Overschotten voor de armen : wat gebeurt er met al uw oude kleren die u meegeeft voor het goede doel ? De lompenbusiness.
...

Overschotten voor de armen : wat gebeurt er met al uw oude kleren die u meegeeft voor het goede doel ? De lompenbusiness. DE OUDE LOMPENBAAS staart zorgelijk naar de wereldkaart aan de muur van zijn kantoor in Brussel. Hij heeft een vracht onderweg naar de Centraal-Afrikaanse Republiek, maar daar is nu, na een muiterij in het leger, de totale chaos uitgebroken. De 82-jarige Gerard Mendel heeft zonet nog gebeld met zijn klant Jibril, een grote koopman in Bangui. Afgesproken is om de zending voorlopig vast te houden in de haven van Douala. De lading is ruim twee miljoen frank waard en bestaat uit 24 ton in balen geperste oude textielwaren. Mendel leest het van de vrachtbrief af : bustenhouders, petten, herenhemden, meisjesjurken, zijden sjaals en rumage. Vlaanderens intiemste garderobe, gratis huis aan huis ingezameld voor de armen, en nu voor veel geld verscheept naar Afrikaanse zakenlieden. Na de Tweede Wereldoorlog stond Gerard Mendel, als afnemer van onder meer Abbé Pierre, de Spekpater en Spullenhulp, mee aan de wieg van de klereninzameling ?voor het goede doel? in België. Voor de oorlog was er op kleinere schaal al wel oude kledij opgezonden naar onze kolonie, reden waarom die afgedragen textiel ook wel kortweg congo genoemd werd. Op de vlooienmarkt in de Marollen kon je congo per stuk of per kilo kopen. Gerard Mendel kwam in de business, toen hij meteen na de oorlog in Duitsland de uniformen van het Britse en Amerikaanse leger kon opkopen. In 1950 richtte hij in Nederland het bedrijf Midwest Kledij op. In 1960 stichtte hij Evadam in Roeselare : tweedehandskleren voor Eva en Adam, voor dames en heren. Evadam is nu nog altijd een van de grootste sorteerbedrijven van oude textielproducten in België. Inmiddels zijn Mendels firma's wel overgenomen door de Nederlandse Boer en Smaal Holding, de grootste groep van sorteerbedrijven in Europa. De groep sorteert dagelijks 250.000 kilogram textiel- en lederwaren. De hoogbejaarde maar bijzonder kwieke lompenbaas heeft zich in de jaren tachtig teruggeplooid op het internationale verkoopsbureau G. Mendel International, een zaak met twee- à driehonderd miljoen frank omzet per jaar. Afrika is zijn belangrijkste afzetmarkt, maar ook het Midden-Oosten, het Verre Oosten, en de jongste jaren meer en meer Oost-Europa. Mendel, een verwoed globetrotter, kent het hele wereldje van de afgedragen kledij, en de hele wereld kent hem. Toch klaagt de lompenbaas over slapte in de handel. De Afrikanen zijn slechte betalers : daarom moeten de balen van tevoren betaald worden of ze gaan de boot niet op. De Belgische sorteerbedrijven kunnen nu minder invoeren uit Duitsland, dat zijn lompen goedkoper in Oost-Europa laat sorteren. Daarom zijn ze meer afhankelijk van wat de binnenlandse markt biedt. Traditioneel worden afgedragen kleren hier met zakken ingezameld door caritatieve organisaties, die ze aan sorteerbedrijven verkopen voor gemiddeld vijftien frank de kilo. Ongeveer de helft van de kledij kan Evadam doorverkopen. Gemiddeld voor het tienvoud van de prijs : zo'n 120 frank de kilo. ?Een afgedragen katoenen broek zal dan in Bangui voor vijftig frank verkocht worden. Voor die prijs kunnen ze het zelf nooit maken,? weet Mendel. Kortom, dodelijke concurrentie voor de Afrikaanse textielindustrie. PIRATEN.Ook de caritatieve organisaties zamelen de kleren meestal niet in om ze rechtstreeks aan behoeftigen uit te delen, zoals vrijgevige burgers nog altijd denken, maar wel om ze op de nationale en internationale markt te verkopen. Naar schatting wordt er per jaar veertigduizend ton lompen vergaard, die