Hoe is dat nu toch kunnen gebeuren? Dat vraagt de vader van Ann zich nog altijd af. Tien jaar geleden werd zijn dochter vermoord. Dat ging zo. "Ann was vooraan in de twintig toen ze het uitmaakte met haar vriend Peter. Toen ze terugkeerden van een avondje uit met vrienden zei ze hem dat het uit was. 'Ik maak je van kant', riep Peter. Hij sloeg haar, trok een mes. Een toevallige voorbijganger kon Peter ervan overtuigen om dat mes weg te gooien. De politie vond het de dag nadien. Peter werd aangehouden. Hij verklaarde dat het zomaar een dreigement was. Hij zou Ann nooit kwaad doen, zei hij. Hij bracht hooguit een halve dag door in een politiecel. Dan werd hij vrijgelaten. We brachten Ann onder bij haar zus. We wilden niet dat Peter wist waar ze was. Zijn moeder, die goed met Ann kon opschieten, vroeg om haar bij ons te bezoeken. Op het moment dat ze aanbelde, sprong Peter van achter een muur tevoorschijn. Hij wilde Ann zien. Dat lieten we niet toe: Ann wilde niets meer met hem te maken hebben. Nadien zochten we voor Ann een kamer in de stad. Het duurde niet lang voor Peter had uitgezocht waar ze woonde. Hij reed voortdurend met zijn fiets achter haar aan. 's Avonds stond hij urenlang aan haar appartement.
...

Hoe is dat nu toch kunnen gebeuren? Dat vraagt de vader van Ann zich nog altijd af. Tien jaar geleden werd zijn dochter vermoord. Dat ging zo. "Ann was vooraan in de twintig toen ze het uitmaakte met haar vriend Peter. Toen ze terugkeerden van een avondje uit met vrienden zei ze hem dat het uit was. 'Ik maak je van kant', riep Peter. Hij sloeg haar, trok een mes. Een toevallige voorbijganger kon Peter ervan overtuigen om dat mes weg te gooien. De politie vond het de dag nadien. Peter werd aangehouden. Hij verklaarde dat het zomaar een dreigement was. Hij zou Ann nooit kwaad doen, zei hij. Hij bracht hooguit een halve dag door in een politiecel. Dan werd hij vrijgelaten. We brachten Ann onder bij haar zus. We wilden niet dat Peter wist waar ze was. Zijn moeder, die goed met Ann kon opschieten, vroeg om haar bij ons te bezoeken. Op het moment dat ze aanbelde, sprong Peter van achter een muur tevoorschijn. Hij wilde Ann zien. Dat lieten we niet toe: Ann wilde niets meer met hem te maken hebben. Nadien zochten we voor Ann een kamer in de stad. Het duurde niet lang voor Peter had uitgezocht waar ze woonde. Hij reed voortdurend met zijn fiets achter haar aan. 's Avonds stond hij urenlang aan haar appartement. Verschillende keren diende Ann klacht in bij de politie. Ze zeiden: 'Juffrouwke, iedere Belg mag u achterna rijden. Dat is geen misdrijf.' Ann protesteerde. 'Dit is geen gewone Belg', zei ze, 'maar een Belg die me wil vermoorden.' Telkens als ze naar de politie ging, lachte Peter haar uit: 'Daar komt toch niets van.' Dat heeft twee maanden geduurd. Het was een vreselijk beangstigende periode. Ann beefde soms van kop tot teen van de schrik. Mijn vrouw en ik waren erg ongerust. Iedere avond, voor ik ging slapen, reed ik nog even met de auto langs. Bijna altijd stond Peter daar in het donker onder een brug naast haar huis, zijn fiets bij de hand. Wanneer hij mij zag aankomen, ging hij lopen. Op een bepaalde dag deed hij dat niet: hij bleef heel uitdagend in het licht van de autolichten staan. Toen kreeg ik spontaan het gevoel: 'Nu gaat het niet lang meer duren. Hij gaat iets doen.' De dag nadien ben ik de substituut van de procureur gaan smeken om mijn dochter te beschermen. Maar hij zei: 'Met relatieaangelegenheden moet je niet te vlug bij het parket aankloppen, meneer, want dan wordt het gewoonlijk nog erger.'Twaalf uur later was mijn kind vermoord." Bitter vervolgt de vader van Ann zijn verhaal. "De commissie- Dutroux verweet sommige rijkswachters dat ze geen pv's opgesteld hadden. Bij Ann zijn er wel pv's opgesteld, maar wat helpt dat als er niets mee gedaan wordt? Over Julie en Mélissa zeiden ze: 'Hadden we toen maar die deur opengemaakt, dan leefden ze misschien nog'. Maar mijn kind moesten ze niet zoeken, zij zat vòòr hen. Maar ze deden niets. Onlangs nog ben ik bij de verantwoordelijke procureur geweest. Het blijft mij dwarszitten dat