Liberales bracht onlangs een bezoek aan het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Een bezoek aan deze historische plek is een must voor iedereen die een maatschappelijke visie wil ontwikkelen voor de toekomst. Wie het verleden immers vergeet, is gedoemd het later opnieuw mee te maken. Een bezoek aan een vernietigingskamp, waar meer dan een miljoen mensen op een onvoorstelbaar morbide en uitgekiende wijze werden omgebracht, heeft hoe dan ook iets irreëels of onvatbaars. Zeker als het, zoals in ons geval, op een zonnige lentedag plaatsvindt. Het landschap ademt dan geenszins de horror u...

Liberales bracht onlangs een bezoek aan het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Een bezoek aan deze historische plek is een must voor iedereen die een maatschappelijke visie wil ontwikkelen voor de toekomst. Wie het verleden immers vergeet, is gedoemd het later opnieuw mee te maken. Een bezoek aan een vernietigingskamp, waar meer dan een miljoen mensen op een onvoorstelbaar morbide en uitgekiende wijze werden omgebracht, heeft hoe dan ook iets irreëels of onvatbaars. Zeker als het, zoals in ons geval, op een zonnige lentedag plaatsvindt. Het landschap ademt dan geenszins de horror uit die zich hier enkele decennia geleden heeft afgespeeld. Auschwitz bestaat eigenlijk uit drie delen. Vooral het tweede kamp (Birkenau) laat bij de bezoeker een bijzonder neerslachtige indruk na. Hij kan het zich amper indenken dat hier op deze zonnige groene grasvlakte honderdduizenden Joden na een dagenlange treinrit in onmenselijke omstandigheden aankwamen en door de SS'ers werden geselecteerd. Slechts enkelingen hadden het 'geluk' om dwangarbeid te mogen verrichten in een van de nabijgelegen fabrieken, de meeste mensen werden onmiddellijk vermoord. De gedachte overvalt iedere bezoeker hoe dokters en soldaten bij deze selectie harteloos gezinnen uit elkaar rukten. De jongere mannen om te werken, de ouderen, vrouwen en kinderen de gaskamers in. Het groene gras groeit vandaag opnieuw over de vlakte van Birkenau, als in een openluchtmuseum dat keurig onderhouden wordt door tuiniers, voor de duizenden toeristen die hier elk jaar naartoe komen. Het lijkt wel voltooid verleden tijd, maar dat klopt niet. De gruwel van Auschwitz en andere kampen staat niet alleen. De Russische goelags en recenter de kampen in Bosnië-Herzegovina en de Rwandese genocide tonen aan dat de mens snel vergeet en zich met een zekere regelmaat bezondigt aan onmenselijke terreur tegenover zijn medemens. Steevast ontstaat die terreur wanneer men andere mensen niet langer als een unieke mens ziet, maar als een object of onderdeel van een groter geheel (een ras, een volk, een geloof, een klasse...) waartegen men in extreme gevallen of omstandigheden gewelddadig handelt. Mensen zijn er op grond van emotionele drijfveren of buikgevoelens klaarblijkelijk vrij makkelijk toe over te halen om mee te stappen in een waanzinnige terreur. Misschien is die gedachte op zich nog het angstaanjagendst van al. Zodra de rede wegvalt, is alles immers mogelijk, zelfs het ondenkbare. Dat is de reden waarom we ons moeten blijven hoeden voor de uitwassen van een romantisch volksnationalisme, populisme of andere vormen van links of rechts extremisme. De profeten van die overtuigingen spiegelen ons vaak een perfecte of betere wereld voor, die al even irreëel is als het groene gras van Birkenau. Wie de hemel op aarde belooft, wint blijkbaar vandaag nog steeds stemmen, maar zoals Karl Popper in diens meesterwerk The Open Society and its Enemies aantoonde: die weg leidt doorgaans naar de hel. door Egbert Lachaert