De duiven aan het Café des Deux Garçons laten zich niet door een armgebaar afschrikken en pikken de door een venter als voorproefje op tafel gelegde amandels weg. Het goed gevoel, dadelijk na de aankomst in Aix-en-Provence toevallig de plek te hebben gekozen waar de schilder Paul Cézanne zijn vrienden rendez-vous gaf, is alweer weggeëbd.
...

De duiven aan het Café des Deux Garçons laten zich niet door een armgebaar afschrikken en pikken de door een venter als voorproefje op tafel gelegde amandels weg. Het goed gevoel, dadelijk na de aankomst in Aix-en-Provence toevallig de plek te hebben gekozen waar de schilder Paul Cézanne zijn vrienden rendez-vous gaf, is alweer weggeëbd. Zelfs de elegante Cours Mirabeau, waar de bladeren van de platanen aan weerszijden van de promenade over elkaar heen reiken, een beschuttend loofdak vormend, verdrijft de indruk niet dat de mooie oude stad een beetje versleten is. Aix, oogappel van de Provençaalse bourgeoisie, rijk aan historische gebouwen en kunstschatten, fijn geciseleerde fonteinen, sfeervolle pleinen en stegen, kreunt. De grote instroom tijdens de jaarlijkse zomerfestivals - opera, dans en jazz - leidt niet af van het harde en tamelijk onverschillige op de gezichten van de inwoners, iets stoffigs in de straten, de levensduurte. Slechts in de goedkoopste gelegenheden aan de rand van de oude stad eten universiteitsstudenten en gewone mensen hun dagschotel voor 9, 5 euro. (Tussen Aix en Le Tholonet heeft de studente Elise V. op de groene vuilnisbakken langs de weg het bericht gekleefd dat ze onderdak zoekt op het platteland, omdat ze de huur van een kamer in de stad niet meer kan betalen. M., taxichauffeur, is al vier jaar op zoek naar een betaalbare woning in Aix.) Herbergen en hotels, maar ook garages, bejaardentehuizen en bloemenwinkels zijn hier genoemd naar Cézanne, zonder ook maar een straaltje van zijn doordringende kleurgeving van de dingen te verspreiden. En de verschillende tinten waarmee de dienst voor toerisme de parkoersen op het Circuit Cézanne van elkaar onderscheidt, zijn slechts markerende signalen die de toerist tot sightseeing uitnodigen. Behoort de inleving in het perspectief dat de schilder vanuit de omgeving van Aix ontwikkelde op zijn Montagne Sainte-Victoire nog wel tot de mogelijkheden? Mijn jarenlang sluimerende verwachting werd niet gewekt door voorbeelden van bergbeklimmers of trekkers langs de paden van de Grandes Randonnées door Europa. Noch staken kunsthistorische beschouwingen over de picturale krachttoer die Cézanne met zijn tientallen Sainte-Victoireschilderijen leverde, het vuur aan de lont. Dat deden de stralende doeken zelf, en ook de lectuur, in 1980, van Peter Handkes lange road-verhaal Die Lehre der Sainte-Victoire. Niet zozeer de concrete berg - een potloodtekening ervan op het kaft van het boek volstond ruimschoots - als wel de waarnemingen en bespiegelingen die de schrijver, verbonden met Cézanne, onderweg aan het papier toevertrouwde, waren mogelijk van groot belang. Het komt erop aan om de elf kilometer lange weg tussen het bekken van Aix en St-Antonin-sur-Bayon op de hoogvlakte aan de zuidflank van de Sainte-Victoire te voet af te leggen. En ook pas het daadwerkelijke lezen van Die Lehre, de ene zin langzaam aan de andere rijgend als een parelsnoer, biedt de enige mogelijkheid om tot een beleving van het onderwerp in de tijd te komen. Indien van het stappen of lezen in de herinnering niets tastbaars overblijft, de beleving zal als een slechts tijdelijk gewist spoor opnieuw aan de oppervlakte komen in latere ontmoetingen met een geliefd gebergte, mens of boek. De verzonken ervaring kan, omdat ze eenmaal als een gravure in de ziel of zo gesneden is, door een toeval of bewust uitgelokt, opnieuw werkzaam worden, een nieuwe tocht of lectuur verrijkend op zijn geurige grond. Van de twee bergen in de Provence is de Ventoux de hoogste, en de Sainte-Victoire