Een goed uur had het Belgische kernkabinet vorige week woensdag in de vroege avond nodig om zich bij de andere NAVO-lidstaten aan te sluiten. Een etmaal eerder was de volle gruwel van de terreur in New York en Washington duidelijk geworden. De topministers van de paars-groene coalitie van premier Guy Verhofstadt (VLD) dienden nu uit te maken of het hier, letterlijk, om een casus belli ging, een zaak van oorlog of niet. Er viel in alle geval niet aan te twijfelen dat de aanslagen van 11 september niet alleen de Amerikaanse justitie zouden aanbelangen, zoals nog het geval was met de bommenleggers die al in 1993 eens hadden geprobeerd om het World Trade Center in New York tegen de vlakte te krijgen.
...

Een goed uur had het Belgische kernkabinet vorige week woensdag in de vroege avond nodig om zich bij de andere NAVO-lidstaten aan te sluiten. Een etmaal eerder was de volle gruwel van de terreur in New York en Washington duidelijk geworden. De topministers van de paars-groene coalitie van premier Guy Verhofstadt (VLD) dienden nu uit te maken of het hier, letterlijk, om een casus belli ging, een zaak van oorlog of niet. Er viel in alle geval niet aan te twijfelen dat de aanslagen van 11 september niet alleen de Amerikaanse justitie zouden aanbelangen, zoals nog het geval was met de bommenleggers die al in 1993 eens hadden geprobeerd om het World Trade Center in New York tegen de vlakte te krijgen. De terreur is een klasse hoger gaan spelen, door over te stappen van de categorie van de criminaliteit naar die van de oorlog. Zo begreep de Amerikaanse president George W. Bush het toch. Of liever, aldus diens minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell donderdag in een tv-interview, 'het Amerikaanse volk heeft zijn oordeel geveld: we zijn in oorlog'. Nog diezelfde dag verklaarde hij op een persbriefing dat er nu sprake was van oorlog omdat dit een manier is 'om de energie van Amerika en van de internationale gemeenschap te richten tegen dit soort activiteiten', de internationale terreur dus. Daarom lijkt het logisch dat ook de NAVO, in de eerste plaats toch een militair bondgenootschap, zich over de zaak boog. Ontstond de alliantie uit de vermeende dreiging vanuit communistisch Oost-Europa, dan vond ze onder meer in de strijd tegen het terrorisme (en tegen de proliferatie van atoomwapens) een nieuwe bestaansreden. Dat was een verschijnsel waarop ze bij haar oprichting in 1949 nauwelijks diende te letten. In het op de top van 1999 in Washington uitgewerkte Strategisch Concept veroordeelde de NAVO het terrorisme dan ook als een bedreiging voor de wereldvrede en toonden de lidstaten zich 'vastberaden om het te bestrijden overeenkomstig hun onderlinge verbintenissen'.HET IS TOCH TE LAATDe band tussen de NAVO-lidstaten ligt verankerd in artikel 5 van het Verdrag van Washington, het basisdocument van de alliantie. Dat stelt dat een daad van agressie tegen één lidstaat wordt beschouwd als een aanval tegen alle landen die bij de organisatie zijn aangesloten. Als één lid in een oorlog verzeild raakt, neemt het de achttien andere dus mee in de boot. Naar verluidt níét op Amerikaans, maar op Brits initiatief kwamen de NAVO-ambassadeurs vorige woensdag in de zogeheten Noord-Atlantische Raad bijeen over de vraag of de terreuraanslagen van daags tevoren het activeren van artikel 5 nu al dan niet noodzakelijk maakten. Hun besluit volgde snel: ja. Maar het operationaliseren van dat artikel is geen futiliteit. Het betekent tenslotte dat de alliantie, en elke lidstaat ervan afzonderlijk, zich voor de oorlog engageert. Al ziet die oorlog er in dit geval helemaal anders uit dan wat de stichters van de NAVO dik een halve eeuw geleden voor ogen stond. Nog