Er ligt een spannende week in het verschiet. De Centrale raad voor het bedrijfsleven presenteert zijn verslag over de concurrentiekracht van het land en over de beschikbare marge voor loonsverhoging in de komende twee jaar. Het centraal overleg kan beginnen.
...

Er ligt een spannende week in het verschiet. De Centrale raad voor het bedrijfsleven presenteert zijn verslag over de concurrentiekracht van het land en over de beschikbare marge voor loonsverhoging in de komende twee jaar. Het centraal overleg kan beginnen. De werknemers maken zich geen illusies meer: veel koopkrachtverhoging komt er niet. De werkgevers waarschuwden hen reeds dat er geen ruimte is voor een loonkostenstijging. De regering riep de sociale partners op matige loonakkoorden te sluiten. En zelfs de vakbonden pleiten voor een zachte aanpak. Maar de beschikbare loonmarge kan tegenvallen. De regering doet er goed aan haar overleg met de sociale partners over de eindeloopbaanproblematiek even te onderbreken. De sociale onderhandelingen tussen de werkgeversverenigingen en de vakbonden over het centraal akkoord 2005-2006 zullen op zichzelf al conflictueus genoeg zijn. Tot nu toe werd op basis van een technisch verslag van de Centrale raad voor het bedrijfsleven aangenomen dat de loonkosten de volgende jaren met maximum 5,4 procent mogen stijgen. Dat is de gemiddelde loonkostenstijging bij de drie handelspartners, Nederland, Duitsland en Frankrijk. Die loonnorm wordt nog verminderd met de indexaanpassing van één tot anderhalf procent per jaar, en de baremaverhoging van een half procent per jaar. Zo komt de reële onderhandelingsmarge tussen één en twee procent te liggen. Intussen blijkt echter dat ook de handelspartners flink aan het matigen zijn. In Duitsland en Frankrijk blijven de verwachte procentuele loonstijgingen lager dan de toenemende inflatie en productiviteit. De Duitse loonakkoorden zijn lager dan de algemene stijging van het prijsniveau. De sociale partners, die wel weten wat in de Centrale raad becijferd wordt, zien de bui al hangen. Zo is te horen dat de nieuwe wettelijke loonnorm wel eens lager zou kunnen uitvallen dan de inflatie (en baremaverhogingen). Dat betekent dat het mechanisme van de automatische aanpassing van de lonen aan de index van de consumptieprijzen niet meer ten volle kan werken. De ooit zo 'heilige index' wordt getroffen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de vakbonden pessimistische signalen uitsturen. Enkele vakbondsleiders geloven al niet meer in een nieuw loonakkoord. Geen prettig vooruitzicht voor de regering, die dan zelf de loonnorm zal moeten opleggen en handhaven. Guido DespiegelaereDe sociale partners zien de bui al hangen.