Het Belgische veldrijden staat voor een generatiewissel : Erwin Vervecken moet zich zondag in de Superprestigeveldrit van Gavere bewijzen als nieuwe nummer één.
...

Het Belgische veldrijden staat voor een generatiewissel : Erwin Vervecken moet zich zondag in de Superprestigeveldrit van Gavere bewijzen als nieuwe nummer één.NU DE EXCENTRIEKE Paul Herijgers de jaren begint te voelen en enigszins moet afhaken, heeft nationaal kampioen Erwin Vervecken een stap vooruit gezet in de veldrithiërarchie. Maar de uit Lille afkomstige Vervecken is de absolute antipode van zijn streekgenoot : geen gespierde uitspraken, geen explosiviteit in de wedstrijden, maar bezonnenheid en het vermogen om zich op ieder terrein goed te verdedigen. Erwin Vervecken (24) vervalt echter niet in kleurloosheid : hij heeft een mening over een en ander en wil die best ventileren. En in het veld toont hij zich erg veelzijdig, wat hij én als zijn grootste kwaliteit én als zijn grootste zwakheid beschouwt. ?Ik beheers ieder onderdeel van deze sport op een behoorlijke manier maar ik blink in niets uit,? zegt Vervecken met de nuchterheid die de Kempenaar typeert. Hij laat zich door niemand opjagen (?Ik neem de zaken zoals ze op me afkomen?) en beseft dat de echte weg naar de top voor hem nog lang is. Want : ?Ik val voorlopig nog te licht uit op een zandparcours. Dat heeft te maken met mijn gestalte, met mijn 1,94 meter ben ik te groot om goed door het zand te rijden. Ik mis de daarvoor noodzakelijke techniek. Van de andere kant boekte ik juist op zanderige omlopen de grootste successen uit mijn carrière : in Koksijde en in de Superprestige-cross van Gieten. Maar toen viel er veel te lopen. En dat ligt me wel heel goed.? Erwin Vervecken is de enige veldrijder die de nationale titel behaalde in alle (vier) categorieën : nieuwelingen, juniores, amateurs en profs. Twee winters geleden leek Vervecken echt door te stoten naar de top toen hij in het wereldkampioenschap van Koksijde waar Herijgers won als derde finishte. Vorig jaar werd hij in het wereldkampioenschap vijfde, enkele weken nadat hij in het Belgisch kampioenschap de macht had gegrepen. Tussenin leek het heel even tot een frontale botsing te komen met bondscoach Eric De Vlaeminck, de levende veldritlegende die het nieuwe raspaard op een gegeven moment verweet ter plaatse te blijven trappelen. Deze aanvaring veranderde nooit de strategie van de intelligente Vervecken die een graduaat in het boekhouden behaalde en het diploma lang boven de sport stelde. Vervecken : ?Nadat ik mijn studies afmaakte, vond ik het een absolute noodzaak om gedurende anderhalf jaar te werken, om wat ervaring te verzamelen, om detheorie in de praktijk om te zetten. Ik wilde bovenal een stuk zekerheid verwerven. Ik heb heel even overwogen om nog verder te studeren, om nog handelswetenschappen te volgen, maar uiteindelijk zag ik daar vanaf. Natuurlijk is het nadelig voor je sport als je gaat werken. Je dagen zitten barstensvol, je hebt genoeg tijd om te trainen, maar geen tijd meer om te rusten. In die periode kwam ook de kritiek van De Vlaeminck.? Maar Vervecken trok zich daar niets van aan : ?Ik ken De Vlaeminck. En ik weet ook : zijn probleem is dat hij te weinig geduld heeft met die jonge renners. Je maakt dat nu weer mee met gasten als Ben Berten, Sven Nijs en Bart Wellens. In plaats van hen rustig te laten rijpen zet hij hen onder druk. Dat vind ik niet goed. Maar De Vlaeminck is onrustig, hij wil zich per se bewijzen, hij vreest een leegloop van het veldrijden ten voordele van het mountainbiken. En hij kan de pressie die de pers op hem legt, nauwelijks nog aan. Natuurlijk heeft hij een rol gespeeld in mijn ontwikkeling. Omdat hij me