nooit eerder is artikel 5 ingeroepen. Al werd het twee keer wel een onderwerp van gesprek, laatst tien jaar geleden, bij het begin van de Golfoorlog. Omdat de zaak dus geen kleinigheid is, dienden niet de ambassadeurs van de lidstaten, maar wel de regeringen de knoop door te hakken. Onder meer de Duitse en Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken gaven met zoveel woorden te verstaan dat het alvast niet de bedoeling kon zijn om de VS een blanco cheque toe te vertrouwen. Ook de Zweedse regering waarschuwde ervoor om zich niet door de emoties te laten meeslepen. Dat met name groene partijen, met hun vaak uitgesproken pacifistische achterban, het moeilijk zouden krijgen, viel makkelijk te voorspellen. In de Duitse regering kregen de groenen van bondskanselier Gerhard Schröder evenwel te horen dat er niets anders opzat dan de NAVO-tekst goed te keuren. Natuurlijk, zo gaf Schröder te kennen, konden de groenen achteraf nog wel het vertrouwen in de regering opzeggen wegens deze kwestie, maar dat zou dan toch te laat zijn, Duitsland zou al met de tekst hebben ingestemd. Ook België behoorde, aldus een diplomaat, 'tot de landen die eerst over de juridische consequenties van de zaak wilden nadenken en zich niet door blinde euforie lieten meeslepen'. In de schoot van de Belgische regering, zo leerde toch een bericht van het agentschap Belga, zou de kwestie tot 'een harde discussie' hebben geleid en kreeg NAVO-ambassadeur Thierry de Gruben slechts 'met veel moeite' de toestemming om zich bij de meerderheid van de lidstaten aan te sluiten. Premier Verhofstadt toonde zich bij de aanvang van 'de kern', zoals wel vaker in dergelijke omstandigheden, enigszins nerveus. Hij verkeerde al in een enigszins onfortuinlijke positie. Op het moment van de aanslagen bevond hij zich immers in het Oekraïense Jalta voor een vergadering van Oekraïne met de nu door België voorgezeten EU. Zo had hij niet meteen publiekelijk kunnen reageren op de onheilstijdingen uit de VS.EMOTIONELE OMGEVING'Is de wereld nu zot geworden', liet Verhofstadt zich ontvallen toen hij de berichten vernam. Hij had toen nog dik drie uur vliegen naar Brussel voor de boeg. Al verkeerde hij in goed gezelschap: in de splinternieuwe Embraer-jet van de Belgische luchtmacht vlogen onder anderen Romano Prodi, de voorzitter van de Europese Commissie, en Javier Solana mee, de Hoge Vertegenwoordiger die het buitenlandse beleid van de EU coördineert - en ex-secretaris-generaal van de NAVO. Zo kon toch al enig EU-beraad worden georganiseerd. Op het kernkabinet van 's anderdaags bleken inderdaad vooral de vice-premiers Johan Vande Lanotte (SP) en Magda Aelvoet (Agalev) nog kritische vragen te hebben over de mate waarin België zich via artikel 5 diende te engageren. Zij leken voor enige afstandelijkheid te kiezen. 'Daarmee dachten ze', zegt een partijfunctionaris, 'in overeenstemming te zijn met de publieke opinie, zeker bij hun eigen kiezers.' Daar zou, naar hun aanvoelen, niet weinig wrevel heersen over de eigengereidheid waarvan de VS zeker de jongste maanden weer blijk geven, vooral in hun milieu- en defensiepolitiek. Vooral president Bush zou niet bijster veel vertrouwen inboezemen. Een telefoontje van NAVO-secretaris-generaal George Robertson naar Verhofstadt terwijl het kernkabinet al bijeen was, kon alvast voor enige klaarheid zorgen. Ook de bemiddeling van een bedaarde vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (PRL) voorkwam dat de zaak uit de klauw liep. 