'Ik ga de volle waarheid zeggen, want iedereen mag weten hoe dit land uit de moeilijkheden is gehaald door een vriendschap tussen vier mensen.' Het waren de woorden van Jef Houthuys in een voorpublicatie van het boek van Hugo de Ridder, Omtrent Wilfried Martens, die in 1991 in Knack verscheen. Houthuys, destijds voorzitter van het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV), onthult erin hoe hij kort na de devaluatie van 1982 elk weekend vergaderde in Poupehan met zijn 'drie medestanders en vrienden': toenmalig premier Wilfried Martens, BAC-voorzitter Hubert Detremmerie en Fons Verplaetse, eerst vicekabinets-chef, later kabinetschef van Martens en directeur van de Nationale Bank. Ze ontwikkelden er het herstelbeleid van de Belgische economie van de jaren tachtig. Het was een voorbeeld van hoe een Belgische...

'Ik ga de volle waarheid zeggen, want iedereen mag weten hoe dit land uit de moeilijkheden is gehaald door een vriendschap tussen vier mensen.' Het waren de woorden van Jef Houthuys in een voorpublicatie van het boek van Hugo de Ridder, Omtrent Wilfried Martens, die in 1991 in Knack verscheen. Houthuys, destijds voorzitter van het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV), onthult erin hoe hij kort na de devaluatie van 1982 elk weekend vergaderde in Poupehan met zijn 'drie medestanders en vrienden': toenmalig premier Wilfried Martens, BAC-voorzitter Hubert Detremmerie en Fons Verplaetse, eerst vicekabinets-chef, later kabinetschef van Martens en directeur van de Nationale Bank. Ze ontwikkelden er het herstelbeleid van de Belgische economie van de jaren tachtig. Het was een voorbeeld van hoe een Belgische consensus soms kon ontstaan. 'Het artikel sloeg destijds in als een bom', zegt de Amerikaan Erik Jones, die momenteel actief is aan het Italiaanse Bologna Center, de Europese hogeschool voor internationale betrekkingen van de Johns Hopkinsuniversiteit. Vanaf het eind van de jaren tachtig bestudeerde Jones vanuit Brussel de Belgische situatie. 'Het beschrijft hoe Houthuys de christendemocratische vakbonden ver weg hield van de stakingen die in die periode werden aangemoedigd door het ABVV van Georges Debunne. Door de stakingen onder controle te houden en de massa niet mee op te zwepen, zorgde Houthuys ervoor dat een loonmatiging bespreekbaar werd. Zo konden de bedrijven opnieuw winstgevend worden, en kon de economie worden hersteld.' 'Het Belgische consensusbeleid dat in het artikel geschetst wordt, is een uniek model voor het succes van kleine staten', zegt Jones, die vorige week in Brussel was voor een lezing bij de onafhankelijke denktank Itinera. 'Het baseert zich op het klassieke schema van het sociale overleg tussen vakbonden, werkgevers en de politiek. Maar het werkt pas écht in combinatie met dat andere typisch Belgische fenomeen van weleer: de verzuiling. De verstrengeling tussen de vakbonden en hun respectieve politieke partijen, een van de uitingen van de verzuiling, heeft het overleg altijd vergemakkelijkt. Sinds de ontzuiling twee decennia geleden stilaan is ingetreden, werd het voor de verschillende partijen almaar moeilijker om een gemeenschappelijk standpunt in te nemen. Vandaag blijft er van het Belgische overlegmodel nog amper iets overeind. En dat merk je aan de problemen die zich vandaag voordoen.' Zo is België vandaag niet meer in staat om de lonen te matigen, aldus Jones. 'De politici zijn niet geïnteresseerd, want zij concentreren zich op de institutionele hervormingen. De vakbonden zijn niet bereid om een loonmatiging gezamenlijk te ondersteunen. En tot slot zit er sleet op de intersectorale akkoorden in België. Daarvoor zijn de banen te sterk gedifferentieerd. Het gevolg is dat de staat zich steeds meer uit de loononderhandelingen zal moet terugtrekken. Die zullen in de toekomst almaar vaker moeten plaatsvinden op het niveau van het bedrijf.' Het economische beleid van de staat is op dit moment dus vrij zwak. De huidige politieke chaos dreigt dat alleen maar erger te maken. Jones: 'Als de politici de andere kant opkijken, wat nu gebeurt, zal de economische politiek binnenkort volledig door de markt en niet langer door de staat gemaakt worden. Dat zal de inkomens-ongelijkheid nog meer vergroten. Er dreigt een spiraal van verarming.' De staat is machteloos. Niet alleen politiek, ook financieel kan de regering niet ingrijpen. Jones: 'Er is geen geld om een loonmatiging te subsidiëren, noch om ze te kopen. Dat leidt tot een open conflict tussen de vakbonden en de politiek over de koopkracht. Premier Yves Leterme (CD&V) beweert daarbij steevast dat hij de loonindexering zal blijven steunen. Maar op termijn is dat niet houdbaar. Nu al zegt Guy Quaden, de voorzitter van de Nationale Bank en nochtans een fervente voorstander van de loonindexering, dat hij bereid is om het systeem te herzien. Ongetwijfeld is de druk van zijn collega's bij de Europese Centrale Bank bijzonder groot, en die zal uit vrees voor een nog grotere inflatie alleen maar toenemen. Geloof me, binnen de acht maanden is de loon-indexering in België aangepast.' Ingrid Van Daele