Weet u wie tegenwoordig fel op onze zenuwen werkt? Aldo Palucci. Die clown die op Canvas beweert dat Frédéric Chopin zijn preludes heeft gestolen. Nee maar, kunt u zich dat inbeelden? Dat zenden ze in ernst uit, op het kanaal van de meerwaardezoeker. Hoe dwaas moet men eigenlijk zijn om zoiets te beweren? En geld vragen natuurlijk, want daar is het dat soort zwendelaars altijd om te doen. Daarom steunen wij via deze bescheiden weg de heer Yates, ons verder onbekend, die Palucci voor de rechter wil dagen voor smaad en eerroof jegens Chopin, en voor het valselijk aanspraak maken op andermans oeuvre.
...

Weet u wie tegenwoordig fel op onze zenuwen werkt? Aldo Palucci. Die clown die op Canvas beweert dat Frédéric Chopin zijn preludes heeft gestolen. Nee maar, kunt u zich dat inbeelden? Dat zenden ze in ernst uit, op het kanaal van de meerwaardezoeker. Hoe dwaas moet men eigenlijk zijn om zoiets te beweren? En geld vragen natuurlijk, want daar is het dat soort zwendelaars altijd om te doen. Daarom steunen wij via deze bescheiden weg de heer Yates, ons verder onbekend, die Palucci voor de rechter wil dagen voor smaad en eerroof jegens Chopin, en voor het valselijk aanspraak maken op andermans oeuvre. We mogen toch hopen dat ze de fijngevoeligheid zullen hebben om die Palucci niet aan het woord te laten vóór de aflevering van Histories die aan onze directeur gewijd is. Of nog erger: dat ze een oplichter vinden die beweert dat hij aan de basis ligt van het werk van Franz Schubert. Dat zou de ultieme belediging zijn. Maar net dat zijn de twee woorden waarmee we de Histories-reeks over 'Dwarsliggers in de journalistiek' tot nu toe kunnen samenvatten: de ultieme belediging. Van Maurice De Wilde onthouden we dat hij zijn geïnterviewden bijna sloeg om ze te doen zeggen wat hij wilde. Iets wat sterk doet denken aan bepaalde praktijken in Latijns-Amerikaanse dictaturen. Men kan dan wel een pakje sigaretten gooien naar een in het stadion gevangengezette Chileen, maar als men in zijn eigen werk dezelfde meedogenloze technieken toepast als de junta, verliest dat gebaar veel van zijn kracht. Maurice werd niet alleen afgeschilderd als een ongelikte beer met wie niet eens zijn naaste medewerkers nog wilden spreken, maar ook als een regelrechte bedrieger. Als ze op de VRT iemand van eigen huis portretteren houden ze zich niet bepaald in. Al wie een hekel had gehad aan Maurice mocht het waarom daarvan onbelemmerd uit de doeken komen doen, en dat werd een indrukwekkend defilé. Zo werd Maurice, indertijd om zijn vrije woord meerdere malen onderscheiden door de mannen van de loge, voorgesteld als iemand die gedreven werd door diepe persoonlijke rancune, zelfs tegen een ex-vriendje van zijn vrouw uit de tijd dat die nog op het lyceum zat. En als een bevooroordeeld reporter die er niet voor terugdeinsde een reportage de ether in te jagen waarvan hij pertinent wist dat ze niet strookte met de waarheid en dat mensen ten onrechte van allerlei lelijks werden beticht. Als wij één ding hebben geleerd uit die dubbele aflevering, dan wel dat wij ons totaal vergist hebben in Maurice De Wilde. Van zijn voetstuk halen, en snel. Een schande voor ons mooie vak, die knaap. En zijn schoonzoon deugt nog minder. Al niet veel beter verging het Louis De Lentdecker, opgevoerd als de koning van de valse pathetiek en, met zijn subjectieve verslaggeving, als een gevaar voor de samenleving, in de eerste plaats voor de sukkelaar in de beklaagdenbank die hem om wat voor reden ook niet beviel. En hij sloeg zijn kinderen! Eén van hen, thans een hoge magistraat, was de boezemvriend van onze chef-Wetstraat. Werden samen van school gestuurd. Maar omdat Louis gratis abonnementen op Het Nieuwsblad ging uitdelen en vader Van Cauwelaert er niet aan had gedacht hetzelfde te doen met die op Het Volk, werd de jonge De Lentdecker opnieuw toegelaten en werd onze chef-Wetstraat autodidact. Aangezien beide mannen thans een verantwoordelijke functie bekleden en hoog in aanzien staan, zullen wij niet te diep op deze pijnlijke kwestie ingaan. Toen het gesjacher met die abonnementen Miel Van Cauwelaert ter ore kwam, ging hij uit woede de lezingen verstoren die De Lentdecker overal in het land gaf. Was Louis één keer met de koning mee naar Congo geweest, dan trok hij daarna zes maanden lang kriskras door Vlaanderen om in elke parochiezaal te vertellen over het leven in onze kolonie. De Lentdecker voelde zich pas in zijn schik als hij een volle zaal kon entertainen. Maar dat plezier was snel voorbij toen hij elke avond de vader van onze chef-Wetstraat op de eerste rij zag zitten, om daar met diepe zuchten, meewarig hoofdgeschud, en steeds luider wordende opmerkingen alles te weerleggen wat Louis van achter zijn pupiter beweerde. Nog vóór de pauze zat de hele zaal dan ademloos naar Miel Van Cauwelaert te luisteren, terwijl Louis beteuterd moest afdruipen. Ook van LDL bleef na Histories geen spaander heel voor wie, zoals wij, lof beschouwt als een verpakte vorm van kritiek. Daarom zijn wij benieuwd wie iets slechts over onze directeur zal durven te vertellen, want die is nog niet aan het eind van zijn miserie. Over onze directeur valt niets slechts te vertellen, punt uit. De beste mens die ooit heeft geleefd. De slimste in elk geval. Er was geen onderwerp of Sus Verleyen vloerde moeiteloos elke expert. En dat mocht hij graag demonstreren op de wekelijkse redactievergadering, waar hij zowel over de protuberanties van de zon, de akkoorden van Bretton Woods, als de bouwkunst van Gaudí, referaten afstak die de bevoegde chefs deden verbleken. Nadat hij uw dienaar eens de tactiek van Betis Sevilla had uitgelegd, hebben wij besloten niet meer met deze man in discussie te treden en alles te beamen wat hij poneerde. Voor noodgevallen kozen wij een collega wiens mening wij altijd zouden delen: onze chef-Wetstraat. Toen dus op een dag onze directeur, meer uit vriendelijkheid dan uit interesse, vroeg: 'Wat denkt gij erover, vriend van... wat was het ook weer... oh ja, de sport', was ons antwoord: 'Hetzelfde als Rik.''Aha,' vervolgde onze directeur, 'en wat denkt de Rik?' Waarna wij weer: 'Geen idee. Vraag het hem eens.' Verleyen zat een poosje voor zich uit te staren, bewust van het feit dat hij zich bij onze aanwerving meer door de vleierij dan door de kwaliteit van de kandidaat had laten leiden, en heeft ons nooit meer iets gevraagd. Tenzij koffie. Wat onze directeur nog het liefst had, waren bewonderaars om zich heen. Het is maar dat die Verhofstadt zich niet al te veel begoochelingen maakt. Koen Meulenaere