'Voka is mijn echte baas. Als Voka niet tevreden is, ben ik niet tevreden.' Die vier jaar oude boutade van N-VA-voorzitter Bart De Wever achtervolgt het Vlaams netwerk van ondernemingen - zoals de Vlaamse werkgeversorganisatie officieel heet - nog altijd. 'Een kwinkslag van De Wever die natuurlijk niet klopt', zucht gedelegeerd bestuurder Jo Libeer. 'We gaan met ons eisenpakket naar alle partijen, ook naar de Franstaligen. Maar van die N-VA-stempel raken we dus nooit meer af. Het was geen cadeau van De Wever.'
...

'Voka is mijn echte baas. Als Voka niet tevreden is, ben ik niet tevreden.' Die vier jaar oude boutade van N-VA-voorzitter Bart De Wever achtervolgt het Vlaams netwerk van ondernemingen - zoals de Vlaamse werkgeversorganisatie officieel heet - nog altijd. 'Een kwinkslag van De Wever die natuurlijk niet klopt', zucht gedelegeerd bestuurder Jo Libeer. 'We gaan met ons eisenpakket naar alle partijen, ook naar de Franstaligen. Maar van die N-VA-stempel raken we dus nooit meer af. Het was geen cadeau van De Wever.' Toen Voka twee jaar geleden zijn hoofdkwartier van Antwerpen naar Brussel overbracht, had de organisatie eerst een pand op het oog in een zijstraat van de Koningsstraat: ideale ligging, goede bureaus, mooie vergaderzalen. 'Tot ik aan de hoofdingang van hetzelfde gebouw in de Koningsstraat het bordje 'N-VA' zag', vertelt Libeer. 'Voka stond op het punt een verdieping te huren in het gebouw waarin ook het partijhoofdkwartier van de N-VA is gevestigd. Dat konden we echt niet maken. Er zouden nog meer verzinsels van komen.' Voka huist nu in een statig pand, honderd meter verderop in dezelfde Koningsstraat. JO LIBEER: Voor de verkiezingen hebben wij alle partijprogramma's vergeleken. De sociaal-economische programma's van CD&V, N-VA en Open VLD liggen dicht bij elkaar en vallen voor tachtig procent samen met de eisen van Voka. Die drie partijen halen samen 65 procent van de Vlaamse stemmen, dat is een duidelijk centrumrechtse grondstroom. Ze kunnen dus snel een regering vormen. LIBEER: Absoluut. Vincent Reuter van de UWE heeft dat ook gezegd in La Libre Belgique: waarom zou een regering met een Franstalige minderheid in het parlement niet kunnen? En hij denkt dan aan de MR en CDH. Het lijkt ons allebei logisch dat er een coherente regering wordt gevormd met CD&V, N-VA, Open VLD, CDH en MR. Voor de goede orde: geen enkele ondernemer zit vandaag te wachten op nog een rondje staatshervorming. De focus moet liggen op het herstel van de economie. LIBEER:(glimlacht) Er heerst in dit huis een milde vreugde dat alle partijen stukken van ons programma hebben overgenomen. Het inzicht dat de loonkosten te hoog zijn bijvoorbeeld, wordt inmiddels Kamerbreed gedragen. LIBEER: We moeten de mensen niets wijsmaken: natuurlijk gaan de inleveringen pijn doen. Vandaag geven alle overheden samen 198 miljard euro uit. Zonder ingrepen stijgt dat bedrag tegen einde 2019 al tot 230 miljard. Voka stelt voor om die stijging te beperken tot 210 miljard. Dan moeten we de volgende vijf jaar een inspanning van 20 à 23 miljard euro leveren. Hoe? Ons overheidsbeslag bedraagt nu al 55 procent van het bbp: de belastingen verhogen is dus uitgesloten. De echte inzet van de regeringsvorming is dan ook het herstel van de concurrentiekracht zónder extra belastingen. Dat kan alleen maar door de overheid te versoberen. Elke vorm van obesitas, van vet, moet weg. En dat op elk niveau: de federale staat, deelstaten, provincies en gemeenten. LIBEER: Alle andere Europese landen verlagen hun lasten. Zelfs de gidslanden van de sociale welvaartsstaat, zoals Zweden, doen dat. Ook in België zal de sociale zekerheid maar 'zeker' blijven als we inzetten op economische groei. Hoe competitiever onze economie, hoe meer volk we aan het werk krijgen, hoe meer mensen betalen voor onze sociale zekerheid. De loonkostenhandicap halveren kost 9 miljard euro, maar dat zal voor 150.000 nieuwe banen zorgen. LIBEER: