Karel Pinxten en Johan Van Hecke zijn zeer unlikely bedfellows om samen naar de VLD te trekken. Ze zien in die partij namelijk elk wat anders. Voor Pinxten is ze de focus van een conservatieve concentratie. Vandaar de anti-socialistische toon in zijn idee dat de in Wallonië nog altijd dominante PS in Vlaanderen een tegenwicht moet krijgen. Van Hecke ziet in de VLD dan weer de partij van vernieuwer en herverkavelaar Guy Verhofstadt. Maar hoe tegennatuurlijk hun alliantie ook lijkt _ wat de Nieuwe Christen-Democratie (NCD) des te meer op een club van losers en gefrustreerden doet lijken _, ze komen beiden wel uit dezelfde partij, de CVP.
...

Karel Pinxten en Johan Van Hecke zijn zeer unlikely bedfellows om samen naar de VLD te trekken. Ze zien in die partij namelijk elk wat anders. Voor Pinxten is ze de focus van een conservatieve concentratie. Vandaar de anti-socialistische toon in zijn idee dat de in Wallonië nog altijd dominante PS in Vlaanderen een tegenwicht moet krijgen. Van Hecke ziet in de VLD dan weer de partij van vernieuwer en herverkavelaar Guy Verhofstadt. Maar hoe tegennatuurlijk hun alliantie ook lijkt _ wat de Nieuwe Christen-Democratie (NCD) des te meer op een club van losers en gefrustreerden doet lijken _, ze komen beiden wel uit dezelfde partij, de CVP. Van Hecke en Pinxten verenigen de twee ambities (of waanideeën?) die het Vlaamse politieke landschap door elkaar schudden. De eerste is de wazige idee van de herverkaveling, de tweede het spookbeeld van de volkspartij. Vanouds is de CVP dat laatste geweest. Ze koos voor het politieke centrum door, naar eigen zeggen, maatschappelijke tegenstellingen te verzoenen of, volgens haar opponenten, te blijven hangen in vaagheid en dubbelzinnigheid.Al ruim tien jaar zoeken vrijwel alle partijen een plaatsje in dat politieke centrum, louter om zoveel mogelijk kiezers te kunnen aantrekken. Dus weren ze al te felle ideologische keuzen, waardoor de partijprogramma's onderling alleen nog in details verschillen. De gestage neergang van de CVP en de geleidelijke opgang van de VLD heeft deze laatste partij zin doen krijgen om de oude rol van de CVP over te nemen. Ze wil een 'volkspartij' worden, een eufemisme voor een centrumpartij die groot genoeg wordt voor een kwalitatieve sprong. Dat betekent weinig meer dan: dominant, incontournable zijn en dus bijna automatisch aanspraak kunnen maken op deelname aan de macht. De VLD begon daarvoor de voorbije week al het ene beginsel na het andere op te geven. Ze mikt daarmee op ex-CVP'ers, want daar zit haar groeipotentieel; tenslotte is de CD&V nog altijd de grootste Vlaamse partij. Een restje VU mag er ook bij, zelfs met een soort links-liberaal tendensrecht. En als ze rechts nog wordt versterkt met een aanwas uit het Vlaams Blok, wordt de VLD helemaal een huis met vele kamers. Een CVP dus. Maar ook de CD&V wil haar oude machtsposities heroveren, en dus opnieuw de volkspartij CVP worden. Alleen denkt niet iedereen dat dit nog kan, zoals Pinxten, die daarvoor meer fiducie in de VLD koestert.Dit alles staat ver van de nu alleen nog met de mond beleden ideeën van politieke vernieuwing en herverkaveling. Die wilden dat de aloude politieke breuklijnen, waarlangs ook de klassieke partijen waren ontstaan, niet meer voldoen. In het electoraat zijn andere politieke tegenstellingen en belangen opgedoken. Omdat de kiezer zo zijn gading niet meer vindt in de klassieke structuren en gebruiken, haakt hij af. Dus dienden de partijen zich te ontbinden in fracties die zich in nieuwe verbanden (partijen, kartels, allianties, koepels) weer zouden verenigen.Maar die desintegratie bevorderde ook de versnippering. Zo heet het dat er te veel partijen nodig zijn om coalities te sluiten, wat de slagkracht van het bestuur hindert. Maar ook hier dreigt gezichtsbedrog. Er zijn niet te veel partijen, alleen zijn er door de verschrompeling van de klassieke formaties geen grote partijen meer, alleen nog middelgrote. En bovendien telt een deel van het politieke landschap niet mee; het Vlaams Blok vormt een dood gewicht van vijftien procent. De 'echte', democratische oppositie tegen een meerderheid kan dus nooit meer bedragen dan 35 procent, waardoor alle andere partijen dan maar in de meerderheid moeten samenschurken. Dat maakt de politieke rekenkunde erg lastig. En het bevordert het heimwee naar een grote centrumpartij, die, zoals de CVP vroeger, zelf een coalitiegenoot kan kiezen. Marc Reynebeau