Op 7 april 1994 werden tien Belgische para's vermoord tijdens een vredesmissie in Rwanda. Om dat trauma te verwerken, werd eind jaren negentig een onderzoekscommissie opgericht. Die formuleerde een aantal aanbevelingen voor de regering. Volgens de familieleden van de vermoorde para's lapt minister van Landsverdediging Pieter De Crem (CD&V) die nu aan zijn laars. Op 1 september worden vier F-16's en honderd soldaten naar Afghanistan gestuurd, maar dat zou niet volgens het boekje verlopen. De families lieten op 30 juli een open brief verschijnen in Le Soir. Daarin b...

Op 7 april 1994 werden tien Belgische para's vermoord tijdens een vredesmissie in Rwanda. Om dat trauma te verwerken, werd eind jaren negentig een onderzoekscommissie opgericht. Die formuleerde een aantal aanbevelingen voor de regering. Volgens de familieleden van de vermoorde para's lapt minister van Landsverdediging Pieter De Crem (CD&V) die nu aan zijn laars. Op 1 september worden vier F-16's en honderd soldaten naar Afghanistan gestuurd, maar dat zou niet volgens het boekje verlopen. De families lieten op 30 juli een open brief verschijnen in Le Soir. Daarin brachten ze in herinnering dat de missie in Rwanda 'te lijden had onder een groot aantal problemen, zowel tijdens de voorbereiding door de toenmalige ministers (CVP) als door de slecht gedefinieerde en weinig expliciete rules of engagement'. De Rwandacommissie vroeg destijds aan de regering om voortaan alleen nog troepen naar het buitenland te sturen met een 'robuust' mandaat. België moest ook zijn eigen manschappen kunnen beschermen. Daarnaast moest een begeleidingscommissie de buitenlandse operaties van het leger opvolgen. Met welk mandaat de Belgische militairen naar het gevaarlijke Kandahar vliegen, is niet helemaal duidelijk. Op de ministerraad van 25 juli - in volle vakantieperiode -, waar beslist werd om de troepen uit te sturen, werd gezegd dat de vier F-16's 'samen met Nederland luchtsteun geven aan de ISAF-troepen en NAVO-troepen ondersteunen die zich in nood bevinden'. Dat de operatie niet zonder risico is, zei chef defensie August Van Daele in het voorjaar al. 'Als je F-16's stuurt, beperk je het risico militair gezien. De taliban kunnen geen F-16's uit de lucht halen. Het probleem met de F-16 is wel dat je bommen gooit, met kans op burgerslachtoffers. Dat risico valt niet uit te sluiten.' Het is ook niet duidelijk of de Belgische soldaten in Afghanistan, zoals die in Libanon, een eigen beschermingsmacht meekrijgen. Belgen zullen wel het eigen kamp bewaken, maar wat gebeurt er wanneer er landgenoten op het slagveld in gevaar zijn? Tussen februari 2008 en vandaag is er in het parlement één keer gepraat over de missie naar Afghanistan. Sinds de formele goedkeuring op de ministerraad gebeurde dat niet meer. Het parlement zal pas op 8 september, dus een week na het vertrek van het detachement, over de missie praten. Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid. Het parlement wou op 15 juli de senaatscommissie buitenlandse operaties uitbreiden naar de Kamer en daarna De Crem horen. Maar omdat premier Yves Leterme (CD&V) op 15 juli het ontslag van zijn regering aanbood, ging dat niet door. Het parlement ging nadien met vakantie. De Crem liet vorig weekend weten dat hij op 29 augustus toch naar het parlement wil komen. Bij het ter perse gaan van dit nummer, leek het erop dat de Kamerleden en senatoren niet tijdig konden worden geconvoceerd. De Crem reist op 1 september mee met de militairen naar Afghanistan. Karl van den Broeck