De evolutie van de bevolkingscijfers van de ex-DDR ziet er dramatisch uit. Volgens uw berekeningen neemt de bevolking er tegen 2100 met 65 procent af. Hoe verklaren demografen zo'n drastische terugval van het bevolkingsaantal?

Herwig Birg: Twee factoren spelen een belangrijke rol: het extreem lage geboortecijfer in Oost-Duitsland ? 1,1 kind per vrouw ? en de emigratie naar het westen van het land. In 1990 was er een eerste grote emigratiegolf. Daarna verminderde de uitstroom enige tijd, maar vervolgens nam hij weer toe. Vooral jongeren tussen 20 en 35 jaar, het grootste toekomstpotentieel, trekken weg naar het rijkere westen. Ze vergelijken hun perspectieven met de mogelijkheden in het westen en emigreren. Demografisch en economisch is dat een winst voor het westen van het land. Vooral Beieren en Noordrijn-Westfalen plukken daar de vruchten van. Intussen loopt het oosten leeg.
...

Herwig Birg: Twee factoren spelen een belangrijke rol: het extreem lage geboortecijfer in Oost-Duitsland ? 1,1 kind per vrouw ? en de emigratie naar het westen van het land. In 1990 was er een eerste grote emigratiegolf. Daarna verminderde de uitstroom enige tijd, maar vervolgens nam hij weer toe. Vooral jongeren tussen 20 en 35 jaar, het grootste toekomstpotentieel, trekken weg naar het rijkere westen. Ze vergelijken hun perspectieven met de mogelijkheden in het westen en emigreren. Demografisch en economisch is dat een winst voor het westen van het land. Vooral Beieren en Noordrijn-Westfalen plukken daar de vruchten van. Intussen loopt het oosten leeg. Birg: Het verschil wordt steeds aanzienlijker. Het bruto binnenlands product groeit sneller in het westen dan in het oosten. Dat betekent dat de afstand steeds groter wordt. Ik vrees dat er zich tussen het oosten en het westen een vergelijkbare kloof aftekent als die welke in Duitsland al decennia bestaat tussen noord en zuid. Met als rijkere deelstaten Beieren en Baden-Württemberg. Als de politici niets doen om het tij te keren, raakt ook de kloof tussen oost en west niet meer gedicht. Birg: De emigratiegolf stoppen kunnen ze niet. Ze kunnen hem alleen proberen af te remmen. In het beste geval kunnen ze hem omdraaien. Maar dan moeten ze denken op de langere termijn. Ze moeten andere prioriteiten stellen en de voorrang geven aan onderwijs en vorming. Maar dat betekent dat ze aan hun kiezerspubliek moeten vertellen dat het eerst nog jaren slecht zal gaan voor het weer beter wordt. En dat is niet erg populair. Zo kom je niet aan de bak in een democratie. Zichtbare resultaten, daar willen politici mee uitpakken. Daarom zetten ze nu alles op de industrie en de werkgelegenheid. Aan het demografisch probleem raken ze nauwelijks. Midden-Duitsland telde enkele van de oudste universiteiten van Duitsland. De deelstaten zouden bij die traditie moeten aanknopen en de universiteiten weer aantrekkelijker maken. De studenten, de jongere bevolking, komt dan vanzelf. De industrie volgt. Birg: Het is een verschijnsel dat we in zekere mate ook in Italië en Spanje kunnen vaststellen. Ook daar zijn de regionale verschillen bijzonder groot. Maar het herinnert inderdaad aan oorlogstijden. De situatie in Oost-Duitsland is vergelijkbaar met de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Toen dunde de bevolking in dezelfde mate uit als nu. Uit de huidige bevolkingspiramide kunnen we afleiden dat vooral de 20- tot 60-jarigen getroffen zullen zijn. Met andere woorden: de beroepsbevolking. Birg: Duitsland in zijn geheel zal in 2050 evenveel 80-plussers tellen als jongeren van minder dan 20 jaar oud. In het oosten zal het onevenwicht nog groter zijn. Die vaststelling heeft al tot de meest ondenkbare voorstellen geleid. Zo bestaat een plan om de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren om te vormen tot een ware seniorenregio. Een imago dat de jongeren alleen nog meer uit hun geboortestreken verdrijft. Birg: De twee grote partijen in Duitsland, SPD en CDU, hebben zich ingevoegd in een naoorlogs model dat goed gewerkt heeft. Maar nu worden ze geconfronteerd met de keerzijde van het economisch succes. De geboortecijfers die zakken. Gesteld dat de evolutie van de demografie hen al interesseert, veel kunnen de partijen tegen dat aspect van het probleem niet doen. Op het hoogtepunt van een economie ligt het inkomen per inwoner het hoogst. Uit vergelijkingen tussen verschillende landen en continenten blijkt dat het geboortecijfer daalt, omgekeerd evenredig met de levensverwachting en de levensstandaard, meer bepaald het inkomen per inwoner en het opleidingsniveau. Vereenvoudigd gesteld betekent dit, dat kinderen bij een hoger inkomen als het ware 'duurder' worden. Het inkomen dat de vrouwelijke bevolking zich ontziet voor de opvoeding van een kind ligt hoger. De keuze wordt moeilijker. Ik noem het de demografisch-economische paradox. Hoe meer gezinnen het zich op basis van hun reële inkomen zouden kunnen veroorloven, hoe minder ze kiezen voor kinderen. De nieuwe deelstaten zijn daar een uitstekend voorbeeld van. Bij de hereniging was de koopkracht voor vrouwen verviervoudigd, maar het geboortecijfer zakte sterk. De paradox werd bevestigd in al zijn vormen.