de steilste. De berg van Cézanne bestaat uit een klein massief van kalksteenschollen die in een achttien kilometer lange keten van oost naar west lopen. Een eigenlijke top heeft hij niet, wel enkele pieken waarvan de hoogste, de Pic des Mouches, zich op 1011 meter boven de zeespiegel bevindt. Er loopt geen weg naar boven, maar langs de slome hellingen aan de noordkant laat hij zich, bijvoorbeeld vanuit Vauvenargues via de Col des Portes, zonder veel problemen beklimmen. De steile zuidflank is aan geoefende bergbeklimmers voorbehouden. Stappers die op een dramatisch uitzicht gesteld zijn, kiezen ook voor het zuiden, maar lopen zich vast in het natuurgebied van Roques-Hautes, vanwaar het niet zomaar verder naar boven kan. In 1869 werden er in Rognac dinosauruseieren gevonden van 65 miljoen jaar oud, toen de Sainte-Victoire nog maar een ophoping van versteend rivierslib was, afkomstig van de Durance. In het Tertiair - tussen 38 en 25 miljoen jaar geleden - gebeurde er iets spectaculairs. Gelijktijdig met de Alpen richtte de bobbel van de Provence zich machtig op, maakte een golfbeweging en plooide naar binnen, waardoor het oudere afzettingsgesteente, samen met de dinosauruseieren, ingeklemd werd. Tot slot kwam het tot een progressieve erosie van de oppervlaktelagen, zodat de diepere lagen die normaal onder het afzettingsgesteente bedolven liggen, bloot kwamen te liggen. Dat was het 'geologische accident' dat zo tot de verbeelding sprak van Paul Cézanne. Op 28 augustus 1989 vernielde een reusachtige brand zesduizend hectare bos langs de zuidkant van de berg en legde ook de dorpen Beaureceuil, St-Antonin-sur-Bayon en Puyloubier in de as. Zelfs de kalkstenen ruggen van de Sainte-Victoire vatten op vele plaatsen vuur, en zagen er na het drie dagen durende onheil zwart geblakerd uit. Er kwam een grootscheepse reinigingscampagne en een herbebossing, die de vroegere situatie grotendeels hersteld hebben. Pijnbomen, witte eiken en kreupelhout zien er duidelijk nog zeer jong uit, en van de 'helderheid en de dolomitische glans van de kalksteen' (Handke, 1980) valt er op een zomermiddag in juli 2002 niets te bespeuren. Een indrukwekkend, kaal gevaarte van een onbepaalde kleur, altijd doorspekt met grijs; hier en daar bedekt met plukken groen, de sokkel gedeeltelijk bezet met de rode okerkleur van mergel. Na een bocht in de asfaltbaan D17 naar Le Tholonet, de Route Cézanne, doemen de pieken van de Sainte-Victoire voor het eerst op, en verdwijnen net zo gauw weer uit het gezicht. Een spel van verschijnen en verdwijnen begint. De berg, grijzig blauw tegen een late ochtendhemel waaruit de regenwolken nog niet helemaal verdreven zijn, speelt kat en muis. Omdat de D17 het tracé van de Romeinse heirbaan volgt, biedt hij de fijnste uitzichtspunten, zo staat het bij Handke te lezen. Er zijn geen voet- of fietspaden, maar tussen Aix en Le Tholonet staan drie of vier afschilferende zitbanken op een verbreding naast de rijweg. De eerste bevindt zich bij een platte steen met de namen van verzetslui uit de Tweede Wereldoorlog die hier door de Duitsers omgebracht zijn. Aan weerszijden van de weg liggen landhuizen verspreid. Ranke cypressen verlenen de grote domeinen pracht en statigheid. Hier tekende Handke op dat hij in het midden van de kleuren stond, Cézannes kleuren, als op 'het middelpunt van de wereld'. Maar voorlopig, alleen varianten op groen en grijs, en het azuur van de inmiddels volledig uitgeklaarde lucht. Tot plots het eerste wilde bloempje in het gras van de berm de kop opsteekt, een campanula. Klokvormige blaadjes van een teer, transparant blauw, de tint waarin Cézanne zijn Sainte-Victoire het liefste schilderde, rijmend met een al even licht violet. Langs de berm van de weg ontstaat precies dát kleurakkoord pas veel later op de dag, op de terugtocht, als dezelfde kleine campanula ook in een violette variant staat te bloeien. Tussen Le Tholonet