Meester Vergès, voelt u zich aangetrokken tot het kwaad?

JACQUES VERGÈS: De natuur is wild, onberekenbaar en gruwelijk. Wat de mens van het dier onderscheidt, is de mogelijkheid om voor het kwade te kiezen. Misdaad is het symbool van onze vrijheid.
...

JACQUES VERGÈS: De natuur is wild, onberekenbaar en gruwelijk. Wat de mens van het dier onderscheidt, is de mogelijkheid om voor het kwade te kiezen. Misdaad is het symbool van onze vrijheid. VERGÈS: Een realistisch. VERGÈS: Ik geloof dat iedereen - wat hij ook op zijn kerfstok heeft - recht heeft op een eerlijk proces. De publieke opinie kleeft iemand algauw het etiket 'monster' op. Maar monsters bestaan niet. Het absolute kwaad bestaat niet. cliënten zijn mensen - mensen met twee ogen, twee handen, een seksleven en emoties. Dat maakt hen ook zo sinister. VERGÈS: Het choquerende is toch dat het 'monster' Adolf Hitler zo van zijn hond hield en zijn secretaresses handkussen gaf - zoals we uit de literatuur over het Derde Rijk en de film Der Untergang weten. En wat mij interesseert bij mijn cliënten is te ontdekken wat hen tot hun wandaden gebracht heeft. Ik heb de ambitie om dat duidelijk te maken. Een goed proces is als een toneelstuk van Shakespeare, een kunstwerk. VERGÈS: Die monoloog gaat natuurlijk over mezelf, over het beroep van advocaat en het wezen van de procesgang. In ieder proces speelt zich voor de ogen van het publiek een drama af, een duel tussen de verdediging en de aanklager. Beiden vertellen niet noodzakelijk de waarheid. Op het eind wordt een van beiden tot winnaar uitgeroepen - maar dat heeft niet altijd met gerechtigheid te maken. VERGÈS: Een van mijn principes is geen principes te hebben. Daarom zou ik ook niemand afwijzen. VERGÈS: Ik zou Hitler verdedigd hebben, zoals ik ook Osama Bin Laden als cliënt zou accepteren en zelfs George W. Bush - zolang hij schuldig zou pleiten. VERGÈS: Iedere misdaad is uniek, zoals ook iedere misdadiger uniek is. Dat alleen al maakt vergelijkingen onmogelijk. VERGÈS: Er is in Cambodja geen genocide geweest. VERGÈS: Dat getal is overdreven. Er hebben moorden plaatsgevonden, dat wel. Sommige daarvan zijn onvergeeflijk, zoals mijn cliënt zelf overigens ook zegt. Er is gemarteld, en dat is niet goed te praten. Maar een doelbewuste genocide is nog iets anders. Verreweg de meeste mensen zijn door honger of ziekte om het leven gekomen. VERGÈS: Dat is nu precies het punt. Die ontberingen waren vooral het gevolg van de blokkadepolitiek van de Verenigde Staten. De geschiedenis van Cambodja begint niet met de machtsovername van de Rode Khmer in 1975. Daar ging een bloedige episode aan vooraf: begin jaren zeventig hebben de Amerikanen onder president Richard Nixon en zijn veiligheidsadviseur Henry Kissinger de burgerbevolking van Cambodja bedolven onder een bommentapijt. VERGÈS: Dat recht behoud ik me voor. Maar ik betwijfel of hij zal komen opdagen. Ik ben er trouwens ook niet zo zeker van dat het proces in Phnom-Penh ooit plaats zal hebben. Ik moet het eerst nog zien. VERGÈS: Het kan best zijn dat het proces tegen Duch al begonnen is, maar niet dat tegen de vier andere gevangenen: de nummer twee van de Rode Khmer, Nuon Chea, de ex-ministers Ieng Sary en Ieng Thirith, en het voormalige staatshoofd Khieu Samphan. Het zal nooit zover komen, want het tribunaal in Phnom-Penh heeft in de aanloop naar het proces al zijn geloofwaardigheid en legitimiteit verspeeld. VERGÈS: Ik zal een paar voorbeelden geven van het dilettantisme van de aanklager. Ieng Sary is al eerder door een Cambodjaanse rechtbank veroordeeld en heeft in 1996 gratie gekregen van koning Sihanouk. Het is in tegenspraak met alle grondbeginselen van het recht om iemand twee keer voor hetzelfde vergrijp te vonnissen. En Khieu Samphan moet vrijgelaten worden omdat het tribunaal de elementaire rechten van de verdediging schendt. Hoewel