Tot vervelens toe herhaalde Philippe Busquin (PS) tijdens de hoorzitting in het Europees parlement dat hij nooit in staat van beschuldiging was gesteld en zelfs nooit door het gerecht werd ondervraagd. Niet in de Agusta- en Dassault-affaire en evenmin in het Uniop-dossier. Ondanks de vele ontkenningen bleven diverse parlementsleden uit Belgische krantenartikelen citeren die volgens hen wel bezwarend waren voor Busquin. Aan het eind van de zitting verwees de Zweedse afgevaardigde Gunilla Carlsson zelfs naar een getuigenis van Christian Basecq, d...

Tot vervelens toe herhaalde Philippe Busquin (PS) tijdens de hoorzitting in het Europees parlement dat hij nooit in staat van beschuldiging was gesteld en zelfs nooit door het gerecht werd ondervraagd. Niet in de Agusta- en Dassault-affaire en evenmin in het Uniop-dossier. Ondanks de vele ontkenningen bleven diverse parlementsleden uit Belgische krantenartikelen citeren die volgens hen wel bezwarend waren voor Busquin. Aan het eind van de zitting verwees de Zweedse afgevaardigde Gunilla Carlsson zelfs naar een getuigenis van Christian Basecq, de vroegere kabinetschef van Busquin, die destijds bezwarende verklaringen over zijn patron zou hebben afgelegd. Op 27 december 1992 werd Basecq door commissaris Georges Ceuppens met documenten geconfronteerd waaruit bleek dat toenmalig Waals minister Busquin in 1983 peilingen liet uitvoeren waarvan de prijs kunstmatig was opgedreven. Dankzij het gesjoemel, zo gaf Basecq toe, werden de kosten van kabinetsmedewerkster Corinne Bauwens gedekt. Mede op basis van deze verklaring bezorgde de Brusselse procureur-generaal Van Oudenhove op 30 juni 1994 de toenmalige voorzitter van de Kamer Charles-Ferdinand Nothomb een document van 75 pagina's, waarin de situatie van Busquin werd toegelicht. Van Oudenhove kwam tot de conclusie dat "sa responsabilité pénale paraît engagée" en dat de toenmalige minister zich aan oplichterij ( escroquerie) schuldig had gemaakt. Daarnaast was er volgens Van Oudenhove sprake van schriftvervalsing. Omdat de feiten verjaard waren, werd de zaak niet verder onderzocht. Tijdens de hoorzitting in het Europees parlement werd Busquin ook over zijn relaties met PS-kamerlid Patrick Moriau ondervraagd. "Wat indien u als getuige op zijn proces moest verschijnen? Zou het uw functioneren als Europees commissaris niet onmogelijk maken?" Zoals bekend wil de Luikse justitie een nieuw verzoek indienen om de parlementaire onschendbaarheid van Moriau op te heffen. De voormalige penningmeester van de PS en lange tijd de rechterhand van Busquin werd in oktober vorig jaar in verdenking gesteld wegens schriftvervalsing en heling van smeergeld. In 1992 stortte Moriau ongeveer 25 miljoen frank die niet in de boeken van de PS stond op een Luxemburgse rekening. Allicht ging het hier om geld van Dassault, maar Moriau hield tegenover onderzoeksrechter Veronique Ancia altijd vol dat hij te goeder trouw was en niets van de herkomst wist. Zijn voorganger François Pirot, penningmeester onder Guy Spitaels, had hem alleen verteld dat het om een "trésor de guerre" ging. Moriau beweerde altijd dat hij Busquin nooit over de Luxemburgse rekening informeerde en dat de PS-voorzitter bijgevolg geen weet had van duistere geldtransacties. De vraag rijst of Moriau deze versie handhaaft als het tot een proces komt. Paul Goossens