'Dat is zijn rol', aldus een medewerker van de minister, 'Verhofstadt en hij vormen een perfecte tandem.' Ook Michel waarschuwde er overigens voor om zich niet door de oorlogsretoriek op sleeptouw te laten nemen, dat koelbloedigheid gepast bleef. Uiteindelijk gingen de ministers na afloop in eensgezindheid huns weegs. Dat bleek ook 's anderendaags in de kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, waar de premier het regeringsstandpunt was komen toelichten. 'België zou alleen hebben gestaan,' zegt een diplomatiek waarnemer, 'had het zich niet bij de meerderheid in de NAVO aangesloten. Dat is in Evere niet alleen als vanouds mal vu, maar ook overheerste de idee: je nu van de consensus distantiëren, dat doe je niet.' Want niet alleen politieke argumenten wogen in de beslissing mee. 'Je moet in dit geval', aldus een functionaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken, 'ook op de emotionele omgeving letten.' Mogelijk speelde toch nog een ander argument mee: angst voor Amerikaanse economische druk. 'De Amerikaanse ambassadeur', zegt hogervermelde waarnemer, 'pakt altijd nogal snel uit met het argument dat Amerikaanse bedrijven zich bij hun investeringsbeslissingen ook laten leiden door de diplomatieke houding van die landen.' En zo circuleerde afgelopen weekend zelfs de kwakkel over Opel. Straks moet de Amerikaanse autoconstructeur General Motors immers over het lot van de Opel-vestiging in Antwerpen beslissen - voor zover dat nog niet in de Duitse Opel-hoofdzetel is gebeurd - en dan zou, zo wil die kwakkel, de positie van de Belgische regering in de NAVO weleens het ultieme argument kunnen aanleveren.LEUREN MET EEN GERUCHTHet NAVO-besluit kende in België slechts één prominente tegenstander: de Gentse hoogleraar internationale politiek Rik Coolsaet. Hij vreest dat de blokvorming van de NAVO-landen rond de VS, via artikel 5, de ongewenste indruk kan wekken dat er toch een clash of civilisations in de maak is, zoals de titel luidt van een geruchtmakend boek van de Amerikaanse professor Samuel Huntington. Aangezien de wortels van de terreur van vorige week wellicht in het Midden-Oosten moeten worden gezocht, roept de NAVO-beslissing een beeld op waarin het rijke Westen samenspant tegen de Arabische wereld. Dat beeld zou de noodzakelijke politieke dialoog tussen Europa en de landen in het Midden-Oosten fel kunnen hinderen. Met die visie kwam Coolsaet lijnrecht tegenover twee oud-ministers van Buitenlandse Zaken te staan, die overigens nooit zijn vrienden zijn geweest, Mark Eyskens (CVP) en Willy Claes (SP), ook al een gewezen secretaris-generaal van de NAVO. De ironie wil dat Claes en Coolsaet tien jaar geleden al haast identiek dezelfde discussie voerden, ten tijde van de Golfoorlog, toen Claes nog minister was en Coolsaet als adjunct-kabinetschef diende onder toenmalig minister van Defensie Guy Coëme (PS) en onder diens vleugels een eigen buitenlandpolitiekje uitdokterde. Kon er over de vergadering van het kernkabinet van 12 september niet veel uitlekken omtrent onmin onder de Belgische topministers, toch ontstond, vooral na het Belgabericht daarover, een vreemd sfeertje dat ook zijn politieke fall out kende. Een typisch voorbeeld van Belgische zelfhaat, vond Johan Vande Lanotte. Een CVP-kamerlid bleek zelfs bij verschillende krantenredacties te 'leuren' met het bericht dat Louis Michel door zijn Amerikaanse collega Powell de mantel zou zijn uitgeveegd, wat door de regering krachtig werd ontkend. En ook VLD-kamerlid Hugo Coveliers was niet geheel op de hoogte. Hij koesterde daarom het voornemen om de hypothetische verdeeldheid aan de regeringstop nog even te gaan oppoken in de Kamer, maar dat werd hem door meer prominente partijgenoten uit het hoofd gepraat. De beslissing over artikel 5 is hoe dan ook vooral een symbolische geste van politieke solidariteit. België en de andere NAVO-lidstaten verkeren hoegenaamd niet in staat van