het proces in drie evenwaardige talen gevoerd wordt - Engels, Frans en Khmer - heeft men het niet nodig geacht meer dan een paar fragmenten van het bewijsmateriaal tegen mijn cliënt in het Frans te vertalen. Het is in die omstandigheden voor mij onmogelijk mijn cliënt te verdedigen... VERGÈS: Ik heb zelfs moeten meemaken dat de rechter mijn cliënt adviseerde een andere raadsman te nemen. Wat een onbeschaamdheid! VERGÈS: Dat is de kern van het probleem niet. Het proces voor het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag tegen Milosevic... VERGÈS: ... was een farce. Dit soort zaken riekt altijd naar overwinnaarsjustitie. Dat gold trouwens ook voor het proces in Nürnberg, maar daar heeft men toch nog bepaalde regels gerespecteerd. Hjalmar Schlacht, bijvoorbeeld, de voormalige minister van Economische Zaken van het Derde Rijk, is over de hele lijn vrijgesproken. Mijn cliënt Khieu Samphan was ook verantwoordelijk voor economie, maar in vergelijking met het tribunaal in Nürnberg is dat van Phnom-Penh een voorbeeld van wetteloosheid en lynchjustitie. VERGÈS: Als studentenleider en overtuigd communist kwam ik in het linkse milieu veel met buitenlandse studenten in contact. Ik heb toen inderdaad Saloth Sar ontmoet, die zich later Pol Pot zou noemen. Een jongeman die van de poëzie van Rimbaud hield. Hij had bovendien gevoel voor humor. Maar van alle Khmerstudenten die met een beurs van koning Sihanouk in Parijs studeerden, was Khieu Samphan zeker de meest briljante intellectueel. Zoals zovele anderen was hij op zoek naar een rolmodel voor de antikolonialistische strijd in zijn geboorteland. Hij is toen, net als Saloth Sar, marxist geworden. VERGÈS: Pas in 2004. Hij vertelde mij dat hem een aanklacht boven het hoofd hing. Ik ben toen naar Cambodja gereisd, en we hebben in zijn huis aan de Thaise grens vier dagen lang gezamenlijk de strategie voor zijn verdediging uitgedokterd. VERGÈS: Simpel: mijn cliënt heeft nooit een functie in het politie- of veiligheidsapparaat bekleed. Als staatshoofd had hij vooral een representatieve rol en hij was niet verantwoordelijk voor de repressie. Hij is een zachtmoedig man. Hij is onschuldig. VERGÈS: Ja, natuurlijk. Hij wilde alleen een politieke kaste vernietigen - niet de burgers die daar deel van uitmaakten. Hij was een idealist die revolutionaire ideeën aanhing. Weet u, het Westen wil iedereen de les spellen, maar intussen zijn de Verenigde Staten verantwoordelijk voor de dood van duizenden onschuldige burgers in Irak en voor de martelingen in Abu Ghraib en Guantanamo. En zijn we vergeten hoe Frankrijk destijds zijn handen vuil heeft gemaakt in Algerije? VERGÈS: Ik begreep hun woede. Ik begreep hun strijd - ik steunde die strijd. Ik heb het FLN altijd als een verzetsbeweging gezien. Ik keurde het geweld dat ze gebruikten ook zeker niet af. VERGÈS: Ik doe niet mee aan de mode om iemands doen en laten te verklaren door het feit dat hij een ongelukkige jeugd heeft gehad. Ik verafschuw iedere vorm van slachtoffercultuur. Maar het is waar dat mijn vader zijn baan als consul in het koloniale Indochina heeft moeten opgeven omdat hij met een Vietnamese trouwde. Hij is toen met ons naar Réunion verhuisd, de Franse kolonie voor de kust van Afrika, waar hij als arts gewerkt heeft. Ik ben een mengelmoesje, maar ik heb me nooit verscheurd gevoeld. Ik ben ook niet met woede in mijn lijf geboren. Ik heb me die woede eigen gemaakt. VERGÈS: Ik heb als kind al ervaren wat discriminatie is. Ik zie het nog zo voor mij: een onwaarschijnlijk dik Europees koppel, dat zich in een riksja door een broodmagere inlander liet voorttrekken. Als die man moe werd, kreeg hij een trap onder zijn kont. Zelfs met een ezel zou je dat niet doen. VERGÈS: Ik heb als zeventienjarige tegen de nazi's gevochten bij de Forces libres van Charles de Gaulle. Omdat ik Frankrijk