22 november 2004. Een anonieme briefschrijver stuurt een dreigbrief naar Rik Vannieuwenhuyse, bedrijfsleider van delicatessenbedrijf Remmery in het West-Vlaamse Ledegem. In de brief wordt het ontslag geeist van inpakster Naïma Amzil omdat zij een hoofddoek draagt op het werk. Tussen november 2004 en maart 2005 volgen nog zes brieven, waarin ook gedreigd wordt met sabotage van de producten van Remmery. Eén keer wordt Vannieuwenhuyse, die weigert Amzil te ontslaan, zelfs met de dood bedreigd.
...

22 november 2004. Een anonieme briefschrijver stuurt een dreigbrief naar Rik Vannieuwenhuyse, bedrijfsleider van delicatessenbedrijf Remmery in het West-Vlaamse Ledegem. In de brief wordt het ontslag geeist van inpakster Naïma Amzil omdat zij een hoofddoek draagt op het werk. Tussen november 2004 en maart 2005 volgen nog zes brieven, waarin ook gedreigd wordt met sabotage van de producten van Remmery. Eén keer wordt Vannieuwenhuyse, die weigert Amzil te ontslaan, zelfs met de dood bedreigd. Maandenlang is de publieke opinie in de ban van wat inmiddels 'de zaak-Remmery' heet. De verontwaardiging bij veel mensen is groot, de speculaties in de pers over wie achter de brieven zit, zijn talrijk. De unie van zelfstandige ondernemers Unizo verzamelt in geen tijd 26.000 handtekeningen voor een steunpetitie, het gerecht start een onderzoek (zie kader), bedrijfsleider Vannieuwenhuyse en Naïma Amzil worden zelfs ontvangen door koning Albert. Wanneer er na maart 2005 geen dreigbrieven meer komen, gaat ook de mediastorm snel liggen. Naïma Amzil, die zelf even ontslag heeft genomen omdat ze de druk en de heisa niet meer aankon, werkt intussen weer gewoon als inpakster bij Remmery, mét hoofddoek. Maar wie is deze 32-jarige vrouw van Marokkaanse afkomst eigenlijk? En hoe kijkt zij tegen het racisme in Vlaanderen aan? Naar aanleiding van haar verkiezing tot 'Mens van het Jaar' had Knack na een maandenlange media- stilte een exclusief gesprek met haar. NAIMA AMZIL: Het is een eer én een verrassing. Nog nooit werd een moslima tot Mens van het Jaar gekozen. Het is een belangrijk signaal dat autochtonen en allochtonen in België op een goede manier kunnen samenleven. Mét wat moeite kunnen allochtonen hier wel degelijk gelukkig zijn. Het is niet langer een utopie. AMZIL: Toch wel. Voor hen ligt het niet voor de hand om te studeren, te werken, vrienden te hebben en met autochtonen samen te leven. En dat zijn stuk voor stuk belangrijke voorwaarden om gelukkig te zijn. Vooral géén werk vinden is nefast. Als allochtonen niet aan de slag raken vanwege het racisme, kunnen ze ook niet integreren. Als moslima tot Mens van het Jaar verkozen worden, is een symbool dat integratie wel degelijk mogelijk is. AMZIL: Niet politiek! Daar heb ik géén kaas van gegeten. Als ik ooit de kans krijg, wil ik me inderdaad inzetten om de situatie van de moslims te verbeteren - vooral van de moslimvrouwen... AMZIL: Ze hebben het veel moeilijker dan allochtone vrouwen. Sinds 11 september 2001 wordt er anders naar moslimvrouwen gekeken. Vanaf dan worden moslims veel vaker met negatieve reacties geconfronteerd - moslima's nog meer dan moslims. AMZIL: Het is niet eerlijk. Alle moslimgemeenschappen hebben die aanslagen in Amerika veroordeeld. Toch betalen wij hiervoor nog altijd de rekening. AMZIL: Door hun hoofddoek! Mannen hebben alleen last van hun Arabische naam, als ze bijvoorbeeld solliciteren. Moslima's die een hoofddoek dragen, hebben het nog moeilijker om een baan te vinden. Om als kandidaat in aanmerking te komen, moeten ze hun hoofddoek afdoen. Dat ligt moeilijk. Bijgevolg komen veel moslima's niet aan de bak. De vrouwen moeten nog méér courage hebben dan de mannen. AMZIL: Ik ben opgegroeid in Mohammedia, een grote kuststad ten noorden van Casablanca. Mijn moeder was huisvrouw. Mijn vader was vaak de baan op als vrachtwagenchauffeur. We waren met 7 kinderen. Mijn vader