Het heeft weinig zin om de financiële levensloop van uw gezin heel strak te plannen over een lange termijn. In enkele jaren tijd kan er immers immens veel veranderen, vooral als u nog maar net begonnen bent met het opbouwen van uw vermogen. Daarom is het beter om een tiental jaar vooruit te blikken, en daarna telkens uw planning bij te sturen. In dit artikel maken we een onderscheid tussen vijf leeftijdsgroepen met elk haar eigen besognes, en geven we concrete voorbeeldsituaties.
...

Het heeft weinig zin om de financiële levensloop van uw gezin heel strak te plannen over een lange termijn. In enkele jaren tijd kan er immers immens veel veranderen, vooral als u nog maar net begonnen bent met het opbouwen van uw vermogen. Daarom is het beter om een tiental jaar vooruit te blikken, en daarna telkens uw planning bij te sturen. In dit artikel maken we een onderscheid tussen vijf leeftijdsgroepen met elk haar eigen besognes, en geven we concrete voorbeeldsituaties. Wouter en Siska, allebei 26, huren een appartement. Ze denken eraan te trouwen, en willen op langere termijn zelfs kinderen. Ze zijn dan ook opgelucht dat ze sinds kort allebei vast werk gevonden hebben, met een contract van onbepaalde duur. Eerder waren de arbeidsovereenkomsten van Wouter en Siska telkens van bepaalde duur, die ze afwisselden met periodes van werkloosheid. Aan sparen zijn ze nog niet toe, maar nu kunnen ze langzamerhand een kleine geldsom opzijleggen elke maand. Het begin van hun vermogen. Maar hoeveel moeten Wouter en Siska precies sparen? En waarvoor? 'Onder de 30 jaar sparen de meeste mensen eerst en vooral om hun eigen huis te kunnen kopen', zegt Johan Adriaens, onafhankelijk vermogensplanner bij Neven & Partners. 'Niet met de bedoeling om dat helemaal cash te kunnen betalen natuurlijk, maar een spaarpot van goed 30.000 euro kan wel de extra kosten dekken die met de aankoop van een woning gepaard gaan. Zoals de registratierechten en de notariskosten. Daarvoor moet je rekenen op 11 % van de waarde van uw nieuwe woning.' Wouter en Siska hebben hun droomhuis al op het oog: een rijtjeshuis van 200.000 euro in een middelgrote stad, in een aangename buurt. Ze gaan ervoor, wat wil zeggen dat ze een hypothecaire lening moeten aangaan om het te verwerven. Belgen spreiden hun hypothecaire lening doorgaans over een periode van 20 jaar, maar looptijden van 25 of 30 jaar zijn allang geen uitzondering meer. Het hangt allemaal af van het bedrag dat u maandelijks kunt afbetalen. De banken gaan uit van een derde tot maximaal de helft van het maandelijkse gezinsbudget, niet noodzakelijk het huidige, maar wel het toekomstige budget. Het bedrag waarover u beschikt als er ook kinderen zullen zijn, en hogere energiekosten. Hoe dan ook, een hypothecaire lening is een zware financiële last. Wouter en Siska betalen 1255 euro per maand af als ze lenen over 20 jaar, tegen een rente van 4,5 %. Als ze lenen over 25 jaar betalen ze 1101 euro per maand, en 1002 euro als ze lenen over 30 jaar. Bovendien gaat een groot deel van de spaarcenten van Wouter en Siska naar het huis. Is het eigenlijk wel een goed idee om een woning te kopen als je nog geen 30 bent? 'Als je huurt, bouw je natuurlijk geen vermogen op', aldus Johan Adriaens. 