Hij koos voor het Bootjesven als kinderplek, midden in de Kolonie van Wortel - deelgemeente van Hoogstraten, zijn geboortestad. Wortel van de gevangenis nu, Wortel van de landloperskolonie toen. Lieven Van Gils werd intussen ambassadeur van de Kolonie, om de site in 2018 als Werelderfgoed te helpen voordragen. 'In deze natuur, in deze lanen, bij de landloperskapel en de landlopersbegraafplaats, aan de boorden van het ven, bramen plukkend, deed ik mijn eerste indrukken op. Ik ben verbonden met deze plek.'
...

Hij koos voor het Bootjesven als kinderplek, midden in de Kolonie van Wortel - deelgemeente van Hoogstraten, zijn geboortestad. Wortel van de gevangenis nu, Wortel van de landloperskolonie toen. Lieven Van Gils werd intussen ambassadeur van de Kolonie, om de site in 2018 als Werelderfgoed te helpen voordragen. 'In deze natuur, in deze lanen, bij de landloperskapel en de landlopersbegraafplaats, aan de boorden van het ven, bramen plukkend, deed ik mijn eerste indrukken op. Ik ben verbonden met deze plek.' De Kolonie ligt op een boogscheut van zijn ouderlijke huis in Hoogstraten. Hijzelf woont nu in een groen stuk Vlaams-Brabant, maar de kinderplek wordt nog frequent bezocht, met de familie, met de eigen kinderen. En nu met ons. Lieven Van Gils stapt lachend op ons toe: hartelijke begroeting, oprechte vragen, ongeveinsde interesse, zoals in zijn studiogesprekken. Hij is daarnet heel traag de Kolonie doorgereden, heeft getuurd naar buiten en herkend, liet oude verhalen binnenstromen. Nu is hij de man met de bekende kop, midveertiger, elegante wagen, VRT-pasje in de achterzak. Dertig jaar geleden was het: twee zwengelende benen over de jongensfiets, knapzak op de rug met chocolademelk en koeken voor de kleine honger, links en rechts meefietsende kameraden. Nu is het laan in rijden, parkeren, uitstappen, diep inademen en 'ach ja' zuchten. Toen was het op de trappers staan, racen, remmen, afstappen, stokken gooien, steentjes keilen, spelen of niets doen om de vakantiedagen door te komen. Hij stapt het erf op van de kinderboerderij, vroeger stalling en hooizolder van de landlopers-kolonie. 'Af en toe zagen we de landlopers hier rondlopen. Ze werden op het terrein ingezet om te helpen. Ze waren naar hier gebracht omdat ze geen dak boven hun hoofd hadden. Volgens de toenmalige wet op de landloperij moesten ze in een kolonie worden ondergebracht. Tijdens de winter lieten ze zich heel gewillig naar hier overbrengen.' De wintertijd was ook de periode dat Van Gils hier het liefst rondhing. 'Schaatsen ombinden en het ijs op. In mijn herinnering lag het Bootjesven elke winter dicht, maar dat zal wel niet kloppen. Dat heb je met herinneringen: je filtert er de positieve dingen uit, waardeert alles op. Daarom is de kindertijd zo mooi om aan terug te denken. Die eerste dierbare indrukken bezorgen je zo'n warm gevoel. Als kind hoef je alleen maar te verkennen, zonder verantwoordelijkheid. Ik zie dat bij mijn jongste van negen. Hij dobbert vrolijk rond, dat is één onbekommerd kortetermijnleven. Mijn oudste zoon, pas tweede middelbaar achter de rug, kan al piekeren of zich zorgen maken.' 