Topschutter, Gouden Schoen, straks misschien ook landskampioen. Voor een zaligverklaring schiet je daar aardig mee op. Maar Wesley Sonck (23) blijft de nuchterheid zelve. Hij vertelt over zijn eerste trainingen als achttienjarige bij RWDM en hoe hij tijdens de duurloop opkeek naar Guy Vandersmissen, die 40 was, maar de kop trok. Bij Germinal kon Sonck zijn ogen niet afhouden van Marc Degryse, van wie hij elke uitspraak opraapte, met wie hij nooit in de discussie ging, uit bewondering en uit de wil om te leren. Idem met Franky Van der Elst, die toen zijn trainer was.
...

Topschutter, Gouden Schoen, straks misschien ook landskampioen. Voor een zaligverklaring schiet je daar aardig mee op. Maar Wesley Sonck (23) blijft de nuchterheid zelve. Hij vertelt over zijn eerste trainingen als achttienjarige bij RWDM en hoe hij tijdens de duurloop opkeek naar Guy Vandersmissen, die 40 was, maar de kop trok. Bij Germinal kon Sonck zijn ogen niet afhouden van Marc Degryse, van wie hij elke uitspraak opraapte, met wie hij nooit in de discussie ging, uit bewondering en uit de wil om te leren. Idem met Franky Van der Elst, die toen zijn trainer was. Toen Sonck bij Racing Genk kwam, had hij alle kenmerken van de volmaakte leerling. Trainer Sef Vergoossen slaagde erin om zijn pupil de laatste hebbelijkheden uit het hoofd te praten. Dat waren: het jennen van scheidsrechters en het dulden van voetbalverslaggevers die je gek maken over een transfer naar het buitenland. Maar áls hij vertrekt, zal het zeker niet in de eerste plaats voor het geld zijn. ?Ik verdien liever minder,? zegt Sonck?, ?maar met de zekerheid dat ik kan spelen.? Wesley Sonck: In het begin van het jaar is er inderdaad een Nederlandse diëtist langs geweest ? een voedseldeskundige, noemde hij zich. Hij vroeg ons om één week lang op te schrijven wat we aten en dronken. Daarna maakte hij het ideale programma op. In mijn geval lag het verschil vooral in de tussendoortjes. Snoepen doe ik niet, maar ik at al eens een boterham. Sonck: Zij was erbij. Iedereen moest met zijn vrouw of moeder langskomen voor het gesprek. We proberen nu dus zo gewoon mogelijk te eten en er zeker op te letten geen vet te eten. Sonck: Ook een Nederlander. Om de teamgeest er weer in te krijgen. Vorig seizoen werden we elfde en de sfeer was toen niet zo best. Hij is twee keer langs geweest, daarna hebben we hem niet meer gezien. Het was niet meer nodig, denk ik, we hadden duidelijk geen problemen en we deden samen genoeg dingen naast het veld. Dat is belangrijk. Je hebt hoe dan ook de neiging om in groepjes samen te klitten: de twee Joegoslaven, de Afrikanen, de Franssprekenden. Sonck: Eigenlijk niks. Het is armoede ginder, jongens als Moumou Dagano zijn tevreden dat ze hier kunnen spelen. Ik denk ook niet dat ik er ooit met vakantie zal gaan. Mike Origi heeft mij verteld hoe mooi Kenia is, maar het spreekt me niet écht aan. Ik blijf bij Europa. Het is genoeg te weten wie Moumou is. Als je hem ziet staan, denk je: wat een reus. Maar hij is heel timide en aangenaam. Sonck: Nooit. Mensen schrikken soms van hoe ik werkelijk in mekaar zit. Je bent anders naast het veld, zeggen ze. Rustiger. Het verschil is dat ik in een wedstrijd altijd die drang heb om te winnen. Presteren. Niet opgeven. Sonck: Dat is een slecht beeld. Je voetbalt met de hele ploeg. Wij vormen een belangrijke schakel, maar als we, zoals op Standard, nauwelijks aangespeeld worden, red je het niet met zo?n koningskoppel. Sonck: In de voorbereiding, ja. Vanaf het begin van de competitie voelden we mekaar goed aan. We hadden twee maanden intensief samen getraind. Je leert nadenken over je onderlinge positie. Een hoog inkomende bal: als de één gaat, moet de ander niet hetzelfde doen. Sonck: Maar ik pas me aan iedereen aan. Ik weet wat ik niet kan en dat kan Moumou dan weer. Dat hoeft niet hardop gezegd. Het klikte gewoon. Mekaar begrijpen leek even moeilijk, maar we spreken allebei ook Frans. Sonck: Je moet ook op moeilijke en