'Maar persoonlijk vind ik het geen goed idee om al heel vroeg een eigen huis te kopen. Er kan nog zoveel veranderen in het leven van een twintiger. Hoeveel kinderen zullen er komen? En blijf je wonen in de buurt waar je nu een huis wilt kopen? Bovendien zijn leningen van 30, of zelfs van 35 jaar onvermijdelijk als je er heel vroeg bij bent. Als je iets langer wacht, kun je misschien lenen over 25 jaar. Een verschil van 10 jaar is niet niks.' Als Wouter en Siska beslissen het huis te kopen, krijgen ze natuurlijk wél alternatieve inkomsten in de vorm van een fiscaal voordeel via hun hypothecaire lening: de toepassing van de zogenaamde woonbonus. Die kan in het eerste jaar oplopen tot ruim 2500 euro. Daartegenover staat dat Wouter en Siska niet alleen rekening moeten houden met de afbetalingskosten, maar ook met de jaarlijkse onderhoudskosten van hun nieuwe huis. Na 20 jaar zal de waarde van het huis al gestegen zijn tot 300.000 euro, wat het nettovermogen van Wouter en Siska vanzelfsprekend flink doet groeien. Dat nettovermogen zou lager zijn als ze hadden beslist 20 jaar lang een huis te huren voor een jaarlijks bedrag van 12.000 euro. Hoewel uiteraard hun roerende portefeuille met het vele spaargeld aanzienlijk zou zijn. 'De voorbije 50 jaar bracht vastgoed gemiddeld 6,4 % per jaar op', weet Johan Adriaens. 'Na 25 jaar is je woning 4,5 keer meer waard dan toen je ze kocht. De verwachtingen voor de komende jaren liggen wel iets lager, men gaat uit van een waardestijging van 3 tot 4 %. Als je rekening houdt met de onderhoudskosten van een woning schommelt het reële rendement ervan rond de 3 %.' Studies wijzen uit dat 35 de ideale leeftijd is om te beginnen met pensioensparen. Als we er bovendien van uitgaan dat we binnen 20 tot 30 jaar minstens 5 jaar langer zullen moeten werken, stijgt de optimale leeftijd om met pensioensparen te beginnen zelfs tot 40 jaar. Dat komt goed uit, want twintigers en dertigers houden maar weinig centen over om opzij te leggen voor hun oude dag. En toch. Gemiddeld krijgt een loontrekkende een wettelijk pensioen van iets meer dan 1100 euro per maand. Als u een man bent tenminste, want een vrouw moet het met ongeveer 825 euro stellen. Bent u zelfstandige, dan zal uw wettelijk pensioen nóg lager liggen dan dat van een werknemer. Gemiddeld gaat het om 850 euro per maand voor een man, en 715 euro voor een vrouw. Bent u ambtenaar, dan hebt u geluk, want dan krijgt u het hoogste wettelijke pen-sioen. Het pensioen van een ambtenaar wordt namelijk berekend op basis van de wedde van de laatste vijf jaar, de best betaalde van de loopbaan. Terwijl het pensioen van een loontrekkende en dat van een zelfstandige berekend worden op basis van het loon van de hele loopbaan. Echt lang wachten met pensioensparen is geen goed idee, vindt Johan Adriaens, onafhankelijk vermogensplanner bij Neven & Partners. 'Het gaat uiteindelijk slechts om 70 euro per maand die je opzij moet leggen. Als je daarmee begint op je 25e, kun je via een pensioenspaarfonds een kapitaal verzamelen van maar liefst 171.998 euro aan je 65e. Als je pas op je 40e van start gaat, kom je uit op slechts 54.493 euro.' Een bijkomend voordeel van pensioensparen is dat naast een eigen woning het pensioenkapitaal een tweede poot(je) van uw totale vermogen vormt. Bovendien is pensioensparen fiscaal voordelig. Het aftrekbare bedrag voor pensioensparen werd intussen verhoogd tot 830 euro per persoon (voor de inkomsten van 2008). Op uw belastingaangifte kunt u het invullen onder de rubriek 'Pensioensparen'. 