Weinigen beseffen het van zichzelf, maar voor iedereen geldt dat de kans groot is dat hij of zij geestelijk gestoord is. Het is niet nodig daarvoor in Amerika te leven, al is wel wetenschappelijk vastgesteld dat daar de kans zeer reëel is. In een rapport stelt de directeur-generaal van de Amerikaanse Gezondheidsdienst vast dat elk jaar één op de vijf Amerikanen een psychische ziekte krijgt. In de loop van heel hun leven overkomt het zelfs de helft van de Amerikanen. Het rapport werd onlangs op het Witte Huis gepresenteerd en geniet daardoor behalve een wetenschappelijk ook een officieel gezag. Gelukkig bevat het ook goed nieuws: bijna al deze kwalen kunnen door de medische wetenschap worden genezen. Iedereen krijgt daarom de goede raad zich al bij de eerste symptomen te laten onderzoeken.
...

Weinigen beseffen het van zichzelf, maar voor iedereen geldt dat de kans groot is dat hij of zij geestelijk gestoord is. Het is niet nodig daarvoor in Amerika te leven, al is wel wetenschappelijk vastgesteld dat daar de kans zeer reëel is. In een rapport stelt de directeur-generaal van de Amerikaanse Gezondheidsdienst vast dat elk jaar één op de vijf Amerikanen een psychische ziekte krijgt. In de loop van heel hun leven overkomt het zelfs de helft van de Amerikanen. Het rapport werd onlangs op het Witte Huis gepresenteerd en geniet daardoor behalve een wetenschappelijk ook een officieel gezag. Gelukkig bevat het ook goed nieuws: bijna al deze kwalen kunnen door de medische wetenschap worden genezen. Iedereen krijgt daarom de goede raad zich al bij de eerste symptomen te laten onderzoeken.Aangezien niets wat in de Verenigde Staten gebeurt, niet even later ook ons te wachten staat, zijn we gewaarschuwd. We kunnen er daarom beter zo vlug mogelijk iets aan doen. Want het is een schande, zo merkt ook het rapport op, dat nog altijd twee derde van de mensen met een mentale stoornis geen behandeling zoekt. Er is dus reden voor ongerustheid, zeer zeker, maar niet omdat het allemaal waar zou zijn wat in het rapport staat. Natuurlijk is het niet waar dat één vijfde van de bevolking elk jaar mentaal ziek wordt. Zo'n bewering is grotesk en kan slechts steunen op een definitie van ziekte die alle normale groeischokken en onwennigheden van het leven omvat. Alleen door iedereen die eens een somber gevoel heeft, een diep verdriet kent, aan zichzelf twijfelt, of een wat ongewone fantasie heeft, ziek te verklaren, kan men tot een dergelijk besluit komen. Maar dat is het leven zelf een ziekte noemen. Dat lijkt dan ook de diagnose te zijn van de hoogste gezondheidsambtenaar in de VS. Het voorspelbaar effect is nu dat weldra een groot deel van de bevolking zich effectief ziek voelt en een behandeling wil. Daarin ligt de échte reden voor ongerustheid: dat het rapport waar zal maken wat het zegt dat waar is.Het verwekken van ziektesymptomen - zowel lichamelijke als psychische - door suggestie is een oud en bekend probleem, waarvan de ernst vaak juist door medici onderschat lijkt te worden. Dat kan verbazing wekken, omdat de meesten van hen er zelf mee te maken hebben gehad. Veel geneeskundestudenten kennen de ervaring: ze constateren bij zichzelf de symptomen van de ziekten die ze bestuderen, waarna de angst toeslaat. De student die het probleem niet snel overwint, is niet geschikt voor de studie, en zeker niet voor het vak. Later beseft de arts echter vaak zelf niet meer hoe gemakkelijk zijn woorden op zijn patiënten hetzelfde effect hebben. Het kan volstaan dat hij de naam van een ziekte noemt, en de patiënt