De topbazen van de grootste zevenhonderd Amerikaanse beursgenoteerde ondernemingen moeten op hun erewoord verklaren dat hun boekhouding klopt. Deze gerespecteerde lieden worden er impliciet van verdacht hun aandeelhouders bij de neus te nemen. Zij zweren nu dat hun cijfers juist zijn - alsof het geen wettelijke plicht is correcte kwartaal- en jaarrekeningen te publiceren. Rechters horen opsmukoperaties te veroordelen als schriftvervalsing, bendevorming en nog enkele van dat soort misdrijven. Maar dat gebeurt slechts uitzonderlijk. Bewonderde reuzen als de energiehandelaar Enron, de telecomgroep WorldCom, Dynegy en Qwest en zelfs AOL Time Warner fraudeerden op massale schaal met inkomsten en omzetten. De fr...

De topbazen van de grootste zevenhonderd Amerikaanse beursgenoteerde ondernemingen moeten op hun erewoord verklaren dat hun boekhouding klopt. Deze gerespecteerde lieden worden er impliciet van verdacht hun aandeelhouders bij de neus te nemen. Zij zweren nu dat hun cijfers juist zijn - alsof het geen wettelijke plicht is correcte kwartaal- en jaarrekeningen te publiceren. Rechters horen opsmukoperaties te veroordelen als schriftvervalsing, bendevorming en nog enkele van dat soort misdrijven. Maar dat gebeurt slechts uitzonderlijk. Bewonderde reuzen als de energiehandelaar Enron, de telecomgroep WorldCom, Dynegy en Qwest en zelfs AOL Time Warner fraudeerden op massale schaal met inkomsten en omzetten. De fraudeschandalen gaven de aandelenbeurzen in de Verenigde Staten en elders een hardere klap dan '11 september'. De gevolgen zijn fundamenteel. Aan het tijdperk van de economische koninkrijken met hun absolute vorsten lijkt alvast een einde te komen. De roep om meer overheidstoezicht op de informatie die ondernemingen wettelijk moeten verspreiden, klinkt steeds luider. Maar daar ligt het probleem niet. De controle is al omvangrijk en verscheiden. Alleen werkt ze slecht, omdat er een ethisch probleem is. Het voorbije decennium is de wereld besmet geraakt. De bedrijven moesten almaar groeien, de winsten steeds groter worden. De geldhandel kwam los te staan van de reële economie. De speculant werd de nieuwe held van onze maatschappij. De financiële markten maakten brandhout van politieke en sociale idealen. De hebzucht zelf heeft nu de beurzen tot rede gebracht. Aan deze crisis van het kapitalisme hebben velen schuld. Nooit was corporate governance zo populair, maar de raden van bestuur laten de topmanagers met hun perverse lonen begaan. Zelfs de onafhankelijke externe bestuurders bieden geen waarborg voor toezicht, zij behoren meestal zelf tot de elitaire vriendenkliek van bovenbazen. De Amerikaanse beurswaakhond, de Security and Exchange Commission, legt de ondernemingen uitgebreide informatieverplichtingen op, maar is niet voldoende gewapend om daadwerkelijk te controleren. De Amerikaanse regering besliste bovendien onlangs nog de SEC af te slanken. De reputatie van de bedrijfsrevisoren, die de juistheid van de cijfers certificeren, is stevig aangetast. Zij treden vaak ook op als consultant voor het bedrijf dat ze horen te controleren, en hun consultancy-adviezen (voor creatief boekhouden) brengen heel wat meer op dan hun controletaak. Er zijn nog meer knipperlichten die slecht functioneren. Zou de belastingadministratie niet voldoende zicht hebben op het reilen en zeilen van ondernemingen? En de banken die, allicht na grondig onderzoek, omvangrijke kredieten aan de frauderende ondernemingen verstrekten en daar nu hun broek aan scheuren? De hautaine beursgoeroes en bankanalisten die de beleggers adviseren hebben de fraudeschandalen niet ontdekt, laat staan ervoor gewaarschuwd. Het versterkt de indruk dat die financiële adviseurs zich laten leiden door de lucratieve handel van hun collega-zakenbankiers. Ook de media hebben boter op het hoofd. Een groot deel van de pers speelde gretig in op de beurshype van de jaren negentig. Hoe uitgebreid de regelgeving ook is en hoe talrijk en verscheiden de controle, misbruiken zullen blijven bestaan als geld belangrijker is dan ethische principes. En als de spaarders blijven geloven dat de beurs er niet in de eerste plaats is om de economie te voeden, maar om steeds hogere koerswinsten op te strijken. Een centraal bankier zou dat wel eens mogen vertellen. Guido Despiegelaere