DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN WIE LEEFT, HEEFT BESCHERMING NODIG. Zelfs de sterkste mens is op ieder ogenblik omgeven door gevaren die zijn geluk en voortbestaan bedreigen. Aan potentiële vijanden ontbreekt het niet : natuurrampen, slecht weer, ziekteverwekkers, vreemde legers, armoede, eenzaamheid, bandieten, tirannen. Elk biologisch, psychisch en sociaal leven is verwikkeld in een niet-aflatende, heftige strijd tegen de omgeving. Om dat gevecht althans tijdelijk te winnen, zetten leden van een moderne samenleving steeds meer middelen in. Er wordt op grote schaal samengewerkt om dreigende natuurelementen in bedwang te houden, een hoogstaande volksgeneeskunde uit te bouwen, sociale zorg te verlenen, grondgebied te beschermen, tegenover macht democratie te plaatsen en misdadigers te verjagen of te vangen. Op eigen houtje kan de mens immers zelden optornen tegen alles wat hem angst aanjaagt of zijn gezondheid, veiligheid en vrijheid aanvalt. Wie zich buiten iedere vorm van samenleving wil verdedigen tegen het rusteloos ronddolende kwaad, maakt weinig kans. Het verdedigingswerk moet worden uitbesteed aan anderen : de ingenieur, priester, dokter, leraar, militair, ambtenaar, politieman en volksvertegenwoordiger. In de meeste gevallen heeft de individuele persoon niet eens het recht om zich op eigen initiatief te verweren tegen belagers. Het is hem niet toegestaan zomaar wapens in huis te hebben, een inbreker neer te schieten, 's nachts te patrouilleren, wraak te nemen op wie hem gekwetst of gepijnigd heeft. Geen enkele uitoefening van geweld, behalve bij wijze van hoogdringende zelfverdediging, is de enkeling toegestaan. Geweld, het voltrekken van de doodstraf inbegrepen, is een monopolie van de nationale staat en zijn overheden. In hoofdzaak zijn het de politie, het leger en het gerecht die zorgen voor het arresteren, opsluiten, slaan, schieten of bombarderen. Theoretisch staat die regeling, bij ons dan toch, onder toezicht van een democratisch politiek systeem. Die controle, namens de kiezer, is helaas niet eenvoudig. Zelfs in een klein land als België zijn meer dan honderdduizend mensen betrokken bij politie, landsverdediging en rechtspraak. Bovendien hebben die taken internationale afmetingen gekregen. Het loopt dus steeds vaker mis met de bescherming van de burger tegen aanslagen op zijn leven, eigendom of integriteit. Militaire apparaten gaan hun eigen weg en worden door de bevolking eigenlijk niet meer spontaan in verband gebracht met het verdrijven van vijanden. De druk besproken malaise bij Justitie is zo groot geworden, dat het publieke vertrouwen in de rechtsstaat zelf dreigt te verdwijnen. De politiediensten lijden onder een interne oorlog en gezagscrisis. De professionele wereld waaraan het volk zijn gevecht tegen gevaar en onrecht moet delegeren, zit waarneembaar vol ordinaire intriges. De Belgische onderdaan verbijt al geruime tijd zijn minachting voor die, door hemzelf bekostigde, gang van zaken. Dat onbehagen is, op straat, tot een uitbarsting gekomen naar aanleiding van het criminele drama in Wallonië. Van overal kwam men toegelopen, en wellicht was dat géén goedkoop ramptoerisme. Normale, vreedzame mannen en vrouwen begonnen samen om de doodstraf te schreeuwen. Anderen eisten de misdadiger op : ?lever hem uit aan ons.? Spandoeken spuwden in het gezicht van het gezag. Ondertussen werden rouwbloemen aangebracht en proclameerde een advocaat, namens de gezinnen die in de hele nachtmerrie hun kinderen verloren, een dodelijke tekst. Die was gericht aan het adres van politici en vooral van parketmagistraten die ?ons? maandenlang misprijzend bejegenden terwijl ze vooral bezig waren met het afbakenen van ?hun archaïsche machtenscheiding.? Inmiddels stierven de meisjes. Die woorden raakten hun doel. Dus begonnen sommige bewindslieden dan toch van zich te laten horen. Politieke regimes zoals het onze, en zeker dat van nu, zijn niet gebaat met heftige, massaal gedeelde, populaire emoties. Ze kunnen er trouwens moeilijk mee omgaan. Zoals fabrieksbazen bij sociale beroering, geven zij de voorkeur aan de gewone, verstrooide, geatomiseerde burger in verspreide slagorde. Als dat in sommige gevallen van rampspoed niet meer kan of lukt, doet de staat een beroep op vaste rituelen en codes. Dan komt de monarchie op bezoek of worden goed geregisseerde uitingen van samenhorigheid in beeld gebracht. Justitieminister Stefaan De Clerck deed wat hij kon, dat gaven ook de ouders van de vermoorde kinderen openlijk toe. Aangeslagen erkende hij dat er zowel ambtelijke als politiële fouten waren gemaakt. Zo een vaststelling zou gevolgen moeten hebben voor die falende houders van het geweldmonopolie aan wie, zoals gezegd, de maatschappij haar verweermiddelen moest en moet afstaan. Toch zal naar aloud gebruik geen enkele bekleder van waardigheid of gezag verontrust worden. Dit soort mensen geniet hoog en droog van ongenaakbaarheid, weliswaar verwikkeld in soms moeilijke discussies. Zoals over de vraag qui cède le pas ? Wie heeft de protocollaire eer om ?voorop te schrijden? bij door de Belgische staat georganiseerde plechtigheden : het Hof van Cassatie of dat van Arbitrage ? Uiteraard hebben slachtoffers van overheidsdwalingen er nu eenmaal geen benul van hoe ingewikkeld het leven aan de top van hun vaderland is. Mee daarom kunnen beide partijen, het volk en de staat, elkaars oplossingen nooit begrijpen of aanvaarden. Dat is onmogelijk zolang de mensen niet beseffen in welke mate ze, braaf en tevreden of althans in die gedaante gepropageerd, gevangen zitten in een elegant en minzaam maar strak gestuurd scenario dat zorgvuldig door, ergens, een ?hogerhand? geschreven wordt. Het ietwat precaire België heeft zo een permanente toestand van gestroomlijnde, gelijkgezinde kalmte (dressuur ?) nodig om zichzelf te kunnen handhaven. WANNEER DAT ZACHTE VERHAAL over onze welstand en veiligheid, over ons solidair en harmonisch samenleven door een of andere demon wordt verstoord, is iedereen van hoog tot laag radeloos. Het plotselinge, naakte bewijs dat de staat niet bekwaam en niet eens geroepen is tot het betonen van normale menselijke goedheid, doorbreekt even de orde. Dàt hebben we de afgelopen dagen meegemaakt. En vandaar al die vochtige ogen, vechtend tegen tranen.