heeft hard gewerkt om onze studies te betalen. AMZIL: Enorm belangrijk. Op mijn oudste zus na, hebben we allemaal gestudeerd. Eén zus werkt als boekhoudster, een andere is lerares. Ik heb een jaartje geschiedenis en aardrijkskunde gestudeerd aan de universiteit van Mohammedia. In de loop van het tweede jaar ben ik gestopt omdat ik ging trouwen met Saïd. (lacht)AMZIL: Hij droomde voor ons van een betere toekomst. Zoals mijn moeder heeft hij zelf nooit de kans gehad om te studeren. In Marokko was dat vroeger een voorrecht voor de rijke mensen. AMZIL: Saïd was al in België toen we trouwden. Hij ging in Luik industriële elektronica studeren. Op een bepaald moment heeft hij in een kippenkwekerij in Moorslede als jobstudent gewerkt. Daar waren ze zo tevreden over zijn werk, dat ze hem in dienst hebben genomen. Saïd werkt er vandaag nog altijd. Hij verzorgt er de kuikentjes. AMZIL: Voor mijn huwelijk ben ik nooit in België geweest. Het is een andere wereld, met een andere taal én cultuur. In het begin, nu meer dan acht jaar geleden, heb ik het in België niet gemakkelijk gehad. In Marokko helpt iedereen elkaar. Ik leef hier zonder mijn familie. Dat weegt vooral zwaar op moeilijke momenten. Ik heb het er moeilijk mee te bevallen zonder mijn moeder en zussen in de buurt. Daarom ben ik telkens een paar maanden na de geboorte van mijn kinderen, met mijn zoontje Ayoub (nu 6 jaar) en mijn dochter Basma (2 1/2 jaar) naar mijn familie in Marokko geweest. AMZIL: Saïd en ik waren de enige allochtonen in Ledegem! In het begin was het bizar. Iedereen was erg nieuwsgierig. De mensen waren wél allemaal erg vriendelijk. Een oude buurvrouw kwam bijvoorbeeld elke dag bij me langs om te informeren of alles goed met me ging. Ik kende toen nog geen Nederlands. Dus gebruikte ze gebarentaal. Vandaag ziet ons leven er helemaal anders uit. We hebben aldoor bezoek van collega's of vrienden. Vooral de beginjaren waren erg moeilijk. AMZIL: Nederlands geleerd en een baan gezocht... Anderhalf jaar heb ik in Roeselare avondschool Nederlands gevolgd. Dat liep niet van een leien dakje. Ik herinner me hoe drie buurkinderen herhaaldelijk pogingen ondernamen om met mij een gesprek aan te knopen. Ik probeerde het met de woordjes die ik in de Nederlandse les had geleerd. Alleen kwam dat Nederlands dat ik op school had geleerd niet altijd overeen met het Nederlands dat in het dorp werd gesproken... Veel mensen spreken dialect! AMZIL: Ik heb veel geluk gehad. Na vijf maanden had ik al een baan. De baas van mijn man kende toevallig Rik Vannieuwenhuyse, de bedrijfsleider van het delicatessenbedrijf Remmery. Rik maakte er geen probleem van dat ik van de eerste dag zou komen werken met mijn hoofddoek. Voor mij was dat belangrijk. AMZIL: Rik en Rita Vannieuwenhuyse gaan op een vriendschappelijke manier met hun personeelsleden om. Het is zoals een grote familie. Sinds ik er werk, heb ik minder het gevoel alleen te zijn. Ik heb goede collega's. Sommige collega's zijn intussen vriendinnen geworden. Ze zijn er altijd als ik problemen heb - een beetje zoals de familie thuis in Marokko. We zien elkaar ook buiten het werk. We gaan samen stappen, of bij elkaar op bezoek. Vorig jaar zijn we met drie vriendinnen én hun gezin naar Marokko geweest. Ze hebben met hun eigen ogen kunnen zien, hoe mijn leven eruitzag in Marokko. Geweldig was dat. AMZIL: Nee. Ik wilde niet meer thuisblijven. Ik wilde absoluut gaan werken. Ik doe dit graag, en ik heb leuke collega's. AMZIL: Nee. Dat zou niet vol te houden zijn. Dan zou ik al lang een andere baan hebben gezocht. AMZIL: Ze vinden er veel gemakkelijker een baan. In Marokko speelt een hoofddoek geen enkele rol tijdens sollicitaties. Moslima's hebben er meer kansen. AMZIL: Het staat wel degelijk in de Koran dat vrouwen een hoofddoek moeten dragen. Ik kan niet leven zonder hoofddoek. Zonder hoofddoek kan ik de straat niet op. AMZIL: Ik ben