Burgemeester Luc Dehaene herinnert zich de tijd dat zowat heel Ieper na het blazen van de dagelijkse Last Post aan de Menenpoort onder de wol kroop. De stad was toen grotendeels ingenomen door renteniers en gepensioneerden met spaargeld in veilige kasbons en staatsleningen. In die tijd zorgden alleen de 24 uren-rally, de Kattenstoet en de doortocht van Gent-Wevelgem voor lichte opwinding.
...

Burgemeester Luc Dehaene herinnert zich de tijd dat zowat heel Ieper na het blazen van de dagelijkse Last Post aan de Menenpoort onder de wol kroop. De stad was toen grotendeels ingenomen door renteniers en gepensioneerden met spaargeld in veilige kasbons en staatsleningen. In die tijd zorgden alleen de 24 uren-rally, de Kattenstoet en de doortocht van Gent-Wevelgem voor lichte opwinding.Vanop de eerste verdieping van de lakenhalle, waar hij zetelt, heeft burgemeester Dehaene de stad met haar 35.000 inwoners, als het ware onder z'n ogen, zien muteren. Halverwege de jaren '90 waren ze er plots: de zelfbewuste jongens van Flanders Language Valley en van Lernout & Hauspie die een eigen e-taaltje spraken. Ze parkeerden hun Saabs en 4x4's op de Ieperse grote markt, naast de eenvoudige Mercedessen en BMW's van de autochtonen en namen mee bezit van de stad. In 1995, onder de vorige burgemeester Paul Breyne die nu gouverneur van West-Vlaanderen is, werden de eerste contacten met de spraaktechnologen Jo Lernout en Pol Hauspie gelegd. Luc Dehaene was toen nog schepen. 'Een vestiging was snel gevonden in een zone die in het gewestplan als ontginningsgebied, met nabestemming voor landbouw, stond ingeschreven. Die oorspronkelijke bestemming had weinig zin. Het ging om private grond. Die werd onteigend en het gewestplan werd gewijzigd. De inbreng van de stad situeerde zich vooral op die domeinen. De stad trad in een vzw die de ontwikkeling van Flanders Language Valley promootte en nam, via een intercommunale, deel in de aankoop en de uitrusting van het bouwterrein. In het bedrijf heeft de stad nooit geparticipeerd. Aan het Lernout & Hauspie-dossier hebben we flink meegewerkt. Vooral bij het creëren van goodwill - wat we voor alle Ieperse ondernemingen doen. Dat is een kleine inspanning voor de stad die voor de plaatselijke bedrijven en tewerkstelling grote gevolgen kan hebben. Er is hier in Ieper veel groot volk gepasseerd. In dit kantoor werd een akkoord met de Israelische premier Shimon Peres getekend over de aanwending van de spraaktechnologie om tot een betere verstandhouding tussen Palestijnse en joodse jongeren te komen.' IEDEREEN GELIJK'FLV noch L&H hebben ooit een voorkeursbehandeling genoten. De stad levert in elk dossier een zo goed mogelijke service tegen de laagst mogelijke prijs. En die prijs is voor iedereen dezelfde. Nadat Bill Gates een inkijkrecht in Lernout & Hauspie kocht, leek het alsof er geen limiet op de groei van het bedrijf stond. Wie zijn twijfels uitsprak, werd als spelbreker buitengekeken. In die uitgelaten sfeer hebben sommigen zich met hun beursoperaties erg ver geriskeerd. Enkelen hebben fors gespeeld en zwaar verloren. Zelfs temidden van die beursgekte heb ik altijd gezegd: laten we met beide voeten op de grond blijven. Dat werd me kwalijk genomen. Vanuit Brussel kreeg ik al eens de wenk dat Lernout & Hauspie heel belangrijk was en dat wat meer enthousiasme niet zou misstaan. Bij grote evenmenten rond L&H zat het gemeentebestuur steevast op de derde rij, achter de politieke en financiële bollebozen uit Brussel en elders. Het gemeentebestuur zit er nog steeds, alleen zijn de stoelen op de eerste rijen nu leeg.' Toch heeft de Ieperse groei en de ontsluiting van de streek niets met de komst van L&H vandoen, maar alles met het nieuwe Europa. 