'Ik kreeg alle kansen om die kleine wereld rondom mij vrij te ontdekken. Ik had een goeie thuis vanwaar ik kon vertrekken. Een dag buiten eindigde ook weer daar, veilig, warm, onder de wol. Het heeft lang geduurd voor ik mijn zoon alleen een druk kruispunt liet oversteken, terwijl ik vroeger van huis kon wegrijden, de straat op, het land in, zonder fietshelm en fluojas, om ongeleid te exploreren zonder dat iemand me constant op mogelijke gevaren wees.' We drinken koffie op een houten bank. Voor ons staat een schaaltje vol grote, stevige biscuits met chocoladelaagje. Meteen herkenning. Choco-as, de kinderkoek van lang geleden. Wel vreemd, beginnen we, dat je bij de vertelling over je vroegste tijd vaak dezelfde verhalen opdist. Tot ineens door een beeld, een geur, de beet in een koek, uit een hoek in je geheugen een nieuw verhaal opkruipt dat je vergeten was. Van Gils: 'Het verhaal van het madeleinekoekje van Proust. Iedereen kent dat gevoel. Je hebt een zintuiglijke ervaring en wordt wakker geschud. Ik heb het vooral met geuren. Ik ruik iets en denk: enfin, waarom word ik hier nu keigelukkig van? Een typisch parfum uit mijn herinnering is patchoeli, de geur van mijn eerste lief, maar wie kent die geur nog tenzij onze generatie? Ik durf erom te wedden dat, als iemand zou langslopen met dat reukje op, we naar elkaar zouden kijken en zeggen: "Dát, dus." En meteen een beeld zouden kunnen oproepen.' 'Ik had het deze week met muziek. Ik hoorde Jethro Tull op de radio. Ik schrok omdat het nog zelden gespeeld wordt, maar ineens werd ik zo blij; ik wist niet hoe dat kwam. Tot een beeld opdoemde, de hoes van een elpee, er stond een landloper op. Tja, ook toevallig. (lacht) Daarna vulde de ruimte zich met een verhaal. Ik herinnerde me dat ik die elpee van een vriend had gekregen. Ik zag drie schoolkameraden, die samen luisterden op de kamer, urenlang praatten, écht bijeen. Dan kwam de volgende gedachte: dat een van hen gestorven was aan een hartstilstand, hij was nog geen dertig. Er kwam emotie, die de herinnering heftig versterkte. (zucht) Ik dacht: daarom werd ik zo warm vanbinnen toen ik dit hoorde, omdat we er toen nog alle drie bij waren.' We zullen later die middag naar het Bootjesven gaan, langs de oever lopen, terwijl Van Gils - echt wel een beetje het jongetje in die gestreepte zeemanstrui - droge stokken breekt en ver weggooit, en kijkt hoe dat rimpels maakt in het water. We zullen iets verderop over het kerkhof lopen waar onder hoog wild gras, onder witte kruisen, landlopers rusten. Velen anoniem, niet meer dan een lang nummer op een loden plaat. Hier zie je de relativiteit van geboren zijn: ooit naam geweest, en eindigen als cijfercombinatie. Hij kijkt lang rond, en gaat dan zitten in het hoge gras. 'De geur van mijn kindertijd is ongetwijfeld die van gras. Ik doe dat al lang niet meer, in het gras gaan liggen. Ik zit buiten op een stoel. Het gras dat ik nu ruik is gemaaid, ook lekker, maar zo anders dan het ongemaaide gras van toen. Vandaag associeer ik "gras" met "mijn gras moet af" of "het wordt tijd dat het nog eens regent, dat zou goed zijn voor mijn gazon". In je kindertijd hoeft dat niet. Gras is er zonder dat je er verantwoordelijkheid voor hoeft op te nemen. Gras was om erin te liggen dromen, er- op te voetballen. Als je thuiskwam met groene knieën betekende dat maar één ding: je had die dag enorm veel pret beleefd.' Zou de kindertijd begrensd zijn? In periodes uiteenvallen? Of is de échte kindertijd de periode tussen je achtste en je elfde? 