Veertig jaar geleden voerde een Frans-Britse militaire interventie de Suezcrisis naar een hoogtepunt. Parijs en Londen schoten er hun hegemonie in het Midden-Oosten bij in.
...

Veertig jaar geleden voerde een Frans-Britse militaire interventie de Suezcrisis naar een hoogtepunt. Parijs en Londen schoten er hun hegemonie in het Midden-Oosten bij in.OP 5 NOVEMBER 1956 vielen Franse en Britse troepen de Suezkanaalzone in Egypte binnen. Directe aanleiding was de controle over het kanaal, sinds 1869 de belangrijkste verbindingsweg voor de zeevaart tussen Europa en Azië. DeSuezcrisis draaide echter vooral om de machtsposities in het Nabije Oosten. Geheel in overeenstemming met hun geheime akkoorden uit de periode van de Eerste Wereldoorlog ( Sykes-Picot, 1919), hadden Londen en Parijs na de ineenstorting van het Turks-Ottomaanse rijk de regio onder hun beiden verdeeld. Via mandaten van de Volkenbond beheerde Frankrijk Libanon en Syrië, terwijl Groot-Brittannië de rest (Palestina, Jordanië en Irak) voor zijn rekening nam. Voor Londen waren die gebieden van essentieel belang, wegens het Suezkanaal en de landroute naar Indië uiteraard, maar ook ter wille van de olievondsten aan de Perzische Golf. Het zette daarom de afspraken met de Arabische bondgenoten uit de Eerste Wereldoorlog (denk aan Lawrence of Arabia) terzijde. De verbroken beloften over Arabische onafhankelijkheid leidden evenwel tot de opkomst van het Arabisch nationalisme. SABOTAGE.Na 1945 waren de posities van Frankrijk en Groot-Brittannië voldoende aangetast en verkregen de meeste Arabische landen hun onafhankelijkheid. Toch hielden Parijs, en vooral Londen, middels allerlei akkoorden een stevige vinger in de pap in de onafhankelijk geworden staten. En daartegen ageerde een nieuwe, radicalere generatie van Arabische nationalisten. Op een congres in de Syrische hoofdstad Damascus werd in 1947 de Ba'th (Wederopstanding) Partij opgericht. Deze nieuwe beweging streefde naar de eenmaking van de Arabische wereld en naar een socialistische revolutie. Die moest een eind maken aan conservatieve regeringen, die te veel onder invloed stonden van het Westen. Tegelijk moesten de natuurlijke rijkdommen van de Arabische wereld publiek bezit worden, opdat ze ten goede zouden komen aan de hele Arabische natie. Door eenheid en door socialisme zou de Arabische wereld zijn echte onafhankelijkheid kunnen herwinnen en opnieuw een rol op het wereldtoneel kunnen spelen. De Ba'th-beweging beschouwde voorts de stichting van de joodse staat Israël als een vorm van kolonialisme. In ieder geval wakkerde het ontstaan van Israël het gevoel van frustratie onder de Arabieren aan. Begin 1952 gooiden jonge, nationalistische officieren onder leiding van Gamal Abd Al Nasser de monarchie omver in het grootste Arabische land, Egypte. Nasser nationaliseerde de sleutelsectoren van de economie, voerde een landhervorming door en lag samen met Jawaharlal Nehru (India), Josip Broz ?Tito? (Joegoslavië) en Sukarno (Indonesië) aan de basis van de beweging van niet-gebonden landen. Als fervent anti-kolonialist steunde hij de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd tegen Frankrijk en stuurde hij ook sabotageteams, de zogenaamde fedayin, over de grens met Israël. Bovendien trachtte Egypte zijn revolutie uit te voeren naar andere Arabische landen. Dat irriteerde de Verenigde Staten voldoende om via hun invloed op de Wereldbank kredieten te blokkeren voor de bouw van de Aswan-stuwdam op de Nijl in Zuid-Egypte. Een opdoffer voor Nasser, die de dam beschouwde als hefboom om zijn land te moderniseren. Voor hem was de Amerikaanse maatregel niet anders dan een poging om de ontwikkeling van de Arabische wereld te dwarsbomen. Nassers reactie was drastisch : op 26 juli 1956 nationaliseerde hij de maatschappij die het Suezkanaal uitbaatte. OORLOG.De Britse en Franse regeringen, die tot dan de maatschappij hadden gedomineerd, werkten samen met Israël aan een plan om Nasser mores te leren. Eerst zou Israël de Sinaïwoestijn binnenvallen en oprukken naar het Suezkanaal. Daarna zouden Frankrijk en Groot-Brittannië onder het mom de vrije zeevaart te verzekeren de controle over de kanaalzone overnemen. Gehoopt werd dat Egypte voldoende gezichtsverlies zou lijden om zijn invloed op de Arabische wereld te verliezen. Mogelijk zou Nasser zelfs van het toneel verdwijnen. In eerste instantie leek het plan te werken : de Israëli's maakten eind oktober korte metten met het Egyptische leger in de Sinaï. Toen op 5 november Britse en Franse troepen zonder veel problemen aan land gingen in de kanaalzone, leek de Egyptische nederlaag een feit. Maar het plan had geen rekening gehouden met de veranderde omstandigheden. Dit waren niet meer de jaren twintig, toen Fransen en Britten naar hartelust de Arabische wereld voor voldongen feiten konden stellen. De pas onafhankelijke Arabische landen reageerden woest zij het machteloos en werden daarin gevolgd door de meeste derdewereldstaten. De beslissing kwamen evenwel uit een andere hoek : die van de nieuwe grootmachten, de Verenigde Staten en de Sovjetunie. In volle Koude Oorlog konden Washington, noch Moskou het zich veroorloven om invloed prijs te geven in zo'n belangrijke regio als het Nabije