Zelden zoveel opgewonden gegons gehoord in de Brusselse Muntschouwburg als midden april, toen Philippe Jaroussky (30) er zijn passage maakte. De Fransman bracht er, net als op zijn nieuwe cd Opium, een recital met Franse liederen uit de kleurrijke belle époque. En dat voor een man die in sneltempo een reputatie had opgebouwd met zijn vertolkingen van Händel en Vivaldi.
...

Zelden zoveel opgewonden gegons gehoord in de Brusselse Muntschouwburg als midden april, toen Philippe Jaroussky (30) er zijn passage maakte. De Fransman bracht er, net als op zijn nieuwe cd Opium, een recital met Franse liederen uit de kleurrijke belle époque. En dat voor een man die in sneltempo een reputatie had opgebouwd met zijn vertolkingen van Händel en Vivaldi. Maar hoelang kon die transformatie uitblijven bij een man die het hele Franse repertoire, van Fauré via Ravel tot Debussy, al vroeg leerde kennen? Eerst als pianist en violist, en daarna, vanaf zijn achttiende, als zanger. 'Mijn lerares was en is Nicole Fallien, die ook lesgeeft aan de Comédie Française', vertelt Jaroussky. 'Bij haar leerde ik mij te concentreren op uitspraak en tekstinhoud. De techniek van het Franse lied is gebaseerd op het behoorlijk vertolken van de tekst, zoals een acteur dat zou doen.' Philippe Jaroussky: Absoluut. Ik begrijp de emotie, de constructie, en de resonantie van een lied heel goed. Daarom juich ik dit project zo toe. Zingen in je eigen taal is zo fijn. Het volstaat niet de tekst juist uit te spreken, het gaat ook om de geest, de mentaliteit van een volk. Jaroussky: Eerst en vooral: je mag de Franse 'r' niet laten rollen. En een ander belangrijk punt is: overdrijf niet, mijd iedere vorm van maniërisme. De teksten zijn heel mooi maar ook heel kwetsbaar. Als Paul Verlaine in het lied van Reynaldo Hahn zegt: ' Voici des fruits, des fleurs, des feuilles, et des branches. Et puis voici mon coeur qui ne bat que pour vous', dan hoor je dat op een heel eenvoudige manier uit te spreken, zonder de tekst te belasten met extra betekenis. Als je dat wel doet, gaat het al snel ouderwets klinken. Ik heb dankzij dit repertoire geleerd om overbodige gestes, zo geliefd in het operarepertoire, achterwege te laten. Het heeft mijn zangstijl in het algemeen uitgezuiverd. Jaroussky: Geen enkel repertoire is voor contratenor geschreven. Ook barok-opera niet, die was voor castraten gecomponeerd. Contratenor is een nieuw stemtype dat zijn intrede pas gedaan heeft na de Tweede Wereldoorlog, met Alfred Deller. Het meest legitieme repertoire voor een contratenor om te zingen is in feite hedendaagse muziek. Jaroussky: Maar niet zonder aarzeling. Het is muziek waartegen toch wel wat vooroordelen bestaan. Dat wufte, decadente, salonfähige... Jaroussky: Lekeu is, zoals Sjostakovitsj, muziek die mij overrompelt door haar treurnis. Lekeu, die helaas stierf op zijn vierentwintigste, zou ooit gezegd hebben: 'Ik kan onmogelijk opgewekte muziek schrijven.' In die woorden herken ik veel van mezelf. Ik ken zijn liederen en kamermuziek nu al vijftien jaar en heb gezworen dat ik ze ooit zou opnemen. Het lied Sur une tombe, op een eigen tekst van Lekeu, begint met de beschrijving van de natuur op een zachte lentedag. Pas daarna blijken we ons te bevinden op een kerkhof. Geniaal hoe die sfeer toch al in de eerste klanken verscholen ligt. Jaroussky: Eerlijk gezegd wel. Bij een opera voel ik me, vooral in het beginstadium van de repetities, gauw ongemakkelijk. Mezelf zijn, en tegelijk een personage... dat ligt moeilijk. Ik heb drie à vier weken nodig om daaraan te wennen, en ik moet mezelf geweld aandoen om een ontmoeting mogelijk te maken tussen die twee. Een recital voelt voor mij natuurlijker. DE CD OPIUM VAN PHILIPPE JAROUSSKY IS UIT OP VIRGIN CLASSICS/EMI INFO: www.jarousskyopium.com DOOR GREET VAN 'T VELD