herkent bij zichzelf de verschijnselen die hem het bewijs leveren dat hij aan de gevreesde kwaal lijdt. Psychische symptomen zijn uiteraard het makkelijkst door psychische beïnvloedingen tot stand te brengen. Bovendien zijn de symptomen hier de ziekte zelf, want wie zich depressief voelt, ís depressief; wie een dwanggedachte voelt opkomen, hééft een dwanggedachte. Alleen al door de overtuiging ziek te zijn, is men ziek. Het probleem vormt een intrinsieke moeilijkheid van elke therapie, of zelfs van een eenvoudig psychologisch onderzoek. Door met psychische problemen bezig te zijn, schept men er. Weinig mensen zijn innerlijk zo stabiel en zo vrij van neurotische trekjes dat ze zich gezond blijven voelen als een specialist zich afvraagt of ze niet ziek zijn. Wie op zoek gaat in zichzelf, of een ander dat laat doen, vindt altijd wel iets dat verontrust. Men moet daarom vrezen - en dat is een tragische constatatie na honderd jaar psychoanalyse - dat de psychotherapeutische praktijk meer zaken genereert dan geneest. Ze wroet problemen los en is daarna niet in staat die op te lossen. Want adequate wetenschappelijke methoden om psychische aandoeningen te behandelen, bestaan meestal niet. Het is dan ook een leugen, in dat Amerikaanse rapport, te laten geloven dat de moderne wetenschap de mensen van hun depressies of neurosen zou kunnen verlossen. Dat kan ze niet, tenzij men een bedwelming met tranquillizers of antidepressiva genezing wil noemen. Ondertussen wordt de indruk gewekt en verspreid dat het kan - en dat het ook moet - omdat de mensen ziek zijn. Dat er veel zenuwlijders zijn, is ontegensprekelijk waar, wellicht meer dan ooit, hoewel natuurlijk niet zoveel als het rapport wil doen geloven. Maar al waren er nooit zoveel psychopaten, er waren ook nooit zoveel psychologen. Falen de deskundigen alleen maar, of verergeren ze de situatie nog?Steeds talrijker zijn de getroffenen die in een therapie terechtkomen, een jarenlange behandeling ondergaan, en door het voortdurend roeren en morrelen in hun verstoord gemoed alsmaar dieper wegzakken in de troebele lagen van hun onderste ik. Ze klampen zich vast aan de stok waarmee de therapeut wroet, maar vinden niet zelf opnieuw een grond om op te staan. Een uitweg uit de ziekte én uit de behandeling vinden ze vaak pas als het toeval of een helpende hand hen een andere richting doet uitkijken dan naar de omgewoelde bodem van de eigen ziel. De kans is veel groter dat de redding komt van een begrijpende vriend, of desnoods van een fascinerende hobby, dan van nog meer sessies bij de therapeut. Ooit hoorde ik een professor aan een medische faculteit uitleggen dat men thans inziet dat de geneeskunde tot halverwege de 19de eeuw in bijna alle gevallen niet doelmatig was en de patiënt meer schade berokkende dan genezing opleverde. Meestal zou de zieke er meer mee gebaat zijn geweest indien men niets had ondernomen. De noodzakelijke kennis om met succes in de lichaamsprocessen in te grijpen, is pas gekomen na Pasteur, na Claude Bernard, en na de ontdekkingen van de twintigste eeuw. Ondertussen is wel duidelijk dat aan het begin van de 21ste eeuw de nodige kennis nog ontbreekt om psychologische kwalen te genezen. Wellicht moeten de psychotherapeuten van nu het advies krijgen dat de dokters van weleer hadden moeten krijgen. De gretigheid waarmee de Amerikaanse medische autoriteiten het publiek psychiatrische hulp aanbieden - en zelfs opdringen - zonder te beseffen welke problemen ze daarmee zelf scheppen, bevestigt nog eens dat vermoeden.Gerard Bodifée