?Elseneur?, Robert Lepage grijpt te hoog met zijn hedendaagse lezing van ?Hamlet?.
...

?Elseneur?, Robert Lepage grijpt te hoog met zijn hedendaagse lezing van ?Hamlet?. DE CANADESE regisseur Robert Lepage (1957) wordt allicht verondersteld het derde KunstenFESTIVALdesArts een opgemerkt orgelpunt te bezorgen. Prestigieus is zijn nieuwe productie alleszins. In ?Elseneur? doet hij in zijn eentje de hele ?Hamlet? van Shakespeare. Of toch niet helemaal : een indrukwekkend scala hoogtechnologische snufjes moet de beperkingen van zijn solo-optreden opvangen. Bovendien heeft een ellenlange lijst van co-producenten voor een uitgebreide Europese tournee gezorgd. Lepage wou echter niet zomaar een ?moderne? Hamlet-versie brengen, wel een hedendaagse lezing die als ?een reis doorheen het fysieke en imaginaire universum van de tekst? is. ?Hoe zou Shakespeare ?Hamlet? hebben geschreven als hij over de moderne technologie had beschikt?, was daarbij het uitgangspunt. In elk geval plaatst Lepages voorstelling een heleboel vragen over de zin én onzin van de confrontatie tussen theater en techniek weer helemaal op de voorgrond. Peter Brook heeft geen hoge pet op van het ?theater van spektakel en vertoon? waarin scenografie, kostuums, licht, video en geluid op een lijn met de acteurs staan. Hoewel hij er in zijn jonge jaren altijd naar streefde alle beschikbare technische middelen optimaal te gebruiken, bewandelt hij al 30 jaar andere paden. In zijn zoektocht naar een ?minimaal theater? dat berust op de menselijke relatie, werkt hij nog maar zelden met opzichtige decors of kostuums, laat staan met gesofistikeerde licht- of geluidsontwerpen. Acteurs, toeschouwers, een spel en een ruimte : meer heb je volgens hem niet nodig om theater te maken. Zijn grote inspiratiebron was de Poolse theatergoeroe Grotowski, die in zijn standaardwerk ?Naar een arm theater? uiteenzette dat de straat van het ?Rijke Theater? wel dood moest lopen. Theater zou in technisch opzicht immers altijd inferieur blijven aan film of televisie en moest überhaupt niet proberen die media op hun eigen terrein te bekampen. Daarom dus : naar een arm theater ?ontdaan van alles wat er niet essentieel voor is?. Enkel zo'n soberheidskuur zou ?de rijkdommen die tot de natuur van ( deze, red.) kunstvorm behoren? weer aan de oppervlakte brengen. Nu heeft Brook getoond dat techniek inderdaad niet noodzakelijk hoeft in het theater. Een betoverende en fascinerende voorstelling als ?Qui est là? (1995) draaide inderdaad volledig om de acteurs en de relatie die ze aangingen met de toeschouwers, nu eens als vertellers, dan weer als spelers. VOORSPELLING.Maar heel wat regisseurs en gezelschappen bewezen al op afdoende wijze het tegendeel : theater en techniek samen kunnen totaal nieuwe perspectieven openen. Peter Sellars maakte in 1994 een enscenering van ?The Merchant of Venice? die dank zij het gebruik van microfoons, camera's en videomonitors ontzettend scherp en direct was. Acteurs filmden elkaar voortdurend op de bühne : zo waren er op de monitors in het publieksgedeelte tijdens de hele processcène close-ups van de grimmige, ?benadeelde? Shylock en van de vermoeide, bange Antonio te zien. De twee personages, om wie de hele scène draaide, werden uit het geheel gelicht en op dreigende wijze tegenover elkaar geplaatst. Een andere reeks monitors toonde terzelfdertijd beelden van de rellen in Los Angeles. Enerzijds werden door de video's dus een aantal details van de enscenering uitvergroot en kregen ze een ?meerwaarde? in het geheel. Anderzijds brachten