'Het lijkt me nogal verspreid. Van mijn kleutertijd herinner ik me hooguit iets vaags. Eens zeven, acht jaar oud heb je meer bewustzijn, meer parameters en eens voorbij je dertiende komen nieuwe gevoelens opzetten. Je groeit, voelt nieuwe emoties zoals, ach ja, de liefde. Toch vervullen de dingen die ik in mijn jongste jaren meemaakte me het meest. Ze ontroeren en ze maken droef, omdat die tijd voorbij is. Ooit zullen we ons verouderingsproces kunnen stilzetten, vraag het maar aan professor Jean-Jacques Cassiman, maar de tijd stopzetten of terugkeren in de tijd is uitgesloten. En dat maakt droevig, dat je nooit meer dat moment zult herbeleven dat de natuur je zo puur bedwelmde, dat de zintuigen zo hard werkten en de eerste prikkels zo heftig binnenkwamen.' Hij diept een boek op, twee boekdelen eigenlijk. 'Toen jullie me vroegen voor dit gesprek, dacht ik: wat een toeval dat ik net dit zit te lezen. Pier en Oceaan van Oek de Jong. Ik zat toen net op deze passage. Mag ik even?' (bladert, leest voor) 'Toen begon hij onder zijn vingers het gras te voelen, heimwee trok door hem heen, omdat dit gras zo anders was dan het hoge en welige gras van de weilanden. De leeuwerik boven zijn hoofd, hartstochtelijk zingend is er niet en de kikker die in de stilte van de vroege ochtend voor hem uit door het gras sprong, was er niet. Hij miste het geluid van gras dat langs zijn laarzen ritste, zuring die hij in z'n mond stopte en leegzoog (. . .). Wat hij had verloren, drong tot hem door, toen hij onder zijn vingers het gras van het gazon voelde, dat miezerige korte gras wat hem nooit het gevoel van weelde zou geven dan dat andere gras hem had gegeven. Nooit zou het meer zijn zoals het was geweest. Hij was zijn eerste wereld voorgoed kwijt.' 'Mooi, hè. We waren er net over bezig. Eigenlijk is wat Oek de Jong in die achthonderd pagina's vervat een beetje A la recherche du temps perdu, honderd jaar later. Hij gebruikt eenzelfde sleutel als Proust. Wellicht zijn dit soort sensaties universeel.' Even opvallend als dat universele gevoel, is dat vooral geluk het liefste wordt herinnerd, niet ongeluk, walging, zwartgalligheid. In de vergaarbak van ons geheugen plukken we er onbewust graag de mooiste fragmenten uit, terwijl klein zijn ook over groeipijn ging, over frustratie, verveling, ruzie maken, angst, pijn, zelfs afscheid nemen. 'Klopt. En eens volwassen onderschatten we wat in die kleine geesten qua beleving omgaat. Ik had het laatst nog toen mijn zoon tijdens de examens zat te blazen: "Zo lastig." Ik dacht: ach jongen, er zijn veel ergere dingen. Toch wist ik dat ik zijn gevoel niet mocht minimaliseren. Op dat moment was wat hij voelde belangrijk. Idem voor liefdesverdriet. Wie ouder is meent, omdat hij evolueerde, dat prille liefdes minder waarde hebben, terwijl het voor wie het meemaakt de intense waarde heeft van het moment. (denkt na) En toch, als ik me slecht voelde als kind, ging het om iets incidenteels. Schrik voor bepaalde jongens, bijvoorbeeld. Ik heb ooit meegemaakt hoe een buurjongen van een vriend ineens met een knipmes voor mijn neus stond en riep: "Uw geld of uw leven." Ik werd zo bang om die jongen terug te zien. Ik kan me die angst hier nog heel levendig voor de geest halen. Er zullen nog wel frustraties zijn geweest waarop ik als kleine gast heb zitten kauwen, maar het komt niet spontaan naar boven. Wat ik wel voor me zie, is het doelpunt van mijn leven. Een kopbal op het moment dat we met de juniors kampioen speelden, winning goal in de allerlaatste minuut. Die eruptie, dat hoera, dat beeld ook, dat iedereen boven op mij sprong.' Was hij eerder een sensitieve en dromerige jongen, of de jongen van het avontuur, de brute kracht? 