verloren ballen voorbereid zijn, daarvoor ben je spits. Eigenlijk moet je scherp zijn telkens als je in het zestien-metergebied komt. Rieken waar de goal staat. Dit was het eerste jaar dat ik niet op de bank gezeten heb. De voorbije jaren maakte ik tien tot vijftien doelpunten, niet slecht, zeker omdat ik gemiddeld maar twintig wedstrijden speelde. Dit jaar heb ik op een schorsing na alles gespeeld. Ik weet nu dat ik er de volle negentig minuten mag staan, ook als ik in een mindere periode ben. Sonck: Nee. In de tweede ronde vorig jaar had ik bewezen dat ik mijn plaats in de ploeg had. Ik heb toen twaalf doelpunten gemaakt in vijftien wedstrijden. Misschien heb ik dit seizoen de verwachtingen overtroffen. Tussen de vijftien en twintig doelpunten had ik zelf gedacht. Ik zit nu aan één doelpunt per gespeelde wedstrijd. Sonck: Een doelpunt blijft het mooiste in voetbal. Het bezorgt je zo?n extase dat je soms niet meer weet wat je doet. Je zou het moeten meemaken: twintigduizend man die naar je zitten te roepen. De adrenaline die dan door je lichaam gaat. Sonck: Ik heb er nu vier. En als je ?t nagaat, zal je zien dat ik er hooguit twee verdiend heb. Op Standard was het terecht, daar trapte ik een bal weg. Maar ik werd afgefloten in buitenspel, dat er geen was, de beelden hebben dat achteraf aangetoond. Op Brugge heb ik mijn eerste kaart van het seizoen gekregen en dat was ook terecht, hoewel fifty-fifty. Ik deed een tackle en Lesjnak liet zich vallen. De andere twee kaarten waren belachelijk: de één voor handspel, de ander weet ik zelfs niet meer. Ik probeer beleefd te blijven. De trainer heeft me daarover in het begin van het seizoen bij zich geroepen. ?Het is niet goed voor je imago?, zei hij, ?en het is niet altijd makkelijk voor een scheidsrechter, beheers je dus.? Sonck: Ik denk dat sommigen niet hard genoeg zijn voor zichzelf. Op zeker ogenblik denken ze de wedstrijd op routine uit te spelen. Maar dat gaat niet, we kunnen ons dat niet veroorloven. Tegen geen enkele ploeg, daar zijn we te jong voor. Bekijk de beelden van onze wedstrijden en je zal bewijsmateriaal bij de vleet vinden. Soms moeten ze dus wakker geschud worden. Ik heb veel zelfkritiek, ik ben hard voor mezelf, dus ben ik de ideale man om opmerkingen op anderen te geven. Maar na de wedstrijd moet het gedaan zijn. En eerlijk, het is me nog niet overkomen dat iemand me zei: sorry Wes, maar dat kan niet, nu ben je te ver gegaan. Ik vind dat de groep al veel opgenomen heeft van wat ik gezegd heb. Ik ben recht voor de raap. Misschien kwets ik soms mensen, maar liever eerlijk dan achterbaks. Sonck: Ik ben geen van de drie, vrees ik. Maar ik ben trots een Ninovieter te zijn. Dat wil ik toch zeggen: wij zijn geen Ninovenaren, zoals je altijd leest en hoort. Ik ben onlangs gehuldigd op het gemeentehuis, samen met Kevin Van der Perre, de kunstschaatser die op de Olympische Winterspelen was. De eerste Gouden Schoen van de stad. Franky Van der Elst is er ooit geboren, maar heeft er nooit gewoond. Sonck: Dat was net voordat ik naar Genk kwam; nu zouden het er waarschijnlijk nog meer zijn. Misschien wil ik later werk maken van de politiek. Als het meezit, voetbal ik tot mijn 35e. Daarna moet het kunnen in de politiek. Iets met sport. Er zijn te weinig mogelijkheden voor de jeugd. Ik was een straatvoetballer, maar dat kan nu niet meer. Meer faciliteiten, pleintjes en zo. Ik zie alle sporten graag, ik ben eigenlijk alleen maar met sport bezig. Sonck: Ga ik nu weg of wacht ik nog een jaar? Daar zit ik mee. Met in het achterhoofd een dubbele moeilijkheid. Ik weet wat ik kan, maar als ik vertrek, is het mogelijk dat ik elders op de bank kom. Dat wil ik niet. De wedstrijden met de nationale ploeg hebben mij vertrouwen gegeven. Waarom zou het dan niet lukken in een buitenlandse competitie? Maar het nadeel is: wij zijn Belgen. Als je Italiaan, Spanjaard, Braziliaan, zelfs Nederlander bent, heb je over de grens een stap voor. De andere moeilijkheid is dat