Ten huize Swings zullen ze zich 6 december 1997 nog lang heugen. Op die dag kwam de goedheiligman immers op het lumineuze idee om skeelers door de schoorsteen te proppen en aan het hele gezin uit te delen. Jolijt alom bij de broers Maarten en Bart, die zich spoedig aansloten bij de lokale skeelervereniging. Vooral Bart bleek in de wieg gelegd om op skeelers te rijden. Op zijn achttiende werd hij voor het eerst wereldkampioen op de tien kilometer puntenkoers. Sindsdien werd hij elk jaar minstens één keer wereldkampioen in het inlineskaten. De teller staat sindsdien op twaalf.
...

Ten huize Swings zullen ze zich 6 december 1997 nog lang heugen. Op die dag kwam de goedheiligman immers op het lumineuze idee om skeelers door de schoorsteen te proppen en aan het hele gezin uit te delen. Jolijt alom bij de broers Maarten en Bart, die zich spoedig aansloten bij de lokale skeelervereniging. Vooral Bart bleek in de wieg gelegd om op skeelers te rijden. Op zijn achttiende werd hij voor het eerst wereldkampioen op de tien kilometer puntenkoers. Sindsdien werd hij elk jaar minstens één keer wereldkampioen in het inlineskaten. De teller staat sindsdien op twaalf. Maar omdat altijd maar wereldkampioen worden op den duur ook gaat vervelen, besloot Swings het in 2010 over een andere boeg te gooien. In enkele weken tijd leerde hij schaatsen en bleek hij ook op het ijs over een enorm talent te beschikken. Zo werd hij begin dit jaar derde op het wereldkampioenschap allround, na de ongenaakbare Sven Kramer en de sterke Noor Havard Bokko. Vandaag geldt hij als een absolute schaatstopper en een gevaarlijke outsider voor olympisch eremetaal. Zijn skeelerprestaties lijken er voorlopig niet onder te lijden. Op de Wereldspelen, zowat de Olympische Spelen van het skeeleren, behaalde hij deze zomer twee gouden, een zilveren en een bronzen medaille. Twee weken later bolde hij uit op de wereldkampioenschappen in Oostende, met nog eens vier keer een gouden en een bronzen medaille. Het is nog geen 18 uur wanneer we op de Kunstijsbaan Breda aankomen, maar de sfeer zit er goed in. Een deejay verblijdt een honderdtal toeschouwers met het betere dreunwerk uit de jaren negentig. Warm ingeduffeld nemen de schaatsliefhebbers plaats rond de schaatsbaan. In de Eerste Divisiewedstrijd (dit is Noord-Nederlands voor Tweede Klasse) starten de mindere goden op een kortere afstand. Zo staat onder anderen Maarten Swings aan de start, Barts oudere broer. Hij krijgt tegenstand van voormalig tweevoudig olympisch kampioen Jochem Uytdehaage en ex-profwielrenner Kai Reus. Terwijl de wedstrijd op gang wordt getrokken, schakelt de deejay over naar het betere schlagerwerk. Er gaan warme drankjes over de toog, er is kruidenkoek. Buiten jaagt een stormwind motregen over Noord-Brabant. Marathonschaatsen is voor Nederlanders ongeveer wat veldrijden voor de Vlamingen is, maar dan zonder modder en verschaald bier. 'Het is misschien niet de meest vanzelfsprekende plek om de Olympische Spelen voor te bereiden, maar ik vind het wel plezant', zegt Swings, terwijl hij de wedstrijd van zijn broer niet uit het oog probeert te verliezen. 'Ik heb momenteel vooral ijsgevoel nodig. Omdat ik volgende week thuis ben voor de feestdagen, kan ik niet op ijs trainen. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar het betekent wel dat ik elke kans moet aangrijpen om wedstrijden te schaatsen.' Want hoewel marathonschaatsen geen olympische discipline is, kan Swings zich naar eigen zeggen geen betere training voorstellen. Marathonschaatsen is eigenlijk bijna een sport apart, vindt Swings. 