Maar het is de enige manier om onze kosten van de vergrijzing op te vangen tegen 2040. Anders zullen we moeten zeggen: 'Spijtig, we hebben geen geld meer.' Dan krijgen we een vertrouwensbreuk erger dan de bankencrisis. We moeten het nu doen. En ja, dat zal betekenen dat we stoppen met uitwassen zoals werkloosheidsvergoedingen die onbeperkt zijn in de tijd. Die werken de generatiearmoede in de hand en maken dat mensen alle veerkracht verliezen. Weet u dat bedrijven in West-Vlaanderen geen Waalse werknemers vinden maar wel Franse? Omdat de Fransen hun werkloosheidsvergoeding hébben beperkt in de tijd: je móét daar wel aan het werk. Is dat inhumaan? Ik denk het niet. Het beleid in België werkt activerend, maar houdt geen stok achter de deur. LIBEER: Tot nu toe hebben u en ik en alle mensen daarvoor opgedraaid: belastingen werden verhoogd, het remgeld voor een doktersbezoek werd opgetrokken, et cetera. Nu moeten eerst de structuren worden aangepakt. Volgens econoom Lieven Annemans kan in de gezondheidszorg tussen de 10 en 15 procent - dat is 3 miljard euro - worden bespaard, zónder dat de patiënt dit hoeft te voelen. Onze ziekteverzekering is toch een raar model? De artsen en ziekenfondsen sluiten onderling akkoorden af, en die worden betaald door wie niet aan tafel zit: de zieke, de werkgever en de werknemer. We mogen daar toch over nadenken? Bij wijze van boutade zeg ik weleens: in een federale begroting kun je vandaag de uitgaven tot in detail lezen: 'Aankoop van duizend nietjesmachines: 5000 euro.' 'Aankoop van 83 lampen: 500 euro.' En dan staat er één regel: 'Globaal beheer sociale zekerheid: 90 miljard euro.' Eén regel! Ik overdrijf, maar zo is het toch? LIBEER: Ja, die structuren in stand houden, lijkt soms voor te gaan op het belang van de klant of de patiënt. Dat baart me grote zorgen. Als we aan de overheid en de burgers vragen om sober te zijn, dan zie ik niet in waarom het middenveld daar in de eigen organisaties ook niet snel werk van zou maken. De werkgeversorganisaties horen daar ook bij. Ook werkgevers beheren de vakantiekassen en al die historische structuren die teruggaan tot de jaren veertig en vijftig. We moeten allemaal soberder worden en ons aanpassen. LIBEER: Nee, daar zijn we geen voorstander van. We moeten dat interprofessioneel overleg wel aanpassen aan de moderne samenleving. Het gaat er nog te zeer van uit dat iedereen van 8 tot 17 uur dezelfde arbeid verricht en dat de werknemers hun krachten moeten verenigen tegen de geldzuchtige werkgevers. Het werk is ondertussen veel individueler en kennisintensiever geworden. Daaraan moet het sociaal overleg zich aanpassen. LIBEER: Je moet dat interprofessioneel overleg beperken tot een of twee onderwerpen, waaronder zeker de loonkostenontwikkeling in relatie tot de productiviteitsontwikkeling. Wat daar besproken wordt, moet de hele economie een kader geven. Voor al de rest zou ik de bedrijven de keuze laten: afspraken op bedrijfsniveau, of onderhandelingen op sectorniveau. LIBEER: We willen de vakbonden niet buitenspel zetten, maar wel de sociale onderhandelingen op een moderne manier voeren, zodat we opnieuw vooruit kunnen. LIBEER: Twee derde van de Franstaligen werkt voor de overheid, in Vlaanderen werkt twee derde in de privésector. Dat maakt een wereld van verschil: in Vlaanderen ervaar je meer de economische realiteit, terwijl Wallonië minder gevoelig is voor de economische conjunctuur. Ik heb mijn vragen bij l'exemple Belge als recept tegen de crisis: een van de ingrediënten zijn overheidsbanen. Dat is verontrustend. LIBEER: De vraag is of die stabiliteit niet vooral gezichtsbedrog is. Onze Belgische stabilisatoren hebben de schok van de crisis vooral uitgevlakt in de tijd. Dat heeft ons in slaap gewiegd. We hebben structurele hervormingen uitgesteld en ingezet op koopkracht en overheidsjobs, ook in Vlaanderen. Op termijn is dat een probleem. Zorg en onderwijs zijn belangrijk, maar