De brug die naar het hiernamaals leidt, is smal, omgeven door eeuwig brandende vuren. Het is beeldspraak waaraan Adil Al-Jattari zijn gelovigen graag herinnert. Tijdens een zondagse preek leest de imam de gelovigen van de Molenbeekse Al Moutaquin-moskee stevig de les. Het timbre van zijn stem gaat driftig op en neer. Verspreid over het sierlijke vast tapijt slaan een honderdtal moslims hun geliefde imam gade. 'De beloning in het paradijs is groot. Aan de overkant wacht het eeuwige geluk. Al je geliefden zullen er op je wachten.'
...

De brug die naar het hiernamaals leidt, is smal, omgeven door eeuwig brandende vuren. Het is beeldspraak waaraan Adil Al-Jattari zijn gelovigen graag herinnert. Tijdens een zondagse preek leest de imam de gelovigen van de Molenbeekse Al Moutaquin-moskee stevig de les. Het timbre van zijn stem gaat driftig op en neer. Verspreid over het sierlijke vast tapijt slaan een honderdtal moslims hun geliefde imam gade. 'De beloning in het paradijs is groot. Aan de overkant wacht het eeuwige geluk. Al je geliefden zullen er op je wachten.' Met zijn donderpreken in het Frans en het Arabisch houdt Al-Jattari de plaatselijke jeugd in het gareel. Tijdens het vrijdagsgebed - voor moslims het belangrijkste gebed van de week - veroordeelt hij keer op keer het extremisme. 'Ik ben duidelijk: er is geen enkele belediging erg genoeg om geweld te gebruiken. Onze jongeren hebben in Syrië niets te zoeken. Er is nog nooit een oorlog gewonnen door tieners die de wapens opnemen.' Ondanks de meer dan duizend gelovigen die wekelijks de vrijdagspreek bijwonen, is er tot nu toe geen enkele jongere uit zijn moskee naar Syrië getrokken. Toch minimaliseert Al-Jattari zijn invloed. 'Het probleem van de Syriëstrijders heeft niets met religie te maken. Syriëstrijders komen niet in de moskee. Het zijn kwetsbare jongeren, vaak met een crimineel verleden, die iets op het internet hebben gelezen en hun problemen hopen te ontvluchten. Hoe kan ik hen tegenhouden?' De moslimgemeenschap van Sint-Jans-Molenbeek beleeft woelige dagen. In de nasleep van de politieactie in Verviers volgden verscheidene huiszoekingen. Abdelhamid Abaaoud (27), die ervan verdacht wordt het brein achter de geplande aanslag te zijn, is Molenbeeknaar. Toen hij naar Syrië trok, nam hij zijn op dat moment dertienjarige broertje Younes mee. Zijn vader baatte tot voor kort een winkeltje uit op het Molenbeekse Gemeenteplein. In La Dernière Heure distantieerde hij zich afgelopen weekend van zijn zoon. 'Een doodgewone, rustige familie', zucht Redouane Adahchdour, voorzitter van het moskeebestuur. 'De vader kwam hier geregeld bidden.' In de cafés rond het beruchte metrostation Zwarte Vijvers reageren jongeren verontwaardigd. 'Er zijn geen terroristen in Molenbeek!' roept Ismail, een tiener van Albanese origine met een jongensachtig gezicht. 'Er is hier alleen Albanese maffia. Mais ça, c'est du business.' Ondanks de schietpartij in Verviers en de huiszoekingen van de voorbije dagen gelooft de lokale jeugd niet dat er in Molenbeek terroristische netwerken zijn. 'Eén keer heeft een of andere idioot in een lang gewaad ons aangesproken om naar Syrië te vertrekken', vertelt Mohamed, een Marokkaan van een jaar of twintig. 'Maar die gast was niet van hier. We hebben hem een paar tanden uitgeslagen. Sindsdien hebben we hem niet meer gezien.' Het vertrouwen in de overheid en de ordediensten is bijzonder wankel bij de Molenbeekse jeugd. Bijna iedereen heeft wel een verhaal over hoe hij hardhandig aangepakt is door politieagenten. Aan journalisten hebben ze ook een hekel. 'De media zijn in handen van zionistische Joden', snuift Nabil. Veel moslimjongeren geloven niet dat er een aanslag is gepleegd op Charlie Hebdo. Ze hebben die redactie al jaren bedreigd, klinkt het, waarom zouden ze dan tot nu wachten om toe te slaan? En waarom krijgen we geen lijken te zien van de daders? Ook aan het filmpje waarin een van de terroristen de gewonde politieman Ahmed Merabet door het hoofd schiet, hechten de meesten hier geen geloof. 