dwingen, met vallen en opstaan. In de Balkan zijn er veel mislukkingen geweest, maar uiteindelijk is het wel gestopt. Bouckaert: Er is geen toekomst voor Syrië met Assad aan de macht. Hij heeft te veel bloed aan zijn handen. Maar binnen zijn regime kunnen er wel anderen zijn die geïnteresseerd zijn in vredesgesprekken, mensen die niet rechtstreeks betrokken zijn bij de slachtpartijen en die wel geïnteresseerd zijn in vredesgesprekken. Als we een oplossing willen, dan zal die inclusief moeten zijn: met vertegenwoordigers van alle groepen. De blijvende chaos in Irak maakt ons elke dag duidelijk dat de uitsluiting van het vroegere regime geen optie is. Dat daar geen enkel lid van de Baathpartij mocht toetreden tot de regering, leidde tot een zeer grote dominantie van enkele sektarische groepen en een heel smalle machtsbasis voor premier Nouri Al-Maliki. Bouckaert: Toen ik er een eerste keer kwam in 2011, zat ik samen met enkele oppositieleiders. Ik vroeg hen waarom ze bleven vasthouden aan hun geweldloze verzet terwijl ze werden neergeschoten door het regime. Er viel een lange stilte, en toen zei één van hen: 'De dag dat wij de wapens opnemen, is de dag waarop Syrië sterft.' Ik vrees dat hij gelijk heeft. Dit conflict verscheurt een van de oudste beschavingen ter wereld. Het land was een lappendeken van gemeenschappen. Voor veel daarvan dreigt de totale vernietiging. Zo wordt de basis vanonder de Syrische maatschappij weggeslagen. Begin oktober hebben wij een rapport gepubliceerd waarin voor het eerst massale executies op alawitische aanhangers van Assad werden beschreven die begaan werden door de oppositietroepen. Dat gebeurde op 4 augustus. Sindsdien is het sektarische geweld alleen maar toegenomen. Bouckaert: Dat wordt inderdaad steeds moeilijker. Naast het Vrije Syrische Leger zijn er ook talrijke extremistische islamistengroeperingen opgedoken. Zij zijn er niet om het verzet tegen Assad te leiden, maar wel om een islamitische staat te stichten. Assad laat hen begaan in het noorden van het land omdat de chaos in zijn eigen belang is. Zo kan hij zijn credo blijven verkondigen: ofwel blijft Syrië onder mijn gezag, ofwel heerst er totale chaos. Bouckaert: De belangrijkste jihadigroepen, de Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIL) en de door Tsje- tsjenen geleide Muhajireen controleren grote delen van het noorden van Syrië. Dat zou een wake-upcall moeten zijn voor de hele internationale gemeenschap, want zij vertegenwoordigen een groot gevaar - niet alleen voor Syrië, maar voor de stabiliteit in de hele regio. De crisis in Syrië heeft diepe wortels in Irak, Iran en Saudi-Arabië. Dit is de diepste internationale crisis sinds het einde van de Koude Oorlog. Er moet heel snel iets gebeuren. Bouckaert: De politiek van de EU is schrikwekkend. Je kunt niet zomaar de deur sluiten. Er zijn twee miljoen Syrische vluchtelingen in het buitenland en vier miljoen binnen Syrië. Velen van hen zijn hoogopgeleide mensen die hier werk zouden kunnen vinden. We mogen die vluchtelingen niet enkel zien als een last voor Europa. Velen van hen zijn wanhopig op zoek naar een betere bestemming. Onder de bootvluchtelingen die verdrinken tussen Noord-Afrika en Zuid-Europa zitten ook veel Syriërs. Bouckaert: Om te beginnen moeten we ons veel harder opstellen tegen de corruptie en de mensenrechtenschendingen in de landen waar de vluchtelingen vandaan komen. In Somalië, Ethiopië en Eritrea hebben minderheden geen leven meer. Elders roven Afrikaanse leiders nog altijd hun land leeg op de kap van de bevolking, die dan maar elders haar heil gaat zoeken. Als je de reisverhalen van die mensen hoort, lopen de rillingen over je rug. Ze weten nochtans van verwanten die de reis al hebben gemaakt hoe verschrikkelijk het is. Wat Europa ook doet, het moet een humane oplossing zijn en het moet een einde brengen aan het nodeloos sterven van mensen. Natuurlijk kan Europa zijn grenzen controleren, maar nog hogere muren bouwen zal niets uithalen. Mensen zullen blijven proberen om in Europa te raken. Bouckaert: Ik wijd mijn slaap niet aan nachtmerries over mijn job. Mijn werk is mijn leven niet. Ik lees veel boeken, kook elke avond voor mijn gezin als ik in Genève ben, en probeer mijn eigen bier te brouwen. De vreselijke dingen die ik voor Human Rights Watch documenteer, hou ik strikt gescheiden van het mooie leven dat ik leid. Bouckaert: (zwijgt even, verbijt de tranen) Ik werk op heel gevaarlijk terrein. We vormen een zeer hechte broederschap met lokale activisten en buitenlandse journalisten en fotografen. En het is een trieste realiteit dat we al veel vrienden verloren hebben. Tim was een van mijn beste vrienden. Ik was de eerste die hoorde dat hij dood was. Hij stierf terwijl ik van bij mij thuis in Genève aan het skypen was met de mensen van het ziekenhuis in Misrata waar hij was binnengebracht. Het nieuws dat hij in levensgevaar verkeerde, was in de namiddag gekomen. Ik was de auto aan het laden om met mijn gezin op weekendtrip te vertrekken. Ik heb toen twaalf uur achter mijn computer gezeten, om zijn lichaam op een boot te krijgen naar Benghazi en hem te kunnen repatriëren zodat zijn familie hem kon begraven. Tim is een litteken dat niet meer verdwijnt. Bouckaert: Ik mis hem voortdurend. Mensen kunnen zich niet voorstellen wat het is om drie weken in een oorlogszone met elkaar op te trekken, en compleet op die ene persoon te moeten terugvallen voor je veiligheid. In een oorlogszone kun je je ware identiteit niet verbergen, daar kijk je diep in elkaars ziel. Het is dezelfde ervaring waar Vietnamveteranen over praten. Dat is al zo lang geleden, maar nog altijd zeggen die aan het einde van hun leven dat de mensen die ze het best gekend hebben degenen zijn met wie ze gevochten hebben, en dus niet hun vrouw. Bouckaert: Ik ga daar niet over liegen. Het is moeilijker om naar een conflict te vertrekken met drie kleine kinderen thuis. Ik wil niet die vader zijn die niet terugkeert, wiens kinderen moeten opgroeien zonder hem. Maar ik weet ook dat wat wij doen enorm belangrijk is. Als ik dat wil, kan ik morgen bij de VN gaan werken en beter betaald worden. Maar daar zou ik minder het verschil kunnen maken in het leven van mensen. Wij brengen een klein beetje hoop tijdens de donkerste momenten van hun bestaan. Daar kan ik niet zomaar van wegwandelen. DOOR HANNES CATTEBEKE'De politiek van de EU is schrikwekkend. Je kunt niet zomaar de deur sluiten voor de miljoenen vluchtelingen.'