op de winst- en verliesrekening van een land is het de werkgelegenheid in de privésector die de overheid geld opbrengt en zijn gesubsidieerde banen een kostenpost. Het economische draagvlak moet groot genoeg zijn om dat hele apparaat gefinancierd te krijgen. Zoals het nu evolueert, zal dat straks niet meer lukken. We zitten namelijk met een negatieve handelsbalans. LIBEER: In België voeren we de discussie over loonkosten op een belachelijke manier. We laten steevast 37 professoren uitrekenen hoe groot die kloof met het buitenland is en die komen dan uit ergens tussen de 4 en de 16 procent. Ik ben een eenvoudig man: ik ga naar een bedrijf dat vier vestigingen heeft en vraag: wat zijn uw loonkosten in België, Frankrijk, Duitsland en Servië? En dan weet ik het wel. In sommige sectoren is het verschil maar 2 procent, elders loopt dat op tot 25 procent. LIBEER: Van Hool is een lokaal verankerd bedrijf dat al jaren tegen de stroom oproeit. Het wil het liefst vanuit Koningshooikt blijven produceren. Als zo'n bedrijf beslist om een deel van de productie naar Macedonië te verplaatsen, dan is er toch een probleem? Hoe veel luider kan een bedrijfsleider nog roepen? Ik ben geen Cassandra, maar ik zie een sluipende ontwikkeling waarbij Belgische bedrijven hun nieuwe investeringen naar het buitenland verplaatsen. Die bedrijven hangen dat niet aan de grote klok, maar de evolutie is nu wel gaande. En dat heeft te maken met de hoge kosten van de lonen en vooral van de energie. LIBEER: De kostprijs voor 'kleinverbruikers', kmo's incluis, ligt twintig procent hoger dan in onze buurlanden. Dat komt niet door de elektriciteitsprijs, maar door alle belastingen die we erop heffen. Ik kijk altijd op als ik ministers hoor zeggen dat de elektriciteit te duur is en dat dan verwijten aan Electrabel of Essent. Excuseer: het is een probleem van heffingen en toeslagen. Ik heb de belastingen die de regering-Di Rupo speciaal voor ondernemingen heeft geheven eens laten oplijsten. Daar word je niet goed van, als je dat leest. LIBEER: De notionele-interestaftrek is de optimalisatie van een slecht fiscaal systeem. Als de Belgische bedrijfsleider zijn 'plant' gaat presenteren op de hoofdzetel van zijn multinational, moet hij beginnen met wat men 'slideone' noemt. Eerste vraag: wat zijn uw loonkosten? In België is dat een beetje ambetant, hè? Uw vennootschapsbelasting? 33 procent? Ook vervelend. Maar dan zeggen de Belgen: 'Momentje. Wij hebben ook nog een slide two.' Op onze hoge loonkosten geven we doelgroepenkorting, en korting op onderzoekers, enzovoorts. Die notionele-interestaftrek past in een belastingsysteem dat historisch de nominale tarieven hoog heeft gehouden - om een bepaalde politieke achterban tevreden te stellen - om dan vervolgens uitzonderingen toe te staan die technisch bijzonder ingewikkeld zijn. Zouden we niet beter het principe van de 'lobbyfiscaliteit' ter discussie stellen, in plaats van één maatregel eruit te viseren? LIBEER: Maar Voka wil toch meer zijn dan louter een belangenbehartiger? Mag ik onze boodschap herhalen: er is geen tegenspraak tussen ondernemingen die economisch succesvol willen zijn en een billijke samenleving. Alleen heb ik soms het gevoel dat er een politiek discours heerst dat die tweedeling wél maakt. We zouden moeten kiezen voor concurrentiekracht - en dat wordt gelijkgesteld met in de mensen hun zakken zitten - of voor een solidaire samenleving, maar daar is helaas geen plaats voor ondernemingen. Zo werkt het niet. (schraapt de keel) We moeten echt naar een nieuwe New Deal. Dat is de basisoptie van dit huis: België is toe aan een nieuw Sociaal Pact, in navolging van het grote pact van 1944. We moeten opnieuw rond de tafel gaan zitten met de overheid, de vakbonden en de werkgevers en tot een pact komen waar iedereen baat bij heeft. LIBEER: Vorig weekend ontmoette ik op een feestje twee jonge dertigers. Twee dynamische vrouwen die een modebedrijfje hebben opgericht. Ze verkopen hun collecties wereldwijd, ze zitten nu in Amerika. En ze werken dag en nacht, zoals dat hoort. Zij spraken mij aan omdat ze wakker hebben gelegen om hun allereerste aanwerving te doen. Dat personeelslid kost hen twee keer zo veel als wat ze zelf ooit verdiend hebben. De goesting bij die jonge ondernemers is er dus, maar in dit land werkt de context tégen hen. Dat is niet meer houdbaar. Als ik de vorige regering één ding verwijt, dan dat ze een toon gezet heeft alsof ondernemerschap gelijkstaat met fraude. 