Twee weken hebben ze gekregen, in de comfortabele afzondering van een antiek kasteel met dertig slaapkamers in het Franse Rambouillet. Sinds vorige zaterdag moeten Servische onderhandelaars daar tot een vergelijk komen met een delegatie uit Kosovo, de Servische provincie die voor het overgrote deel door etnische Albanezen wordt bewoond.
...

Twee weken hebben ze gekregen, in de comfortabele afzondering van een antiek kasteel met dertig slaapkamers in het Franse Rambouillet. Sinds vorige zaterdag moeten Servische onderhandelaars daar tot een vergelijk komen met een delegatie uit Kosovo, de Servische provincie die voor het overgrote deel door etnische Albanezen wordt bewoond. De basisgegevens zijn helder: de Kosovaren willen onafhankelijkheid, voor de Serviërs is Kosovo een mythisch-historisch kernland waarvan ze nimmer afstand zullen doen. Die simpele gegevens - en veel meer nuances zijn niet nodig om ze op te schrijven - laten weinig ruimte voor een compromis. Daarbij komt nog de verse herinnering aan elf maanden burgeroorlog, een resem wederzijdse provocaties en wreedheden, tweeduizend doden, vooral burgers, en tweehonderdduizend vluchtelingen. In het midden daarvan staan de bemiddelaars, die weten dat het einde helemaal zoek is wanneer het geweld in Kosovo uit de hand zou lopen. Want dan vloeit de oorlog onvermijdelijk over naar Albanië en Macedonië (waar een grote Albanese minderheid woont) en komen de vluchtelingenstromen richting West-Europa pas goed op gang. Vóór het diplomatieke front in beweging kwam, moest er eerst, zoals altijd, een stapeltje lijken op televisie te zien zijn. Zo was er indertijd de mortierinslag op het marktje in Sarajevo, nu was het een moordpartij in de modder van het Kosovaarse dorpje Racak. De westerse publieke opinie, die amper omkijkt naar wat er verder dan haar achterdeur gebeurt, kan de aanblik van al dat bloed niet meer verdragen en dan moet er wat gebeuren.TE NEMEN OF TE LATENTevoren was er al de dreiging van Navoluchtaanvallen, die op het laatste moment niet hoefden toen Servië zwichtte voor de druk en enigszins halfhartig zijn troepen uit Kosovo begon terug te trekken. Waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) gingen het staakt-het-vuren op het terrein controleren, met in de onmiddellijke buurt een Extraction Force, die de onbewapende OVSE-lui moet weghalen mocht het dan toch mislopen. Op Racak volgde dan Rambouillet, door de Franse gastheren bescheiden een réunion genoemd, een "vergadering". Wie het scenario onderhand wel uit het hoofd kent, is de Servische president Slobodan Milosevic. Zo is hem drie jaar geleden "Dayton" afgedwongen, dat eindigde met een nog altijd fragiele regeling voor Bosnië-Herzegovina, die wordt gecontroleerd door Sfor, een door de Navo geleide, multinationale vredesmacht. De normalisering vordert er tergend traag: de gezamenlijke instellingen van Bosnische moslims, Kroaten en Serviërs functioneren nog altijd niet, van de terugkeer van de vluchtelingen komt weinig terecht. Bovendien winnen de Bosnisch-Servische ultranationalisten aan gewicht, wat weinig goeds belooft voor het vreedzame samenleven in Bosnië. Maar geweld is er niet meer, dat is al iets. Iets soortgelijks is nu in de maak voor Kosovo. Serviërs en Kosovaren worden geacht hun instemming te betuigen met een blauwdruk die is klaargestoomd door de zogeheten Contactgroep voor ex-Joegoslavië, met daarin de Verenigde Staten, Rusland, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië. Het plan gaat uit van een herstel van de situatie van tien jaar geleden, toen Kosovo nog een ruime autonomie genoot binnen de Servische republiek, maar waaraan Belgrado in 1989 een eind heeft gesteld. Op méér dan dat moeten de etnische Albanezen qua zelfstandigheid niet hopen. Het Westen is immers niet happig op nieuwe onafhankelijke staatjes, want dat zou andere etnische groepen her en der alleen maar op verkeerde gedachten brengen. Binnen dat kader moeten dan verkiezingen volgen, die de etnische Albanezen, gezien de samenstelling van het electoraat, onvermijdelijk een overwicht moeten geven in het beheer van Kosovo's