De waterval Irene in het Surinaamse natuurpark Brownsberg is een pareltje, uiterst geschikt als koude douche na een lange wandeling door het broeierige woud. Kolibries en grote blauwe morphovlinders maken er een waar Eden van. Maar vlakbij, op minder dan een half uur lopen over de moeilijke paadjes, is er naar verluidt een illegale goudmijn. De gids heeft niet veel zin om er pottenkijkers heen te loodsen, en de parkautoriteiten brengen ons ook liever niet onder het oog dat ze het park niet van illegale gelukszoekers kunnen vrijwaren.
...

De waterval Irene in het Surinaamse natuurpark Brownsberg is een pareltje, uiterst geschikt als koude douche na een lange wandeling door het broeierige woud. Kolibries en grote blauwe morphovlinders maken er een waar Eden van. Maar vlakbij, op minder dan een half uur lopen over de moeilijke paadjes, is er naar verluidt een illegale goudmijn. De gids heeft niet veel zin om er pottenkijkers heen te loodsen, en de parkautoriteiten brengen ons ook liever niet onder het oog dat ze het park niet van illegale gelukszoekers kunnen vrijwaren. Niet zo ver van de waterval bevindt zich de allereerste goudmijn in de streek, die van de Amerikaan John Brown, die in de jaren 1940 werd gelokt door verhalen over eindeloze goudvoorraden. De verhalen waren zoals altijd overdreven, maar er was wel net genoeg goud om de mensen bezig te houden. De mijngang wordt nu gemeden, behalve door slangen en vleermuizen. Het pad van Brown is nu de belangrijkste weg door het park. Die leidt naar een primitieve lodge met een adembenemend uitzicht over het woud en het stuwmeer dat in 1964 ontstond na het afdammen van de rivier de Suriname. Daar wordt nu genoeg hydro-elektriciteit opgewekt om haast het hele land van stroom te voorzien. De illegale goudwinning is een doorn in het oog van natuurbehoudorganisaties als WWF, ondanks het feit dat Suriname een land met weinig milieuproblemen is. Vijf keer zo groot als België, met amper een half miljoen inwoners, waarvan de helft in de hoofdstad Paramaribo woont. Liefst 95 procent van het land is bedekt met regenwoud. Maar goudwinning gaat gepaard met het gebruik van het uiterst giftige kwik om goudkorrels te binden en te concentreren. Het kwik spoelt massaal weg in het water waarin het goud gewassen wordt, en bereikt via de rivieren zelfs de zee. Het is een product met een lange levensduur dat gretig opklimt in de voedselketen. Al in 2001 publiceerden wetenschappers onder leiding van chemicus Marc Verloo van de Universiteit Gent een studie die aantoonde dat meer dan de helft van de onderzochte zoetwaterroofvissen veel te hoge kwikconcentraties in hun lichaam had. Vooral de piranha bleek een echte kwikmijn te zijn. Het kwik stapelt zich zelfs op in zeevissen zoals haaien. Zo werd de illegale goudwinning een probleem voor de Surinaamse visconsument én -exporteur. Monsterachtige slijkvissen met vier ogen en kanjers van katvissen liggen in de afvalstroom van het Nederlandse garnalenbedrijf Heiploeg op de oever van de Suriname. Heiploeg nam het bedrijf in 1999 over van de Oostendse onderneming Morubel, die als eerste het concept van duurzaam vissen in de lokale garnalenvangst introduceerde. Toen Heiploeg eind 2011 als eerste bedrijf in Suriname het MSC- label (voor Marine Stewardship Council) voor gecertificeerde duurzame vangst kreeg, was dat groot nieuws. Het was ook het eerste MSC-label voor de vangst van tropische garnalen. 'We hebben jarenlang hard gewerkt om dat voor elkaar te krijgen', zeggen Chris Meskens en Ralph Sanders van Morubel/Heiploeg. 