en St-Antonin-sur-Bayon, waar de D17 smaller en steiler wordt, bevindt de wandelaar zich nu onafgebroken oog in oog met de Sainte-Victoire en wordt er, begeleid door een aanzwellend krekelkoor, onweerstaanbaar door aangezogen, de blik als gebiologeerd door het grimmige gevaarte voor hem. Hier, waar de berg zich fysiek doet gevoelen, raakte ook Cézanne wel eens verzeild, zonder er ooit zijn chevalet neer te planten. Hij heeft het hem obsederende motief altijd op een afstand gehouden, het schilderend als een raadselachtig voorwerp op de achtergrond, badend in een lichtende kleurensymfonie. Hij verbond het volledig met het omringende, zodat de berg toch altijd weer machtig naar voren schijnt te komen. De Sainte-Victoire, het groen, de huizen en de lucht vormen één hecht doorweven geheel waarvan de vormen aan een letterlijke weergave onttrokken zijn en tot een grote synthese gebracht, gelijk aan een stralend landschap dat in een visioen gezien is. Het is lang wachten op vlinders. Het eerste exemplaar is zwart met een witte horizontale streep, kort daarop gevolgd door enkele witjes, en plots ook een hel geel. Later en hoger, in St-Antonin-sur-Bayon, bij het ecomuseum Maison Sainte-Victoire, verschijnen ze pas in een wemelende veelheid. Geelgroene, gele, witzwarte vlinders, op hetzelfde ogenblik als een massa aanvallende vliegen, ongetwijfeld afgedaald van hun Pic des Mouches. Het onzichtbare koor van krekels houdt constant dezelfde toon aan, stopt even, tot er eentje als een stoorzender een andere toon aangeeft, onmiddellijk overgenomen door al de andere. In de verzengende middagzon aankijkend tegen de resterende zeshonderd meter onbeklimbare, naakte rotsen aan de zuidflank, toch het tevreden gevoel, de berg te hebben bedwongen. De hele weg lang had de naderende, mythische gestalte vleugels gegeven. Een gevoel opgetild te worden door de vurige wens om hem eindelijk van dichtbij in al zijn fysieke bijzonderheden te kunnen zien. Een eenzame, kale kolos, glanzend onder een felle hemel. Hem, na het nuttigen van de tweede appel van de dag, de rug toekerend, kom ik er niet gemakkelijk van los. Met pijnlijke wreven in een moeizame afdaling terug naar Le Tholonet onder een stekende zon, moet ik me bedwingen om niet voortdurend achterom te kijken, omdat hij geen meter lijkt te willen wijken. Het gebrek aan voorzorgen voor de tocht doet zich gevoelen. Wat betekenen twee appels voor zo'n dag langs verlaten wegen? Met het vlees rond het klokhuis van de eerste, gegeten op de heenweg op een steen bij Beaureceuil, is nu een mier al ijverig bezig. De krekels blijven lustig verder sjirpen. Waarom trekt vermoeidheid altijd verwarrende gebeurtenissen aan? Op de Route Cézanne komt uit de tegenovergestelde richting een kleine groene Renault die tien meter voor mij midden op de rijweg stopt. In het voorbijgaan kijk ik naar het ronde gezichtje van een oudere, lichtharige vrouw met zonnebril. Uit het open zijraam klinkt luid muziek van Bach of Vivaldi. 'Een Sainte-Victoiretripper', denk ik, terwijl de Renault achter mij langzaam opnieuw wegrijdt. De waard in de enige herberg onderweg, in Le Tholonet, wijst naar mij en zegt ' Iln'a pas le droit!' tegen zijn vrouw. Verstikte kreten in het struikgewas, in de diepte naast de berm - van pijn, of misschien toch van genot? Achter mijn rug het blazen van een stoomtrein, dat dan van een met vet ingesmeerde hardloper afkomstig blijkt te zijn. 