'Het moment waarop je met pensioensparen begint, varieert naargelang je een groepsverzekering hebt of niet', aldus Adriaens. 'Want ook via die weg komt een aanzienlijk bedrag vrij op het moment dat je met pensioen vertrekt. Steeds meer mensen krijgen toegang tot zo'n groepsverzekering via hun werk. Maar ook zelfstandigen kunnen een groepsverzekering nemen als ze in een vennootschap zitten.' Aan uw toekomst denken, is een must in deze levensfase. Als u kinderen hebt, zullen zij u later ook heel dankbaar zijn als u - nu al - aan hún toekomst denkt. Babyspaarrekeningen en andere babyspaarformules zijn een echte trend. 'Mooi', vindt Johan Adriaens. 'Alleen jammer dat veel mensen zich iets laten aansmeren dat slechts 4 à 5 % per jaar opbrengt. Of nóg minder, in het geval van een spaarboekje. Mensen kiezen voor veilige beleggingsvehikels, maar ze vergeten dat hun baby ten vroegste 18 jaar later van die spaarcenten gebruik zal maken. Een lange beleggingshorizon dus, en in zo'n geval kies je het best voor aandelen, omdat die op lange termijn het meest opbrengen. Later, als je kind 10 of 15 wordt, kun je toch gewoon weer overschakelen naar veiliger obligaties?' Vergeet in deze levensfase ook niet uw groeiende vermogen in te dekken tegen allerlei onheil. Door middel van een hospitalisatieverzekering bijvoorbeeld, of een familiale verzekering. 'Je weet immers nooit. Denk je eens in dat je kind een rotsblok op een voorbijrijdende trein gooit, of dat je zelf een kostbare Chinese vaas omverloopt bij vrienden. Wie betaalt dat als je niet verzekerd bent?' Jan (40) en Els (38) zijn getrouwd, en hebben samen twee kinderen van 16 en 14 jaar oud. Het echtpaar wil zijn financiën goed beheren, en beslist om een persoonlijke vermogensbalans en een persoonlijke resultatenrekening op te (laten) maken (zie kaderstukken). In een eerste fase moeten Jan en Els een inventaris maken van al hun bezittingen en al hun schulden. Het gezin woont in een huis in Brussel, dat Jan en Els tien jaar geleden gekocht hebben voor 175.000 euro. Vandaag wordt hun gezinswoning geschat op 440.690 euro, aangezien ze erg goed gelegen is. Het is de huidige waarde van het huis die wordt ingeschreven in de vermogensbalans van Jan en Els. Het echtpaar bezit ook een appartement in Brussel, dat ze verhuren aan derden. Ze kochten het twee jaar geleden voor 120.000 euro. Vandaag is het appartement 138.000 euro waard. Jan en Els zijn allebei loontrekkenden, en ze hebben al een klein pensioenkapitaal opgebouwd. Elk jaar storten ze 500 euro voor pensioensparen bij de bank, wat hen tot nog toe elk 7500 euro heeft opgeleverd. Opgeteld is dat 15.000 euro, hoewel het bedrag dat in de vermogensbalans terechtkomt maar 13.500 euro is. Die balans brengt namelijk de 10 % belasting al in rekening die op de einddatum geheven zal worden op de pensioenspaarcenten van Jan en Els. Jan en Els hebben als werknemers ook een groepsverzekering. Het verzekerde bedrag van Jan bedraagt 50.000 euro, dat van Els 35.000 euro. Om de actuele waarde van de groepsverzekering van Jan te berekenen, moeten we er 22,5 % belastingen van aftrekken (11.250 euro), en 20 % geschatte winstdeelname aan toevoegen (10.000 euro). Het resultaat daarvan is 48.750 euro. De groepsverzekering van Jan heeft een looptijd van 35 jaar, waarvan er nu al 10 zijn verstreken. Momenteel is zijn groepsverzekering 13.928,57 euro waard: 10/35e van 48.750 euro. Als we op dezelfde