Oosten. En zeker niet in Egypte, het land waar één derde van alle Arabieren woont. Sovjetleider Nikita Chroestsjov dreigde met interventie. De Amerikaanse president Dwight Eisenhower bleek praktischer. Tegen diens dreiging met zware economische sancties waren Londen en Parijs niet opgewassen en begin december verlieten de laatste Franse en Britse troepen de kanaalzone. De Israëlische premier Ben Goerion was evenwel uit ander hout gesneden. De veiligheid van zijn staat stond direct op het spel en Israël bleef in de Sinaïwoestijn een bufferzone eisen. Pas nadat Washington dreigde de broodnodige economische hulp aan de jonge joodse staat te blokkeren, was Tel Aviv bereid tot een compromis. Maar pas begin 1957 nam een vredesmacht van de Verenigde Naties de plaats in van de terugtrekkende Egyptische troepen. De Suezcrisis draaide dus onverwacht uit op een overwinning van Nasser en het pan-Arabisch socialisme. Voortaan zou het Suezkanaal in Egyptische handen zijn en zou Egypte een belangrijk deel van zijn inkomsten betrekken uit de doorvaarttol. Voor de Europese machten betekende de Suezcrisis het einde van hun invloed in het Nabije Oosten. Pas de jongste jaren probeert Frankrijk er weer een rol van betekenis te spelen, nu op vraag van de Arabieren. Nasser groeide uit tot de held van de Arabische natie en van het anti-kolonialisme. Velen in de Arabische wereld, en ook daarbuiten, schaarden zich achter zijn idealen. Dat bleef internationaal niet zonder gevolgen. De machtsverhoudingen in het Nabije Oosten raakten grondig verstoord en Nassers populariteit deed andere Arabische regimes wankelen. Het sleuteljaar werd 1958. Toen brak in Libanon een eerste burgeroorlog uit, waarop Amerikaanse mariniers de orde herstelden. In Irak veegde een bloedige revolutie de pro-westerse monarchie weg die aan de macht was sinds 1921. De nieuwe regering van nationalistische officieren trok het land terug uit het Bagdadpact. Daardoor viel de pro-westerse alliantie van Turkije, Irak, Iran, Pakistan en Groot-Brittannië zo goed als uiteen. Vervolgens stond in Jordanië het regime van koning Hoessein onder zware druk en kwamen Britse para's tussenbeide. De belangrijkste gebeurtenis was evenwel de oprichting van de Verenigde Arabische Republiek (VAR), het instrument van Nasser om de Arabische staten onder zijn vuist te verenigen. Egypte en Syrië smolten samen in de VAR, nadien moesten Irak en andere landen volgen. Maar Nassers ambitieuze plannen liepen al snel op de klippen. De regerende elites in andere Arabische landen zowel linkse als conservatieve stonden niet te trappelen om de vazal van Nasser te worden. Ook de nationalisten niet. In 1961 trok Syrië zich zelfs uit de unie met Egypte terug. ZELFOVERSCHATTING.Nasser slaagde er ook niet in om onafhankelijk te worden van de grootmachten. De aftocht van de Britten en Fransen ging gepaard met de intrede in de regio van Amerikanen en Sovjets en hun Koude Oorlog. Nasser gleed steeds verder af naar het sovjetkamp, terwijl zijn invloed gecounterd werd door de alliantie van de sjah van Iran met de Verenigde Staten. De Eisenhower-doctrine, die Amerikaanse steun beloofde aan Arabische regeringen die dreigden in de greep van het communisme terecht te komen, stak de meeste conservatieve regimes een hart onder de riem. Daardoor bleef de Arabisch-socialistische revolutie beperkt tot Egypte, Syrië, Irak en Zuid-Jemen, die elkaar het leiderschap van het linkse kamp betwistten. Nasser beging zijn grootste blunder door zijn triomf van 1956 verkeerd in te schatten. Zijn zege was toen immers niet het gevolg van zijn eigen kracht of verdienste, maar wel van de omstandigheden en van Amerikaanse druk. Die zelfoverschatting zou Nasser fataal worden. In een poging om het leiderschap van de Arabische wereld te verwerven via anti-Israëlisch sabelgekletter, provoceerde Nasser de joodse staat. De catastrofale Arabische nederlaag in de Zesdaagse Oorlog van juni 1967 sloeg de elf jaar oude illusie van het pan-Arabisch socialisme aan diggelen. Nasser overleed enkele jaren nadien. Zijn opvolger, Anwar Sadat, bracht Egypte weer in het westerse kamp en tekende als eerste Arabische leider een vredesverdrag met Israël. Het pan-Arabisch socialisme overleefde nog in geïsoleerde terreurbewegingen en in de repressieve regimes van Syrië en Irak, maar verloor zijn populariteit. Als revolutionaire massabeweging werd het op het einde van de jaren zeventig voorbijgestoken door het islamitisch fundamentalisme. Toch heeft de beweging mee de regio gevormd en luidde de Suezcrisis van veertig jaar geleden de geboorte in van het moderne Midden-Oosten. De problemen van toen zijn echter nog steeds niet opgelost. Dezelfde frustraties veroorzaken spanningen in de Arabische wereld. Zolang daar niets aan gedaan wordt, zullen futiliteiten zoals het openen van een toeristische tunnel problemen blijven oproepen. Jos De Greef 7 november 1956. Britse para's na hun landing in Port Saïd. Ze braken door lijnen luchtafweergeschut, machinegeweren en tanks.8 november 1956. Port Saïd, getroffen door brand, na de inval van Frans-Britse troepen.De Egyptische leider Gamal Abt Al Nasser kwam onverwacht als triomfator uit het conflict als gevolg van de politiek van Washington en Moskou.