Een indexsprong, hogere btw-tarieven, duurdere energie of een vermogenswinstbelasting: de federale regeringsonderhandelaars hakken zich moeizaam een regeerakkoord uit tig aantal plannen om 20 miljard te besparen. 'We zullen het allemaal voelen', luidt daarbij de boodschap.
...

Een indexsprong, hogere btw-tarieven, duurdere energie of een vermogenswinstbelasting: de federale regeringsonderhandelaars hakken zich moeizaam een regeerakkoord uit tig aantal plannen om 20 miljard te besparen. 'We zullen het allemaal voelen', luidt daarbij de boodschap. De ingrijpendste verandering zou weleens voor de pensioenen kunnen zijn. In de formateursnota van Charles Michel (MR) en Kris Peeters (CD&V) staan niet minder dan tien verschillende ingrepen opgesomd. Zo zal het aantal 'zware beroepen' worden beperkt en komt er een 'deeltijds pensioen'. En wie langer werkt, verdient een pensioenbonus. De formateurs haastten zich om te onderstrepen dat ze zich inspireren op het rapport van de Commissie Pensioenhervorming. De experts van die Commissie stellen voor om de verschillende pensioenstelsels beter op elkaar af te stemmen. Toen hun rapport in juni werd gepubliceerd, steigerden vooral de ambtenarenvakbonden. Ambtenaren hebben een beter pensioensysteem dan zelfstandigen en werknemers in de privésector. De verhalen over toppensioenen bij de overheid zijn legio: ambassadeurs die hun wedde als pensioen doorbetaald krijgen of provinciegouverneurs die al na 12 jaar recht hebben op het hoogste pensioen. Professor Yves Stevens van de KU Leuven was lid van de Commissie Pensioenhervorming en houdt zich fulltime bezig met onderzoek naar pensioensystemen. Hij ergert zich geweldig aan die verhalen. YVES STEVENS: Dat zijn brutobedragen en België heeft progressieve belastingtarieven: hoe meer je verdient, hoe meer belastingen je betaalt. Je moet nettobedragen vergelijken. Het maximumpensioen van een ambtenaar is vandaag 3333 euro netto. Is dat buitensporig? Bovendien haalt maar een zeer kleine minderheid dat bedrag. Waarom staart men zich blind op die hoogste ambtenarenpensioenen? Ambtenaren hebben een beter pensioen dan andere gepensioneerden, maar is het overdreven? Nee. Dat is een even groot cliché als beweren dat alle zelfstandigen schandalig rijk zijn. Als je overheidspensioenen met die van werknemers en zelfstandigen vergelijkt, moet je dan niet het individuele pensioensparen van werknemers meerekenen? En waarom tel je aanvullende pensioenen in de privésector niet mee? Vergeet niet dat aanvullende pensioenen en pensioensparen op allerlei manieren fiscaal worden beloond en dus ook door de overheid gesubsidieerde pensioenen zijn. Als je die rekening maakt, verandert het hele plaatje. Hoe dan ook, brutobedragen vergelijken is onzin. STEVENS: Ongetwijfeld de provinciegouverneurs. Lang geleden konden ze al na 7 jaar een volledig pensioen krijgen, later werd dat 12 jaar. Vandaag is dat allemaal verleden tijd door de aanpassing van de berekeningswijze. Een doorsnee- ambtenarenpensioen wordt nu met een vrij simpele formule berekend. Het rustpensioen is gelijk aan de gemiddelde wedde van de laatste 10 jaar, vermenigvuldigd met een breuk met het aantal dienstjaren als teller en 60 als noemer. Negentig procent van alle ambtenaren valt onder die formule. Voor een aantal categorieën zoals legerpersoneel, diplomaten,magistraten of professoren en ook provinciegouverneurs is 48 de noemer van die breuk. Dat is nog steeds voordelig, maar niet meer te vergelijken met de vroegere gunstregimes. Vincent Van Quickenborne heeft die nieuwe noemer 48 ingevoerd. Dat was uiteraard een politiek compromis. Alle overheidspensioenen berekenen met de noemer 60 durfde men niet, want dan zou men ook aan het statuut van het rijdend spoorwegpersoneel raken. Te delicaat wellicht. STEVENS: Sinds 1978 staat er een dubbele rem op alle overheidspensioenen, ook die van de hogere ambtenaren. Toenmalig