Op een kam bij Toledo in La Mancha staat een rij witte windmolens. Boekenvrienden, zelfs als ze nooit in Spanje zijn geweest, herkennen ze als de woeste reuzen, aangevallen door Don Quichot, de held van Miguel de Cervantes in de 17e eeuw. In deze dagen lijken het evenwel dwergen in vergelijking met de legioenen moderne windturbines die geen meel maar energie produceren, en die Spanje tot een van de leidende producenten van elektriciteit met windenergie in Europa helpen maken.
...

Op een kam bij Toledo in La Mancha staat een rij witte windmolens. Boekenvrienden, zelfs als ze nooit in Spanje zijn geweest, herkennen ze als de woeste reuzen, aangevallen door Don Quichot, de held van Miguel de Cervantes in de 17e eeuw. In deze dagen lijken het evenwel dwergen in vergelijking met de legioenen moderne windturbines die geen meel maar energie produceren, en die Spanje tot een van de leidende producenten van elektriciteit met windenergie in Europa helpen maken. Komt dit neer op vechten tegen windmolens? Het is een feit dat Spanjes windturbines niet gebouwd zouden zijn zonder de hulp van een regering die haar groene adelbrieven wou voorleggen. Maar windenergie is geen illusie. De wereldcapaciteit groeit jaarlijks met 30 procent en zal dit jaar de 100 gigawatt overstijgen. Deze snel groeiende markt zwengelt technologische verbeteringen aan. De eerste turbines waren samengeflanst met onderdelen bedoeld voor schepen. Nu kijken de ingenieurs naar het design van vliegtuigen en maken ook meer betrouwbare turbines. Nu die minder uitvallen, worden ze ook goedkoper. Dat maakt windenergie competitief met elektriciteit opgewekt door het verbranden van aardgas. Steenkool blijft alsnog goedkoper. De elektriciteitsmaatschappijen die turbines kopen, worden ook almaar slimmer. Ze hebben meteorologen in dienst die in de wereld op zoek zijn naar de beste plaatsen om turbines te plaatsen. Het komt er niet alleen op aan wanneer de wind blaast, maar ook hoe krachtig. Als hij stopt met blazen, stoppen de turbines met draaien. Dat is, naast de kostprijs, het tweede probleem met windenergie. Het derde is dat mensen niet noodzakelijk wonen waar de wind blaast. Integendeel, ze hebben vaak de neiging om die plekken te vermijden. Zaak is om de turbines te linken met plaatsen waar er elektriciteit nodig is. Dat betekent dat de hoogspanningsnetten groter en slimmer moeten worden. Europa heeft al een embryonaal gelijkstroomnet. Het verbindt Scandinavië, Noord-Duitsland en Nederland, en er is sprake van om het over de Noordzee uit te breiden naar de Britse Eilanden. Door afgelegen punten met elkaar te verbinden levert dit net niet alleen elektriciteit op de markt, het laat het systeem ook wat speelruimte toe. Het doet er minder toe dat de wind niet de hele tijd blaast, omdat hij op verschillende tijdstippen blaast op verschillende plaatsen. Het net laat ook toe om overtollige elektriciteit te gebruiken om water bergop te pompen naar Noorse hydro-elektrische centrales en het er op te slaan, klaar voor gebruik wanneer de vraag piekt. Slimmere netten zouden evenwel kunnen helpen om zulke pieken überhaupt uit te vlakken. Het vermogen om bronnen te reguleren die inherent slechts bij tussenpozen werken, is maar een van de redenen om dat te doen, maar het is een belangrijke.