door een honderdtal sorteerbedrijven worden verwerkt. De sector stelt 1.200 mensen tewerk, maar kampt nu vaak met technische werkloosheid doordat er te weinig aanvoer is. Van de reusachtige Duitse markt, waar per jaar wel vierhonderdduizend ton lompen worden ingezameld, werd vroeger zo'n honderdduizend ton naar België gevoerd, maar dat is nu pijlsnel gedaald. De Belgische patroons vrezen al dat de nijverheid in vijf jaar tenonder kan gaan. Daarom hebben de kledingcentrales van het ACV en ABVV zopas een dossier uitgebracht over ?deloyale concurrentie? in de sector. Als eerste bedreiging voor het reguliere circuit in eigen land zien zij de opkomst van zwarte sorteerbedrijfjes. ?Vooral werkgevers van buitenlandse origine laten nu lompen sorteren door illegalen. Alles wat ze nodig hebben, is een hangar en enkele tafels. De investering is minimaal. Soms werken en slapen de illegalen daar in afschuwelijke omstandigheden,? zegt ACV-secretaris André Tweepenninckx. Zwaartepunt zou de driehoek tussen Dendermonde, Lokeren en Sint-Niklaas zijn, waar de vakbonden al verscheidene klachten hebben ingediend. Tweede reden voor de teloorgang is de wildgroei van instellingen die oude kleren ophalen. ?Vaak gaan ze snel weer overkop, om dan onder een andere naam te herbeginnen. Ze ontsnappen aan elke controle,? zegt Tweepenninckx. Zowat iedereen kan ermee beginnen, van jeugdbewegingen, over service-clubs, tot malafide voddenventen. Daarbij komt het tot ?piraatophalingen?, waarbij de zakken van bonafide organisaties door anderen geplunderd worden. Als enige voorbeeld noemt het vakbondsdossier de Limburgse vereniging Atos merkwaardig, want Atos werd juist door het ACV en door André Tweepenninckx mee opgericht (zie kader). ?De Franstalige organisatie Terre klaagt dat hun waar wordt weggekaapt door Vlaamse verenigingen, gemanipuleerd door sorteerbedrijven die te weinig aanvoer zouden hebben. Zij vernoemen expliciet Atos.? Een ?malafide bedrijf? dat volgens de vakbonden uit de sector moet geweerd worden, is Humana, een duistere vereniging van Deense oorsprong, die in heel Europa duizenden kledingcontainers heeft staan, ook in België. Volgens de teksten op de bakken vergaren zij ?kleren voor mensen in de derde wereld?, maar de ingezamelde lompen gaan naar een sorteerbedrijf in Nederland, een zusterbedrijf, en worden dan op de wereldmarkt verkocht. De beste stukken worden in tweedehandswinkels in Brussel aangeboden. Al jaren wordt Humana ervan beschuldigd vorige week nog in een dossier in het Duitse weekblad Der Spiegel dat de winst van hun internationale klerenhandel, die officieel naar ontwikkelings- en noodhulpprojecten gaat, in werkelijkheid altijd binnen de eigen familie blijft. Humana hoort bij het obscure Tvind-imperium van de Deen Amdi Petersen, een soort linkse goeroe, die een netwerk van alternatieve scholen opbouwde, waar de leraars hun lonen afstaan aan speciale fondsen. De Tvind-beweging bezit nu ondernemingen, plantages, hotels, een immobiliënbedrijf, een rederij, en noem maar op. Veel zaken zijn officieel op de Kaaimaneilanden gevestigd, een belastingparadijs. In januari liet de Britse overheid de boeken van Humana in beslag nemen en de vereniging onder curatele plaatsen, omdat het geld van de kleren niét bij de ontwikkelingsprojecten zou terechtkomen. In Denemarken liet de minister onlangs hun scholen sluiten omdat subsidies verduisterd werden. Alleen in België ontsnappen zij aan elk officieel onderzoek. COMMERCIEEL.De vakbonden hekelen nog een vennootschap ?die wat dubieus omspringt met de motivatie om kleren weg te geven? en waarmee de caritatieve organisaties al langer in onmin leven : Curitas, een zusterbedrijf van Evadam in Roeselare. De holding van Mendel