Deze week een actueel thema: de affaire Guggenheimer. Eerst de feiten. In zijn roman Uitgeverij Guggenheimer laat schrijver Herman Brusselmans zijn hoofdpersonage de modeontwerpster Ann Demeulemeester beledigen. Deze laatste spant een proces aan! Het boek moet uit de handel worden genomen. In afwachting van een uitspraak ten gronde, over een jaar of acht.
...

Deze week een actueel thema: de affaire Guggenheimer. Eerst de feiten. In zijn roman Uitgeverij Guggenheimer laat schrijver Herman Brusselmans zijn hoofdpersonage de modeontwerpster Ann Demeulemeester beledigen. Deze laatste spant een proces aan! Het boek moet uit de handel worden genomen. In afwachting van een uitspraak ten gronde, over een jaar of acht. De rel deed onmiddellijk twee kampen ontstaan. Schreeuwden over censuur, en schaarden zich tijdens een demonstratie op de Boekenbeurs achter de schrijver: Sabine De Vos, Joyce De Troch, Kristien Hemmerechts, Jean-Pierre Van Rossem en Luc Alloo. Waren verontschuldigd: Paul Marchal, Willy Vermeulen, Marcel Vervloessem, Regina Louf, Yves Desmet, en de SM-rechter van Mechelen. Het veel fanatiekere kamp pro Demeulemeester, bestond van de eerste dag af uit onze chef-Wetstraat. Die tijdens een redactievergadering pathetisch uitriep: "Wij kunnen, als Knack zijnde, niet dulden dat de naam en de integriteit van een hoogstaand persoon als Demeulemeester ongestraft door het slijk wordt gesleurd door een rioolschrijver als Brusselmans. Ann", en hier keek Van Cauwelaert dreigend de kring rond om al wie eventueel in lachen zou willen uitbarsten bij voorbaat op andere gedachten te brengen, "Ann is gekrenkt in het diepst van haar vrouw zijn. Dat mogen wij niet tolereren."Wijlen onze directeur hield soms ook van die ontroerende toespraken, maar vond zelden begrip bij zijn chefs en redacteurs. Terwijl die zich vrolijk maakten over iets wat allerminst vrolijk was, roerde onze directeur dan een beetje weemoedig in zijn koffie. Maar bij onze chef-Wetstraat past iedereen wel op zijn tellen. Zeker als hij alvorens het woord te nemen, nadrukkelijk met de schouders heeft gerold en zijn hoofd een paar keer om zijn as heeft doen tollen, ter versoepeling van de nekspieren. Zoals Evander Holyfield, als hij voor een belangrijke kamp de ring in stapt. Wat onze chef-Wetstraat bezielde om de kant van dat akelige mens te kiezen, was een raadsel. Tot wij in het BMC, tot onze vreugde en hun schrik, de redactrices van Weekend Knack terugvonden. Die wisten meteen het antwoord: "Maar kijk dan toch naar zijn broek. Het is een broek van Ann Demeulemeester." Ook zijn pullover, die wij voor een miskoop van mevrouw Van Cauwelaert hadden gehouden, bleek van het befaamde modehuis te komen. Na die onthulling koos niemand van ons nog voor het recht op vrijemeningsuiting, en onze chef-boeken haastte zich naar zijn schrijftafel om die onbeschofte Brusselmans eens duchtig bij zijn vieze haren te trekken. Maken wij nu een zijsprongetje naar alle commentaren die aan dit dispuut zijn verspild, dan blijft er slechts één overeind: die van Benno Barnard, ooit gedurende een korte periode chef-Gezelle van Knack. Dit verklaarde Benno: "Nu wil het toeval dat Ann Demeulemeester hier om de hoek een winkel heeft. Wel, die van ons heeft daar eens schoenen gekocht. Na een week viel de hak er al af. Sindsdien koester ik een diepe afkeer voor Ann Demeulemeester." Voilà. Op gevaar af de bons te krijgen, dat was er op zie. Die schoenen van Demeulemeester, dat moet een mens gezien hebben voor hij het kan geloven. Er bestaat in de hele wereld niets lelijkers. Zelfs Brusselmans niet. Gemaakt in doorzichtig plastiek! Twaalfduizend frank. Vroeger, toen schoonmaaksters nog kuisvrouwen waren, bestonden er plastieken galoches. Het correcte Nederlands is overschoenen, maar de klankkleur van galoche schildert beter het gebrek aan elegantie waarmee wij hier te maken hebben. De lompste van die galoches zijn haute-chaussure, in vergelijking met wat Demeulemeester durft aan te prijzen. Onze chef-Wetstraat evenwel, noemde de opmerking van Barnard onbetamelijk. Toen Benno een paar dagen nadien kwam leuren met een door hem geschreven essay over de modediva, siste Van Cauwelaert dan ook woedend: "Benno, ga onmiddellijk weg." "Ja maar Rik, ik heb een goed begin voor mijn artikel." "Ik wil het niet horen." Benno, die al het voorgaande niet had meegemaakt en geen idee had welk gevaar hij liep, gaf niet op. "'k Ga het u toch voorlezen, dan kunt ge beter oordelen. De kop is: Ons groot nationaal naaistertje. En de eerste paragraaf luidt als volgt. Toen Ann Demeulemeester geboren werd, was het eerste wat opviel de kolossaal grote ogen. De vroedvrouw wilde ze tot meer gebruikelijke proporties herkneden, maar de aanwezige arts sprak berustende woorden: Hij die deze ogen zo bol gemaakt heeft, zal ze wel, als 't moet, weer plat krijgen. Wat denkt ge ervan, Rik? 't Is met liefde geschreven." Wat onze chef-Wetstraat ervan dacht, konden wij slechts bij afgeleide veronderstellen. Eén minuut later zagen de verzamelde redacties in het BMC tot hun ongeloof twee volwassen manspersonen achter elkaar aan rond de vijver rennen. Tot Benno, die kon profiteren van zijn vele versvoeten en van het feit dat een dichter nu eenmaal goed kan zwemmen, besloot een nat pak te verkiezen boven een blauw oog en met een sierlijke boog tussen de verschrikte eenden dook. Van Cauwelaert, die zijn plastieken schoenen van 12.000 frank niet nat durfde te maken, moest op dit punt de strijd staken. Toen hij buiten adem terug in zijn kantoortje kwam, lag op zijn bureau het interview klaar dat hij Piet Piryns van Ann Demeulemeester had laten afnemen. Onze chef-Wetstraat dacht dat hij stierf, toen hij de kop las: "Ann Demeulemeester: Ik? Puitenogen?"Terwijl wij dit aan het schrijven waren, dook tot onze grote ontsteltenis plotseling onze chef-economie op vanachter het schutsel dat onze aanwezigheid probeert te minimaliseren. "Luister hier vriendschap. Als gij nog één keer mijn persoon ten tonele voert in uw rubriekske, laat ik de volledige oplage van Knack uit de handel nemen. Ik ben benieuwd of mijnheer Rik dan nog zal lachen." Voor wij van de schok bekomen waren, beende Despiegelaere alweer weg. Wij hadden net de tijd om te piepen: "Welke mijnheer Rik bedoelt ge? Rik I of Rik II?"Koen Meulenaere