de kans gaf in het buitenland te gaan crossen. En omdat hij collectieve trainingen organiseerde. Al vind ik die op dit moment een beetje te zwaar, te professioneel. Ik bedoel : telkens weer die jonge renners met een hartslagmater laten trainen ; de psychische belasting die dat vraagt, is enorm. Een mens is uiteindelijk geen computer. Algemeen worden zo'n trainingen trouwens onderschat. Dat Johan Museeuw op een gegeven moment moreel onderuitgaat en het einde van zijn carrière aankondigt, dat past volgens mij vooral in de intensiteit van die trainingen. Veel meer dan in de wedstrijden op zich.? MOTORIEK.Erwin Vervecken won dit seizoen de eerste veldrit waaraan hij deelnam : in Berlijn wees hij iedereen terug. Daarmee verraste hij ook zichzelf. Vervecken, die begin oktober conditioneel achterop werd gegooid doordat hij met de rug sukkelde, pleegt doorgaans slechts tegen de jaarwisseling zijn top te bereiken. Vandaar dan ook dat hij zijn campagne pas begin oktober start, een volle maand later dan de concurrentie. ?Wat ik ook doe, ik kom ieder seizoen traag op gang. Het zal met mijn motoriek te maken hebben. In het begin moet ik ook altijd weer heel even wennen aan de omlopen, aan de techniek die deze discipline vraagt. Daarom maak ik me ook geen zorgen als ik in het begin van het seizoen een paar keer moet afhaken, het tempo ligt dan gewoon te hoog voor mij. Ik weet dat dit in de loop van het seizoen zal veranderen. Ik heb gewoon een opeenvolging van wedstrijden nodig om er helemaal door te komen. En die staan in de periode rond nieuwjaar op het programma.? Maar het betekent niet dat hij tegen deze periode piekt : ?Ik hou niet van dat woord. Ik laat alles heel rustig op me afkomen, zo zit ik karakterieel in mekaar. Ik laat me niet onder stress zetten. Ik weet dat het voor mij heel moeilijk zal zijn om mijn titel te verdedigen omdat het nationaal kampioenschap in Hoogstraten op een zandomloop wordt gereden. En er is me al voorgehouden dat het parcours van het wereldkampioenschap in München me beter moet liggen. Maar dat zien we dan wel. Voor mij komt het er nu op aan om verder te groeien, om de lat wat hoger te leggen. Ik ervaar nu al dat ik sterker word, dat ik beter recupereer, dat ik aanvallen gemakkelijker beantwoord. Ze zeggen mij : jij moet hier de nieuwe nummer één worden. Maar zo'n kreten interesseren me echt niet.? ONTPLOFFEN.Erwin Vervecken is een beschaafde jongen. Hij heeft weinig vijanden in het milieu. En hij wil dat zo houden. ?Het veldrijden is een gesloten wereldje, daarin heb je best niet te veel vijanden,? zegt hij. ?Hoe meer je je mond opentrekt, hoe meer mensen zich tegen je keren. Dat valt me bijvoorbeeld op aan Paul Herijgers. Niemand die zich beter aan de pers verkoopt dan hij. Hij zegt altijd wat hij denkt, hij stampt tegen schenen als hij denkt dat het moet. Maar in het milieu zijn er mensen die dat niet zo appreciëren.? Vervecken verwacht dit seizoen niettemin weer een paar uitschieters van de inmiddels 34-jarige Herijgers. En van Marc Janssens, zijn ploegmaat bij de Luikse financiële instelling SEFB waarvoor de Kempenaar een contract tekende tot februari 2000 : ?Herijgers zal deze winter niet meer constant op hoog niveau rijden maar af en toe heel sterk uit de hoek komen. Samen met Janssens wordt hij mijn grootste concurrent. Al is Marc heel wisselvallig. Met hem weet je maar één ding zeker : als hij de laatste ronde mee vooraan zit, wint hij doorgaans. Niemand kan die laatste ronde beter rijden dan hij. Dat explosieve, dat vermogen om te versnellen, dat mis ik. Daarom ben ik ook nooit een echte winnaar geweest. Dat was al zo toen ik op mijn achtste in Nederland met het veldrijden begon. Ik heb één enkele