opgegroeid in een diepgelovige familie. Op school heb ik geleerd dat gelovige vrouwen een hoofddoek dragen. Ik ben gelovig. Toen ik 16 jaar was, heb ik voor mezelf beslist de hoofddoek te dragen - zoals mijn zussen. Voor mij betekent dat heel veel. Ik draag de hoofddoek omdat ik dichtbij Allah wil zijn. Geen hoofddoek dragen, is voor mij een wereld van verschil. Bij Remmery heb ik een tijdje alleen een muts op mijn hoofd gedragen - en zonder hoofddoek gewerkt. Dit gaf een zeer bevreemdend gevoel. AMZIL: In het begin konden we niet geloven dat het echt om een dreigbrief ging. We dachten dat het een grapje was. We hielden het niet voor mogelijk dat er nadien nog andere brieven zouden volgen. AMZIL: Ja. Het was een groot dilemma. Ik wilde niet graag zonder hoofddoek aan het werk. Al evenmin wilde ik mijn baas problemen bezorgen. Ik stond onder ongelooflijk zware druk. Het was een verschrikkelijke periode met slapeloze nachten en bloeddrukproblemen. Iedereen bij Remmery was gestrest. De goede sfeer was verknald. Het eindejaar kwam eraan, nota bene de drukste periode van het jaar. Iedereen loopt dan sowieso op de tippen van de tenen. Bovendien heeft de hele brievenkwestie acht maanden aangesleept... AMZIL: Rik is méér een vriend dan een baas. Het bedrijf is absoluut niet hiërarchisch georganiseerd. Rik en Rita zijn er altijd voor ons. Remmery is zoals een grote familie. Iedereen kan er altijd op iedereen rekenen. Het is heel moedig geweest van Rik niet toe te geven aan de eisen van de briefschrijver. Hij wilde niet dat ik zonder mijn hoofddoek kwam werken. AMZIL: Voor mijn familie in Marokko was het heel moeilijk. Ze verstonden het niet! Aanvankelijk durfde ik het niet aan mijn moeder te vertellen. Iedereen voelde zich machteloos - ver weg van België. Ze konden niets voor me doen. Vooral mijn moeder had het moeilijk. Ze wilde dat ik terugkwam naar Marokko. In maart zijn we bij mijn ouders in Marokko op bezoek geweest. Sindsdien is iedereen wat gekalmeerd. AMZIL: Ik viel niet op in het kleine West-Vlaamse Ledegem. Plots zagen de mensen me op televisie en in de kranten. Dat was heel vreemd. Soms gaf ik er de voorkeur aan de deur niet uit te gaan om niet met de zaak te worden geconfronteerd. Vandaag is de heisa enorm verminderd. Hoewel, er blijven mensen naar de rechtszaak vragen. Gelukkig komen er nu geen dreigbrieven meer. AMZIL: Ik heb zeer veel steun gehad. Iedereen stond achter me: mijn man, mijn familie, mijn baas, zijn familie, mijn collega's én ontelbaar veel andere mensen. Zoveel steun geeft moed. Er was ook mijn diep geloof dat de dingen wel in orde zouden komen. AMZIL: Gelukkig niet. Alle buren kwamen regelmatig polsen hoe het met me was. Voortdurend kreeg ik te horen dat de mensen achter me stonden. AMZIL: Nee. Het enige wat we weten, is dat er op een envelop DNA-sporen zijn aangetroffen die toebehoren aan de echtgenoot van een werkneemster die in september werd ontslagen. AMZIL: Ik hoop dat er nooit meer dreigbrieven bij Remmery arriveren. En dat ik mijn rustige leven van vroeger terugkrijg. De angst blijft hangen. Na elk interview, ben ik bang voor nieuwe dreigbrieven. AMZIL: Dat Vlamingen anders naar de moslimmaatschappij zouden gaan kijken: met een positieve blik, zonder vooroordelen. Ik hoop dat de moslims meer kansen krijgen op werk, op een woning. Hoe kunnen ze anders zichzelf bewijzen? AMZIL: Ik denk dat racisme nooit zal verdwijnen. Het zal wél verminderen. Veel mensen zitten namelijk met zware vooroordelen. Meer communicatie kan een uitkomst bieden. Naar elkaar luisteren, is een goed begin. Als we elkaar niet begrijpen, moeten we met elkaar spreken. Zodat we elkaar beter leren kennen. Ik leer wat van jouw cultuur, jij wat van de mijne. Dat is verrijkend, toch? Door Marleen Teugels'Alle moslimgemeenschappen hebben die aanslagen in Amerika veroordeeld. Toch betalen wij hiervoor nog altijd de rekening.'