wilde verdedigen - niet het Frankrijk van de kolonisator, maar het Frankrijk van Montaigne, Diderot, Robespierre en de Revolutie. En het idee om onder De Gaulle te dienen - iemand die door de Franse regering ter dood veroordeeld was - beviel me wel. We hebben toen in het Verenigd Koninkrijk en Algerije getraind, en in Italië en Frankrijk gevochten. VERGÈS: Ach. Ik heb in die tijd maar één ernstige verwonding opgelopen, bij het openen van oesters. Hier, in mijn linkerhand. VERGÈS: Ik ben immuun tegen kogels. Dat is nu eenmaal zo. VERGÈS: Ik was in die tijd hoofdredacteur van een krant in Algerije, Révolution Africaine, die de steun had van de FLN. De Chinezen hadden een paar mensen van onze redactie uitgenodigd naar Peking. We hebben daar heel serieuze politieke discussies gevoerd. Ik heb de menselijke kant van Mao leren kennen. Hij had iets aandoenlijks. VERGÈS: Ik denk dat iedereen zijn sterktes en zijn zwaktes heeft. Ik heb het grote geluk gehad alleen de positieve kanten van Mao te leren kennen. VERGÈS: In Parijs. Hij kwam toen terug uit Zwitserland, en zijn eerste vrouw werkte bij ons op de redactie. Che was echt een indrukwekkende man, met een ongelooflijk charisma. VERGÈS: Ik heb veel achting voor mijn cliënten en voor wat ze gedaan hebben, maar zelf zou ik het niet doen. VERGÈS: Ik zie het probleem niet. Neem nu bijvoorbeeld Magdalena Kopp, de levensgezellin van Carlos. Een Duits meisje dat fotografie had gestudeerd en voorbestemd leek voor een schitterende carrière, tot ze alles achter zich liet en naar het Midden-Oosten trok om aan de zijde van de verdrukte Palestijnen te vechten. Voor zo iemand kan ik niet anders dan sympathie hebben. VERGÈS: Ik vind het als advocaat mijn verdomde plicht om iedereen te verdedigen - hoe de aanklacht ook luidt. Dat hoeft toch niet te betekenen dat ik mij identificeer met wat mijn cliënten hebben uitgevreten? Toen Klaus Barbie mij vroeg om in mijn pleidooi de suprematie van het Arische ras te benadrukken heb ik gezegd: het spijt me, dat kan ik niet, ik ben een advocaat uit Parijs, ik ben meester Vergès en geen Obersturmführer. VERGÈS: Geen seconde. In 1987 stond ik in Lyon helemaal alleen tegenover 39 advocaten van de tegenpartij én tegenover de rechter. Dat was op zich al een reden. VERGÈS: Soms laat je met een proces een spoor na, ook al heb je het pleit verloren. Dat vind ik een vorm van schoonheid. VERGÈS: Een doorsneeman. Geen buitengewone persoonlijkheid. Maar je moet natuurlijk niet vergeten dat er tussen wat hij allemaal had aangericht en zijn proces een periode van veertig jaar lag. Het was niet meer dezelfde man. VERGÈS: André Malraux heeft ooit gezegd dat de waarheid van een man ligt in wat hij verzwijgt... VERGÈS: Waarom zou ik? Het is toch buitengewoon amusant dat ons moderne politieapparaat maar niet kan achterhalen waar ik al die jaren heb uitgehangen? Er waren geruchten dat ik in Cambodja was ondergedoken, maar tegelijkertijd werd ik in China en in Palestina gesignaleerd. Ik heb ook met veel plezier mijn eigen overlijdensberichten gelezen: een heel begaafde jongeman was van ons heengegaan. VERGÈS: Maakt u zich maar geen zorgen. Er zijn ook ondernemers die mij goed betalen. Ik houd nog wel wat over. VERGÈS: Een arts zegt toch ook niet tegen een patiënt: 'U hebt aids, maar u bent zwart en dus is het uw eigen schuld en zal ik u niet behandelen'? VERGÈS: Klopt. Dat citaat komt uit mijn autobiografisch boek Le salaud lumineux. Ik, de briljante smeerlap. VERGÈS: Mijn beroep is voor mij een permanente intellectuele verrijking. Dankzij mijn beroep ben ik nu vertrouwd met het wereldbeeld van een terrorist, maar ook met dat van een politieman. Ik ken zowel de maagd als de nymfomane, zowel de misdadiger als de idioot. Dat is een groot voorrecht. © DER SPIEGEL/VERTALING EN BEWERKING: PIET PIRYNS DOOR BRITTA SANDBERG EN ERICH FOLLATH