de wet op schuldig verzuim van de ter hulp geroepen instanties in Anns geval nooit toegepast werd. De procureur zegt dat schuldig verzuim in dit geval niet opging, maar hij wil of kan dat niet toelichten. Hij zegt: 'Mocht het zich opnieuw voordoen, het zou niet anders verlopen.'" RUIM VIERDUIZEND MELDINGENHet fenomeen stalking haalde de vorige maanden de schijnwerpers van de media - met dank aan Koen Wauters. Volksvertegenwoordiger Ronny Cuyt (SP), voorzitter van de Stichting Anti-Stalking (SAS) en de politieke motor van het strafbaar stellen van stalking, kreeg ruim vierduizend reacties binnen. Mensen die vertelden door welke nachtmerrie ze gingen, informatie of advies vroegen of dankbaar waren omdat het onderwerp uit de maatschappelijke schemerzone gehaald is en nu politiek en gerechtelijk bestreden wordt. De ellende die stalking veroorzaakt, stapelt zich op. Brieven, (vaak nachtelijke) telefoons, bedreigingen, achtervolgingen, kapotgestoken autobanden, stukgeslagen ruiten, uitwerpselen in de brievenbus, voortdurend geobserveerd worden, klemgereden worden. Stalkers blijven dat volhouden: urenlang, dagenlang, wekenlang, maandenlang. Het hele sociale netwerk van het slachtoffer deelt in de brokken en distantieert zich ervan. Slachtoffers van stalking dreigen geïsoleerd te geraken. Ze worden wantrouwig, durven geen mensen meer te benaderen, wagen het zelfs niet om contact op te nemen met de Stichting Anti-Stalking. "Er zijn mensen die eerst drie of vier keer bellen voor ze een afspraak durven maken, laat staan hun adres of telefoonnummer bij ons achterlaten", zegt Ronny Cuyt. Zijn de vierduizend reacties die binnenliepen bij de SAS het tipje van de ijsberg? Over de omvang van het verschijnsel werden nog nergens grootscheepse studies verricht. Wel over de aard ervan. Uit Amerikaans, Canadees en Nederlands onderzoek blijkt dat in vier op vijf gevallen vrouwen de belaagden zijn en mannen de belagers, dat het fenomeen zich in ongeveer de helft van de gevallen voordoet in de nasleep van een relatie en een kwart of iets meer zich afspeelt tussen kennissen. Op gebied van studies ligt het terrein in België vooralsnog braak, maar de duizenden reacties leren dat de nood hoog is. Ronny Cuyt diende een wetsvoorstel op stalking in dat al unaniem werd goedgekeurd in de Kamer en - als de Senaat het niet evoceert - vanaf 12 oktober wet zal worden. Het nieuwe artikel 442bis dat eerstdaags hoogstwaarschijnlijk aan het Strafwetboek zal worden toegevoegd, luidt: "Hij die een persoon heeft belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren, wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met een geldboete van vijftig frank tot driehonderd frank ( in praktijk: x 200; ndvr.) of met een van die straffen alleen. Tegen het in dit artikel bedoelde misdrijf kan alleen vervolging worden ingesteld op een klacht van de persoon die beweert te worden belaagd." MENSEN MET HECHTINGSPROBLEMENMet de nieuwe wet kunnen procureurs en onderzoeksrechters eerstdaags een arsenaal aan maatregelen toepassen, wat hun onmacht gevoelig vermindert. Naast de in het wetsartikel vermelde boetes en gevangenisstraf kan er ook doorverwezen worden naar strafbemiddeling of alternatieve sancties. Een substituut van het Leuvense parket: "Tot nu toe dienden we het bedreigend karakter van bepaalde gedragingen te bewijzen. Dat hield een moreel element in: wanneer is iets bedreigend? Met de nieuwe wet volstaat de feitelijke vaststelling dat er door het gedrag van de dader wel degelijk hinder optreedt bij de aanklager, en dat logischerwijze mag verondersteld worden dat de dader daar ook weet van had." Kunnen deze strafmaatregelen daders doen ophouden? Criminologe en therapeute Ellen Ogez had al een aantal stalkers in behandeling en ontwerpt momenteel een specifiek behandelingsprogramma voor hen. Ze meent dat boetes of gevangenisstraffen de hardnekkige belagers hooguit tijdelijk zullen afremmen. "Stalkers vinden namelijk dat zij de slachtoffers zijn, wat deze sancties in hun ogen enkel nog bevestigt. Het kan het verderzetten van de pesterijen in hun ogen zelfs rechtvaardigen. Wat zij anderen