'Het ijs is rotslecht. Vooral in de bochten is het soms echt gevaarlijk, wanneer je in zo'n groot peloton rijdt. Je bent ook afhankelijk van de tactiek van de grote ploegen. Je wordt hier echt sterker van. Op de Olympische Spelen rijd je eigenlijk een tijdrit.' In de wedstrijd rukt een kopgroep van zes zich ondertussen los van het peloton. Broer Maarten is mee, zit perfect geplaatst voor de eindsprint, maar wordt nog net op de lijn geklopt. Tweede. Na enkele troostende woorden voor de oudere broer sjokt Bart naar de kleedkamers. Die zijn krap en eerder ouderwets in Breda, van het soort dat je tegenwoordig enkel nog in het lagere provinciale voetbal aantreft. Swings verzwelgt in een zee van rijzige mannenlijven. Bijna de helft van het deelnemersveld benadert de twee meter. Extra ingeduffeld begint Swings aan zijn opwarming. Sommige schaatsers kiezen voor een doorgedreven sessie op de hometrainer, maar Swings houdt het bij wat warmlopen. 'De wedstrijd duurt 125 ronden, dan heb je niet echt veel opwarming nodig', zegt hij lachend. Samen met teamgenoot en collega-skeeler Ewen Ferandez jogt Swings enkele rondjes rond de schaatspiste. Terwijl Swings het ijs opgaat, loopt een vijftigtal kilometer verderop het Belgische kampioenschap allroundschaatsen met een sisser af. Het nationaal kampioenschap, dat bij gebrek aan een Belgische ijsbaan in Eindhoven plaatsvindt, is zelfs in tijden van hoogconjunctuur een desolate aangelegenheid. Vorig jaar werden de wedstrijden nog verstoord door de Eindhovense winterkermis die in het midden van de baan huishield. Dit jaar is de eerste dag zo mogelijk nog troostelozer. Bij de vrouwen verplettert Jelena Peeters als enige deelneemster de tegenstand. Bij de mannen komt de enige ingeschreven deelnemer zelfs niet opdagen: geen uitslag. Jammer, vindt Swings, maar spijt van zijn beslissing om niet deel te nemen, heeft hij naar eigen zeggen niet. 'Het is voor mij op dit moment zinloos om aan het BK deel te nemen. Een Belgisch kampioenschap is eigenlijk een wedstrijd tussen mijn ploegmaats, en dat doe ik al genoeg op training. Ik weet dat ik sowieso ga winnen, dus daar heb ik niet veel aan. Zo'n kampioenschap is vooral vermoeiend omdat je lang moet wachten en vier keer moet opwarmen, maar je wordt er niet echt beter van. Dan schaats ik liever een marathon.' Iets voor half negen worden de rijders naar de start gesommeerd. Een bontgekleurd peloton van een man of zestig gaat collectief op de rem staan. Door de schaatshal klinkt een snerpend geluid, alsof honderd vingers tegelijk over een schoolbord krassen. Om drie over half negen wordt de wedstrijd op gang geschoten. Schijnbaar onvermoeibaar jakkert het peloton rondjes over de 400 meter lange piste. Met een rotvaart van tegen de vijftig per uur duikt de langgerekte groep in de bochten. Er wordt geschreeuwd en gedemarreerd, de ijzers hakken ongenadig in het glimmende ijs. In de openingsronden houdt Swings zich gedeisd. Toch valt hij door zijn aparte stijl onmiddellijk op tussen de andere schaatsers. Swings schaatst compact, met vinnige, korte slagen. Hij lijkt wel tien centimeter lager te zitten dan de verzamelde tegenstand. In de bochten kiest hij uit veiligheidsoverwegingen liever voor de buitenkant. Van 8 tot 18 februari, in het Russische Sotsji, wacht hem een totaal andere uitdaging. Daar gaan de wedstrijden over 5000, 1500 en 10.000 meter. Vooral op de 1500 meter ziet Swings naar eigen zeggen medaillekansen. Hij won begin dit jaar een wereldbekerwedstrijd op die afstand, maar de voorbije wedstrijden gingen de mist in. Toch gelooft Swings volop in zijn kansen. 