'Door het label zijn onze garnalen iets duurder dan die uit India bijvoorbeeld, maar we vonden het nodig om de investering te doen. In eerste instantie omdat we op deze manier de roze garnaal, die bij ons minder goed in de markt ligt dan de grijze garnaal uit de Noordzee, een meerwaarde konden geven. Warenhuizen als Delhaize en Colruyt hebben tegenwoordig bijna uitsluitend interesse in duurzaam gevangen zeeproducten. Daarenboven willen we binnen twintig jaar nog dezelfde volumes garnalen uit de zee kunnen halen als vandaag. Andere garnaalsoorten en veel vissen zijn de voorbije decennia voor de kust van Suriname in de vernieling gevist.' (Vorige week raakte bekend dat Heiploeg door Europa is veroordeeld tot een boete van 27 miljoen euro omdat het bedrijf in Nederland tussen 2000 en 2009 verboden prijsafspraken had gemaakt met een concurrent.) De regio heeft nochtans alles om een succesvol visland te zijn. Het water dat uit het regenwoud via de rivieren de zee inspoelt, is modderig, maar rijk aan voedingsstoffen. Omdat garnalen te weinig vet hebben om giftige stoffen op te slaan, hoeven ze niet te vrezen voor de kwikvervuiling. De vissers merken het als het lange tijd geregend heeft, want dat heeft een effect op het garnalenbestand. In principe blijven de boten van Heiploeg zo'n vijf dagen op zee, en brengen ze ongeveer 17 ton in ijs ingebedde garnalen naar de fabriek. Maar in piekperiodes kan een schip tot 25 ton garnalen aanvoeren, zodat de vangst gedoseerd moet worden, want anders kan de verwerkingsfabriek niet volgen. 'We volgen het bestand maand na maand op, en als we merken dat de vangst begint terug te lopen, stoppen we tijdelijk met vissen', leggen Meskens en Sanders uit. 'We vissen ook niet in ondiepe zones, zodat de garnalen de kans krijgen om zich voort te planten. Daarenboven hebben we een bioloog van de Gentse universiteit ingehuurd om vier jaar lang onze visserij wetenschappelijk verantwoord te volgen. Het is mooi om te zien hoe hij een geweldige samenwerking met onze vissers heeft uitgebouwd.' Het transport per schip van de garnalen van Suriname naar Europa is geen onderdeel van de MSC-evaluatie, maar dat transport weegt niet zwaar door in de ecologische voetafdruk van een product. Het langdurig op ijs houden van de garnalen wel. Meskens en Sanders onderzoeken ook de mogelijkheid om de pellen van de garnalen, die nu als natuurlijk afval in de rivier en in de muilen van de katvissen belanden, te 'vermarkten', waardoor er niets van de dieren verloren zou gaan. De velletjes kunnen dienen als basis voor sauzen, maar ook voor capsules voor de geneesmiddelenindustrie. Onze maatschappij evolueert naar een maximale recuperatie van wat de natuur (en de mens) produceert. Het is verrassend te vernemen dat veel onderzoek naar visserij in Suriname door Belgische wetenschappers wordt gestuurd. Belgen liggen hier beter in de markt dan Nederlanders, aan wie toch altijd die koloniale achtergrond wordt gekoppeld: Suriname was lang een Nederlandse kolonie, en de kolonisten werden rijk dankzij de keiharde slavenhandel, die pas 150 jaar geleden is afgeschaft. Zelfs onderdirecteur René Lieveld van het visserijdepartement van de Surinaamse overheid begint over een Belg als hij de politiek van zijn dienst toelicht: Pierre Charlier, die voor rekening van de Belgische ontwikkelingssamenwerking de eerste plannen voor een efficiënte visserij maakte. Het heeft echter niet mogen baten. Jarenlang wanbeleid leidde tot zware overbevissing, zodat er nu draconische maatregelen nodig zijn om het Surinaamse visbestand er weer bovenop te helpen. 'Sinds de zomer hebben we eindelijk een plan waarmee we het tij kunnen doen keren', vertelt Lieveld. 