keer 29 wedstrijden gewonnen bij de juniores, maar afgezien daarvan behaalde ik doorgaans een zege of vijf per seizoen. En ik pak een sliert ereplaatsen. Ik ga goed mee. Maar ik kan niet ontploffen.? Dat geldt eigenlijk voor de meest topveldrijders en dat terwijl de omlopen steeds sneller worden : ? Adri Van der Poel, de wereldkampioen, is het prototype van de renner die in een wedstrijd groeit. Hij is een diesel, een heel speciaal type eigenlijk. Heel vaak mist hij zijn start, soms zit hij binnen de halve ronde vooraan, maar het kan even goed vijf, zes ronden duren voor hij aansluit bij de kop. Van der Poel is de beste veldrijder van het moment, al rijdt hij puur op fysiek, puur op karakter. Een beetje zoals Daniele Pontoni, de Italiaan, met dat verschil dat die lang niet zo regelmatig is als Van der Poel. Of ik nog andere veldrijders vooraan verwacht tijdens deze winter ? Nauwelijks. Het valt hooguit af te wachten of de Italiaan Luca Bramati, die vorig seizoen zowel de Wereldbeker als de Superprestige won, bevestigt. Maar Bramati is geen renner die dynamiet brengt in een wedstrijd. Hij wacht af, pikt aan en heeft niet toevallig de beide regelmatigheidsproeven gewonnen door een hoop ereplaatsen binnen te rijven. Bovendien heeft hij een zwaar mountainbikeseizoen achter de rug. Tijdens de eerste Superprestigewedstrijd in het Tsjechische Pilzen, anderhalve week geleden, werd dat al duidelijk. Daar heeft Mario De Clercq natuurlijk iedereen verbaasd. Hij was oersterk en won. Ik ben benieuwd hoe hij zich verder gaat ontwikkelen nu hij definitief de overstap van de weg naar het veld heeft gemaakt. Snelle omlopen liggen hem.? EENZAAT.In Pilzen, waar de eerste van een luik van negen Superprestigewedstrijden geprogrammeerd stond, eindigde Vervecken derde en bewees dat zijn conditie een opgaande curve vertoont. Dat geeft hem vertrouwen voor de wedstrijd van zondag in Gavere. Hij is echt gepassioneerd en gebiologeerd door het veldrijden, deze Erwin Vervecken. De eerlijke strijd, het rijden tot tegen de limiet, het spreekt hem aan. Het gevecht in vaak barre temperaturen, dat ook : ?Ik kan niet presteren in de hitte,? zegt hij. Daarom ook wil hij geen carrière als mountainbiker uitbouwen, ook al valt er in deze discipline meer te verdienen : ?De salarissen liggen waanzinnig hoog, mountainbike zal in de loop van de jaren echt een serieuze concurrent worden voor het veldrijden. Alleen moet een mountainbiker bij de top horen om geld te verdienen. Startgeld wordt er niet betaald, het prijzengeld is om te lachen, drieduizend frank voor een zege. Terwijl je voor een gemiddelde B-cross in België toch dertigduizend frank opstrijkt.? Maar geld is niet de drijfveer voor Erwin Vervecken die zijn startpremie zag verdubbelen sinds hij de nationale driekleur draagt en in de wielersport een zekere status verwierf. Daarvoor slijt hij tijdens de zomer lange maanden in eenzaamheid : ?Ter voorbereiding op het veldritseizoen moet ik dan op de weg rijden. En dat betekent in mijn geval vooral kermiskoersen. Daar hou ik niet van, ik zou zoiets nooit constant willen doen. Sterker zelfs : ik vind dat geen beroep. Die agressieve en grimmige sfeer, het tegen mekaar opboksen, het verkopen van koersen, het is verschrikkelijk. En ik rij telkens mee als eenzaat, er wordt nauwelijks tegen me gesproken, ik hang er maar een beetje aan.? Daarom verlangt Erwin Vervecken telkens naar het einde van de zomer. Hij zegt : ?Als de bladeren vallen, begint het in mij echt te kriebelen.? Jacques Sys Erwin Vervecken : het verlangen naar het einde van de zomer.Als Belgisch kampioen op het podium tussen Paul Herijgers (links) en Mario De Clercq (rechts) : niet geïnteresseerd in kreten.