manier de actuele waarde van de groepsverzekering van Els berekenen, komen we opgeteld voor hen beiden aan een bedrag van 21.728,57 euro. Jan en Els bezitten een BMW, die ze drie jaar geleden kochten voor 25.000 euro. Als we rekening houden met de waardevermindering volgens de geldende markt- tarieven, is de BMW momenteel 10.977,35 euro waard. Dat bedrag wordt opgenomen in de vermogensbalans. De waarde van hun inboedel schatten Jan en Els op ongeveer 22.000 euro. Ten slotte hebben Jan en Els nog een beleggingsportefeuille, van om en bij 55.000 euro, en een spaarpotje van 3500 euro voor eventuele ongevallen. Aan de passiefzijde van de vermogensbalans komen de schulden van Jan en Els terecht. Voor het huis waarin ze zelf wonen, moeten ze nog 110.000 euro afbetalen, en nog 112.000 euro voor het appartement dat ze verhuren. De lening voor hun woning loopt nog 10 jaar, en die voor het appartement nog 18 jaar. Voor hun BMW moeten Jan en Els nog 7500 euro betalen, gespreid over twee jaar. Ten slotte moet het echtpaar ook 5000 euro terugbetalen voor een persoonlijke lening die ze zijn aangegaan. Nadat hun vermogensbalans is opgesteld, zetten Jan en Els ook hun persoonlijke resultatenrekening op papier. Dat is een analyse van de inkomsten en de uitgaven van hun gezin. Jan en Els hebben opgeteld een loon van 61.248 euro per jaar. Een andere bron van inkomsten is het appartement dat ze verhuren. Dat levert hen jaarlijks 6000 euro op, na aftrek van alle kosten. Aan de uitgavenzijde zijn er eerst en vooral de financiële verplichtingen - het terugbetalen van leningen - in de post van de verplichte uitgaven. Jan en Els hebben geen wettelijke verplichtingen, zoals het betalen van een onderhoudsuitkering, maar wél morele verplichtingen. De studiekosten van hun kinderen bijvoorbeeld, 2422 euro per jaar. De vaste uitgaven van Jan en Els omvatten de verzekeringen en de belastingen, de onderhoudskosten voor hun vastgoed, hun wagen en hun inboedel. De discretionaire uitgaven zijn de belegde en de geïnvesteerde gelden van Jan en Els. Het bedrag dat ze storten voor pensioensparen bijvoorbeeld. De courante kosten zijn die voor kleding, gezondheid, elektriciteit, voeding, vakanties en hobby's. Wat blijkt allemaal uit die resultatenrekening? De verplichte en de courante uitgaven van Jan en Els, die moeilijk kleiner kunnen, vertegenwoordigen 64.748 euro per jaar, of 5395,67 euro per maand. Dat zijn de inkomsten die het gezin nodig heeft om in zijn behoeften te voorzien. Jan en Els hebben de inkomsten uit het verhuren van hun appartement dus nodig om rond te komen. Weinig comfortabel. Een plots vertrek van de huurder kan Jan en Els aardig in de problemen brengen. Ook goed nieuws voor Jan en Els: ze houden 1865,58 euro over. Wat de grootte van uw wettelijk pensioen zal zijn, houdt u allicht bezig zodra u 50 wordt. Heb ik tijdens mijn loopbaan voldoende gespaard om mijn huidige levensstandaard te kunnen behouden na mijn pensioen? En, als zou blijken dat ik onvoldoende spaarcenten heb: wat valt daaraan te doen? Een eerste stap om licht te brengen in de duisternis, is de site www.kenuwpensioen.be. Die website berekent vrijwel exact wat uw wettelijk pensioen zal zijn, nadat u de gevraagde parameters hebt ingevoerd. De berekening is nooit perfect, want na uw 50e - het moment waarop u aan het rekenen slaat - kan er op professioneel vlak nog veel gebeuren. Een voorbeeld: