Op 26 januari 1926 seinde de Schot John Logie Baird het eerste echte televisiebeeld door. Over de hele wereld gooiden technici zich op de nieuwe technologie. Ook in Duitsland, waar men in 1926 al experimenteerde. Duitsland stelde op 18 april 1934 de televisie voor aan het publiek. Op 22 maart 1935 ging de 'geregelde programmadienst' van start, onder de naam Fernsehsender Paul Nipkov. Het Reichs-Rundfunk-Gesellschaft (RRG) experimenteerde met het primaire mechanische systeem van Baird. Ook de industrie werkte aan de ontwikkeling van het nieuwe medium, vooral Telefunken en Fernseh ...

Op 26 januari 1926 seinde de Schot John Logie Baird het eerste echte televisiebeeld door. Over de hele wereld gooiden technici zich op de nieuwe technologie. Ook in Duitsland, waar men in 1926 al experimenteerde. Duitsland stelde op 18 april 1934 de televisie voor aan het publiek. Op 22 maart 1935 ging de 'geregelde programmadienst' van start, onder de naam Fernsehsender Paul Nipkov. Het Reichs-Rundfunk-Gesellschaft (RRG) experimenteerde met het primaire mechanische systeem van Baird. Ook de industrie werkte aan de ontwikkeling van het nieuwe medium, vooral Telefunken en Fernseh AG. Dat laatste ontwierp voor livereportages een zogeheten 'tussenfilmreportagewagen', destijds de rode eend genoemd. Hoe die werkte, klinkt voor hedendaagse technici hallucinant. Het probleem was dat de mechanische 'Nipkov-schijf' het beeld wegens onvoldoende licht niet zichtbaar kon weergeven. Om dat te verhelpen, werd het beeld gefilmd met een filmcamera, in de reportagewagen werd de film vastgelegd in een toestel voor snelle ontwikkeling, waar het binnen anderhalve minuut bij een badtemperatuur van 25 à 30 graden werd ontwikkeld, gefixeerd, gewassen en gedroogd. Het negatieve beeld werd door een lichtstroom gestuurd en omgezet in een videosignaal. Resultaat: het uitgezonden beeld was niet écht live, maar liep anderhalve minuut achter op de realiteit. Telefunken werkte aan een elektronische camera, nu het mechanische systeem van Baird werd afgeschreven. De camera was drie dagen voor de opening van de Spelen klaar. Een tweede rode eend moest op bevel van de stadionarchitect in de nacht voor de opening van rood naar grijs worden overschilderd. Problemen waren niet uitsluitend van technische aard. De architect van het bewonderde Reichssportfeld, professor Werner March, vreesde dat de opstelling van de hem onbekende camera's het architectonische Gesamtbild zou storen. Hij verzette zich met alle macht tegen de televisie, maar bezweek onder politieke druk. De richtlijnen waren duidelijk: de camera mocht de atleten niet irriteren, de filmcamera's van Leni Riefenstahl die vrij op het veld konden bewegen mochten niet gestoord worden, het uitzicht van de toeschouwers en vooral dat vanuit de Führerloge mocht niet worden gehinderd, en de architectonische aanblik mocht niet lijden onder de loodzware monstercamera's.Dat Walter Bruch, de uitvinder van het latere Europese PAL-kleurensysteem, vanaf zijn teruggedrongen plaats met zijn elektronische Telefunken-camera de aanbeden Führer niet in beeld kon nemen, werd over het hoofd gezien. De Telefunken-camera moest worden ondergebracht in een betonnen bunker. Gevolg: wekenlang verzet vanwege de verantwoordelijke voor het grasveld, die niet kon toestaan dat ook maar de geringste morzel gronds werd weggenomen. De met drie lenzen uitgeruste camera woog 45 kilogram. Voor de bediening van die 2,20 meter lange Fernseh-Kanone was vijf man nodig. Het werkte allemaal. Maar schoven er wolken voor de zon, dan waren alleen de witgeklede scheidsrechter en starter te zien.