de televisieschermen ook de ?buitenwereld? in de voorstelling binnen. Tijdens de heel trage en afstandelijke processcène vormden de gewelddadige, snel gemonteerde beelden van een brandend L.A. een bizar contrapunt. Enkele weken geleden was ?The Hairy Ape? van The Wooster Group in het Kaaitheater in Brussel te zien. In technisch opzicht was die voorstelling behoorlijk complex. Een reusachtig bewegend decor, een zeer prominente klankband, talloze microfoons en videomonitors, manipulatie van de stemmen van de acteurs, het zit er allemaal in al wil dat op zichzelf uiteraard niks zeggen. Wat echt indruk maakte, was de perfectie waarmee de diverse elementen waren geïntegreerd in de enscenering en onlosmakelijk met elkaar samenhingen. Uiteindelijk kan je in het theater van The Wooster Group nog nauwelijks een onderscheid maken tussen de tekst en de acteurs enerzijds, en de scenografie en de techniek anderzijds ; tussen vorm en inhoud dus. Peter Sellars zei ooit dat The Wooster Group de taal spreekt die het theater binnen twintig jaar overal zal spreken. Niet dat die voorspelling absoluut moet worden bewaarheid, maar als je in Vlaanderen om je heen kijkt, wordt ze heel betwijfelbaar. Hier en daar zie je wel dezelfde middelen op de bühne, maar de manier waarop ze niet worden gebruikt, is een ander verhaal. Met ?Elseneur? is Lepage aan zijn derde soloproject toe, na ?Vinci? (1985-'86) en ?Les Aiguilles et l'Opium? (1991). Evenmin is dit zijn Shakespeare-proefstuk. In 1992 maakte hij al een trilogie op basis van ?Macbeth?, ?Coriolanus? en de ?De storm?. De technische middelen waarop hij voor deze voorsteling een beroep doet, lijken op papier nog indrukwekkender dan die van Peter Sellars of The Wooster Group. Thermografische- en infraroodcamera's, virtuele beelden en personages, complexe constructies van panelen en schermen, een zeer ingewikkeld lichtontwerp. MEGALOMAAN.Om te beginnen moeten die de acteur uit de nood helpen als hij verstrikt raakt in zijn solo-optreden. Maar in het programma wordt ook een veel ambitieuzere doelstelling aangegeven : ?de moderne technologie zal ook worden gebruikt om op de tekst een nieuw licht te werpen?. Shakespeares meesterwerk zal worden ?ontpeld? in een poging er ?doorheen te kijken? en er ?de opeenvolgende lagen van bloot te leggen?. De onderliggende veronderstelling van het hele project is dus eigenlijk dat door de techniek Lepage voor even een hoogtechnologische, twintigste-eeuwse Shakespeare-afgezant wordt. Zijn opzet is werkelijk een herschrijven van de tekst, hoewel scenografie en kostuums de Elizabethaanse tijd en de Scandinavische omgeving zullen respecteren. In elk geval staat ?Hamlet? weer heel erg ?in the picture?. Brooks ?Qui est là? was ten dele gebaseerd op fragmenten uit het stuk, en de afgelopen maanden reisde ook Robert Wilson Europa rond met zijn productie ?Hamlet A Monologue?. Die vormt een heel interessant vergelijkingspunt met de voorstelling van Lepage. Allereerst wordt Lepage regelmatig ?de Canadese Wilson? genoemd, bovendien gaat ook Wilson de tekst in zijn eentje te lijf. Aan de basis van Wilsons project ligt een ijzersterke en inventieve dramaturgie. Hij speelt enkel het hoofdpersonage, de tekst werd bewerkt tot een vijftiental scènes die uiteraard zijn opgebouwd rond de tekstgedeelten van Hamlet zelf. Zo wil Wilson Hamlet tonen in de momenten voor zijn dood, terwijl de mensen en gebeurtenissen uit zijn leven, zijn verdriet en zijn waanzin de revue passeren, ?in a single burst of flame, a prolonged howl of recognition, a moment