'In de Belgische context lag Ieper helemaal aan de buitenkant, aan de rand van de Westhoek. En we werden ook zo behandeld. Voor de mannen gold de streek als een werkreserve van Wallonië, vrouwen moesten in de Franse textielbedrijven aan de slag. Daarin kwam verandering met de wet op de economische expansie en nog later met de Europese steunmaatregelen. Die werden hier voluit aangewend. In Europese context ligt Ieper centraal: twee uur van Parijs, Londen en Amsterdam, één uur van Brussel en vlakbij Rijsel, waarmee we geregeld overleggen. De Kanaaltunnel ligt honderd kilometer hiervandaan. Recent werd onze industriezone nog met 25 hectaren uitgebreid. Er zijn zich hier zoveel bedrijven uit diverse sectoren aan het ontwikkelen. Bij Robosoft zitten een zestigtal ingenieurs voor hun computerschermen nieuwe hoogtechnologische producten te ontwikkelen. Dat is minder spectaculair dan Lernout & Hauspie, maar niet minder belangrijk in die sector. Bij Salyp recupereren ze materialen uit afgedankte auto's. Dat groeit en dat bloeit hier allemaal. Mijn generatiegenoten met een hogere opleiding hebben kaderfuncties in Gent, Antwerpen of Brussel. Dat is nu veranderd: lokale jongeren met een hogere opleiding blijven in de streek. Er is zelfs sprake van inwijking. Al dat volk creëert op zijn beurt tewerkstelling en zorgt voor een explosie van de vastgoedprijzen. Die zijn de jongste jaren ongeveer verdubbeld. De marktprijs voor kavels steeg in twee tot drie jaar tijd van 2000 naar 3500 frank per vierkante meter. Voor de rest van Vlaanderen lijkt dit belachelijk laag, voor de lokale bevolking is dat enorm. En de stijging zet zich door. Deze streek kent momenteel geen werkloosheid. In enkele bedrijven werken tot 25 procent Fransen, veelal arbeiders, uit Bailleul en zelfs uit Duinkerke.' De stad kan steunen op een aantal factoren die voor stabiliteit zorgen. Zo wordt Ieper omringd door belangrijke rurale deelgemeenten zoals Dikkebus, Vlamertinge, Voormezele, Boezinge, Elverdinge met een niet onbelangrijke verwerkende landbouwindustrie. Binnen de Ieperse muren is ook Picañol gevestigd, een wereldvermaarde fabrikant van weefgetouwen, die 1500 tot 1600 mensen werk verschaft - bij L&H werken er een driehonderdtal. 'Picañol is sinds 1939 in Ieper gevestigd en heeft hier traag en diep wortel geschoten. In elke Ieperse familie is er wel iemand die bij Picañol werkt. Voor de streek was het bedrijf van de familie Steverlynck lange tijd de enige werkgever, ook voor hoog opgeleide jongeren. Wat de uitstraling van Ieper betreft, kun je Picañol en L&H wel vergelijken. Ook de producten van Picañol zijn wereldwijd bekend en er komt daar ook behoorlijk wat internationaal volk over de vloer. Bij Picañol volgden zeven magere en zeven vette jaren elkaar op. Was het crisis in Azië, dan was het ook even crisis in de ateliers. Liep het in Azië gesmeerd, dan ging het Picañol voor de wind. Picañol is beter op dat soort crisissen voorzien. Dat is het verschil met L&H dat heel explosief groeide. Alles moest er snel gaan. Er was geen tijd om de zaak te managen en te verstevigen. Met als gevolg dat de pannen bij de eerste windstoot van het dak vlogen.' Voor de Ieperse burgemeester ging het alarm al meteen op rood bij het eerste bericht over L&H in The Wall Street Journal. 'Men maakte er zich bij L&H wat snel van af met de bewering: dit is de VS tegen Europa, dit is een gevolg van de sensatiezucht van de journalisten. Er is een verschil tussen tabloids en ernstige bladen als The Wall Street Journal. Ze zaten bij L&H met een ernstig communicatieprobleem.' Maar de schok voor de Ieperse regio is volgens de burgemeester vooral psychologisch. 'L&H springt natuurlijk in het oog, want het is een vlaggenschip van de allernieuwste technologie waar iedereen zich op vergaapt en waar mensen van mijn generatie en ouderen stil van worden. Wij hopen dat L&H een plaatselijke verankering behoudt. Al doen we daar niet paniekerig over. We hebben hier al andere, rakere klappen gekregen. Zelfs het doemscenario - het verdwijnen van L&H - komen we te boven. Dat is de mentaliteit van de streek. Eén van onze vlaggenschepen werd geraakt, maar Ieper is nog niet van het bord gespeeld.'Rik van Cauwelaert