De maand november heeft hij, naar goede gewoonte, in New York doorgebracht. Daar betrekt hij dan een kamer in het legendarische Chelsea Hotel, met zicht op het zuiden. 'Vroeger kon je vanuit mijn kamer de Twin Towers zien. Nu is er een zichtbare leegte. Ik denk nog altijd: verdomme, waar zijn ze gebleven? Dan ben ik toch weer even vervuld van haat tegen Osama bin Laden.'
...

De maand november heeft hij, naar goede gewoonte, in New York doorgebracht. Daar betrekt hij dan een kamer in het legendarische Chelsea Hotel, met zicht op het zuiden. 'Vroeger kon je vanuit mijn kamer de Twin Towers zien. Nu is er een zichtbare leegte. Ik denk nog altijd: verdomme, waar zijn ze gebleven? Dan ben ik toch weer even vervuld van haat tegen Osama bin Laden.'H.J.A. Hofland is nog altijd van plan te blijven schrijven tot de pen hem uit handen valt. Drie keer per week publiceert de nestor van de Nederlandse journalistiek zijn wijsheden en inzichten in NRC Handelsblad en De Groene Amsterdammer. En in de donkere dagen voor kerst, zo wil de traditie, laat hij ook in Knack zijn licht schijnen over het voorbije jaar. HENK HOFLAND: In New York wel, maar je moet New York natuurlijk nooit verwarren met het heartland van Amerika. De linkse intellectuelen, de liberals, vormen een kleine, kloosterachtige minderheid. Bladen als The Atlantic Monthly, The New York Review of Books, The New Yorker en natuurlijk The Nation zijn van in het begin tegen de oorlog in Irak geweest. Ze hadden daar goede argumenten voor. Maar die maakten minder indruk dan de lijkzakken die uit Bagdad terugkeerden. Ik ben ervan overtuigd dat we nu voor een definitieve kentering staan. HOFLAND: Heel tekenend vond ik bijvoorbeeld de reacties op een toespraak van de Democraat John P. Murtha in het Huis van Afgevaardigden. Murtha is iemand die niet verdacht kan worden van linkse sympathieën: hij is een erkend en vele malen gedecoreerd Vietnamveteraan, en bovendien was hij drie jaar geleden voorstander van de oorlog in Irak. Maar hij zei wel waar het op staat. Hij zei: er is ons een oor aangenaaid en we willen nu eindelijk eens weten waar we aan toe zijn. Heeft de president een plan voor de terugtrekking van onze troepen? Nee? Máák dan een plan. De volgende dagen zag je Murtha ineens op alle nieuwszenders, van CNN tot ABC en van NBC tot CBS. Mijn radar zegt dat er een echte ommekeer is in de verhoudingen. De publieke opinie heeft genoeg van al die plechtige verklaringen en beloften, dat opgeblazen optimisme, die hele poespas waarmee de regering de onderneming in Irak van het begin af gepaard heeft laten gaan. HOFLAND: Het begint erop te lijken. Paul Wolfowitz heeft de plaat al gepoetst en de positie van vicepresident Dick Cheney wordt met de dag moeilijker. Zolang ze de meerderheid in de publieke opinie achter zich hadden, viel het niet op, maar het was natuurlijk een heel kleine club van zichzelf overschattende, wereldvreemde fantasten en godsdienstmaniakken die in Washington alles bedisselde. HOFLAND: Zijn reactie op de ramp in New Orleans heeft aangetoond dat Bush niet opgewassen is tegen zijn taak als hoofd van de natie. Ineens begrepen de Amerikanen hoezeer ze in de aap gelogeerd zijn. Ik moet toegeven dat ik wel eens aan de verstandelijke vermogens van deze president getwijfeld heb - soms lijkt het alsof er een sleuteltje in zijn rug zit. Laatst hield hij een toespraakje in China en toen hij het podium langs een zijdeur wilde verlaten, bleek die op slot. Hij trok daarbij een gezicht waarop een mengeling van verrassing, verongelijktheid en woede te lezen stond. Die foto heeft groot in alle Amerikaanse kranten gestaan. Dat was echt onthullend. HOFLAND: Zeker, maar zijn regering heeft zich in een dode hoek gemanoeuvreerd. De tegenvallers blijven zich opstapelen. Als de teleurstelling zo blijft voortwoekeren, zie ik niet in hoe de Republikeinen bij de verkiezingen van november volgend jaar hun meerderheid in het Congres kunnen behouden. En dan krijgt Bush het allicht nog moeilijker dan hij het nu al heeft. HOFLAND: Eigenlijk hébben ze hem al verloren. Bush blijft maar roepen: We will prevail. Iedereen die het niet met hem eens is, is een