'Ik was een fysieke jongen, wat niet betekent dat ik niet gevoelig was. Ik had anderen nodig, buurjongens, kameraden, om samen jongetje te zijn. Het prototype, vrees ik, de voetballer, de fietser. Mijn kindertijd lijkt een groot verhaal waarvan ik bepaalde details ben vergeten. Met ouder worden begint het vergeten, helaas. Je neemt er elk jaar van je leven een vracht informatie bij. Later, als journalist en presentator, ga je heel intens werken en ook daarin begin je te vergeten. Met hoeveel mensen zou ik de laatste jaren een intens gesprek hebben gevoerd? Dat zullen er een pak zijn. Al die impulsen en ervaringen stapelen zich op. Het kopje zat na dit seizoen Reyers weer aardig vol, moet ik zeggen.' 'Ik mocht in mijn job al veel interessante mensen ontmoeten. De groten der aarde die erin slagen nederig te blijven maken de meeste indruk op mij. Eddy Merckx is zo iemand. Ik heb het nog elke keer als hij naast me staat, of in mijn programma zit, of als hij me gewoon een hand geeft en zegt: "Dag, Lieven." Dan davert het even vanbinnen. Dat heeft met Eddy Merckx, de kampioen, te maken, maar ook met zijn fijne karakter.' 'Als tiener heb ik de écht grote periode van Merckx nipt gemist. Ik was ook niet vanaf mijn zevende de koers aan het volgen. 's Zomers zat ik buiten, nooit voor de tv. Ik denk dat ik pas vanaf mijn vijftiende naar de Tour begon te kijken. Mijn vader was geen sportliefhebber, hij is het nog altijd niet. Ik heb het wielrennen helemaal zelf ontdekt. Als kind en als jongere moet je het vaak zelf doen. Ook bij de keuze voor muziek trek je je eigen sprint. Al is het ook leuk om je ontdekking aan de omgeving mee te delen. Bij ons thuis klonk alleen klassieke muziek. Toen ik met mijn eerste elpee thuiskwam, Made in Japan van Deep Purple, heb ik die in de woonkamer gedraaid. Ik had wel een platenspeler in mijn kamer, maar toch mocht de muziek in de leefruimte worden gespeeld, zelfs behoorlijk luid. Het had met het fijne tolerantiegevoel van mijn ouders te maken, met het feit dat wij onze smaken toetsten bij elkaar. Soms pikte mijn vader, een leraar en altijd geïnteresseerd, iets op wat in de buurt van zijn smaakpalet kwam. Jean Michel Jarre, bijvoorbeeld, vond hij een genie. Hij zei: "Als Bach nu geleefd had, hij had misschien zoiets gemaakt." Bij Fleetwood Mac hoorde ik hem ooit als commentaar geven: "Schoon melodietje, en die gasten zingen écht goed samen." Ik heb nooit gehoord: "Trek naar je kamer met je tjingeltjangel."' Een deel van het kind zijn is natuurlijk dat je net níét vertelt wat je ontdekt, meemaakt of uitspookt. Het is van jou alleen. 