begon in 1993 met een eigen ophaalorganisatie, om zo de caritatieve tussenschakel over te slaan en een eigen aanvoerlijn te scheppen. De naam is op zijn minst verwarrend, want de NV Curitas heeft geen caritas als doel, maar wel winst. Op een paar jaar tijd heeft Curitas vooral Vlaanderen en Brussel ingepalmd : er staan al ruim duizend containers, die vijfhonderd à zeshonderd ton kleren per maand opleveren. Op de metalen bakken staat dat de inzameling ten goede komt aan het Belgisch Werk tegen Kanker, dat voor elke kilo twee frank cash opstrijkt. De gemeenten, die de toelating geven, krijgen zelf één frank per kilo. Ter vergelijking : de ontwikkelingsorganisatie Oxfam, die al sinds 1968 met klereninzameling bezig is, heeft maar 250 containers staan en wordt door de commerciële nieuwkomer overtroefd. De vereniging haalde vorig jaar 1.500 ton lompen op, waarvan het beste in de eigen winkels wordt verkocht (onder meer in de Dailly-kazerne in Schaarbeek) en de rest internationaal. Eric Todts van Oxfam : ?Voor ons is dat een stabiele inkomensbron, goed voor dertig miljoen per jaar, of de helft van onze fondsen. Zeer belangrijk nu de fondsenwerving via mailings aan het instorten is. Volgens mij moet die activiteit voorbehouden blijven voor het goede doel. Wij bieden een sociale meerwaarde : goedkope kleren voor kansarmen, financiële steun voor projecten, en werk voor laaggeschoolden. Daar weigeren wij voor te betalen zoals Curitas.? Volgens Eric Todts moet er een duidelijke scheiding komen en moeten louter commerciële bedrijven, die onder een humanitair mom munt zouden slaan uit de goedgelovigheid van het publiek, uit de sector geweerd worden. Todts trof onlangs zelfs containers aan van de zogenaamde Stichting Kleding Inzameling, die voor het welzijn van honden collecteerde. Onder diezelfde naam werden eerder plastic zakken opgehaald ?tot steun van de kankerbestrijding in België?. Eric Todts : ?Vermoedelijk zit ook daar een sorteerbedrijf achter dat met tekorten kampt. Maar Curitas is de ergste : zij hadden als expliciete bedoeling om ons weg te duwen en onze prijzen te kelderen.? Dat is niet gebeurd, want door de grote vraag is de prijs net gestegen. GROTE KUIS.Directeur François Dirix van Curitas geeft grif toe dat zij een deel van de koek van caritatieve verenigingen hebben afgenomen en dat zij werken om winst te maken. ?Maar als u één gemeente vindt waar ik containers plaats ten nadele van andere organisaties, zet ik mijn bedrijf stop. Ik heb nog nergens aangeklopt waar Oxfam al stond. Omgekeerd hebben zij, via politieke drukking, ons wel op een dozijn plaatsen kunnen verjagen. Ze hebben de sociale inspectie op mijn dak gestuurd, maar alles was in orde. Vorig jaar werd ik door Agalev zelfs voor een commissie geconvoceerd ! In mijn contracten met gemeenten staat nadrukkelijk dat ik géén alleenrecht voor klereninzameling wil.? Wat er wel in staat, is dat de gemeente de exclusiviteit voor containers moet geven. Dat de gemeenten één frank per kilo krijgen, staat meestal niét in de contracten vermeld, ?want anders moet die beslissing door de gemeenteraad genomen worden.? Gemeenten zoals Tongeren en Tienen, met ruim twintig containers, beuren zo honderdduizend tot tweehonderdduizend frank extra inkomen per jaar. Dirix : ?Ik ben bij zowat alle burgemeesters van Vlaanderen geweest, en zij zijn doorgaans erg tevreden over ons professioneel werk. Zij klagen juist dat anderen volle zakken en containers vaak dagenlang laten staan.? Ook voor privéplaatsen, bij voorkeur nabij warenhuizen, wordt betaald. Het Belgisch Werk tegen Kanker kreeg tot nu toe zes miljoen frank. Curitas boekte over de eerste twee werkingsjaren dertien miljoen frank verlies, maar nu het