Copyright Knack/Der Spiegel. Vertaling: Piet de Moor
...

Copyright Knack/Der Spiegel. Vertaling: Piet de MoorJERRY BRUCKHEIMER: God, nee, ik maak toch alleen maar films. Waarom zou ik gevaarlijk zijn? BRUCKHEIMER: ( lacht) Ja, ja, dat klopt. Ik bijt me vast als ik mijn zinnen op iets heb gezet, als ik iets echt wil, een regisseur bijvoorbeeld, of een acteur. Als je je als producent wilt doorzetten, mag je geen schoothondje zijn. Ik ben Johnny Depp wekenlang over de halve wereld achterna gereisd om hem voor Pirates of the Caribbean te engageren. BRUCKHEIMER: Het is vooral hard werken, echt zwoegen. Het maken van films levert niet dagelijks lol op, vaak is het veeleer om te huilen. Maar als ik dan incognito in de bioscoop zit en het publiek observeer en zie hoe het lacht en weent, dan weet ik dat het dit allemaal waard is. BRUCKHEIMER: Ach God, kritiseren is nu eenmaal het werk van de recensenten. Maar ik maak mijn films niet voor hen, maar voor het publiek. Dat de critici met mijn films ongelukkig zijn, heb ik liever dan dat mijn geldschieters ontevreden zijn. Want als die niet gelukkig zijn kan ik geen films meer maken. BRUCKHEIMER: Niet helemaal. Mijn plicht als producent is het om het geld van de investeerders met winst terug te laten vloeien. Het maken van films is op de eerste plaats business. BRUCKHEIMER: Daaraan hebben ook anderen meegedaan, maar in principe klopt het wat u zegt. BRUCKHEIMER: Geloof het of niet, maar we hebben onlangs bijvoorbeeld de film Veronica Guerin gedraaid, met Cate Blanchett. De film is gebaseerd op feiten en gaat over een Ierse onderzoeksjournaliste die in 1996 wegens haar onthullingen door de onderwereld van Dublin is vermoord. BRUCKHEIMER: Daar twijfel ik helemaal niet aan. Misschien is nu eens karate in en dan weer sciencefiction, maar action zal op het filmdoek altijd succes hebben. BRUCKHEIMER: Ik zou nooit durven beweren dat ik mijn publiek ken. Elke film is een risico. Ik hou altijd rekening met het ergste, met een ramp. Maar als die zich zou hebben voorgedaan, dan zat ik hier nu niet met u over film te praten. BRUCKHEIMER: Als er in Hollywood één regel is, dan luidt die dat er geen regels zijn. Anders zou de regel moeten zijn: maak geen piratenfilms, want sedert Errol Flynn wil niemand die nog zien. En wat is er gebeurd? Pirates of the Caribbean heeft tot nu toe 200 miljoen dollar opgebracht. BRUCKHEIMER: Ook dat is uiteindelijk niet doorslaggevend. Neem nu Titanic. De film had een enorm budget, maar geen sterren, hij werd op het water gefilmd en duurde meer dan drie uren. Elk van die drie punten is een Hollywood-taboe en toch werd Titanic de succesrijkste film aller tijden. Het is gewoon niet voorspelbaar. BRUCKHEIMER: ... die alleen voor de film zelf geldt. Er ontbreekt echter continuïteit bij de topkrachten van de grote studio's. In mijn jaren bij Disney heb ik vier studiochefs zien komen en gaan. Wat levert een rijke filmtraditie op als ze niet in de ervaring van de leidende krachten gereflecteerd wordt? BRUCKHEIMER: Ik doe niet aan marktonderzoek. In plaats daarvan observeer ik alles wat tot de popcultuur behoort. Af en toe val ik op een krantenartikel of een serie in een tijdschrift, bijvoorbeeld over de mogelijke vernietiging van de aarde door asteroïden. Armageddon heeft prachtig gefunctioneerd, toch? BRUCKHEIMER: Weet u, ik ben nooit in Harvard geweest, heb nooit een eliteschool bezocht. Ik stam uit de onderste laag van de middenklasse, mijn ouders waren arm en zijn vanuit een kleine stad in Westfalen naar Detroit geëmigreerd. En kijkt u eens hoever ik het in Amerika heb kunnen schoppen! Ik zou daarvoor graag iets teruggeven. BRUCKHEIMER: Ja, de Duitse arbeidsethiek, de discipline. Die twee waren bij mijn ouders prominent aanwezig. Mijn vader trok elke morgen om halfzeven naar zijn werk en kwam nooit voor negen uur 's avonds thuis. Ik ben daarmee opgegroeid en concludeerde daaruit: alleen zo kun je iets bereiken. Ik sta elke dag om zes uur op en kom tegen elf 's avonds naar huis. BRUCKHEIMER: ( lacht) Hoe weet u dat? Helaas klopt het niet helemaal. Het gaat om de blokhut waarin de ouders van Lincoln getrouwd zijn. Mijn vrouw heeft beroepsmatig met monumentenzorg te maken en toen er sprake was van het neerhalen van de hut, hebben we die gekocht en gerestaureerd. BRUCKHEIMER: Ik vrees van wel. BRUCKHEIMER: Ik ben zeer betrokken. Ik zal u eens vertellen hoe een typische Hollywood-productie bij mij verloopt. Eerst is er een idee, een artikel uit een tijdschrift of uit een boek misschien, en dan