aandoen, zien ze niet, beseffen ze niet. Dat zijzelf afgewezen worden, staat in hun beleving centraal. Stalkers moeten uit dat denkpatroon geholpen worden, anders blijven ze hun gedrag ontkennen of bagatelliseren en blijven ze verder slachtoffers maken." Trachten in de huid van een stalker te kruipen, is in een wereld stappen waarin de overdrijving het haalt op gewone logica. Ogez: "Dat maakt slachtoffers zo machteloos. Ze redeneren: 'Als ik dit of dat doe of zeg, zal die persoon uiteindelijk wel door krijgen dat ik absoluut niet van zijn of haar gedrag gediend ben, en ermee ophouden'. Maar stalkers zijn vaak gewoonweg niet tot redelijkheid te brengen." Dat drijft de slachtoffers tot radeloosheid. "Ik sta uitgeput tegen de muur, psychisch aan het eind van mijn latijn!", en "Hij maakt mijn leven tot een hel en doet mij aan achtervolgingswaanzin lijden", zijn maar twee van de vele noodkreten in de centimetersdikke mappen met getuigenissen die Ronny Cuyt verzameld heeft. De Leuvense criminologiestudente Els Hermans beschrijft in haar thesis de effecten op slachtoffers. Op fysiek vlak lopen ze vaak verwondingen op en ze hebben psychosomatische klachten ten gevolge van stress. Financieel krijgen ze klappen door inkomensverlies, herstellingen van eigendom en beveiligingsmaatregelen. En ook therapie kost geld, plus de juridische kosten als ze gerechtelijke bescherming zoeken. Maar veel ingrijpender is de psychische terreur waaronder de slachtoffers gebukt gaan. De Amerikaanse deskundige Gross zegt: "Vergelijk het met een voortdurende verkrachting. Het slachtoffer heeft nooit zekerheid dat het echt voorbij is. Daarom kan het verwerkingsproces nooit beginnen." Dat politiemensen geregeld geneigd zijn te sympathiseren met de stalker, verhoogt de griezel. Ellen Ogez probeert te verklaren waarom veel stalkers geloofwaardig overkomen. "In hun eigen beleving spelen ze geen komedie. Ze voelen zich echt verguisde mensen. En het feit dat ze zich moeten verantwoorden voor hun gedrag, bewijst voor hen nog maar eens dat ze misbegrepen slachtoffers zijn." Waar komt die misvatting vandaan? Ellen Ogez: "Stalkers hebben een hechtingsprobleem. Op prille leeftijd hecht een kind zich aan zijn moeder of vader, of aan andere mensen. Een kind heeft dat nodig. Als het met die hechting fout loopt, kan het dat zo'n kind later de basis voor zekerheid mist. Deze mensen kampen dan met het gevoel dat ze het niet waard zijn vertrouwd te worden en kunnen zelf anderen moeilijk of niet vertrouwen. Het is eigen aan de mens om zich te willen hechten aan iemand, maar voor mensen met een geschonden zelfbeeld valt dit niet mee. Ze voeren een innerlijk gevecht. Enerzijds willen ze niemand echt in hun leven toelaten. Anderzijds gaan ze zich overdreven aan iemand hechten. Die persoon wordt dan zo een obsessie dat ze het niet kunnen aanvaarden dat ze van die persoon afstand moeten nemen. Voor deze mensen is het moeten loslaten van iemand veel erger dan een rouwproces. Een rouwproces veronderstelt de capaciteit om afscheid te nemen, maar deze mensen hebben die capaciteit nooit ontwikkeld. Hun realiteitsbeeld wordt gestoord door deze onmogelijke uitdaging. Bij hen speelt een alles of niets. Bij een afwijzing voelen ze zich 'weer eens' afgeschreven, en dat kunnen ze niet aan. Vandaar het extreme, onredelijke gedrag: alles wordt gedaan om de band gaande te houden, positief of negatief. Die afhankelijkheid toegeven, is pijnlijk, daarvoor zijn ze vaak te kwetsbaar. Om dat te compenseren, stellen ze zich als de machtige op, diegene die door zijn onmogelijke eisen en gedrag de ander in de ban houdt. De stalker ziet dat zelf lang niet altijd zo. Hij beschouwt zichzelf niet als de dominante kwelgeest, maar als het slachtoffer van verwerping door die ander."IK ZAL ERMEE MOETEN LEREN LEVENIn haar thesis onderscheidt Els Hermans drie grote vormen van stalking. De "simple obsession"-stalkers - de meest voorkomende en de gevaarlijkste - zijn overwegend mannen die hun ex-vrouw of vriendin niet kunnen loslaten. De houding die hierachter steekt is: "Als ik je niet kan hebben, zal niemand je nog hebben." Bij de