'Op training lopen mijn 1500 meters echt super, maar in de wedstrijden maak ik nog steeds kleine foutjes. Dat is niet ideaal, maar ik maak me er geen zorgen over. Ik hoef maar één dag de beste zijn. Als ik op de Spelen een goede wedstrijd rijd, maken al die voorgaande wedstrijden niet uit.' De 1500 meter is dan ook een loterij. Het is zowat het enige nummer waar zowel geluk, ervaring als de tegenstander een belangrijke rol spelen. Vooral bij het kruisen, waarbij beide schaatsers van baan moeten wisselen, kan een wedstrijd in één klap verloren gaan. En net daar ging het bij Swings het voorbije jaar weleens mis. 'Voor mij is de 1500 meter een langgerekte sprint', zegt Swings. 'Mijn eerste ronde is zeer traag, dus ik moet echt de hele tijd voluit gaan om die achterstand in te halen. Maar eerlijk gezegd maak ik me geen zorgen over de kruisingen. Als je snel genoeg start, kom je niet in de problemen.' Bart Swings doet iets met een peloton. Het lijkt wel alsof hij bodyguards op het ijs heeft. Hij hoeft maar twee plekken op te schuiven, of hij krijgt een eskader Nederlanders in zijn zog, die vooral in zijn zog willen zitten wanneer hij aangaat. Het lijkt hem niet echt te deren: het is immers training. Na een dertigtal ronden mengt Swings zich voor het eerst in de debatten. Terwijl de carnavalskraker 'Viva Hollandia' door de boxen schalt, zet hij zich resoluut op kop. Nervositeit in het peloton. De grote ploegen schuiven bliksemsnel naar voren. De week voordien klopte Swings in zijn dooie eentje zowat alle gevestigde waarden in de marathon van Alkmaar. Achteraan de groep krommen de zwakkere rijders hun ruggen tot bochels. De tanden gaan op elkaar. Je kunt de spieren horen kraken. Een enkeling moet de rol lossen en zal na enkele minuten amechtig spartelend de wedstrijd verlaten, maar de grote groep blijft ondanks Swings' beukwerk samen. Het wedstrijdverloop toont aan dat Swings stilaan ook een grote naam is in Nederland, het absolute gidsland van het schaatsen. 'Aanvankelijk had die schaatsende Belg nog iets sympathieks, maar tegenwoordig is hij een echte topper', vertelt de lokale schaatstrainer Jan van der Effen. 'Wij houden echt rekening met hem in Sotsji.' Behalve sportief timmerde Swings ook organisatorisch zelf aan de weg. Sinds september 2013 is hij de speerpunt van Team Stressless, een nagelnieuwe schaatsploeg. 'Mijn team brengt me vooral rust', vertelt Swings. 'Niet dat ik nu echt van het schaatsen kan leven, maar ik kan nu tenminste mijn coach betalen. Vorige winter kon ik maar een maand met Bart Veldkamp werken, omdat we gewoon het budget niet hadden om hem langer te betalen. We kunnen een kinesist meenemen op trainingskamp. Ik kan me nu volop focussen op het sportieve zonder de hele tijd aan de budgetten te moeten denken.' Bart Veldkamp: de naam is eruit. Sinds de Schaatsbelg van weleer de schaatsende Belg van nu onder handen neemt, gaat laatstgenoemde met rasse schreden vooruit. Aanvankelijk werd Veldkamp vooral ingehuurd om Swings' schaatstechniek bij te sturen, maar tegenwoordig functioneert hij ook als manager, perschef en vertrouwenspersoon. 'In vergelijking met de echte toppers kom ik vooral technisch nog te kort', beseft Swings. 'Bart leert me ook hoe ik mijn race moet aanpakken.' Ook naast de baan drukt Veldkamp zijn stempel. 'Hij heeft me "nee" leren zeggen', aldus Swings. 