Dirk Draulans
...

Dirk DraulansHet is evident dat de aanslagen van 11 september met hun blinde terreur tegen gewone mensen de aandacht voor het terrorisme verscherpt hebben. 'Wij produceren nu per dag gemiddeld twee tot drie veiligheidsadviezen', vertelt directeur Chris Vanneste van de Antiterroristische Gemengde Groep (AGG), die afhangt van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie. 'Dat zijn er dus een duizendtal per jaar. We evalueren veel meer dossiers - jaarlijks bezoeken bijvoorbeeld bijna drieduizend gezagsdragers ons land - maar ze worden niet allemaal als risicovol beoordeeld. Als de Luxemburgse minister van Onderwijs in Brussel langskomt, zien we daar geen problemen in. Wat niet wil zeggen dat die man geen escorte kan krijgen. Sommige mensen worden graag bevestigd in hun belangrijkheid. Maar daar beslissen wij niet over.'Zelfs de Oostenrijkse populist Jörg Haider zou, als hij officieel naar ons land zou komen, op extra bescherming kunnen rekenen. 'De minister van Binnenlandse Zaken is krachtens internationale conventies verplicht de veiligheid te garanderen van alle gezagsdragers die zijn land bezoeken', zegt Vanneste. 'Dat kan zelfs gelden voor privépersonen die in hun eigen land niet van bescherming genieten. Niemand heeft graag een incident op zijn grondgebied.'De AGG screent permanent een massa 'openbare' (internet, media...) en 'gesloten' bronnen (van diverse inlichtingen- en andere diensten, inbegrepen diplomatieke) en houdt documentatie bij over 'duizenden' terroristische groepen en hun potentiële doelwitten. Als iemand België bezoekt, of als een groepering een manifestatie wil organiseren, maakt de AGG voor de bevoegde instanties een technische evaluatie, waarmee die kunnen beslissen om al dan niet veiligheidsmaatregelen te treffen - soms zelfs zonder dat ze over alle gevoelige informatie beschikken. Veldwerk is er niet bij, hoewel de AGG bij elke aanslag met een terroristisch karakter een verbindingsofficier uitstuurt voor de coördinatie met het federaal parket dat het eigenlijke onderzoek leidt. Toenmalig minister van Justitie Jean Gol besliste in 1982 tot de oprichting van de AGG, nadat er in zijn buurt een aanslag op een joodse synagoge was gepleegd en tijdens het onderzoek iedereen elkaar voor de voeten bleek te lopen. Op 17 september 1984 werd de groep officieel opgericht, en twee weken later, alsof ze erop gewacht hadden, pleegden de Cellules Communistes Combattantes (CCC) hun eerste aanslag. De screening is niet altijd evident. 'We krijgen bijna nooit informatie uit het milieu zelf', legt Vanneste uit. 'In het criminele milieu gebeurt dat wel, omdat daar veel concurrentie heerst waar politiediensten handig gebruik van kunnen maken. Voor terroristen geldt dat echter niet. Ze opereren ook dikwijls helemaal in de clandestiniteit, wat het uitermate moeilijk maakt om ze op te sporen, hoewel clandestiniteit voor een terroristische groep impliceert dat ze over een goed uitgebouwde logistiek moet beschikken. Daarom kunnen we nooit uitsluiten dat er een aanslag zal gebeuren, want we kunnen nooit inschatten wat we niet weten. We kunnen wel iets zeggen als: in deze context zien we geen gegronde aanwijzingen dat er terroristische acties zouden komen. Of omgekeerd: we stellen vast dat er een hoogconjunctuur is in de activiteiten van een bepaalde groep. Daar geven we dan een advies over, bijvoorbeeld met suggesties voor het nemen van preventieve maatregelen. Helaas weten we nooit of, indien er niets gebeurde - of alleen iets in het buitenland - dit te danken was aan deze preventieve maatregelen dan wel aan het feit dat de dreiging niet reëel was. Inzake terrorisme opereert iedereen in een grijze zone.'