of supercharged beauty?. ?Be thou a spirit?, ?to be or not to be?, ?mother, mother, mother? : per scène illustreren een regeltje tekst en een schets in het programmaboek Wilsons schematische, uiterst doordachte benadering van ?Hamlet?. De enscenering is al even eenvoudig en efficiënt. Ook deze keer weer, hoe kan het anders bij Wilson, neemt de technologie een prominente plaats in. Wilsons versterkte stem wordt op ingenieuze wijze met een klankband gecombineerd, en een witte achterwand die in felle kleuren wordt belicht een typisch Wilson-procédé bepaalt de sfeer van iedere scène. Zonder al te veel hooi op zijn vork te willen nemen, bereikt Wilson een maximum aan helderheid en schoonheid. Bovendien toont hij inderdaad een heel persoonlijke en authentieke Hamlet : een beetje gek, bijzonder geestig, maar ook heel triest en eenzaam. Robert Lepage lijkt met zijn voorstelling in zowat alle kuilen te zijn getuimeld die Wilson op een boeiende en inventieve wijze wist te ontwijken. Na vijf minuten van zijn ?Elseneur? ben je al totaal overbluft. De enorme constructie met drie in zowat alle richtingen bewegende panelen, de voortdurende projecties op die panelen van live- en opgenomen beelden, de elektronische manipulatie van Lepages stem, de zeer opdringerige live-begeleiding op synthesizer : de hele tijd door eist dat alles heel opzichtig de aandacht op. WAANZIN.Daarmee is ook meteen de vinger gelegd op het cruciale probleem van de voorstelling. De techniek is zo allesoverheersend, de decorwisselingen vragen zoveel tijd en plaats, dat het algauw heel storend en behoorlijk ridicuul wordt. Hoe megalomaan het hele project ook mag zijn, Lepage kan het als enige acteur niet bolwerken. Alle helderheid in de verhoudingen tussen de personages is zoek, enige articulatie of finesse in het acteerwerk is onbestaande. ?Alle personages kunnen worden gezien als reflecties van Hamlet,? staat in de tekst die de voorstelling begeleidt. Misschien, maar dat heeft Wilson op een veel overtuigender en simpeler manier getoond. Lepages opzet, en zeker zijn keuze om alle personages in zijn eentje te spelen, maakt een heldere dramaturgie onmogelijk. Bovendien lijkt de technologie ook nog te moeten camoufleren dat er eigenlijk heel weinig onderliggend dramaturgisch denkwerk is geweest : ?de rouw, de familie en de waanzin? zouden Lepages centrale thema's moeten zijn. Op de bühne was daar bijzonder weinig van te merken. Hoe Shakespeare ?Hamlet? zou hebben geschreven, mocht hij over deze technologische middelen hebben beschikt : het blijft een onbeantwoorde en allicht oninteressante vraag. ?Elseneur? toont in de eerste plaats aan dat Shakespeares tekst deze aanpak helemaal niet nodig heeft. En dat is jammer. Bij The Wooster Group valt de technologie uiteindelijk haast niet meer op, maar voegt ze, in samenspel met de rest van de enscenering, erg veel toe aan de teksten van, bijvoorbeeld, O'Neill. Bij Lepage zit je er de hele tijd tegenaan te kijken, maar versmacht de technologie het stuk zelf totaal. Peter Sellars zei naar aanleiding van zijn productie van ?The Merchant of Venice? dat alle moderne communicatiemiddelen, zoals micro's en video's, niet langer decoratieve elementen zijn, maar dat ze concepten als macht, toegang en begrip op de hedendaagse bühne kunnen vormgeven. In Lepages ?theater van spektakel en vertoon? zijn ze enkel volstrekt overbodig. Jan Goossens?Elseneur? van Robert Lepage in het Théâtre National, in het Frans op 29 en 30/5, in het Engels op 31/5.Robert Lepage in Elseneur : technologie als camouflage.