'Sinds vorig jaar is de media-aandacht explosief toegenomen. In zware trainingsweken heb ik rust nodig, en is het dus geen goed idee om uitgebreide interviews te geven.' Ondanks zijn recente opgang moet het ook frustrerend zijn voor Swings. Had hij indertijd voor bijvoorbeeld veldrijden gekozen, dan had hij nu al lang een dik contract en een camper met douche in. Voor schaatsers - toch een olympische discipline - loopt de Belgische bedrijfswereld voorlopig niet echt warm. Team Stressless is een Belgisch team dat gesponsord wordt door de Nederlandse tak van een Noors bedrijf dat in Duitsland gevestigd is: een Babylonische spraakverwarring lijkt geen denkbeeldig gevaar. Naast de teamsponsoring moest Swings nog een crowdfundingactie op poten zetten, om alle onkosten vergoed te krijgen. 'Eigenlijk stoort me dat niet echt', zegt hij schouderophalend. 'Ik ben tevreden met de steun die ik krijg, ook van Bloso. Skeeleren en schaatsen zijn nu nog kleine sporten, maar ik ben ervan overtuigd dat ze enorm zullen groeien. Het komt echt op. We hebben alleen nog wat meer tijd nodig.' 'En Swings, is die niet mee?' Twee hemelsblauwe ogen staren me een beetje beteuterd aan. Anneke, die net de marathon bij de vrouwen heeft afgewerkt, is zichtbaar teleurgesteld. Swings heeft inderdaad de goede vlucht gemist. Een kopgroep van zestien man heeft zich losgerukt en heeft het peloton in een mum van tijd gedubbeld. Het zal het voor een andere keer zijn, beseft Swings al snel. Wanneer hij een halfuur later van het ijs klautert, kan hij er hartelijk om glimlachen. 'Goeie training, ik ben tevreden.' De vijftien meter naar de kleedkamer duren een eeuwigheid. Swings wordt omstuwd door een twintigtal Belgische en Nederlandse fans, die allemaal met hem op de foto willen. Hij ondergaat de aandacht met de glimlach. Arjan Stroetinga, de winnaar van vanavond, moet het duidelijk met heel wat minder aandacht stellen. De goede vlucht zal Swings in Sotsji alvast niet kunnen missen. Op de Spelen krijgt hij in zijn wedstrijd slechts één tegenstander op de baan. Op de tien kilometer zal hij het wellicht moeten opnemen tegen Sven Kramer, de wereldrecordhouder op de vijf en de tien kilometer. Kramer werd in 2010 olympisch kampioen op de vijf kilometer en was dat op de tien ook geworden, als hij zich in de laatste ronde niet van baan had vergist. Het contrast tussen beide rijders kan niet groter zijn. Kramer is een rijzige, geblokte Fries; Swings is een tenger gebouwde Brabander. Kramer is geboren op het ijs, op nauwelijks enkele kilometers van Thialf, het mythische schaatsstadion van Heerenveen; Swings is geboren in een land zonder schaatsbanen. Kramer schaatst als een pletwals, met lange, krachtige halen; Swings schaatst als een skeeler: bijna dubbel geplooid, met kleine pasjes. Zijn ogen blinken wanneer hij over een mogelijke confrontatie spreekt. 'Ik heb nog nooit tegen Sven gereden, maar ik ben echt niet bang. Ik ben er zeker van dat het een mooi duel kan worden. Als ik me in zijn spoor vast kan bijten, rij ik sowieso een toptijd.' Nog vijf weekjes slapen, en de olympische vlam brandt in Sotsji. Het wordt Swings' hoogtepunt van het seizoen. Op 9 en 10 januari gaat hij nog eens voluit op de Europese kampioenschappen in Hamar, maar daarna tellen slechts drie wedstrijden. Drie uitgelezen mogelijkheden om voor de ogen van de hele wereld, zoals het in Nederland heet, de ballen uit de broek te rijden. Het wordt ook voor Swings het einde van een hoofdstuk, want na de Spelen gaat hij gewoon weer studeren. Zijn studie Burgerlijk Ingenieur heeft hij voor zijn eerste olympisch jaar even stilgelegd, maar na Sotsji zoekt hij de studieboeken weer bij elkaar. 'Ik besef dat ik mijn diploma na mijn carrière nog nodig zal hebben.' DOOR JEROEN ZUALLAERT, FOTO'S FRANKY VERDICKTMarathonschaatsen is voor Nederlanders ongeveer wat veldrijden voor de Vlamingen is, maar dan zonder modder en verschaald bier.