zoeken we een auteur die samen met mij een scenario ontwikkelt. Dat geven we aan de studio. De studio wil meestal wijzigingen, en wij daarna ook nog eens. Pas daarna zoeken we een regisseur... BRUCKHEIMER: Dat klopt niet. Het scenario wordt eerst aan de wensen van de regisseur aangepast. Ook bij de casting werken we nauw samen. De acteurs willen vervolgens vaak graag dat de karakters wat worden bijgeschreven. Ten slotte zitten we allemaal samen, de regisseur, ikzelf en de scenaristen en we herschrijven de film nog maar een keer. Zodra er gefilmd wordt breng ik veel tijd door op de set - voor Pirates of the Caribbean zaten we ongeveer zes weken op een eiland. Dan ben ik natuurlijk ook nog eens bezig met de montage, de muziek en de hele nazorg van de postproductie. BRUCKHEIMER: Dat is iets wat slaat op de eerste films die ik in het begin van de jaren '80 met Don Simpson voor Paramount Pictures heb geproduceerd. De studio wou destijds de eer voor zich alleen, en louter de eigen naam en niet die van de regisseur met een film verbonden zien. Toen we Flashdance produceerden, zegden we tot onszelf: we laten onze film niet gappen door Paramount. Daarom hebben we onze namen op leven en dood aan de film gelinkt. Het heeft gewerkt en we hebben dat systeem gehandhaafd. BRUCKHEIMER: Beslist. De druk is enorm. Als je een luid aangekondigde film als Matrix Reloaded uitbrengt, komt die in het eerste weekend in de multiplex-bioscopen in twee grote zalen. Maar het volgende weekend komt de volgende blockbuster al met reusachtig marketinggeschal aangerold, en daardoor krijgt de vorige film nog maar één zaal toegewezen en worden je inkomsten automatisch gehalveerd. De toevloed is te groot, en een film kan zich nauwelijks nog echt ontwikkelen. BRUCKHEIMER: Zeker. Ook destijds hebben we daarover nagedacht, maar er kwam geen fatsoenlijk scenario tot stand. BRUCKHEIMER: Dat kan wel zijn, maar ik zou ook vandaag geen vervolg op Armageddon of Pearl Harbor maken, hoewel beide films samen een miljard dollar hebben opgebracht. BRUCKHEIMER: We hebben hoe dan ook acht jaar gewacht voor we een vervolg maakten. BRUCKHEIMER: Natuurlijk is het een risico om een film met dure sterren te maken die allemaal dikke procenten van de winsten willen zien. BRUCKHEIMER: Nee, dat komt omdat ik bepaalde sterren gewoon niet op het gepaste moment kan krijgen voor mijn producties. Ik kan er niet bij gaan zitten en wachten tot Ben Affleck eens tijd heeft voor een nieuwe film. Als ik een regisseur en een draaiboek heb, maak ik een film - met of zonder sterren. BRUCKHEIMER: Met Johnny Depp wou ik een duidelijk signaal naar het publiek sturen: dit is geen doorsnee historiefilm van het merk Disney dat u naar de bioscoop moet lokken. Johnny maakt de film scherper, rarer. En het heeft zo goed gewerkt dat we al een tweede deel plannen. BRUCKHEIMER: Helemaal niet. In de reclamesector heb ik geleerd te verkopen. En dat is precies wat ik nu doe met een film. Ik zoek het 'unique selling point'. BRUCKHEIMER: De twee een beetje. Met televisie kun je goed geld verdienen, maar ik wil ook wat bijdragen tot het medium dat een stempel op mijn kindertijd gedrukt heeft. Mijn ouders waren zeer streng, ik moest altijd bij het vallen van de duisternis thuis zijn en zo heb ik mijn avonden vooral voor de televisie doorgebracht. BRUCKHEIMER: Helemaal niet. Maar het is nu moeilijker om een succesrijke productiefirma te runnen dan tien jaar geleden. BRUCKHEIMER: De budgetten zijn dunner. BRUCKHEIMER: Ja, omdat de marketingkosten geëxplodeerd zijn. Maar voor personeel en voor andere kosten is er minder geld. BRUCKHEIMER: ( lacht). Oké, oké, maar ik moet toch onderhandelen. BRUCKHEIMER: Omdat bij jullie de bankiers en de investeerders geen risico willen lopen. Die zijn liever met een slappe winstmarge van acht of tien procent tevreden dan dat ze misschien 50 miljoen dollar verliezen. Ze hebben gewoon niet het lef en de pit van de Amerikaanse studio's. BRUCKHEIMER: Ja, maar in elk ander land zou het ook functioneren, indien de filmindustrie daar de steun van de financiële wereld zou hebben. Met het maken van films zijn miljoeneninvesteringen gemoeid, die in de regel helaas geen fantastische winststromen waarborgen. Natuurlijk denk je direct aan de honderden miljoenen dollars die Titanic heeft opgebracht. Maar te snel wordt vergeten dat daar twintig films tegenoverstaan die elke cent verloren hebben. 'Als er in Hollywood één regel is, dan luidt die dat er geen regels zijn.''Het maken van films is in de eerste plaats business.'