ik, als ik blijf, moeilijk nog beter kan presteren. Kampioen of tweede in de competitie, misschien dertig doelpunten en Gouden Schoen ? daar slaag ik volgend seizoen niet meer in. Sonck: Dat is niet waar. Als we in de Champions League spelen, verandert er veel. En ik heb de beslissing uitgesteld tot na het seizoen. Wie nu met een aanbod komt, moet maar even wachten. En wie nog moet komen scouten, omdat hij niet weet wat hij aan mij heeft, kan zich de moeite besparen. In dat geval zal ik tweede keuze zijn bij die ploeg en dat wil ik niet. Een trainer moet helemaal achter mij staan. Het probleem is dat de meeste clubs eerst moeten verkopen vóór ze kunnen kopen. En ik kost 8,5 miljoen euro, hoor ik zeggen. Dat is enorm veel, vind ik, en dat beslis je ook niet op één dag. Misschien pas ik bij vele clubs ook niet in het plaatje. Misschien ben ik te klein. Het is tegenwoordig altijd wat, wil je aan de top spelen. Maar als ik ga, is het zeker niet in de eerste plaats voor het geld. Ik verdien liever minder, maar met de zekerheid dat ik kan spelen. Sonck: Omdat je daar genoeg voorbeelden van Belgische voetballers vindt die in de ploeg staan. Engeland is in dat opzicht een stuk minder zeker. Sonck: Als ze ernaar vragen in een interview of als mijn manager mij belt, houdt het me natuurlijk bezig. Daarbuiten niet. Niet op de club, niet thuis. Ik doe voort waarmee ik bezig ben. En als het zover is, zal ik het advies vragen van mensen die het hebben meegemaakt. Ik zal zeker ook Marc Degryse bellen. En ik zal het met mijn vrouw bespreken, hoewel ik me niet kan voorstellen dat ze nee zegt. Sonck: Dat heeft Marc Wilmots mij verteld vóór de match tegen Schotland. ?Petit?, zei hij ? want zo noemt hij mij altijd ? ?petit, het is niet van belang dat je scoort, wel dat je goed speelt.? Als ik nu het veld opga, denk ik: ik hoef geen doelpunt te maken vandaag, ik heb nog andere kwaliteiten. Na de bekerwedstrijd tegen Moeskroen scoorde ik twee wedstrijden niet. Sonck scoort niet meer, las ik. Maar we wonnen wel, wat is dan het probleem? Sef Vergoossen zegt... Sonck: Ja. Hij zegt: je bent ook in andere dingen belangrijk, je verdedigt goed mee, kan de bal bijhouden, geeft assists, bent gevaarlijk Ik ben niet bang dat het straks minder zal gaan, ik heb nu al, in de tweede ronde, minder goede wedstrijden gespeeld. Ik ben de Gouden Schoen; ook als ik hetzelfde doe als vroeger, bekijken ze mij anders. 25 goeie wedstrijden op een jaar is het maximum, denk ik. Ik ben realistisch, dus ben ik niet bang. Sonck: Het is een droom. Nooit gedacht, dat zweer ik. Maar het bewijst dat je er met hard werken kunt komen. Iemand die middelmatig is, kan over twee jaar de top zijn in België, je moet alleen leergierig zijn. Dat is beslissend geweest voor mij. Sonck: Het is raar om te zeggen, maar ik denk dat Marc zag dat ik wel wat kon. Ik ben dikwijls als eerste op het trainingsveld gekomen en ik ben er ook dikwijls als laatste van weggegaan. Ik heb altijd goed geluisterd naar Marc, hem nooit tegengesproken, nooit met een verheffing in de stem tegen hem gepraat. Omdat ik dacht: hij heeft het meegemaakt, daar moet je van leren. Ik had respect voor hem. Zoals ik opkeek naar Guy Vandersmissen. En naar Franky Van der Elst. Je gaat niet tegen zulke vakmensen in. Je kunt er een andere mening op na houden, maar zij hebben de ervaring. Dus zwijg dan en luister. Sonck: Als Club Europees speelt, klopt mijn hart nog altijd voor ze. Ik was heel ontgoocheld toen ze dit seizoen door Lyon uitgeschakeld werden. Heel mijn familie is voor Brugge, ik ben het zelf ook altijd geweest. Als je prof wordt, verdwijnt dat gevoel natuurlijk. Maar er blijft altijd iets van hangen. Dat is raar, in de nationale ploeg zit ik altijd samen met de jongens van Club. Ik kan goed met ze opschieten. Piet Cosemans ?De moeilijkheid is dat ik, als ik blijf, moeilijk nog beter kan presteren dan dit jaar.? ?Ik heb veel zelfkritiek, dus ben ik de ideale man om opmerkingen op anderen te geven.?