publieke zaak. Voor de uitbouw van een eigen politiek en juridisch systeem in Kosovo voorziet het plan een overgangsperiode van drie jaar, te bewaken door een Navolegermacht van 20 à 30.000 soldaten, onder wie eventueel een handvol Belgen. De VS vinden dat de Europeanen nu kunnen bewijzen wat ze waard zijn; het is tenslotte hùn achtertuin. Zo'n operatie als die in Kosovo kost handenvol geld en dat er soldaten in body bags naar huis moeten komen, valt niet uit te sluiten. De Amerikanen zullen maar een beperkt contingent soldaten naar Kosovo sturen, meer om symbolische dan om andere redenen. Ze zijn zelfs bereid om die troepen onder niet-Amerikaans commando te plaatsen, een unicum. KOSOVO IS EEN TESTMaar die troepen komen hoe dan ook in een wespennest terecht. Servië wil nu geen vreemde troepen op zijn grondgebied. Ook weigert het zelfs maar te spreken met de aan invloed winnende radicalen onder de Kosovaarse separatisten, het UCK, het Kosovaarse Bevrijdingsleger, die het voor een bende terroristen houdt. Maar het komt Belgrado wel goed uit dat ook de "internationale gemeenschap" Kosovo de onafhankelijkheid niet gunt. Bovendien kunnen de Navotroepen het vuilste werk opknappen, het UCK ontwapenen. De keerzijde daarvan is dat de Navo niet zonder meer kan toekijken wanneer de Serviërs militair in actie zouden komen, na al dan niet geprovoceerde incidenten. Maar dan treedt de alliantie feitelijk op als een strijdmacht ten bate van de Kosovaarse zaak. En kan de Navo best op een geloofwaardige manier militair dreigen tegen Servië - de lijst van aan te vallen militaire doelwitten ligt al lang klaar -, ze kan datzelfde dreigement niet hard maken tegenover het UCK, een onderling verdeeld allegaartje dat opereert als een zo goed als onvatbaar guerrillaleger. De Kosovo-crisis wordt in alle geval een test voor de Navo en voor de nieuwe Europese "veiligheidsarchitectuur" waarvan ze de spil wil zijn. Met Kosovo geeft de alliantie concreet invulling aan wat ze ziet als haar nieuwe opdracht, sinds de val van de Muur de geostrategische kaarten helemaal door elkaar schudde. Eind april moet daarover duidelijkheid komen. Dan viert de Navo in Washington haar vijftigste verjaardag en zal ze haar nieuw Strategisch Concept formaliseren. Centraal daarin staan crisisbeheersing en vredeshandhaving. Hoe dat praktisch moet, is nog altijd een voorwerp van hevige discussie, waarbij de oude antagonismen weer oplaaien. Landen als Frankrijk tonen zich beducht voor een al te grote Amerikaanse greep op Europa's veiligheid, wat de Europese belangen ondergeschikt maakt aan de Amerikaanse en waarbij de Navo in avonturen dreigt te worden meegesleurd. Niemand is de bombardementen op Irak al vergeten. Washington, bijgevallen door de Britten en vaak ook de Nederlanders, meent dan weer dat geloofwaardigheid en transatlantische solidariteit nu eenmaal consequenties hebben. Maar het geval Kosovo doet de kleine lidstaten dan weer mopperen dat de groten het altijd onder elkaar regelen, want ook nu is het een elitair clubje, de Contactgroep, die in zijn eentje de parameters voor het Rambouilletoverleg heeft uitgezet. Een interventie in Kosovo geeft aan dat de Navo, aanvankelijk een territoriaal-defensieve alliantie, wel degelijk bereid is om op te treden buiten het eigen grondgebied, dan nog om zich te mengen in een niet-lidstaat, Servië. Is het argument daarvoor humanitair, niemand ontgaat de politiek-strategische dimensie daarvan. Even betekenisvol daarbij is het internationaal-rechterlijke kader. De Verenigde Naties "dekken" de Navodreiging tegen Servië niet. En de VS willen een VN-mandaat ook niet als een principiële voorwaarde aanhouden, omdat ze niet de gevangene willen worden van veto's van Rusland of China tegen een mogelijk Navo-optreden. Maar Kosovo is meer dan een diplomatieke test case. De feiten kunnen er de bakens van de interne Navodiscussie een eind verzetten. De Navo moet wel hopen dat die feiten niet al te gruwelijk uitvallen. Want haar uitgangspositie is penibel: militair geweld is het enige pressiemiddel om haar zin door te drukken. Het is dus alles of niets. Marc Reynebeau