oorlog. Vooraleer het artikel echt zijn effect kan laten gelden, moeten de VS nog de bewijzen op tafel leggen die een echte schuldige aanwijzen. Vervolgens dienen de inspanningen die van elke lidstaat apart worden gevraagd, te getuigen van gevoel voor proporties en respect voor de politieke eigenheid van elk land. Het is niet het Luxemburgse leger dat zal worden opgevorderd om in de frontlijnen van Afghanistan Osama Bin Laden uit zijn hol te gaan roken. En oud-minister Eyskens mag dan wel oproepen om de Belgische bijdrage niet te beperken tot het leveren van een rol sparadrap, 'ook politieke steun is een vorm van steun', laat de functionaris van Buitenlandse Zaken fijntjes opmerken. Hij voegt daaraan toe dat ook nog 'moet worden nagegaan of een actie wel degelijk de veiligheid van de Noord-Atlantische ruimte bevordert, zoals artikel 5 voorschrijft'. DICHTER BIJ HET MIDDEN-OOSTENToch drong de negatieve beeldvorming wel degelijk tot in het NAVO-hoofdkwartier door. 'België wekte de indruk te talmen', zegt een NAVO-diplomaat, die het misverstand aan de onervarenheid van paars-groen wijt. 'België had zich de miserie kunnen besparen. De Amerikanen hebben dat getalm zeer kwalijk genomen en uiteindelijk heeft het aan de ontwerptekst geen jota veranderd.' De Belgische reserves kregen wel een plaats in een bij de officiële beslissing gevoegde interpretatieve nota. 'Maar', aldus de diplomaat, 'die bindt niemand tot iets. Overigens beschouwen de Verenigde Staten het geheel niet als een juridisch bindende tekst. Het is niet de bedoeling om artikel 5 echt te activeren. Het ging vooral om een uitdrukking van solidariteit.' Het is inderdaad weinig waarschijnlijk dat de Amerikanen bij de NAVO zullen komen aankloppen opdat de alliantie voor hen het vuile werk zou gaan opknappen. De NAVO blijft tenslotte een bureaucratische moloch, die ruim anderhalf dozijn landen in de eerste plaats politiek op één lijn moet zien te brengen en dat vergt erg omslachtige procedures. Wat de Amerikanen vooral willen voorkomen, zijn voor hen kwalijke grappen zoals in 1986, toen Frankrijk niet wou dat Amerikaanse bommenwerpers, die vanaf bases in Groot-Brittannië waren opgestegen om 'schurkenstaat' Libië te gaan bestoken, over Frans grondgebied zouden vliegen. De betekenis van artikel 5 lijkt vooral een soort hernieuwing van de doopbeloften. Een ferme westerse alliantie, symbolisch herbevestigd rond dat artikel, moet Washington helpen in de opbouw van de wereldwijde 'coalitie' tegen het terrorisme. Alvast Rusland en zelfs China verlangen niets liever. Tenslotte hebben beide landen intern ook af te rekenen met instabiliteit die voortvloeit uit islamitische agitatie. De Russen hebben de Tsjetsjeense horzel nog altijd in de nek en voeren al maanden druk maar discreet overleg met de Amerikanen om het Taliban-regime in Afghanistan het leven moeilijk te maken. 'Het zou ook een beetje gek zijn', aldus de NAVO-diplomaat, 'dat Verhofstadt woensdagavond, als premier van België, met bezwaren kwam aanzetten, nadat hij eerst 's middags, als EU-voorzitter, zijn volle solidariteit met de VS had uitgedrukt.' Maar misschien zou het contrast niet eens zo groot zijn. Onder meer na afloop van de buitengewone Raad Algemene Zaken vorige woensdag zegden de EU-ministers van Buitenlandse Zaken inderdaad hun bijstand in de strijd tegen het terrorisme toe. Maar ze koppelden dat uitdrukkelijk aan het voornemen om sneller werk te maken van een eigen, Europese buitenlandse en veiligheidspolitiek. Crisissen zijn dan toch uitdagingen, in dit geval om de Amerikanen niet geheel de vrije hand te geven. 'Europa ligt tenslotte nog altijd iets dichter bij het Midden-Oosten dan de VS', zegt de BZ-functionaris.Marc Reynebeau