Mark en Iris zijn allebei 50. Via www.kenuwpensioen.be komen ze te weten dat het wettelijk pensioen van Mark 1300 euro zal bedragen, en dat van Iris 1200 euro. Samen beschikken ze over 2500 euro per maand zodra ze met pensioen gaan. Berekeningen van het echtpaar leren echter dat ze over 4000 euro per maand moeten kunnen beschikken om rond te komen. Ze komen 1500 euro per maand te kort. Hoeveel moeten ze nu nog sparen? Een vuistregel van Johan Adriaens, onafhankelijk vermogensplanner bij Neven & Partners: voor elke 500 euro per maand die u bovenop uw wettelijk pensioen wilt, moet u een kapitaal van 100.000 euro bijeensparen tijdens uw loopbaan. Mark en Iris hebben volgens die regel een kapitaal van 300.000 euro nodig. Als ze het slim hebben aangepakt, kunnen ze dat streefdoel gemakkelijk halen - zeker als ze allebei een groepsverzekering hebben. Wat zijn de spaarmogelijkheden als het vereiste bedrag nog niet in zicht is? 'Eerst en vooral moet je beslissen of je wilt stoppen met werken op je 60e of op je 65e', oordeelt Adriaens. 'Dat is van levensbelang. Bijvoorbeeld voor de groepsverzekering. Als je stopt met werken als je 60 wordt, bedraagt de eindbelasting op het uitgekeerde bedrag namelijk 16,5 %. Als je werkt tot aan je 65e, blijft de eindbelasting beperkt tot 10 %. Hetzelfde geldt voor het Vrij Aanvullend Pensioen bij zelfstandigen, hoewel het daar om een iets ingewikkelder formule gaat.' Verder geldt de standaardregel: als u nog meer dan tien jaar kunt sparen tot uw pensioen, kies dan voor een pensioenspaarfonds dat vooral in aandelen belegt. Op lange termijn presteren aandelen beter dan spaarformules met een vaste rente. Als u binnen de tien jaar met pensioen gaat en nog wilt sparen, kiest u het best voor een pensioen-spaarverzekering. Een tweede fiscaal interessante manier om aan individueel pensioensparen te doen, is de individuele levensverzekering. Die kent steeds meer succes als spaarformule op lange termijn. Het principe is eenvoudig. Op regelmatige tijdstippen betaalt u een premie, die premie brengt interest op, en op de eindvervaldag van uw contract (als u 60 of 65 wordt), krijgt u de volledige spaarpot uitgekeerd. Uw fiscale voordeel wordt berekend op maximaal 1990 euro per jaar (bedrag geldig voor het inkomstenjaar 2008). Uw effectieve belastingvoordeel is gelijk aan 30 tot 40 % van de betaalde premies, net zoals bij het fiscale pensioensparen. Wat is het verschil dan tussen beide formules? In het geval van een individuele levensverzekering is het toegelaten aftrekbare bedrag afhankelijk van uw inkomen. U laat het best dus eens bekijken wat in uw situatie de meest renderende optie is. U moet er wel rekening mee houden dat de fiscale voordelen verbonden aan een levensverzekering, niet te combineren zijn met de fiscale voordelen van een hypothecaire lening voor uw woning. Wachten dus tot uw huis is afbetaald. Eindelijk! U hebt nu definitief de deur van uw bureau achter u dichtgetrokken. Voor het clichématige zwarte gat bent u niet bang. Integendeel. Een paar jaar geleden hebt u een flinke som geld geërfd, en daarmee wilt u nu iets leuks doen, nu u er eindelijk de tijd voor hebt. Een vastgoedproject bijvoorbeeld, liefst in de vorm van een tweede verblijf in het zonnige buitenland. Leuk om te weten in dat verband: als u goed en wel geïnstalleerd en gedomicilieerd bent in Frankrijk als uw groepsverzekering wordt uitgekeerd, moet u daar nauwelijks of zelfs geen belastingen op betalen. 