bedrijf onder stoom geraakt, keert het tij snel : vorig jaar was er bij de twee miljoen frank winst, en dit jaar wordt al tien miljoen frank winst verwacht. De metalen containers vergaren ?alle draagbare kleding, huishoudlinnen, beddegoed, schoenen (gepaard), handtassen en andere lederwaren.? De bakken zijn voorzien van een ingooiklep en een vergrendelde losdeur : ?Onlangs zag een chauffeur een kind tot aan zijn voeten in de container zitten om er kleren uit te halen. Op een dag zullen we er nog een dode in vinden.? Dirix wou vorig jaar ook met aparte schoenencontainers beginnen, maar zag later van dat voornemen af. In Belgische winkels staan er al vrij veel standjes met schoenenzakken, onder het motto ?Uw oude schoenen helpen mensen.? Initiatiefnemer is de onderneming DMW, die de schoenen trieert in het Duitse Salzhausen, en die stelt dat de Belgen veertig miljoen paar schoenen per jaar weggooien. De voorbije lentemaanden, het seizoen van de ?grote kuis?, waren de topmaanden voor de lompenhandel. Ook van september (?terug naar school?) tot november worden kasten leeggemaakt, maar de zomer en winter zijn slappe tijden. De kwaliteit verschilt enorm van regio tot regio : ?Wallonië is slecht, Vlaanderen goed. In Wallonië stopt men er gewoon àlles in zoals in een vuilniszak. Voor Waalse lompen krijg ik gemiddeld enkele franken per kilo minder,? zegt Dirix. Het gesorteerde goed wordt naargelang van de kwaliteit in soorten ingedeeld, met als eerste soort de zogenaamde crème. Volgens Eric Todts levert een villagemeente als Brasschaat uiteraard veel meer crème op dan Sint-Joost. Van de door Oxfam ingezamelde kleding is maar 25 à 30 procent herbruikbaar. Van de onbruikbare kleren wordt een deel tot poetslappen versneden voor garages en bedrijven (voor een halve frank de kilo). Zweet absorberend ondergoed is ideaal voor vodden. Maar ook de voddenmarkt is, door de strengere reglementering inzake hygiëne, fel afgenomen, en een aantal voddenbedrijven zijn gedelocaliseerd. Een ander deel van de kleding wordt uitgerafeld, waarna de vezels kunnen herbruikt worden in de tapijtindustrie, als matrasvulling of zelfs voor de binnenbekleding van auto's. Echte afval volgens Curitas zes procent wordt naar de verbrandingsoven gevoerd : ?Dat brengt dus niets op, maar kost ons minstens vier frank de kilo.? Sommige caritatieve organisaties zeggen niet graag dat de lompen verkocht of versneden worden, uit schrik dat de burgers dan minder geneigd zullen zijn om hun kleren weg te schenken. CONCURRENTIE.Vooral op de Afrikaanse markt woedt nu een enorme concurrentieslag tussen invoerders van tweedehandskleren, uit Europa en Amerika. Internationale vakbonden hebben al campagne gevoerd tegen die reusachtige handelsstromen, omdat de lokale industrie in de ontwikkelingslanden er het slachtoffer van wordt : er wordt gesproken over tienduizend verloren jobs in Zambia, twaalfduizend in Zimbabwe, vijftienduizend in Zuid-Afrika. Eric Todts van Oxfam : ?De kritiek lijkt ons terecht, zeker als je hoort dat die handel winsten van zeshonderd à drieduizend procent zou opleveren. Het banenverlies wordt wel wat gecompenseerd door groei in het informele, zwarte circuit. Het door Oxfam opgestarte sorteerbedrijf Tricoop in Verviers probeert wel met bonafide contactpersonen in Afrika te werken.? Groothandelaar Gerard Mendel ziet het dubbel : zijn handel is ongetwijfeld concurrentie, maar bezorgt mensen ook goedkopere kleren. ?Veel Afrikanen verkiezen ook kleren uit het Westen, ze zijn erg modebewust. Ouderwets spul uit de jaren zeventig kan ik er niet meer kwijt. De échte concurrentie voor de lokale textielindustrie zit in de massale invoer van nieuwe textiel, niet van tweedehandskleren. Zelfs