minister van Pensioenen Jos Wijninckx heeft excessen weggewerkt door een relatieve en een absolute drempel in te voeren. Een overheidspensioen kan nooit hoger zijn dan 75 procent van het laatste salaris én mag tegelijk nooit boven die drempel van 6283 euro bruto stijgen. Er blijven dus nog verschillen bestaan, maar een legeradmiraal met 8000 euro pensioen, dat kan gewoon niet meer. Trouwens, niet alleen bij de overheid, maar ook in het pensioensysteem van werknemers en zelfstandigen stuit je op ongerijmdheden. STEVENS: Neem de zogenaamde diplomabonificatie. Een ambtenaar die benoemd is in een functie die aansluit bij zijn diploma, mag gratis zijn studiejaren meetellen als dienstjaren bij de berekening van zijn pensioen. Werknemers en zelfstandigen kunnen hun studietijd alleen laten meetellen als ze daarvoor extra betalen, ongeveer 1250 euro per studiejaar. Stel, je betaalt als werknemer om vijf studiejaren te laten meetellen voor je pensioen. Als je sterft voor je vijfenzestigste gaat die investering verloren. Is dat eerlijk? Een jurist in een privébedrijf moet bijbetalen voor zijn studietijd en een jurist in overheidsdienst die hetzelfde werk doet niet. Dat vind ik een ongerijmdheid. Ander voorbeeld: de 'gelijkgestelde periodes'. Als een werknemer in de privésector werkloos of ziek wordt, telt die periode mee voor zijn pensioen. Zelfstandigen hebben dat niet, want ze kunnen niet werkloos worden. Wat doe je met loopbaanonderbreking? Moet het jaar dat een werknemer loopbaanonderbreking neemt om de fauna en flora in Timboektoe te bestuderen meetellen voor zijn pensioen? Ik denk dat het gros van de bevolking 'nee' zou antwoorden. Mag loopbaanonderbreking van een jonge werknemer voor de opvoeding van zijn kinderen meetellen? Het antwoord zal wellicht 'ja' zijn. En wat doe je met een vijftigplusser die het een jaartje wat kalmer aan wil doen? Meetellen of niet? Dat zijn allemaal waardeoordelen. We moeten afstappen van dat binaire oordeel 'alles of niets' bij loopbaanonderbreking en andere gelijkgestelde periodes. Ook bij zelfstandigen zitten ongerijmdheden. Waarom zijn hun pensioenen laag? Vóór 1984 betaalden de meeste zelfstandigen helemaal geen pensioenbijdragen. Uiteraard werkt dat nog altijd door voor een zelfstandige die in 1969 is gestart en vandaag na 45 jaar maar een klein pensioentje krijgt. Moeten al die zelfstandigen dan maar zelf die verloren jaren bijbetalen? Ongerijmdheden leiden tot ongelijkheid. STEVENS: Het enige wat echt buitensporig is aan ons pensioensysteem is de complexiteit ervan. Iemand zou eens moeten onderzoeken hoeveel pensioenen nog helemaal correct berekend zijn. Ik denk dat je zou schrikken van het resultaat. (lacht) Ons pensioensysteem is een typisch Belgische koterij, een chaos van regeltjes en uitzonderingen. Dat maakt een grondige hervorming net zo moeilijk, want als je ergens aan één schroefje draait, gaat misschien ergens anders een ventieltje open dat eigenlijk dicht moest blijven. Toch is dat de enige weg: voorzichtig en doordacht sleutelen aan kleine regeltjes en uitzonderingen die er zijn ingeslopen. We hebben geen tabula rasa nodig. Bij elke hervorming moet je met twee gouden regels rekening houden. Eén: je raakt niet aan verworven rechten. Twee: je mag geen legitieme verwachtingen de bodem inslaan. STEVENS: De grote politiehervorming met die gunstige pensioenregeling dateert al van 1998. In vijftien jaar is de sociaal-economische toestand helemaal veranderd. Het Grondwettelijk Hof volgt de meerderheidsvisie in de westerse wereld dat pensioenleeftijden moeten worden verhoogd en verwijst ook expliciet naar de moeilijke budgettaire situatie. De vergrijzing is een feit. Iedereen moet bijdragen. Wie nog een voordelig pensioenregime heeft, is hierbij dus gewaarschuwd. DOOR JAN LIPPENS'Niet alleen bij de overheid maar ook in het pensioensysteem van werknemers en zelfstandigen stuit je op ongerijmdheden.'