's Avonds laat, onder de lantaren naast het Café des Deux Garçons in Aix, de terugkeer van de menselijkheid. Twee jongens en twee meisjes vormen een blaaskwartet en ademen licht parelende muziek in en uit. Schoonheid zal de wereld redden, schreef Fjodor Dostojevski. De volgende morgen te voet naar het atelier van Cézanne even ten noorden van de oude stad, waar de schilder de laatste vijf jaar van zijn leven werkte. De eerste blik in de grote kamer met de grijze muren in het licht van tien uur doet me diep in de droom van het moment zinken. Een groot raam geeft uit op het noorden. In de muur naar het zuiden zitten twee kleinere vensters. Het atelier is in de staat gelaten waarin de schilder het bij zijn dood in 1906 achterliet. De appels die hij nodig had voor zijn stillevens worden, in verschillende staten van ontbinding, met een zekere regelmaat vervangen. Omdat hij ze bedachtzaam en traag schilderde, zeiden sommigen na hun bezoek aan Cézanne in het atelier ' que ça sentait la pomme pourrie'. De ogen dwalen over een schoudertas uit bleek leder, een linnen ligzetel, een stofjas met verfplekken, glazen flesjes, de gemberpot, het ouderlijke kamerscherm waarop Cézanne als knaap met z'n vriend Emile Zola een muilentrekker tekende; een ladenkast, een kruisbeeld. Aan de muur hangen enkele tekeningen. Van Luca Signorelli, twee naakte mannen die naar elkaar neigen, en een man die een menselijke last op zijn rug draagt. Van Charles Lebrun, de reproductie van een tekening in rood krijt: twee figuren die een neerzijgende derde ondersteunen; twee vrouwelijke naakten. Door de hoge, nu dichtgemaakte spleet in de noordermuur, werd ooit het buitenmaatse doek, Cézannes laatste Grandes Baigneuses, binnen- en buitengelaten. Dezelfde baan, hogerop, leidt naar de verhevenheid die Les Lauves wordt genoemd, en vanwaaruit de meester tussen 1901 tot aan zijn dood in 1906 zijn tweede grote reeks gezichten op de Montagne Sainte-Victoire schilderde. Opnieuw is het moeilijk om de gloedvolle kleuren van de door Cézanne geschilderde berg te verbinden met de nu in een grijze nevel gehulde hoop die aan de einder boven de rode daken en het groen oprijst. Dezelfde dag nog komt het begin van een antwoord na een toevallig gesprek in het Musée Granet van Aix met een kleine, witharige vrouw over een portret van Rembrandt. Onderweg naar het Palais des Congres waar ze een lezing over Cézannes Baigneuses wil bijwonen, vraag ik waarom ik geen kleuren in de berg kon zien. ' Parce qu'il n'y en a pas,' zegt ze, ' il y a juste les ombres portées sur les structures.' Zij stelt zich voor als Marianne Bourges, conservator van het patrimonium, conservator van het atelier Cézanne, op rust gesteld. Ze vertelt, blij met haar onverwachte toehoorder. 'De structuur van de berg wordt geschreven door de geworpen schaduwen. Cézanne kiest zijn uren. Aan de aquarellen is te zien op welk uur hij ze gemaakt heeft, want la montagne est comme un cadran solaire. De schaduwen bewegen mee met de seizoenen. Naar gelang de zon in haar omloop daalt of weer opgaat, verandert het landschap. In januari is er een koud, heel mooi licht. In de zomer is dat er heel vroeg 's morgens. De tijd, het uur structureert. Het licht op de schilderijen van Cézanne is een synthese, en heeft niets te maken met het licht van Monnet en zijn kathedraal. Cézanne organiseert zijn palet chromatisch, en het licht respecteert de logica van het schilderij. Het ontstaat uit een persoonlijke wetenschap. Aan het palet liggen twee logica's ten grondslag: de synthetische en de tektonische.' ' La synthese, c'est le bonhomme. Het oog, de gedachte en het hart gaan allemaal door de punt van het penseel, dat wil zeggen: de hand... Cézanne heeft wat afgestapt, afgezweet... Ik vraag je om eens goed te kijken naar het schilderij le Château Noir et la Sainte-Victoire uit de Ichibashi-collectie in Tokio. Cézanne heeft hier de synthese van drie lichten gemaakt. De gevel van het kasteel, onder het licht van de ondergaande zon, gloeit als goud. Al het lover op de voorgrond is gezien in het overgangsuur. De berg zelf staat in het licht van de ochtend.' Bij het korte afscheid raadt Marianne Bourges me aan om vanavond nog opnieuw langs de Route Cézanne tot in Le Tholonet te gaan. Er is ook een bus. 'Je zal er alle kleuren zien die je wilt', zegt ze. jan braet'De structuur van de berg wordt geschreven door de geworpen schaduwen.'