'Meneer, ik speel Playstation 3, en ik garandeer u dat het filmpje niet echt is. Als je met een kalasjnikov iemand door het hoofd schiet, spat het uit elkaar. In dat filmpje zie je niet eens bloed.' Samenzweringstheorieën doen het goed bij veel Brusselse moslimjongeren. Velen zijn ervan overtuigd dat de Franse inlichtingendiensten de aanslag op Charlie Hebdo in scène hebben gezet om moslims te kunnen verdrukken. Het is zoals de aanslagen van 11 september 2001, meent Mohamed, een jonge Marokkaan met een capuchon die erbij is komen staan. 'Dat was een complot om olie en goud van moslimlanden te stelen.' Ook Al-Qaeda is volgens velen een verzinsel, bedacht door de CIA of de Mossad. 'De jihadisten zijn het nieuwe Amerikaanse leger!' fulmineert Mohamed. 'De houding van het Westen is hypocriet', zegt Fikri, een 39-jarige man van Berberse origine. 'Waarom komen er voor twaalf doden in Parijs miljoenen mensen op straat, en geeft niemand om de duizenden doden in Syrië, Irak of Afghanistan? Waarom worden Joden die voor het Israëlische leger vechten niet gestraft?' Ook de vrijheid van meningsuiting wordt volgens hem veel te selectief toegepast. 'Iemand die met een tekening een miljard mensen beledigt, mag zijn gang gaan. Maar als (de Franse komiek) Dieudonné eens de waarheid durft te zeggen, gooien ze hem meteen de bak in.' Iets oudere moslims klinken voorzichtiger. Veel vaste stamgasten van de theehuizen rond Ribaucourt hebben weinig zin om erover te praten. 'Het is beter om het niet over politiek te hebben', zegt Rachid, een Algerijn van een jaar of veertig. 'Ik zeg altijd: mange du pain et ferme ta bouche.' Maar ook bij de eerste generaties is het wantrouwen groot. Wanneer we via onze smartphone de laatste ontwikkelingen lezen, is Rachid ervan overtuigd dat we hem stiekem hebben gefilmd. Pas nadat hij de smartphone grondig onderzocht heeft, laat hij zijn argwaan varen. Zijn compagnon Abdeslam wil wel praten. Hij is bang, zegt hij. 'Ik heb de Algerijnse Burgeroorlog van de jaren negentig meegemaakt. Ik heb toen alle dagen terrorisme gezien. Ik had een mooi leven, maar ik heb alles moeten achterlaten. Alle dagen waren er aanslagen. Je werd er helemaal paranoïde van. Op het einde kon ik geen vrouw met een handtas zien of ik dacht dat het een bom was. Nu ben ik bang dat het geweld hierheen komt.' Over België krijgt het tweetal geen onvertogen woord over de lippen. 'België heeft ons onderdak gegeven. We hebben werk, er zijn goede scholen, het is hier rustig. De Arabische landen doen niets voor hun bevolking.' Het is bijna een waterscheiding binnen de moslimgemeenschap. Waar de eerste generatie de overheid vooral dankbaar is voor de kansen, hebben veel jongeren van de tweede of derde generatie het gevoel tegen een muur op te botsen. Ze hebben in de Brusselse scholen gezeten, waar ze zowel met Vlaamse als Franstalige kinderen speelden. Velen van hen spreken zelfs behoorlijk Nederlands. Toch zit de frustratie diep. 'Marokkanen krijgen geen kans in dit land', zegt Tarik, die in Sint-Gillis een kleine kapperszaak uitbaat. 'Je vindt hier alleen werk als je baas ook een Marokkaan is.' Dat er bij de overheid heel wat Marokkanen werken, doet volgens hem niet ter zake. 'De gemeente neemt alleen Marokkanen in dienst om te weten hoe de moslims denken. Marokkanen die voor de gemeente werken, zijn in mijn ogen verraders.' Veel jongeren zijn van plan om het land te verlaten, zucht Saïd, een dertigjarige leerkracht die zich excuseert voor de drieste standpunten van zijn kameraden. Maar ook Saïd denkt eraan om naar Marroko te verhuizen. 'Ik ben hier opgegroeid. Ik heb een heerlijke job, een vrouw en twee prachtige dochters. En toch voel ik me een vreemde in mijn eigen land. Ik heb het gevoel dat ik me voortdurend moet verantwoorden voor mijn geloof, dat ik niet aanvaard word. Ik vind het verschrikkelijk, maar ik denk niet dat ik hier nog wil wonen.'DOOR MONTASSER ALDE'EMEH EN JEROEN ZUALLAERT'Een idioot kwam strijders ronselen. We hebben hem een paar tanden uitgeslagen.'