'We willen de vangsten controleren, bepalingen voor afmetingen van netten invoeren en zones afbakenen waar niet gevist mag worden. We installeren een kustwacht met snelle boten voor efficiënt ingrijpen, zeker tegen illegale vissers die verantwoordelijk zijn voor zestig procent van de vangsten. Als we de illegale visserij aan banden kunnen leggen, hebben we grotendeels gewonnen. Voorts stimuleren we de toepassing van MSC-labels, zeker als dat ertoe zou leiden dat we betere prijzen voor onze producten krijgen.' Lieveld en zijn diensten stuiten op weerstand, maar ze hebben geen keus meer. Ze hebben de capaciteit van de Surinaamse vissersvloot met een derde gereduceerd, en het moet nog minder - een probleem dat ook de Belgische visserij kent. Gelukkig voelen ze zich gesteund door milieuorganisaties als WWF, dat in Suriname (en de buurlanden Guyana en Frans-Guyana) ook door een Belg geleid wordt: Dominiek Plouvier. De groene beweging krijgt stevig voet aan de grond in de drie kleine regenwoudlanden. WWF profileert zich ook op een ander, minder commercieel aspect van de visserij: de bijvangsten van economisch niet interessante soorten. Suriname en zijn buurlanden vormen een speerpunt voor de bescherming van de uiterst kwetsbare zeeschildpadden. Van de gigantische lederschildpad, de grootste en met zijn meer dan 500 kilo veruit de zwaarste schildpad ter wereld, nestelt veertig procent van de Atlantische populatie op de stranden van Suriname en de twee Guyana's. De populaties van de Stille en de Indische Oceaan lijken op sterven na dood. 'Wij vinden het altijd erg als we schildpadden in onze netten krijgen', zegt visser Steven Hall van Heiploeg. 'We kunnen er niets mee doen, en de dieren zijn dikwijls verdronken voor we ze boven water halen. Maar nu is er een nieuw systeem, een soort traliewerk voor de ingang van onze sleepnetten dat garnalen en vissen doorlaat, maar schildpadden tegenhoudt. In het begin waren wij er geen voorstander van, want vissers zijn routinebeesten en houden niet van verandering. Maar nu we gemerkt hebben dat het werkt, gebruiken we het graag. We hebben vorig jaar in een test vier dagen lang aan de ene kant zonder schildpaddenbeveiliging gesleept en aan de andere kant met beveiliging. Aan de ene kant kregen we vijftien schildpadden in onze netten, aan de andere kant geen enkele. Toen zijn we overstag gegaan.' Voor Heiploeg past de inspanning in het streven naar een zo duurzaam mogelijke aanpak van de visserij. Bijvangsten vermijden is een essentiële component voor het MSC-label. Met het nieuwe systeem worden er nu veertig procent minder schildpadden gevangen. Het schildpaddenvrije vissysteem is ontwikkeld door WWF in het kader van zijn wereldwijde Smart Fishing Initiative. 'We voelden dat we moesten ingrijpen, want als we het van de visserij zelf lieten afhangen, zou het te lang duren voor er iets veranderde', zegt Koen Stuyck van WWF België. WWF investeert ook in de bescherming van de stranden waar de zeeschildpadden aan land komen om hun eieren te leggen. Het water uit het regenwoud stroomt de zee in en zorgt voor modderige stranden, onaantrekkelijk voor toeristen, maar niet voor zeeschildpadden. De stranden zijn ook vrij moeilijk te bereiken. Eerst is er een boottocht over de rivier, die opgevrolijkt wordt door zeldzame rivierdolfijnen en massa's vogels als de rode ibis, die bruin geboren wordt en pas rood wordt na het eten van garnalen. Vervolgens een tocht met een kleinere boot door eindeloos grote mangrovemoerassen, kweekplaatsen voor kaaimannen en ook weer vissen en garnalen. Een studie van