Vorige zondag kon generaal Michel Suleiman, chef van het leger, dan toch de eed afleggen als president van Libanon. Dat had hij eigenlijk eind 2007 al moeten doen. Alle partijen waren het ook eens over zijn kandidatuur, maar parlementsvoorzitter Nabih Berri weigerde om zijn hoge vergadering bijeen te roepen voor de aanstelling van een nieuwe president. Berri behoort tot de islamistische beweging Hezbollah, en die wou eerst een akkoord over enkele van haar eisen.
...

Vorige zondag kon generaal Michel Suleiman, chef van het leger, dan toch de eed afleggen als president van Libanon. Dat had hij eigenlijk eind 2007 al moeten doen. Alle partijen waren het ook eens over zijn kandidatuur, maar parlementsvoorzitter Nabih Berri weigerde om zijn hoge vergadering bijeen te roepen voor de aanstelling van een nieuwe president. Berri behoort tot de islamistische beweging Hezbollah, en die wou eerst een akkoord over enkele van haar eisen. Dat akkoord werd vorige week in Qatar bereikt, waar de lokale emir alle partijen vijf dagen lang bij elkaar bracht. Dat ultieme beraad was nodig na een opstoot van geweld die herinneringen opriep aan de Libanese burgeroorlog van 1975 tot 1990. Terwijl het leger en de christelijke partijen toekeken, veegde de zwaarbewapende Hezbollah in geen tijd de vloer aan met de soennitische milities en met de troepen van Druzenleider Walid Jumblatt. In Libanon staan grosso modo twee politieke blokken tegenover elkaar. In een blok dat door het Westen wordt gesteund, zitten de soennitische partijen, de Druzen, de liberalen en de rechtse christenen. Een blok dat veeleer bij Syrië aanleunt, wordt geleid door de sjiitische Hezbollah. Het heeft de steun van een andere christelijke partij en van de pro-Syrische linkerzijde. Syrië bepaalde tot voor kort helemaal wat er in Libanon gebeurde. Het zag zich in de golf van protest na de moord op premier Rafik Hariri in 2005 verplicht om zijn troepen uit het land terug te trekken. De eisen van Hezbollah houden daarmee verband. De beweging heeft de steun van Syrië. Ze wil in de Libanese regering over een blokkeringminderheid beschikken, om te vermijden dat de andere partijen ermee zouden instemmen dat de militie wordt ontwapend. Hezbollah hield in de zomer van 2006 meer dan een maand stand tegen een aanval van het Israëlische leger. Meer dan tevoren is ze de Verenigde Staten en Israël sindsdien een doorn in het oog. Hezbollah wil ook vermijden dat de Libanese regering instemt met een VN-tribunaal over de moord op Rafik Hariri die, zo wordt aangenomen, door Syrië zou zijn bevolen. De beweging wil ook een nieuw kiesstelsel, dat haar christelijke bondgenoten ten goede zou komen. Ze haalde in Qatar zo goed als over de hele lijn haar slag thuis. De westerse partijen drongen er nog op aan dat de kwestie van de ontwapening op de agenda zou staan, maar ze lieten zich uiteindelijk afschepen met de vage belofte dat de nieuwe president de zaak ter harte zal nemen. Voor de Libanezen is het directe gevaar van nieuw geweld bezworen. Maar de strakke verdeling van Libanon in invloedssferen komt versterkt uit de impasse. Libanon wordt nog niet meteen een land zoals een ander. En daar had bijvoorbeeld Washington toch op gerekend. © The Economist