'Klopt, een kind absorbeert, slaat op en verwerkt alleen, en zoekt ook zelf naar oplossingen. Zelfs met je kameraden deel je niet per se waar je mee zit. Twijfels, onzekerheden, een kind probeert die zelf te doorworstelen. Als je klein bent, gaat het over kleine dingen. Als je opgroeit, wordt het iets complexer allemaal. Ook dat stel ik vast bij mijn zoon die richting puberteit gaat. Hij is momenteel de kleinste van de klas, komt thuis met vrienden die een kop groter zijn en meer ontwikkeld, lichamelijk. Ik voel dat het hem bezighoudt, maar ik stel hem gerust. Alles komt op z'n tijd, zeg ik en schuif hem dan mezelf als voorbeeld toe. Ik was ook ne late, ook bij mij duurde het even voor alles in gang schoot. Ik herinner me de zwemles in het tweede middelbaar. Ik moest me toen in zo'n hok omkleden, tussen schoolkameraden die al echte mannen waren. Ik stond daar, klein, nog geen haargroei, niets. Ik herinner me hoe ik telkens weer een sprint inzette zodat ik als eerste omgekleed was en niemand me naakt zag. Zie je, dat zijn van die dingen die je zelf oplost. Idem voor dat gepieker over de eerste zaadlozing. Wanneer zou die komen? Zoiets ga je toch niet aan je ouders of je vrienden vragen? Je trekt je plan, maar je zit er wel even mee. Elke mens, klein of groot, zoekt en wacht onzeker af en piekert zich rot. Eens een moeilijke fase voorbij vergeet je dat weer, omdat het een goed gevolg kende.' 'Wat ik ook vaststel, is dat de manier waarop we opgroeien deels bepaalt hoe we later in het leven staan. De kindertijd is daarom geen fase die je, eens doorlopen, wegzet als "te begraven". Volgens mij valt een mensenleven ook niet in aparte hoofdstukken uiteen. Wel zal ik die kindertijd als temps perdu ervaren, als unieke maar verdwenen tijd. Daarom ook maakt het me, als ik eraan terugdenk, zowel droevig als zielsgelukkig. Daar ergens moet melancholie wortelen, in dat dubbele gevoel. En alles verdwijnt op termijn, elke periode die je doormaakt. Je verliest in je evolutie meer dan je kindertijd alleen, je verliest ook je tienerjaren, de jaren van je eerste lief, je eerste kus, je eerste van alles en nog wat.' We lopen door de brede lanen van de Kolonie, rijen hoge populieren en platanen. Van Gils springt hoog en nog eens en nog eens voor de fotograaf, rent en hupt. Het prototype van de jongen is helemaal terug. Aan de boorden van het ven kijken we 's avonds nog een keer naar het rimpelende water. Hoe zou hij zich als kind beschrijven dat hier dertig jaar geleden op dezelfde plek naar hetzelfde ven stond te staren? 'Ik zie hem helemaal, want hij loopt bij mij thuis rond. Onze jongste lijkt ook fysiek erg op mij. Ik zie hem bewegen, sjotten, het voortouw nemen. Ik zie doorheen die jongen die goed in z'n vel zit de zorgeloze, energieke kleine Lieven die ik was. Maar ik zie en voel me ook in de ontwakende puber die mijn oudste zoon nu is. Ook hij voelt zich goed, maar wat op die jongen in deze tijd afkomt, aan uitdagingen, mogelijkheden, druk, daarvan hoop je alleen maar dat het in orde komt. Zoals het ook bij mij in orde kwam - ook al waren er zorgen, ooit.' Heb je nu zorgen, vragen we hem. Hij schrikt even. 'Niet echt, tenzij... Ik leg mezelf te veel dingen op, zaken die ik nog moet doen of denk te moeten doen. Hoeveel nog, vraag ik me af, en hoelang nog, ook dat. En ook over het "opnieuw", over het repetitieve denk ik na. Ik begin te beseffen dat de opties beginnen te slinken, dat de mogelijkheden verfijnen.' 