zogenaamde traditionele kledij wordt ingevoerd. Weet je dat een groot deel van de door Afrikaanse vrouwen gedragen stoffen afkomstig is van één Nederlandse firma in Vlissingen ? Dat bedrijf is de grootste producent van bedrukte wax ter wereld.? De vakbonden willen alvast dat het ministerie van Binnenlandse Zaken een rondetafelgesprek belegt om de sector te saneren. Voor containers zijn momenteel zelfs geen vergunningen nodig, terwijl inzamelingen van deur tot deur geregeld worden door een oude wet van 1823. Die stelt alleen dat de instelling een VZW moet zijn en al vijf jaar moet bestaan. ?Wij pleiten voor een erkenningscommissie die over de vergunningen oordeelt en die echt aan controle doet. Dat betekent op de eerste plaats : boeken open !? zegt ABVV-secretaris Luc Vanneste. ?Onze zorg is het behoud van de laaggeschoolde jobs in het reguliere circuit. Piraatophalers moeten zwaar gestraft worden. De illegale hangars moeten opgespoord en gesloten worden.? ILLEGAAL.Kom maar mee, François Dirix zal ons eens bij een van die illegale lompenbazen brengen ?die een ondermijnend effect hebben op de hele sector.? Dàt zijn volgens hem de echte stoorzenders, en niet commerciele bedrijven als Curitas. Dirix rijdt een veldweg op, naast een van de startbanen van de luchthaven van Zaventem. Op het eind van de weg, tussen de akkers en weiden, staat een loods, waarvan de poort op slot is. Na aankloppen komt een Syrische man met stoppelbaard in groene overall de deur openen. Dirix kent hem : de man werkte jarenlang voor andere Syrische en Libanese lompenhandelaars en is vorig jaar zijn eigen bedrijf begonnen. Uiteraard een bedrijf waarvan geen enkel officieel stuk bestaat. De hele schuur ligt stampvol lompenzakken, en er hangt een vuns geurtje. De Syriër heeft net Egyptische klanten op bezoek. Zij zoeken vijf ton crème, en halen hun neus op voor de lompen van de ?vierde soort? die er liggen opgestapeld. De Syriër trekt uit een van de balen een gave pelsmantel : ?Schitterend. Maar zo vind je er maar één op vijftig ton lompen.? Aan de muur hangt een uitgerokken pelsdier dat ook uit de zakken is opgevist. Er werken een vijftal buitenlandse werknemers, die allemaal even forse stoppelbaarden hebben als hun Syrische baas. Vermoedelijk leven en slapen ze hier tussen de lompen en verdienen ze hoop en al 150 frank per uur, meent Dirix. De zakken worden uitgegoten over enkele grote tafels, waarrond de arbeiders staan te triëren : zij mikken de kleren in grote vaten en bakken die achter hen staan opgesteld. Achteraan in de loods ligt een enorme partij plastic zakken, die zo door vrachtauto's is afgekieperd, een stort tot tegen het plafond. Het is een mengelmoes van ophaalzakken, onder meer van Kinderzorg uit Antwerpen en Jongenstehuizen Cornelis uit Mechelen. Zijn de zakken van de stoep gepikt of geleverd door een opkoper ? De Syriër weet het zelf niet precies : hij betaalt twintig frank de kilo aan een man uit Turnhout die hem vraagt om géén vragen te stellen. Er liggen veel zakken met briefjes van het Vlaams Internationaal Centrum (VIC), ingezameld op 30 april, ?vanuit een volksbewuste solidariteit.? Het VIC is gelieerd aan de Volksunie. De zakken werden na de collecte blijkbaar meteen afgestort bij de Syrische zwarthandelaar. De Syriër, zelf afkomstig uit een regio waar de Koerden worden verguisd, leest met misprijzen wat op het briefje staat : ?Voor de heropbouw van 4.000 Koerdische dorpen in Noord-Irak...? Chris De StoopDirecteur François Dirix van Curitas : winstgevende business met ingezamelde kleren.Hoog bezoek in het sorteercentrum van Terre : Onze zakken worden door Vlaamse piraten gekaapt. Tweedehandswinkel van Humana in Brussel : onderdeel van een miljardenimperium.