categorie van de "love obsession"-stalkers zitten dan weer meer vrouwen die, zonder voorafgaandelijke relatie met die persoon, obsessioneel verliefd worden en menen: "Als ik maar vurig genoeg verlang naar hem en hem maar vastberaden genoeg blijf najagen, dan geeft hij wel aan die liefde toe." Tenslotte zijn er de "erotomaniacs": mannen en vrouwen die leven in de fantasie dat hun slachtoffer de eerste stap gezet heeft en verliefd is op hen. Koen Wauters' hardnekkige belaagster Sidi C. illustreert dit. "Zelfs een ingebeelde liefde is beter dan helemaal geen liefde", was haar leidmotief. Volgens Hermans doorloopt het slachtoffer een cyclus van ontkenning van het probleem, vervolgens onderhandelingen met de stalker en zelfverwijten ("Hoe kon ik ooit zo dom zijn me in te laten met zo iemand?") en tenslotte aanvaarding dat met deze situatie verder geleefd zal moeten worden. Ellen Ogez: "Het is niet evident aangifte te doen. Stalking gebeurt meestal in de context van ex-relaties en mensen gaan niet zomaar hun intiem leven blootleggen. Vaak hebben ze ook het gevoel zelf schuld te dragen aan de situatie. Stalkers misbruiken dikwijls de remming van hun slachtoffers, of spelen in op dit schuldgevoel. Het duurt ook even voor slachtoffers begrijpen dat de stalker niet te overtuigen valt, omdat zijn houding zo verschrikkelijk irrationeel is." Wat slachtoffers verder tegenhoudt, is de schrik om door de politiemensen uitgelachen te worden. Geen denkbeeldige vrees, getuige de talloze brieven in Cuyts map. "Wat is dat nu voor zever, madammeke. Ge zijt toch zelf mee gaan eten?" Of: "Ik heb eens met hem gesproken. Ge moet u geen zorgen meer maken. Hij gaat het nooit meer doen." Een vader van een achtervolgd meisje kreeg te horen: "Maar meneer, het zou de staat nogal wat kosten, mochten we alle vrouwen die bedreigd worden, beschermen!" De Stichting Anti-Stalking krijgt van politie en rijkswacht geregeld vragen om informatie. Politieman Koen Wouters van Beersel vindt stalkers alvast geen makkelijke klanten. "Het zijn experten in het vinden van een uitleg. 'Maar dat was helemaal niet om haar lastig te vallen. Ik moest haar toevallig iets vragen'. Je voelt dat het er bij de haren bijgesleurd is, maar je kan niet zeggen 'dat is niet waar, meneer', als je daar geen bewijzen van hebt." DADERS HELPEN IS SLACHTOFFERS HELPENEllen Ogez gelooft in de noodzaak van behandeling. Maar moeten ze niet veeleer gecolloceerd worden? De wet van 26 juni 1990 geeft de vrederechter of procureur de mogelijkheid om mensen die een "ernstige bedreiging vormen voor andermans leven of integriteit", een gevaar vormen voor zichzelf, of zich in een "toestand van geestesziekte" bevinden, te laten opnemen voor observatie. Dat kan aanvankelijk voor een periode van maximum veertig dagen, maar de maatregel kan na een observatie en een psychiatrische diagnose verlengd worden. "Ik ben niet zo voor collocatie", zegt Ogez. "Stalkers houden er vaak de dwanggedachte op na dat ze niet kunnen geholpen worden. Dat doemdenken moet doorbroken worden, maar de wijze waarop dat gebeurt, is doorslaggevend voor het resultaat. Kloppen met een zware hamer houdt het risico van verdere onbehandelbaarheid in. Een eerste prioriteit in elke behandeling is natuurlijk het stopzetten van het gewraakte gedrag. Daarna werken we aan het loskoppelen van de fixatie op de belaagde persoon: er zijn nog andere levensdoelen. Tot inlevingsvermogen in het slachtoffer komt de stalker eerst via het durven kijken naar het slachtoffer in hem- of haarzelf. Dat is pijnlijk, maar van daaruit kan er inzicht ontstaan in wat ze anderen aandoen. Zo kan de dader verantwoordelijkheid voor zijn daden opnemen." Helaas biedt geen enkele Belgische universiteit een specialisatiejaar dadertherapie aan, terwijl dat toch een eigen expertise vergt. En werken met daders schiet een aantal mensen in het verkeerde keelgat. Ellen Ogez zucht: "Sommige mensen bekijken ons zelfs als daders. Terwijl dadertherapie een vorm van secundaire slachtofferhulp is. Daders responsabiliseren, betekent x-aantal slachtoffers minder in de toekomst."Illustratie: Steve MichielsRia Goris