'Sommige keuzes kun je niet meer maken, sommige kansen zijn geweest. Ik kan nu niet meer beslissen om naar Zuid-Frankrijk te trekken om er geitenkaas te maken. Dat lijkt me rijkelijk laat. Ook het aantal "eerste keren" begint op te raken. De eerste keer Merckx aan je praattafel, de eerste keer de premier of die kunstenaar. Je hebt sommige mensen al drie keer of meer ontmoet. Nu ook weer. Ik trek opnieuw naar de Tour, van plek naar plek. Volgaarne, ik kijk er echt naar uit. Ik ben ook blij dat ik op een mooi spoor ben geraakt. Dat er soms repetitie bij komt kijken, het zij zo. Als er in die repetitie voldoende variatie zit, heb ik daar geen problemen mee. Kijk, wij hier hebben elkaar al eerder ontmoet. Gepraat, elkaar geïnterviewd, gefotografeerd. Maar nooit waren we op deze manier samen, met z'n drieën in de Kolonie van Wortel, om het met uitzicht op een ven over de herinnering aan de kindertijd te hebben. Is dit repetitie of is dit een originele ontmoeting? Ik denk het laatste. Als je kunt zeggen dat je uit je werk voldoende voldoening haalt, dan mag je jezelf gelukkig prijzen, toch?' Dus over die verloren tijd hoeven we ons niet te veel zorgen te maken. Maar moeten we niet huiveren voor de resttijd? 'Dat doet me dan weer aan een ander boek denken, De Tandeloze Tijd, van A.F. Th. van der Heijden. Ook uit een cyclus, zoals Prousts A la recherche du temps perdu. Ook honderden en honderden bladzijden. Het hoofdpersonage stelt erin vast dat de tijd altijd voorttikt, in de lengte, en maar niet stopt. Hij probeert dan maar de tijd in de breedte uit te rekken. Hij doet dat door momenten vast te pakken, de herinnering erbij te nemen om beter te kunnen beseffen wat hij aan het doen is. Hij wil de tijd niet laten weglopen, maar even vasthouden. Ik probeer dat soms ook te doen, omdat ik heb vastgesteld dat ik te veel bezig ben met "ik moet straks nog...". Ik ben iemand die todolijstjes maakt, verschrikkelijk. Ik zou me er graag van genezen. Er bestaan nu zelfs apps voor. (zucht) Ze moesten verboden worden. Ik ben zo bezig met nagaan hoe ik mijn tijd het best stroomlijn, maar intussen zit ik wel tijd te verliezen. Ik denk dat ik daar maar eens van af moet, dat ik de tijd anders moet beschouwen. In plaats van altijd vooruit te kijken en te plannen, moet ik leren naar links en rechts te kijken en alles op me af laten komen.' Was het toeval dat in de laatste week van Reyers Laat het thema mindfullness aan bod kwam? Dat is toch ook een beetje in de breedte rekken van de tijd? 'Eigenlijk gaat het in De Tandeloze Tijd over mindfullness. Ondernemer Wouter Torfs is daar erg mee bezig, elke ochtend, één uur lang, heel gedisciplineerd. Ik ben niet echt into dat soort dingen, ik heb tijdens het debat toen ook vermeld dat ik nogal sceptisch was. Niet omdat ik dat veroordeel of ermee lach, maar omdat ik het voor mij toen geen oplossing vond. Maar ik begin te voelen dat ik het misschien eens moet uitproberen, en moet leren om tijd te maken in het nu. Het zou zonde zijn om ooit te moeten vaststellen dat we er destijds niet in slaagden om te remmen. Misschien is het daarom niet slecht om ons bewust te worden van waar we zitten op dit eigenste moment. En iets meer ontvankelijk de zon te voelen op onze huid. Zoals we als kinderen zo vaak deden.' Volgende week: Maggie De BlockDOOR MARIJKE LIBERT, FOTO'S STEPHAN VANFLETEREN'Ooit diende gras om erin te liggen dromen,om erop te voetballen. Thuiskomen met groene knieën.' 'Het doelpunt van mijn leven. Een kopbal op het moment dat we met de juniors kampioen speelden, winning goal in de allerlaatste minuut.' 'Ik ben zo bezig met nagaan hoe ik mijn tijd het best stroomlijn, maar intussen zit ik wel tijd te verliezen.'