de KU Leuven onder leiding van ingenieur Erik Toorman toonde in 2006 aan dat 90 procent van alle vissen en garnalen die in Suriname gevangen worden, gedurende minstens één fase van hun leven van mangroven afhankelijk is. Op de stranden zijn er geen voorzieningen, behalve een golfplaten dak met hangmatten eronder. Maar er zijn wel schildpadden, in het goede seizoen tenminste. Het is een ontroerende ervaring om een nest van een tachtigtal piepkleine lederschildpadjes uit het zand te zien komen en op hun flippers richting zee te kruipen. Meestal haalt de helft het water vijftig meter verderop niet - schildpadjes weten dat ze bij vloed hun nest moeten verlaten, als het water dichtbij is. Maar gieren en haviken zitten op de loer, en zwerfhonden scheppen geregeld hun schildpadje mee. Als er mensen in de buurt zijn, valt de schade mee. Zelfs het allerlaatste schildpadje dat diep in het zand vastzit, wordt vrijgemaakt en krijgt de tijd om te bekomen en zijn weg naar de zee te zoeken. De diertjes moeten de geur van het zand in hun neus krijgen, om de weg naar het strand terug te kunnen vinden als ze zelf eieren moeten leggen. 'Darwin zit ook in de zee', nuanceert WWF-man Stuyck de euforie over het succes van het nest. 'Ook in de zee zijn de diertjes gemakkelijke slachtoffers, zelfs als ze volwassen zijn, door natuurlijke verliezen maar eveneens door vervuiling en als bijvangst van de visserij. Niet alleen in sleepnetten van garnaalvissers, ook in de honderden kilometers lange lijnen met grote haken die vissers op tonijn en andere grote soorten uitrollen. Elk jaar zouden er wereldwijd in totaal 250.000 zeeschildpadden het leven laten als gevolg van menselijke activiteiten. Daar moet dringend iets aan gedaan worden als we soorten als de lederschildpad voor uitsterven willen behoeden.' De wereldpopulatie van vruchtbare vrouwtjes van de lederschildpad - de enige waarover informatie beschikbaar is, want de mannetjes komen nooit aan land - wordt op 35.000 exemplaren geraamd. Dat is weinig, gezien de grote jaarlijkse verliezen. In 1980 zouden het er nog meer dan 100.000 geweest zijn. Er wordt geschat dat van elke duizend schildpadjes er slechts eentje de voortplantingsrijpe leeftijd van twaalf tot vijftien jaar bereikt. Het dier heeft het 100 tot 150 miljoen jaar lang op aarde uitgezongen, en was waarschijnlijk relatief talrijk tot het met de desastreuze gevolgen van de menselijke aanwezigheid werd geconfronteerd. De bescherming is een moeizame strijd. Dit jaar zouden er, volgens schildpaddenexpert Avanaisa Turny van WWF (een met een Belg getrouwde Surinaamse), nog altijd 49.000 schildpaddeneieren gestroopt zijn. 'Het slechte nieuws is dat de onverdroten aanslag op haar welzijn de soort binnen twintig jaar de genadeslag zou kunnen geven', zegt Turny. 'Het goede nieuws is dat stropers steeds vaker worden gearresteerd en veroordeeld. We moeten onze campagnes om mensen ervan te overtuigen geen schildpaddeneieren te eten nog opvoeren. Als er geen markt meer is, zal alvast deze bedreiging voor de dieren wegvallen.' Het lijkt erop dat de inspanningen renderen: het aantal vrouwtjes dat aan land komt om eieren te leggen, neemt in Suriname niet verder af. 'Elk dier dat gered kan worden, is belangrijk voor een zo kwetsbare soort als de lederschildpad', benadrukt Turny.?In de week van 9 december organiseert WWF in België de eerste week van de duurzame vis. Voor een nieuwe 'viswijzer' voor duurzame visconsumptie: www.wwf.be.DOOR DIRK DRAULANS, FOTO'S JEROEN HANSELAERElk jaar sterven er wereldwijd een kwart miljoen zeeschildpadden als gevolg van menselijke activiteiten.