'Met dank aan het dubbelbelastingverdrag tussen België en Frankrijk', weet Johan Adriaens. 'Toch opletten als je het wilt uitproberen, want de Belgische fiscus gaat nauwgezet na of je écht in Frankrijk woont als je groepsverzekering wordt uitgekeerd. Meer nog: voor een periode van drie jaar word je in de gaten gehouden. Naar België terugkeren, is dus geen optie.' Stel dat u in de zonnige herfst van uw leven uw vermogen nog flink wilt uitbreiden met onroerend goed, dan is het aangewezen om ook al eens aan uw erfgenamen te denken. Als u en uw partner overlijden, zijn zij het namelijk die successierechten zullen moeten betalen op het deel van uw vermogen dat ze erven. Huizen en appartementen kunnen die rekening flink doen oplopen. Een klassieke oplossing daarvoor is de gesplitste aankoop. Van uw tweede verblijf komt zo enkel het vruchtgebruik op uw naam te staan, en de blote eigendom op naam van uw kinderen. Op die manier mag u zolang u leeft blijven wonen in uw nieuwe huis, of, als u het zou verhuren, de huurprijs ervan innen, en later zullen uw kinderen geen successierechten hoeven te betalen. Fantastisch? Opletten alweer. De Belgische fiscus wil het spel alleen meespelen onder drie voorwaarden. Eerst en vooral moeten uw kinderen kunnen aantonen dat ze over voldoende geld beschikken om de blote eigendom aan te kopen. Zeker als ze nog jong zijn, wordt dat moeilijk. Uw kinderen moeten ook bewijzen dat ze dat geld wel degelijk besteed hebben om alle aankoopkosten, inclusief de notariskosten, te dragen. En ten derde: de financiële waardering van het vruchtgebruik en de blote eigendom moet op een correcte manier gebeurd zijn. De prijs van de blote eigendom artificieel laag houden, is geen optie. En als u helemaal niet met pensioen wilt? U kunt na uw 65e aan de slag blijven, maar de bedragen die u mag verdienen, zijn beperkt. Vroeger mocht u amper iets bijverdienen als u met pensioen was. De jongste jaren is daarin verandering gekomen. In 2006 werden de grensbedragen van de toegestane inkomsten na het pensioen nog verhoogd, maar het blijft een mager beestje voor sterk gemotiveerde 65-plussers. Meer nog, zodra ze de wettelijke grensbedragen van maximaal 17.000 euro bruto per jaar met 15 procent overschrijden, verliezen ze hun pensioen van het jaar van de overschrijding. Er bestaat echter een oplossing voor se-nioren die geen zin hebben in een rustig bestaan of in een vrijwilligersbaan. Als u als gepensioneerde een vennootschap opricht, kunt u aan de slag blijven - zonder dat u rekening moet houden met de grensbedragen. Het is dan immers uw vennootschap die geld verdient. Geld om úw kosten te dekken, zoals uw auto. Eventuele winst kan ook in de vennootschap blijven, en wordt gewoon belast. Hoe gaat u te werk? U kunt kiezen voor de klassieke bvba, waarvoor wel een minimumkapitaal van 18.550 euro is vereist. Bovendien moet u dan een boekhouding en een jaarrekening kunnen voorleggen. Ofwel kiest u voor een vof, een vennootschap onder firma. Dat kan snel en goedkoop, maar u bent dan wel volledig aansprakelijk in eigen naam als er iets verkeerd loopt. Een boekhouder aanspreken, is dan ook geen overbodige luxe. Als u bijvoorbeeld uzelf beloont met een overdreven hoog loon uit uw vennootschap, is het opnieuw opletten geblazen voor de eerder vermelde grensbedragen. DOOR CELINE DE COSTER