'Eigenlijk zijn jullie een bende schurken', vertelde de vorige regering aan de ondernemers. Zo kwam het in elk geval over en dat heeft vele ondernemers diep gegriefd. LIBEER: Toch ben ik ervan overtuigd dat we pas echt uit de crisis zullen komen als er opnieuw een sfeer komt waarin we elkaar weer iets gaan gunnen. Er is vandaag veel ontevredenheid, en dat leidt tot te grote verzuring. Zo komen we niet vooruit. De vraag is: gaan we allemaal onze hakken in het zand zetten en doen alsof er niets aan de hand is? Of durven we onze nek uitsteken? En ja, dat zal in het begin een beetje courage vragen. En de deal is mooi: ondernemers die ondernemen, een overheid die de sociale zekerheid betaald krijgt en mensen die werk hebben. Het gaat niet om het uitkleden van de welvaartsstaat. Het gaat over hoe je die welvaartsstaat fit houdt. Hoe zorg je ervoor dat de hulp bij de juiste mensen komt? Hoe financier je die welvaartsstaat? LIBEER: Onze waarschuwingen en analyses bevatten soms een unconvenient truth, maar die is daarom niet minder juist. (zucht) Er wordt heel wat onzin over ons verteld. LIBEER: Vooral dat Voka een neoliberale club zou zijn. LIBEER: Hoe kun je nu voor neoliberaal worden versleten als je pleit voor een overheidsbeslag van 48 procent? Als we nu 33 procent zouden willen, zoals in Zwitserland, dan zou ik dat kunnen begrijpen, maar onze ondernemers willen bijdragen tot het algemeen belang. Er is niemand bij ons die het Rijnlandmodel, met samenwerking tussen overheid, werkgevers en werknemers, wil inruilen voor het laisser-fairekapitalisme van de Angelsaksische samenleving. Integendeel, we willen ons samenlevingsmodel zelfs verbeteren. Het kan toch niet dat de armoede stijgt terwijl de overheid meer dan vijftig procent van ons bbp afroomt? LIBEER: In Duitsland zijn ze rond de eeuwwisseling onder de socialistische bondskanselier Gerhard Schröder begonnen met zware maar noodzakelijke hervormingen. In een eerste fase leidde dat inderdaad tot zogenaamde hamburgerjobs: slecht betaalde minibanen. Daar is terecht protest tegen gekomen in de publieke opinie en de volgende Duitse regeringen hebben maatregelen genomen om de uitwassen tegen te gaan. Bij Voka pleit níémand voor hamburgerjobs. No way. Wij willen een fatsoenlijke samenleving. LIBEER: Niet van ondernemers, maar van ondernemingen! En zeggen dat de ondernemingen geen bijdrage leveren aan de welvaart in dit land, is een absolute leugen. Onze ondernemingen betalen volop sociale lasten, onroerende voorheffing, enzovoorts. En het zijn de gezonde ondernemingen die de financiering mogelijk maken van een van de mooiste verwezenlijkingen van het humanisme, namelijk de welvaartsstaat. Daarom houden we ook geen partizanendiscours. We formuleren voorstellen die in het belang zijn van de ondernemers, maar die ook de hele samenleving ten goede komen. DOOR EWALD PIRONET EN WALTER PAULI, FOTO'S TOM VERBRUGGEN'Alle andere Europese landen verlagen hun lasten. Ook in België zal de sociale zekerheid maar 'zeker' blijven als we inzetten op economische groei.' 'Ik ben geen Cassandra, maar ik zie een sluipende ontwikkeling waarbij Belgische bedrijven hun nieuwe investeringen naar het buitenland verplaatsen.' 'Er is niemand bij Voka die het Rijnlandmodel, met samenwerking tussen overheid, werkgevers en werknemers, wil inruilen voor het laisser-fairekapitalisme van de Angelsaksische samenleving.'