lafaard of een landverrader. Maar intussen zijn bijna 2600 Amerikanen gesneuveld, ongeveer 30.000 Iraakse burgers gedood, werken de openbare diensten niet, is Faluja verwoest. Het hele land is een chaos waarin terroristen, opstandelingen, godsdienstige fracties, gewone boeven en bezetters allemaal met elkaar vechten. HOFLAND: Dat werd na de soevereiniteitsoverdracht en de goedkeuring van de Iraakse grondwet ook al gezegd. In werkelijkheid bleken het verrotte paaltjes. U kent de beroemde uitspraak van Abraham Lincoln: You can fool all the people some of the time, and some of the people all the time, but you cannot fool all the people all the time. HOFLAND: Ik sluit het niet uit, en dat is al erg genoeg. Toen ten tijde van de oorlog in Vietnam de eerste berichten doorsijpelden over de wreedheden in My Lai, bleef iedereen er rotsvast van overtuigd dat het een uitzondering was. In ieder leger lopen er geflipte idioten rond. Maar in Guantanamo Bay en in Abu Ghraib is gebleken dat de Amerikaanse regering martelen tot staatspraktijk heeft verheven. Als minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice nu zegt dat er geen Amerikaanse gevangenissen zijn in Polen en Roemenië spreekt ze misschien wel de waarheid, maar het punt is: je gelooft dat mens niet meer. HOFLAND: De situatie zit muurvast. Het gedemocratiseerde Irak had tot voorbeeld voor het Midden-Oosten moeten dienen. Maar welk dictatoriaal geregeerd Arabisch volk zou ter wille van zijn bevrijding grootschalige vernietigingen zoals die in Irak voor lief willen nemen? Wie zou daar in Teheran, Caïro of Damascus op zitten wachten? Zelfs de democratische oppositie niet. Het anti-Amerikanisme is in de hele regio verschrikkelijk toegenomen. HOFLAND: Dat denk ik wel. De Britse, in Amerika wonende historicus Paul Kennedy heeft in de laatste jaren van de Koude Oorlog in zijn boek Rise and Fall of the Great Powers het begrip imperial overstretch gelanceerd: wereldmachten hebben, door de eeuwen heen, de neiging gehad hun invloed steeds verder uit te breiden, tot over de grens van het beheersbare. Op een gegeven moment kan het moederland de morele en materiële inspanningen niet meer opbrengen. Als je de dienstplicht niet wilt herinvoeren en toch de rest van de wereld de baas wilt blijven, heb je een probleem. Als je de rijken belastingverlaging wilt gunnen en de armen op een houtje laat bijten, zul je daar binnen een aantal jaren de wrange vruchten van plukken. Dan ben je goed gesjochten. HOFLAND: Allicht. En dan wordt het nog afzien voor een groot deel van Amerika. Wat moet er gebeuren met die vijftigduizend mensen die net weer bij General Motors zijn ontslagen? Die komen ten laste van zichzelf. Sociale voorzieningen zijn nu eenmaal niet in overeenstemming met de ideologie van de zelfstandige burger. HOFLAND: De persoonlijkheid van een politicus is natuurlijk niet onbelangrijk: de Russische president Vladimir Poetin, bijvoorbeeld, is er wél in geslaagd bij de Russen nog enige geloofwaardigheid te behouden. Maar ik denk dat de grondslag voor dat gebrek aan leiderschap gelegd is in de tien jaar na de Koude Oorlog: het decennium van de mondialisering, van het world wide web, maar ook van de privatisering. Het openbare leven is goeddeels in handen gekomen van mensen die meer op de belangen van hun eigen onderneming en van hun aandeelhouders gefocust zijn dan op het algemene belang. In de VS had je onder Bill Clinton al de beweging tegen big government, die nu door Bush nog is versterkt. Europa kreunt onder de loden last van de oude verzorgingsstaten. Openbare diensten versagen meer dan ze in de jaren van de Koude Oorlog hebben gedaan. Een flinke plensbui, en je zit weer zonder licht. Valt er een sneeuwvlokje, dan rijdt de trein niet. HOFLAND: Als er meer winkeldieven zijn, is het natuurlijk onvermijdelijk dat je meer camera's neerzet. Dan stijgt de kans dat je er zo nu en dan eentje in de kraag kunt grijpen. Maar de globalisering van het terrorisme is gepaard gegaan met de globalisering van het wantrouwen op een manier die Orwell verbaasd zou hebben. De voortgang in de communicatie en alles wat daarbij hoort, de opslag van gegevens, de totale elektronische opspoorbaarheid, maken een wereld voorstelbaar waarin iedereen elkaars verdachte is. Iedereen gaat voor zichzelf zorgen en voor je het weet, heb je een blaffer in huis. Want de politie vertrouw je niet meer, en die types met hun baarden en hun djellaba kun je maar beter te grazen nemen voor ze jou de nek afsnijden, want de eerste klap is een daalder waard. Je krijgt dus de totale anarchie, veroorzaakt door de totale controle. Een wereld van kluizenaars die online in verbinding staan met andere kluizenaars. Dat stemt mij wel eens somber. Mijn tijd zal het wel duren - ik ben 78. Maar jullie, jongelui, gaan nog een raar leven tegemoet. HOFLAND: Vreselijk. We hadden de wind in de rug toen we van New York naar Schiphol vlogen, we deden er maar zeseneenhalf uur over - maar moest ik daar nou blij om zijn? New York is, zoals u weet, een beleefde, voorkomende stad, waar de mensen gastvrij en te goeder trouw zijn. Terwijl Nederland steeds meer op een open inrichting gaat lijken. Dit land heeft een ondertoon van ruzie en persoonlijke confrontatie gekregen. Sinds pakweg 1999 zijn de omgangsvormen veranderd en is het wantrouwen geïnstitutionaliseerd. En daarna hebben we Pim Fortuyn gekregen, die vond dat iedereen moest zeggen wat hij dacht. Dat is natuurlijk afschuwelijk. Het overkomt mij nog wel eens dat ik in de tram tegenover iemand zit van wie ik denk: 'je bek staat mij niet aan'. Maar daarom ga ik dat nog niet zéggen. De grote kladderadatsch waarin we nu zitten, is onmiskenbaar met Fortuyn begonnen. Hij heeft het startschot gegeven. HOFLAND: Je weet het nooit. Er komen om de haverklap nieuwe politieke partijen bij. Dat duidt op een staatkundige toestand waarin de mensen hun vertrouwen in de democratische vertegenwoordiging hebben verloren. En dat is ook niet zo gek, als je hoort hoe politici in praatprogramma's op de televisie overal omheen lullen. HOFLAND: Natuurlijk. Weet u wat ik denk? Ik denk dat het een symptoom is van de latente hysterie in de Nederlandse publieke opinie. In minder dan geen tijd heb je ofwel schuimbekkende ofwel diep bedroefde menigtes bij elkaar. Een paar weken geleden stierf er een voetballer in zijn slaap. Vreselijk zielig, daar niet van, maar de volgende dag hadden al tienduizenden mensen het condoleanceregister op internet getekend. De openbaarheid van oppervlakkige emoties blijft mij verbazen. HOFLAND: Je kon het op je klompen voelen aankomen. De hautaine, arrogante manier waarop de voorstanders het hebben aangepakt kon alleen maar averechts werken. De reactie van de burger was: 'we verdommen het, krijg de kolere!' Fuck off, zoals we tegenwoordig zeggen. Men kan in Nederland echt geen maat meer houden. Denk maar aan die mus die in een evenementenhall in Leeuwarden 23.000 dominosteentjes had omgegooid en daarmee een wereldrecordpoging had verstoord. Eerst werd die mus ter dood veroordeeld, vervolgens werd het vonnis voltrokken, en ten slotte werd de beul met de dood bedreigd. Zeer Nederlands allemaal. HOFLAND: Let op mijn woorden: die staatsgreep kómt er. Ik zal u voorspellen hoe het in zijn werk zal gaan. Volgend jaar hebben we, zoals u weet, het WK voetballen. Nederland komt in de finale tegen Duitsland en verliest door de schuld van de coach. Maar op de televisie zegt iemand: het is de schuld van de regering. En plotseling verlaat het rapalje de stegen. Door het hele land weerklinkt de kreet: 'Naar Den Haag!' Iedereen stapt in de auto - en rijdt zich vervolgens vast in de file bij Schiphol. (lacht) En zo werd de Nederlandse democratie toch nog gered door de slechte staat van het wegennet. n Begon zijn carrière in 1953 met een zomerbaantje op de redactie van het Algemeen Handelsblad. Later werd hij hoofdredacteur van de krant, voor ze met de Nieuwe Rotterdamsche Courant fuseerde tot het NRC Handelsblad, waarin hij tot op vandaag publiceert. Bij de eeuwwende werd hij door zijn collega's uitgeroepen tot in Nederland - de 'Johan Cruijff onder zijn vakgenoten'.Door Piet Piryns en Hubert van Humbeeck'De publieke opinie heeft genoeg van die hele poespas waarmee de regering de onderneming in Irak van het begin af gepaard heeft laten gaan.'